Baardmannetje
Geplaatst op: november 3, 2023
Mijn beste vriend Jan is verwoed vogelaar. Hij is verzot op de natuur, op alles wat daarin leeft maar vooral vliegt. Zijn enthousiasme voor onze gevleugelde vrienden is dermate aanstekelijk dat ook Judith en ik regelmatig met de verrekijker of telescoop op pad zijn om vogels te spotten. We zijn -zeker in vergelijking met Jan- echte amateurs en hebben vaak moeite met het vinden van de juiste vogel bij het juiste geluid. Voor dat laatste bestaat dan weer een app en dat is wel zo handig. Eigenlijk zijn we een beetje zoals Hans Dorrestein zich presenteerde in het televisieprogramma “De Baardmannetjes”.
Over televisieprogramma’s gesproken; Jan belde laatst enthousiast op om mij te attenderen op de tv-serie “De Grutto”. Hij vertelde dat hij de cameraman af en toe had geassisteerd bij het maken van de beelden en dat het een prachtige serie was geworden. Hij had niets te veel gezegd. De eerste aflevering die afgelopen week was te zien was prachtig. Een aanrader.
Ik vertelde vervolgens enthousiast een klant van mij over deze serie. “O ja”, zei hij. “Dat heb ik wel voorbij zien komen maar zo’n programma gaat me veel te langzaam en duurt veel te lang”.
De vergelijking met letselschadezaken kwam direct bij me op. Ook letselschadezaken duren over het algemeen erg lang en voor het gevoel van het slachtoffer gaat het ook veel te langzaam. Natuurlijk is het makkelijk daarvan de schuld neer te leggen bij verzekeraars. Deels zijn de reactietermijnen van verzekeraars ook tergend lang, maar (groten)deels ligt het echter aan de aard van letselschadezaken. Omdat letsel na een ongeval een grote impact heeft op de toekomst van een slachtoffer en de omvang van de schade pas echt duidelijk wordt als duidelijk is of het letsel blijvend of tijdelijk is, loopt een zaak in elk geval zo lang totdat er een zogenaamde medische eindtoestand is bereikt. Dat is een medische situatie waaruit blijkt dat iemand òf (hopelijk) weer volledig is hersteld òf dat er een toestand is dat het letsel waarschijnlijk niet beter en niet erger wordt. Pas dan kan het ‘koffiedikkijken’ beginnen. Want, letselschade is niets anders dan de situatie zonder ongeval vergelijken met de situatie met ongeval en daaruit het financiële verschil bepalen. Bij blijvend letsel; hoe had iemand zijn of haar leven zich ontwikkeld zonder ongeval? Als iemand arbeidsongeschikt is geworden na een ongeval moeten we dus een antwoord krijgen op de vraag of die arbeidsongeschiktheid door het ongeval komt en zo ja, hoe iemand zijn of haar werkzame leven eruit had gezien zonder dat ongeval. In dat laatste geval dus behoorlijk ‘koffiedikkijken’.
Iemand die al veertig jaar als ambtenaar voor de gemeente werkt zal de laatste jaren tot zijn pensioen ook wel dat werk zijn blijven doen en dan is met een blik op de loonschalen makkelijk te bepalen wat iemand nog zou hebben verdiend. Maar iemand die net begonnen is na het halen van zijn diploma? Of iemand die wegens persoonlijke omstandigheden een periode niet aan te het werk was? En zou de universitaire student rechten maat worden bij een groot advocatenkantoor of zou hij kiezen voor een heel andere carrière? Allemaal vragen waarop een antwoord moet komen en waarvoor vaak onderzoek noodzakelijk is. Naast medische onderzoeken ook onderzoeken door bijvoorbeeld arbeidsdeskundigen en/of bedrijfseconomische adviseurs. Dat vervolgens een zaak dan meer dan twee jaar en soms wel tien jaar loopt is in dat licht wellicht wat begrijpelijker.
Letselschadezaken duren lang. Dat is nu eenmaal zo. Series over vogels klaarblijkelijk ook, al ervaar ik dat niet zo. Ik zie alleen prachtige beelden en prachtige vogels. Maar degene die niet het geduld heeft voor deze slow-televisie kan ik verwijzen naar onze supersnelle reclamecampagne op Facebook. Omdat op dat gremium ook alles snel moet wordt daar door middel van drie fotootjes reclame gemaakt voor mijn kantoor. Onder het kopje ‘zelfde gezicht maar dan ouder’ wordt de terechte suggestie gewekt dat je bij mijn kantoor hetzelfde aanspreekpunt houdt, ook als je zaak langer loopt. Om dat optisch te ondersteunen sta ik op de eerste foto zonder en op de tweede met baard. Zo kunt u dus ook zonder verrekijker of verstand van vogels kennis maken met een baardmannetje.
Motorvoertuig
Geplaatst op: oktober 20, 2023
Eerder schreef ik over mijn belevenissen (lees ergernissen) als Van Moof-bezitter. Ondertussen is Van Moof overigens ter ziele gegaan. Het gerucht gaat dat dat kwam door mijn Vrijmiblo, maar dat gerucht moet ik ten stelligste ontkrachten. Kort geleden was de elektrische fiets weer in het nieuws. Niet omdat een ander hip merk failliet was gegaan. Nee, ditmaal omdat het Europese Hof van Justitie een uitspraak deed over de hoedanigheid van de elektrische fiets. Aan het Hof werd door de Belgische rechter de vraag voorgelegd of de elektrische fiets bestempeld diende te worden als motorvoertuig. Het Hof vond van niet en dat was nieuws.
Hoewel dus een elektrische fiets een motor(tje) heeft wordt het volgens de Europese rechter niet beschouwd als motorvoertuig. Het is en blijft een fiets en geen motorvoertuig omdat het niet uit zichzelf voortbeweegt. Je hebt spierkracht nodig om de fiets voort te bewegen. Sterker; zonder die spierkracht ga je niet vooruit. Lekker belangrijk, zult u denken. Wat maakt dat nou uit? Nou best wel veel.
Het is van belang dat het Hof dit heeft vastgesteld. Voor motorvoertuigen gelden nu eenmaal andere regels dan voor niet motorvoertuigen, zoals fietsen. Ten eerste moet elk motorvoertuig een verplichte verzekering hebben op grond van de WAM. De Wet Aansprakelijkheid Motorrijtuigen. Electrische fietsen hoeven dus geen verplichte verzekering te hebben. Daarnaast zal de elektrische fiets in veel landen van Europa beschouwd blijven worden als zogenaamde ‘zwakke’ verkeersdeelnemer. Bestuurders van motorvoertuigen worden vaak beschouwd als ‘sterke’ verkeersdeelnemers.
Een zwakke verkeersdeelnemer wordt bij ongevallen beschermd als de veroorzaker een gemotoriseerde verkeersdeelnemer is. Dat staat in artikel 185 Wegenverkeerswet. Die bescherming bestaat eruit dat een zwakke verkeerdeelnemer, een fietser of voetganger, eerder zijn schade vergoed krijgt als hij wordt aangereden door een motorvoertuig. Stel, mijn Van Moof doet het en ik word terwijl ik mij keurig aan de voorrangsregels houd aangereden door een auto. Ik krijg dan 100% van mijn schade vergoed, de auto is 100% aansprakelijk. Had ik op een brommer gereden op dezelfde wijze als voormeld had ik ook 100% van de schade vergoed gekregen. Ik deed immers niets fout. Ik had geen eigen schuld.
Stel dat ik haast had en nog even snel wilde oversteken en de situatie niet goed had ingeschat. De aanrijding die dan volgt is (mede) te wijten aan mijn eigen schuld. Ik maakte een verkeersfout. Ik had niet moeten oversteken. Mijn eigen schuld kan echter niet meer zijn dan 50%. Ik word als zwakke verkeerdeelnemer beschermd. Dat is alleen anders als de aanrijdende auto zich op overmacht zou kunnen beroepen. Van overmacht is echter pas sprake als de automobilist helemaal foutloos heeft gereden en dat het zo onwaarschijnlijk zou zijn dat ik zou oversteken dat de automobilist daar niet op verdacht hoefde te zijn. Dat laatste zal -volgens vaste rechtspraak- niet vaak voorkomen. Als ik niet zelf op de Van Moof had gezeten maar mijn 13-jarige nichtje, had de automobilist 100% van de schade moeten betalen. Dat wordt ook wel de 100% regel genoemd. Kinderen die op de fiets of lopend worden aangereden door een motorvoertuig zijn volledig beschermd en krijgen hun schade volledig vergoed, ook bij eigen schuld.
De uitspraak van het Hof heeft voor Nederland dus geen gevolgen. De irritante fietsers op hun elektrische fietsen blijven ondanks hun lak aan de verkeersregels gewoon beschermd. Hadden Van Kooten en De Bie nog steeds een wekelijks programma gehad op tv dan zou dit filmpje waarschijnlijk zijn opgenomen met Van Kooten op een Van Moof.
Whiplash
Geplaatst op: oktober 6, 2023
Afgelopen maandag was ik op het 16e Letselschadecongres van de RUG. Het onderwerp was ‘Medisch moeilijk objectiveerbaar letsel’. Een hele mond vol maar het komt erop neer dat we een hele dag hebben geluisterd naar sprekers die vertelden over de problemen die belangenbehartigers en verzekeraars ervaren als er na een ongeval letsel ontstaat dat moeilijk aantoonbaar is.
Uiteraard denk ik dan direct aan whiplashletsel. Na een ongeval heeft het slachtoffer klachten die er voor het ongeval niet waren maar die niet kunnen worden aangetoond op bijvoorbeeld röntgenfoto’s, scans etc. De centrale vraag is dan vaak, kan iets wat niet aangetoond kan worden, dus niet kan worden geobjectiveerd, wel leiden tot beperkingen en dus tot schade?
Net als in mijn praktijk (tijdens mijn discussies met verzekeraars) waren in de zaal de meningen verdeeld. Niet geheel toevallig vonden de congresgangers die voor verzekeraars werkten dat zulke letsels niet kunnen leiden tot langdurige uitval en/of vergoeding van de schade. Evenmin toevallig vonden mijn collega belangenbehartigers uiteraard dat dit best kon. Sterker, in de praktijk blijkt dat het merendeel van de claims van letselschadeslachtoffers gebaseerd is op niet objectiveerbaar letsel.
Op de vraag wanneer deze klachten kunnen leiden tot een vergoeding van de daardoor veroorzaakte schade zijn wij juristen uiteraard dol op jurisprudentie. Mijn oud collega Arvin Kolder beet dan ook hetspits af door de zaal voor te houden wat de Hoge Raad meent dat nodig is (lees door het slachtoffer aangetoond moet worden) om bij niet aantoonbaar letsel toch een schadevergoeding te kunnen krijgen. Ik bespaar u die juridische verwikkelingen maar het blijft erop neerkomen dat slachtoffers met niet aantoonbaar letsel er voor moeten zorgen dat ze aantonen dat het letsel door het ongeval kan komen. Het slachtoffer dient aan te tonen dat de klachten reëel zijn, dat het verhaal consequent en plausibel is. Ten slotte moet het slachtoffer aantonen dat de klachten niet zijn ontstaan door een alternatieve oorzaak. Dus de klachten moeten niet voor het ongeval al aanwezig zijn geweest en/of zonder ongeval ook hebben kunnen ontstaan.
Dat deze deelvragen stof tot discussie en polarisatie kan opleveren bleek toen de zaal werd gefêteerd op een soort schouwspel door een verzekerings- en een letselschadeadvocaat die ieder in een fictieve zaak waarin bovenvermelde vragen aan de orde kwamen hun eigen standpunt verdedigde. Uit die (extra scherp neergezette) discussie werd duidelijk dat procederen in zaken waarin schade wordt gevorderd op grond van niet objectiveerbaar letsel zeker geen sinecure is. Het slachtoffer moet van goede huize komen, stevig in zijn schoenen staan en een goed plausibel consistent verhaal hebben waarbij de bereidheid moet bestaan medische onderzoeken te ondergaan, alle beschikbare medische gegevens moet willen overleggen (vaak ook van voor het ongeval). Ook moet het slachtoffer beschikken over een dikke huid want verzekeraars hebben best veel munitie om de rechtszaak te laten verworden tot een ware loopgravenoorlog.
Daar waar de gemoederen in de zaal na dit schouwspel hoog opliepen bracht de laatste spreker, mr. H. de Hek, raadsheer bij het Hof Leeuwarden alle partijen met een boeiend, relativerend en inspirerend betoog weer nader tot elkaar. Hij hield de zaal een spiegel voor. Hij pleitte voor meer dialoog en het innemen van meer reële uitgangspunten door zowel verzekeraars als belangenbehartigers. Laat partijen vooral veel en goed met elkaar praten en ga niet uit van extreme standpunten was, te kort samengevat, de boodschap. Deze zalvende woorden gaven zeker aanleiding voor alle congresgangers om na afloop samen een borrel te drinken.
Ik moest helaas direct weg. Ik had mijn wekelijkse padel les.
All Blacks
Geplaatst op: september 15, 2023
Wellicht is het u ontgaan maar één van de mooiste sporten op deze aarde beleeft op dit moment haar WK. In Frankrijk is het WK Rugby begonnen en daar spelen vanaf vorige week de twintig beste landen tegen elkaar. Het WK is iedere vier jaar, wordt nu voor de tiende keer gespeeld en duurt bijna twee maanden. De uiteindelijke winnaar wint niet alleen de felbegeerde Webb Ellis cup maar letterlijk ook eeuwige roem. Mijn persoonlijke favoriet is New Zeeland, de “All Blacks”. De traditionele Haka en hun volledige zwarte tenues maken dit team prachtig om naar te kijken. Dat ze van de afgelopen negen WK’s er drie wonnen speelt uiteraard ook een rol.
Wat vooral opvalt aan de rugby als sport is het wederzijdse respect voor elkaar, voor de spelregels en voor de scheidsrechter. Als u de komende periode even de tijd neemt om op Ziggo een wedstrijd (live) te zien zal het u opvallen dat er geen gescheiden supportersvakken zijn. Supporters van de spelende landen zitten gewoon door elkaar heen in het stadion. Ook voor en na de wedstrijd gaan de supporters ‘normaal’ met elkaar om. De sport is keihard en het bloed vloeit letterlijk rijkelijk maar omdat het zo’n harde sport is zijn de regels zeer helder en worden ze uitstekend nageleefd. Geen theater, geen schwalbes, geen ‘matennaaierij’. Op de scheiderechter wordt geen kritiek geuit en alle beslissingen worden voor zoete koek, dus zonder ageren of commentaar, geslikt. Uiteraard wil een team winnen en doet daar alles aan maar het wederzijds respect en het respect voor de scheidsrechters is opmerkelijk en fantastisch om te zien.
Hoewel mijn praktijk moeilijk te vergelijken is met een rugbywedstrijd, al gaat het er soms wel hard aan toe en is winnen erg belangrijk, probeer ik met dezelfde mentaliteit een zaak op te pakken. Ik ben met de klant onderdeel van het team, er is een tegenpartij (soms een scheidsrechter) èn ik wil winnen. Soms is het echter wel de vraag wat winnen is. Bij rugby is het makkelijk, de winnaar heeft de meeste punten gescoord en de uiteindelijke toernooiwinnaar wint de cup. Een ondernemer die zijn factuur onbetaald ziet wint als hij een vonnis krijgt waarin zijn vordering volledig wordt toegewezen. Maar wint hij ook als de kosten om dat vonnis te krijgen bijna net zo hoog zijn als de vordering? Of als de rechtszaak drie jaar heeft geduurd en/of als zijn tegenpartij voor de executie van het vonnis al failleert? En kunnen letselschadeslachtoffers überhaupt wel winnen? Wat kun je winnen als je blijvend letsel hebt overgehouden na een ongeluk waaraan iemand anders de schuld heeft?
Wellicht moet ik in mijn praktijk winnen wel anders definiëren. En dan komt toch het rugby weer om de hoek kijken. Want, misschien win je wel (meer) als je ondanks je geschil met wederzijds respect komt tot een goede afwikkeling van je zaak. Wellicht win je wel (meer) als partijen ondanks hun eigen belangen elkaar op professionele wijze benaderen en oplossingsgericht met elkaar communiceren. Gelukkig lukt (me) dat laatste steeds vaker en steeds beter. In letselschadezaken door begripvol en met oog voor de realiteit het slachtoffer het gevoel te geven dat hij of zij (er) weer toe doet, dat de schade in goed overleg met de verzekeraar wordt vastgesteld en waar nodig daadwerkelijke hulp in plaats van geld wordt geregeld. En bij niet betalende tegenpartijen om een betalingsregeling te treffen waarbij rekening wordt gehouden met de kosten en de looptijd van een rechtszaak en waarbij de tegenpartij betaalt in plaats van failleert.
Soms lukt het echter echt niet om, ondanks alle pogingen tot wederzijds respect, te komen tot een goede oplossing. Soms kan het gewoonweg niet omdat de verschillen te groot zijn, de standpunten te afwijkend en/of de tegenpartij gewoonweg niet wil. Soms moet je er gewoon met een gestrekt been in om te winnen. In dat geval heb ik gelukkig mijn toga. Wellicht dat ook daarom de “All Blacks” mijn favoriet zijn.
Ripperda
Geplaatst op: september 1, 2023
Afgelopen week bezocht ik net als vorige zomer een voorstelling van de Zummerbuhne. Een openlucht muziektheater spektakel opgevoerd op het Groningse platteland. Vorig jaar speelden ze in Overschild, in de tuin van de vervallen boerderij Hollands Hoop, het gelijknamige televisieprogramma met Marcel Hensema in de hoofdrol. Dit jaar verplaatste het spektakel zich naar landgoed Maarhuizen, nabij Winsum. Het waanzinnige verhaal van Johan Willem Ripperda werd vertolkt in woord en muziek. Ik had eerlijk gezegd nog nooit gehoord van deze Ripperda. Toch heeft hij echt bestaan, hij leefde in de 17e eeuw en in deze voorstelling wordt hij gespeeld door Bert Visscher. Het affiche beloofde: “Ripperda is een muziektheatervoorstelling over bravoure, list en bedrog”.
Kijk, dat spreekt mij uiteraard wel aan.
De bravoure van Ripperda had vooral te maken met zijn onhebbelijkheid beloftes te doen die hij -of degene namens wie hij die beloftes deed- niet kon nakomen. In mijn praktijk kom ik uiteraard veel van dat soort gevallen tegen. Partijen die beloftes doen die ze niet kunnen of willen nakomen. Soms weet een partij op voorhand al dat ze die beloftes niet na zal kunnen komen, soms was er wel goede wil maar waren er geen middelen, kennis, kunde en/of veranderende omstandigheden. Veel rechtszaken gaan over deze niet nagekomen beloftes. Toegezegd werd binnen een bepaalde termijn te betalen, iets op te leveren of af te leveren en om welke reden dan ook kan of wil een partij die belofte niet gestand doen.
Ripperda maakte er een sport van om bewust en met voorbedachte rade (loze) beloftes te doen. Beloftes dat iemand anders iets zou doen, presteren en/of zou nalaten waarvan hij wist dat degene zijn beloftes niet zou nakomen. Heden ten dage zouden de gedragingen van Ripperda beoordeeld worden aan de hand van de bestuurdersaansprakelijkheid. Hem zou persoonlijk onrechtmatig handelen worden verweten en hij zou veroordeeld worden om persoonlijk de schade te vergoeden. In het geval van Ripperda werd hij niet veroordeeld. In die tijd pakten ze het wat pragmatischer aan. Door zijn malversaties werd hij weggestuurd uit de Staten Generaal, gevangen gezet door de Koningin van Spanje, bijna vermoord door de Sultan van Marokko, opgelicht door de latere koning van Corsica en stierf hij alleen en berooid in Marokko. Je moet het verhaal echt gaan lezen (de voorstellingen zijn allemaal uitverkocht) want het is echt een fantastisch verhaal.
Binnenkort start ik met een campagne om mijn letselschadepraktijk te promoten. Ik heb tijd, ruimte en zin om wat meer letselschadezaken te gaan doen. Daarvoor heb ik een marketeer ingeschakeld die me gaat helpen bij met maken van een reclamecampagne. Dergelijke campagnes staan uiteraard ook bol van de beloftes. Een korte blik op de reclame-uitingen van letselschadekantoren leert mij dat ze beloven dat ze gratis voor u werken, dat ze de maximale schadevergoeding voor u verhalen, dat u wordt bijgestaan door zeer ervaren juristen, dat ze al heel veel zaken succesvol hebben afgerond en ga zo maar door. Het zal allemaal waar zijn en uiteraard kan ik u dat ook beloven. Daarbij kunt u bij letselschade bijna op iedere straathoek (figuurlijk) wel een kantoor vinden dat u wil helpen. Ik zal me dus moeten onderscheiden en wellicht andere beloftes moeten doen. Eerder schreef ik daarover al dat in letselschade zaken het tonen van empathie en compassie veel belangrijker is dan alle andere beloftes.
Het wordt denk ik nog een hele klus (voor mijn marketeer) om een campagne te verzinnen die onderscheidend is, waar uit naar voren komt dat wij als letselschadekantoor met compassie en op een empathische wijze een realistische behandeling van letselschadezaken voorstaan. Ik beloof u dan ook dat het geen Ripperda-achtige reclamecampagne wordt maar ik hoop dat ik uiteindelijk wel Ripperda-achtige recensies zal kunnen lezen op Advocatenscore.
Mythes
Geplaatst op: augustus 11, 2023
Ik ben op vakantie. Samen met mijn vrouw Judith verblijf ik drie weken in Griekenland. Terwijl ik dit schrijf zijn we net over de helft. We hebben Athene al verkend, twee eilanden aangedaan en zijn nu in de buurt van Acheron Springs. De plek waar een ijskoude bergrivier tussen vaak steile rotsen meandert naar de zee. Naast Judith heb ik deze vakantie nog een metgezel; Stephen Fry. Niet in persoon maar als schrijver van de boeken Mythos en Mythos 2/Helden. De combinatie door Griekenland reizen en lezen over de Griekse Mythologie raad ik iedereen aan. Nu denkt u wellicht dat ik in mijn vakanties zware kost lees? Niets is minder waar. Fry verhaalt over mythes en klassieke helden als vertelde hij de sprookjes van de gebroeders Grimm. Luchtig doch gruwelijk.
Waar ik deze week tot mijn gruwel ook achter kwam is dat ik deze week al weer vijfentwintig jaar advocaat ben. Vijfentwintig jaar! Ik zie me nog staan in de rechtbank in Assen voor mijn beëdiging. Judith uiteraard mee. Iedereen vertelt me nog altijd dat ik zonder haar nu nog zou zitten te knobbelen in de Schatgraver, dus reden te meer dat zij getuige was van de beëdiging. Mijn zus was ook mee en uiteraard mijn patroon, degene onder wiens toezicht je staat als je gaat beginnen als advocaat. Mijn patroon was mijn werkgever en eigenaar van het kantoor. Het aparte aan advocaat worden (vind ik) is dat je er eerst één moet zijn om er één te kunnen worden. Je moet een baan hebben, beëdigd worden en daarna drie jaar als stagiaire opleiding doen en met goed gevolg afronden. Uiteraard had een collega op kantoor mij wijs gemaakt dat ik de advocateneed uit mijn hoofd moest kennen en reciteren. Hoewel ik dat niet geloofde had ik toch stiekem geoefend. Gelukkig volstond een “Dat beloof ik.” en de rest is geschiedenis. Dat dat alweer vijfentwintig jaar geleden is. Onvoorstelbaar.
De afgelopen vijfentwintig jaar kenden uiteraard hoogte- en dieptepunten. Successen en nederlagen, niet alleen in mijn eigen zaken. Ik kan daar nog wel een aantal vrijmiblo’s aan wijden en zal dat wellicht ook nog wel gaan doen. Toch herinner ik me van de afgelopen vijfentwintig jaar vooral de voldoening die ik vond in het werk zelf. Het helpen van mijn klanten vond en vind ik veel leuker dan het zijn van eigenaar, directeur of patroon. Wellicht is dat ook de reden dat het hetzelfde kantoor dat mij vijfentwintig jaar geleden de kans bood advocaat te worden uitgegroeid is tot een kantoor waar alleen ik advocaat ben en Dio mijn assistent. Daar waar anderen wellicht trots beschrijven welke groei zij hebben meegemaakt in fte’s, ben ik er trots op dat we van drie via (volgens mij) twaalf zijn gegroeid naar een (nog steeds hetzelfde) kantoor met één advocaat. Op die manier kan ik mij volledig toeleggen op de inhoud van de advocatuur en het persoonlijke contact met alle klanten. Alle klanten van kantoor zijn immers mijn klanten en daarmee zijn alle klanten mijn persoonlijke klanten.
Omdat ik nog niet met pensioen wil of kan zal ik me de komende jaren blijven inzetten om mijn klanten te helpen. Met adviezen, procedures of gewoon een goede behandeling van hun letselschade zaak. Daarnaast wil ik graag zoals Fry schrijft over de Griekse mythen mijn vrijmiblo’s blijven schrijven over mijn belevenissen als advocaat. Luchtig doch hopelijk niet te gruwelijk.
Koning
Geplaatst op: juli 21, 2023
Zo vlak voor de zomervakantie viel mijn oog op een LinkedIn post van de burgemeester van Emmen. Trots als een pauw kondigde hij aan dat het zijne koninklijke hoogheid heeft behaagd zijn verjaardag volgend jaar te vieren in Emmen. Nadat ik het berichtje weg klikte gingen er allemaal emoties door mij heen. Naast trots, ik weet niet waarom, ook direct de gedachte, “dat hij nu al weet waar hij volgend jaar zijn verjaardag viert”.
Ik snap het wel, je verjaardag niet thuis vieren. Ook ik probeer ieder jaar rond mijn verjaardag deze dag vooral niet thuis te vieren. Ik heb niet zo veel met verjaardagen. Van anderen wel, dat vind ik juist heel leuk. Maar m’n eigen verjaardag? Nee, die sla ik liever over. Onze koning viert zijn verjaardag dus ook liever niet thuis. Anders dan onze koning laat ik het overigens liever niemand weten waar ik ben op mijn verjaardag. Omdat mijn verjaardag vaak in de voorjaarsvakantie valt probeer ik altijd met Judith “toevallig” die dag op vakantie te zijn. Zo vierde ik dit jaar mijn verjaardag in Alicante (waar mijn zoon stage liep en mijn dochter mij toch verraste met een bezoekje) en vierde ik het ook al eens op Vlieland of in Schotland. Wellicht wil de koning eigenlijk ook liever zijn verjaardag in intieme kring vieren maar ja, hij is van het volk en dus voor het volk.
Uiteraard was onze burgemeester zo trots als een pauw. Voor een dorp (Emmen is een dorp, wel met meer dan 100 duizend inwoners, maar nog steeds een dorp met dorpen erom heen) dat ieder jaar op de laatste plaats prijkt van de ranglijst meest aantrekkelijke grote gemeenten moet dit de uitgelezen kans zijn om heel Nederland te laten zien wat Emmenaren al heel lang weten. Het is hier prachtig! Emmen heeft (bijna) alles wat je hartje begeert. De mensen zijn er het gelukkigst van heel Nederland en je hebt rust, ruimte en groen.
Dat ik een trots gevoel kreeg toen ik las dat de Koning zichzelf uitnodigde om in Emmen zijn verjaardag te vieren verraste me wel. Ik heb eerlijk gezegd niet zo veel met de koning en het koningshuis. Ik heb ook niet zoveel met koningsdag en al helemaal niets met de onvermijdelijke vrijmarkt die daarop thuishoort en de hordes mensen die de straten en pleinen van Emmen tijdens dit soort feesten overspoelen. Ik ben niet eens een echte Emmenaar. Ik woon hier pas 25 jaar. Ik denk dat de trots meer te maken heeft met Emmen zelf, de plaats, de mensen die er wonen en de underdogpositie die Emmen altijd inneemt. Of het nou om de plaatselijke FC gaat of over de plaats op de Atlas van de gemeenten, het lijkt altijd of Emmen niet echt op haar waarde wordt geschat. Nee, we hebben geen universiteit en geen ander strand dan die bij de kleine Rietplas. We hebben geen poptempel of topsporthal. Maar we hebben wel een dorp waar de bewoners trots op zijn. Waar het goed en gezond toeven is, waar we wel industrie hebben maar geen Dupont of Tata-steelachtige taferelen en waar de enige file die we hebben op vrijdagavond (snik) op de rondweg staat als de FC haar thuiswedstrijden speelt. Onze burgermeester schreef dat het voor Emmen een uitgelezen mogelijkheid is “om de trots van de inwoners op gemeente en regio onder zijn aandacht te brengen”. Ik weet niet of onze koning daar heel anders van wordt en of Emmen dat wat oplevert. Wel denk ik dat het een mooie manier is om de rest van Nederland, die waarschijnlijk aan de buis gekluisterd zit, te laten zien wat hoe mooi en veelzijdig Emmen is.
Of ik Koningsdag ook in Emmen ga vieren?
Ik weet het niet. Voor mij hoeft het niet. Maar als ik toch in Emmen blijf en live ga kijken zal ik dat hopelijk kunnen doen met de nu 101 jarige oma van Judith die hier in Emmen woont. Ik denk niet dat er een grotere fan van ons koningshuis is dan zij. Hopelijk kunnen we voor haar een mooi plekje vinden langs de route zodat ze onze koning nog eens in persoon kan aanschouwen.
Schiermonnikoog
Geplaatst op: juli 7, 2023
Eerder schreef ik al over de bijzondere positie van de advocaat. Als advocaat ben ik verplicht lid van de orde van advocaten, moet ik me houden aan de Advocatenwet, weet u zich als klant verzekerd van toezicht op mijn functioneren en heb ik een geheimhoudingsplicht en een verschoningsrecht. Dat is voor u als (potentiële) klant prettig om te weten. U kunt mij alles vertellen en ik moet dat vervolgens geheimhouden. Als ik als getuige wordt opgeroepen om onder ede te verklaren over een klant kan ik mij verschonen, dat betekent dat ik zelfs onder ede niet verplicht ben te antwoorden. Advocaten hebben dus specifieke rechten en plichten en dat onderscheidt ons van andere juristen. Eén van de plichten is de verplichting om me laten bijscholen. Onze orde verplicht ons jaarlijks een aantal opleidingspunten te behalen, 20 punten om precies te zijn. Deze punten haal je door het volgen van cursussen. Als je je als specialist hebt ingeschreven bij de orde moet je op dat vakgebied minimaal 10 punten halen. Ik sta ingeschreven met de specialisaties ondernemingsrecht en letselschade. Als letselschadeadvocaat moet ik dus jaarlijks 10 opleidingspunten halen op dat vakgebied.
Meestal zijn dingen die moeten niet leuk. Dingen die moeten stel je meestal ook uit. Zo gebeurt het mij menigmaal dat ik in december tot mijn schrik constateer dat ik nog een aantal punten moet halen. Ik ben daarin niet de enige want in december stroomt mijn mailbox over met aanbiedingen om zogenaamde last-minute cursussen te volgen. Meestal online. Het aanbod van online cursussen heeft sinds Corona sowieso een enorme groeispurt doorgemaakt. Daar waar in het pre-corona tijdperk een cursusdag vaak betekende een hele dag op pad (bij voorkeur met een copieuze lunch, wijntje erbij zodat het middaggedeelte licht rozig kon worden voortgezet) worden sinds corona vooral online cursussen aangeboden van 1 tot wel 8 uur. Snel, efficiënt, voordelig en vanuit je eigen bureaustoel. Lunch is dan vaak een snelle boterham die je zelf hebt gesmeerd en wijn achter je bureau is toch echt ‘not done’. Opletten moet je ook want om er zeker van te zijn dat je ook achter je scherm hebt gezeten moet je na afloop van de onlinecursus een toets doen waarbij je vragen moet beantwoorden die je niet zou kunnen beantwoorden als je niet hebt opgelet.
Ook ik volg deze online cursussen maar ik mis dan toch wel vaak het echte contact met de medecursisten en de docent(en). Daarbij hoeft het van mij niet altijd snel en efficiënt. Soms is het best prettig om de knop even om te zetten en een cursus op locatie te volgen waarbij je echt je hand kunt opsteken om een vraag te stellen in plaats van op een ‘handje-emoticon’ te klikken. Nog prettiger is het als de cursus dan ook nog eens op een mooie locatie is en de overtreffende trap is dan een tweedaagse cursus op een Waddeneiland. En die cursus is er voor letselschadespecialisten.
Twee oud-collega’s van mij, Arvin Kolder en Armin Vorsselman hebben naast een eigen advocatenkantoor ook een opleidingsinstituut opgericht. Twee weken geleden organiseerden zij de tweede Eilandcursus Personenschade op Schiermonnikoog. Wellicht om hierboven door mij genoemde reden hebben ze naast hun obligate onlineaanbod een tweedaagse cursus op locatie bedacht. Twee dagen op Schiermonnikoog om met gelijkgezinde, geïnteresseerde en vooral leuke collega’s bijgespijkerd te worden in Hotel Van der Werff.
Net als vorig jaar had ik me dit jaar ook weer ingeschreven voor de Eilandcursus. Net als vorig jaar had ik daar ook dit jaar geen spijt van. Het niveau van de cursus is hoog, het tempo is snel, de vragen niet tenenkrommend en je hebt ook nog tijd genoeg om bij te praten met (oud-)collega’s onder het genot van een hapje en een drankje of om even lekker over het mooie Schiermonnikoog te struinen. Zoals u weet ben ik een Vlieland-fan en blijft dit eiland voor mij op nummer één staan maar Schiermonnikoog doet leuk mee in de top 5 van mijn favoriete Waddeneilanden.
Als je op deze manier je verplichte opleidingspunten kunt halen is er niet echt sprake van moeten, eerder van mogen.
I like to Moof it!
Geplaatst op: juni 23, 2023
Sinds ruim een jaar ben ik de bezitter van een elektrische fiets, een Van Moof. Je weet wel, zo’n grachtengordelfiets die er prachtig uitziet en waarop je überhip kunt deelnemen aan het stadse verkeer.
Sinds ik die fiets heb ga ik bijna dagelijks op de fiets naar kantoor. Het is ook maar een kleine 5 kilometer heen en weer. Op de Van Moof gaat dat sneller dan met de auto. Als de Van Moof het doet tenminste. U weet dat ik Franse auto’s rijd (zie SM-Club) dus ik ben een zake mate van onbetrouwbaarheid wel gewend. Nou, als Van Moof-bezitter gaat er een hele nieuwe wereld voor me open. Zo mooi als de fiets eruit ziet, zo onbetrouwbaar is de elektronica. Er zijn tientallen errorcodes en ik heb ze denk ik allemaal al eens voorbij zien komen. De fiets kan uiteraard niet door de doorsnee Emmense fietsenmaker worden gerepareerd. Nee, van Moof heeft speciale “bike doctors”. Geselecteerde hippe fietsenzaken in den lande (voor het heel Noord Nederland zit die in Groningen) waar je online een afspraak moet maken om je fiets af te leveren voor de nodige reparaties.
Voordat je echter online een antwoord op je vragen hebt ben je eerst in meerdere talen ongelofelijk kwaad geworden op de chatfunctie, “Boost” genaamd, die als een boemerang je telkens weer met een k-smoes vertelt dat een mens contact met je op zal nemen. Dat “mens” neemt vervolgens geen contact op. “Ben jij klaar voor de toekomst?’ is een slogan op de site van Van Moof. Nou, ik ben er eerder klaar mee.
Maar goed, als ie het doet, fiets ik dus naar mijn werk. Wat me dan opvalt is dat de meeste verkeersdeelnemers ogenschijnlijk een impliciete doodswens hebben. Vooral fietsers. Wat je op een doorsnee dag zo al tegenkomt op de weg. Het is niet te beschrijven, maar ik ga het toch proberen. Het centrum van Emmen is een ‘shared space‘ ruimte. Of te wel; voetgangers, fietsers, scootmobielen, busjes, vrachtwagens, iedereen deelt de ruimte. Ik hoef in principe alleen maar rechtdoor. Maar fietsend door Emmen centrum voel ik mij – zeker zomers- meer als Alberto Tomba. Je moet wel een echte slalomspecialist zijn wil je daar heelhuids doorkomen. En dan had Tomba la Bomba nog het geluk dat de poortjes niet plotseling naar links of naar rechts uitweken. Op de stadsvloer van Emmen vliegen scholieren alle kanten op, staan scootmobielen plotsklaps stil om de telefoon op te nemen (gebeurt echt) en is er niemand – echt niemand- die zijn of haar hand uitsteekt als ze voornemens zijn een afslaande beweging in te zetten.
Dat laatste valt mij sowieso op. Geen enkele fietser – de uitzondering daargelaten- steekt nog een hand uit. Hoe moeilijk is het en hoeveel veiliger is het voor jezelf en je mede verkeersdeelnemers om je vinger uit te steken als je afslaat? Ik doe dat wel. Iedere afslag wordt vergezeld van een richting aanduidende armbeweging. Dat lijkt me logisch en veiliger. Toch werd deze week, ondanks mijn duidelijke vingerwijzing (letterlijk) dat ik rechtsaf wilde slaan, die vingerwijzing door een scholier niet op waarde geschat. Al achterom pratend met zijn leeftijdgenootjes schoot hij vanaf de stoep zo de kruising over terwijl ik naar rechts wijzend net de bocht had ingezet. Omdat ik nog maar één hand had om te remmen en die hand fluks de voor-rem aantrok, stopte de voorkant van de fiets zonder dat de achterkant daaraan mee wilde werken. Daar ging ik. Gelukkig ving de puber mij onbedoeld op maar ik klapte vervolgens wel vol met mijn knieën op de grond. Behoudens een scheef stuur, zere knieën en een klein deukje in mijn hippe ego liep ik gelukkig geen letsel op en kon ik mijn weg vervolgen.
De fietsende scholier – die uiteraard niets te verwijten viel omdat zijn prefrontale cortex nou eenmaal nog niet was volgroeid- keek me wat beduusd na. Hij was of geschrokken of gewoon verwonderd omdat de Van Moof toch gewoon weer startte.
Padel
Geplaatst op: juni 9, 2023
Eerder schreef ik al over mijn belevenissen als lid van de Raad van Toezicht van de Praktijkschool in Emmen. Helaas had ik enige weken geleden mijn laatste vergadering. Na acht jaar diende mijn statutaire vertrek zich aan. De overige leden van de RvT lieten mij niet zomaar gaan. Ik werd gefêteerd op een lekker etentje waarin lovende woorden werden gesproken (ja, het ging over mij) en herinneringen aan acht jaar toezichthouden werden opgehaald. De voorzitter van de RvT, een oud volleyballer, net als ik, bleek recent te zijn overstapt naar de padelbaan. Hij had les en ze zochten een vierde man. Of dat iets voor mij was?
Nou liep ik al langer met het idee in mijn achterhoofd om weer iets gaan doen met een bal. De sportschool is voor een balsporter gewoonweg te saai. Ik wist dat op mijn oude club, LTC Emmen, een tweetal padelbanen waren opgericht dus ik riep meteen enthousiast dat ik het zeker wilde proberen. Zo stond ik sinds, denk ik, een jaar of zeven weer bij Cor in de kantine van de LTC. Er was (gelukkig) niets veranderd en ik voelde me meteen weer thuis. Dat kon niet gezegd worden van het gevoel op de padelbaan. Alles wat ik als tennisser had geleerd en nog niet was verleerd moest ik subiet vergeten. In mijn overijverige pogingen wilde ik uiteraard veel te snel en vooral veel te hard. Zo werden mijn trainingsgenoten uit pure onmacht een paar keer bijna gevaarlijk hard geraakt. Grappig is dat op zo’n moment de beroepsdeformatie weer de overhand neemt. Ik moest namelijk meteen denken aan letselschadezaken door sport en spel.
Iedereen die letselschadezaken doet is bekend met de zogenaamde sport- en spelsituaties. Als tijdens het sporten er letsel wordt toegebracht aan een tegenstander of teamgenoot zal dat minder snel als onrechtmatig worden beoordeeld dan als zo’n zelfde gedraging buiten het sportveld zou plaatsvinden. Als deelnemer van een sport of een spel stel je je als het ware bloot aan het risico op een klap, een schop of een bal in je gezicht etc. Dat geldt overigens niet alleen voor de sporters zelf, ook voor toeschouwers, getuige een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Een toeschouwer werd door een door een verdediger uitgetrapte bal op het hoofd geraakt en raakte zwaargewond. Toch oordeelde de rechtbank:
Alhoewel het incident tot een noodlottige afloop bij [naam eiser] heeft geleid, kan dus niet worden aangenomen dat [naam gedaagde] in het kader van de voetbalwedstrijd een abnormaal gevaarlijke gedraging heeft verricht die niet van hem behoefde te worden verwacht, door de bal uit te spelen zoals hij heeft gedaan.
Ook als toeschouwer dien je er dus rekening mee te houden dat deelnemers in het heetst van de strijd verkeerde, ongecontroleerde en ongecoördineerde handelingen verrichten. Datzelfde geldt dus ook voor deelnemers. Een onmachtige tackel van achteren waarbij een speler van FVV Foxhol (uiteindelijk) zijn onderbeen verloor was volgens de Hoge Raad ook een gedraging – hoe onhandig en ongelukkig dan ook – die binnen de randverschijnselen van de sport behoorde. Is voetbal dan echt oorlog? Zoals Rinus Michels ooit zei: Ja, eigenlijk wel. Althans, zo lang de gedraging plaatsvindt binnen het spel/de wedstrijd en geen gedraging is die een speler of toeschouwer in haar geheel niet hoeft te verwachten is de drempel voor aansprakelijkheid heel erg hoog. Als de overtreding aanleiding geeft voor een strafrechtelijke veroordeling zoals bij de tackel op Niels Kokmeijer dan staat onrechtmatigheid wel vast.
Ook is het onrechtmatig als bijvoorbeeld een speler na het eindsignaal van de scheidsrechter, dus na afloop van het spel of als het spel stil ligt uit woede een bal wegtrapt of slaat. Als ik na een uur training – ik was kapot – de padelbal uit pure frustratie heel hard richting de kantine had geslagen en ik had daar iemand geraakt zou ik me niet meer kunnen verschuilen achter een sport en spel situatie en zou ik voor de schade aansprakelijk kunnen worden gehouden.
Gelukkig vlogen er geen ballen richting de kantine. Wel vier mannen van een zekere leeftijd die vonden dat ze wel een biertje hadden verdiend!