Klassieker

Geplaatst op: maart 1, 2024

“ Gaat hij nou weer over oude auto’s schrijven?” Hoor ik je denken terwijl de titel van deze Vrijmiblo tussen je LinkedIn meldingen verschijnt. Nee, wees gerust, het gaat deze keer niet over oude auto’s. Het gaat wel weer over Vlieland maar dan meer als toevallige plek voor een toevallige gebeurtenis. 

Ja, we waren weer op Vlieland en naast wandelen, vogelen en spelletjes spelen hoort daar ook geborreld te worden. Dat deden we ook deze keer in het Loodscafé. Eén van de weinige etablissementen die niet volledig werd ‘gewestcordiseerd’. Bijna het hele eiland is door hotelketen Westcord overgenomen en daarmee zijn meerdere bruine cafés omgetoverd tot steriele yuppenverblijven. Het Loodscafé is als het ware het Gallische dorpje in een zee van modernisering.

Maar goed, in dat café zaten Judith en ik een biertje te drinken terwijl op een gegeven moment de mensen aan het tafeltje achter ons vriendelijk werden verzocht hun plekje even te verlaten. Het bleek dat ze op het luik van de bierkelder zaten. Omdat een fust gewisseld moest worden werd in het volle café het kelderluik geopend, aan beide kanten van het gat een stoel geplaatst en verdween de barman in het gat. “Dat is een echte klassieker” zei ik tegen Judith. 

Daar waar bij alle juristen een blik van herkenning zou volgen keek Judith me vragend aan. “Wat bedoel je?” vroeg ze. “We zitten in het Kelderluikarrest” zei ik.

Ik vertelde haar dat het Kelderluikarrest één van de bekendste arresten was over aansprakelijkheid en schetste haar de casus:

“ Sjouwerman, een medewerker van de Coca Cola Cooperation, had in februari 1961 bij het afleveren van frisdrank aan café De Munt, Singel 522 in Amsterdam een kelderluik open laten staan. Mathieu Duchateau uit Maastricht, die het etablissement met zijn vrouw en een bevriende relatie bezocht, viel op weg naar het toilet in het gat van het openstaande kelderluik en liep daarbij ernstige verwondingen op.” (Zie Wikipedia)

Het slachtoffer stelde de werkgever van Sjouwerman aansprakelijk voor zijn schade. De rechtbank en later het hof oordeelde dat er geen sprake was van aansprakelijkheid maar van onvoorzichtigheid van het slachtoffer. De Hoge Raad casseerde. Hij oordeelde over de onzorgvuldigheid van Sjouwerman en hanteerde vier criteria die van belang zijn gebleven bij de beoordeling van een onrechtmatige daad:

  • Hoe waarschijnlijk is het dat iemand niet oplettend is? 
  • Hoe groot is de kans dat daaruit ongevallen ontstaan? 
  • Hoe ernstig kunnen de gevolgen zijn? 
  • Hoe bezwaarlijk zijn de te nemen veiligheidsmaatregelen? 

Omdat het waarschijnlijk was dat in een café bezoekers niet goed opletten en de kans dat (dan)

Iemand in het gat valt groot is waarbij de gevolgen ernstig kunnen zijn en het niet zo moeilijk was het luik af te zetten met bijvoorbeeld barkrukken oordeelde de Hoge Raad dat er sprake was van een onrechtmatige daad door Sjouwerman. 

Tot op de dag van vandaag worden deze kelderluikcriteria gebruikt bij het vaststellen van aansprakelijkheid als iemand een gevaarzettende situatie creeert. Gelukkig ging het in ons geval goed. Het vat werd fluks gewisseld, de gasten bleven op gepaste afstand van het gat en judith en ik konden verkwikt onze weg vervolgen.

Toen we vervolgens via het bos naar ons appartement terug liepen en ik een tak wegduwde die onze weg versperde lette ik niet goed op. De tak zwiepte terug en raakte Judith. Terwijl ik mij uitputte in excuses dacht ik stiekem: Ook een klassieker

Lees meer

Geduld.

Geplaatst op: februari 16, 2024

Zoals de trouwe lezers van de Vrijmiblo weten ben ik verzot op Franse klassiekers. En dan bedoel ik niet Victor Hugo, ratatouille of Jacques Brel, maar de oudere auto’s van het merk Citroën, de grand voitures uit de jaren ‘70. Ik schreef daar al meermalen over en vaak ging het dan vooral over de auto’s zelf, het rijden erin of het kijken ernaar.

Maar met aanschaf van deze auto’s kwam ook een sterker groeiende wens om ze zelf te kunnen onderhouden. Nu ben ik een echte alfa, heb geen technisch inzicht en twee linkerhanden (terwijl ik rechtshandig ben) dus het onderhouden/repareren van auto’s is niet echt iets voor mij. Daarbij heb ik noch het juiste gereedschap noch een eigen garage. De eerste periode na de aanschaf van mijn Citroën SM, nu al weer zeven jaar geleden, was ik dan ook naarstig op zoek naar een goede en betaalbare garage die mij kon helpen de schier onbegrijpelijke en zeer ingewikkelde combinatie van Citroëncomfort  en Maseratitechniek in goede staat te houden. In plaats van een goede garage vond ik een naamgenoot. Ook een Han en (toevalliger) ook met een Citroen SM. Het verhaal van onze kennismaking is het delen waard.

Nadat ik mijn droomauto eind 2016 had gekocht reed ik uiteraard overal te pronken met mijn nieuwe aanwinst. Al snel was het in mijn omgeving bekend dat ik een hele mooie auto had gekocht. Ook bij een dochter van goede vrienden. Zij vroeg mij om haar met haar vriendinnen naar het eindexamen-gala te rijden. De traditionele optocht van geslaagden in opvallende (meestal klassieke) auto’s. We zouden samen gaan met de vader van een andere (geslaagde) vriendin; die had ook een mooie oude auto, werd mij verteld.

De avond van het gala stonden vier in galakleding getooide dames voor mijn oprit. Ik had de SM uiteraard grondig gepoetst en alle vijf zagen ze er onberispelijk uit. Het wachten was op de vader van de andere vriendin. Even later zag ik tot mijn verbazing de voorpartij van een Citroën SM onze straat in komen rijden. Ook daar stapten vier dames en een vader uit. De vader liep op mij af, net zo verbaasd als ik, en stelde zich voor. “Hoi, ik ben Han”, zei hij. “Hoi, ik ben ook Han”, zei ik. Twee Hannen in twee Citroëns SM in Drenthe, hoe groot was die kans?

Het voordeel van mijn kennismaking met deze Han -naast dat het een zeer aardige kerel is- is dat hij superhandig is. Bij zijn oude boerderij heeft hij schuren met bruggen, een spuitcabine om auto’s te spuiten en alle gereedschappen die je maar kunt bedenken. Dat terwijl hij “gewoon” consultant in de zorg is en ‘oude Citroëns’ zijn hobby is. Maar door deze Han is mijn fascinatie voor het onderhouden en repareren van auto’s sterk gegroeid en enigszins verbeterd. Wat ik vooral van hem heb geleerd is geduld. Voor mij lukt iets al snel niet. Een schroef die te vast zit, een onderdeel dat gewoon echt niet past, ik was altijd snel geneigd het er dan maar bij te laten zitten; “Het lukt toch niet”.  Van Han leerde ik geduld te hebben en rustig iets net zo lang te proberen tot het wel lukt. Ook leerde ik niet bang te zijn iets uit elkaar te halen en rustig te onderzoeken wat er fout is en hoe het wel of beter kan. Sleutelen aan auto’s is gewoon erg zen en vergt veel geduld.

Geduld is overigens ook iets wat ik in mijn letselschadepraktijk moet hebben. Want wat moet je tegenwoordig geduld hebben als je moet corresponderen met verzekeraars. In meerdere zaken lukt het gewoonweg niet om contact te krijgen met behandelaars van dossiers, lukt het niet om -nadat ik me namens en klant heb gemeld- een bevestiging en bij voorkeur een inhoudelijk bericht terug te ontvangen binnen een redelijke termijn. In één geval wacht ik twee maanden alleen maar op een bevestiging dat de zaak in behandeling is genomen. Als je dan belt krijg je of niemand te pakken of een laconieke reactie dat het toch wel heel erg druk is hoor. Dan verlies toch regelmatig mijn geduld, alle wijze lessen van Han ten spijt.

Lees meer

Guerrilla

Geplaatst op: januari 30, 2024

Het is lang geleden dat ik dit woord heb opgeschreven, ‘guerrilla’.
Ja, geschreven, want guerrillastrijder was één van de favoriete woorden van mijn meester van de zesde klas lagere school. Hij gebruikte dat woord vaak tijdens één van zijn vele dictees. Toen typte je uiteraard nog niet maar schreef je met een pen en op papier. Ik vraag me af, als ik nu dat dictee opnieuw zou moeten typen, hoe vaak onder guerrillastrijder een rood lijntje zou staan.

Ik werd afgelopen weken veel aangesproken op de best wel opzichtige reclameborden die in het centrum van Emmen staan. Posters (echt wel behoorlijk groot) met mijn gezicht erop. Het zijn reclameborden voor Punt Letselschade en naast mijn gezicht staat er alleen maar op ‘Letselschade? Punt’. Niet te missen en veel bekenden hebben de borden dan ook niet gemist, getuige de hoeveelheid appjes die ik kreeg met foto’s van de reclameposter als achtergrond van een selfie. De marketeer die voor mij deze campagne doet had er op LinkedIn zelfs nog een prijsvraag aan vastgeplakt. Degene die alle negen borden zou kunnen plaatsen/benoemen zou een dinerbon ontvangen. LinkedIn ontplofte bijkans.

Het grappige van dit soort offline reclames is dat je er veel reacties op krijgt. Ook veel goedbedoelde adviezen. Je moet dit eens doen! Waarom sponsor je dat niet? Ook adviezen waar ik over na ging denken. Een goede klant vroeg of ik ook aan guerrillamarketing deed. Toen ik hem vroeg wat dat was kwam hij met prachtige voorbeelden van ondernemingen die met weinig marketingbudget enorme exposure kregen. Hij noemde als voorbeeld Red Bull; het energiedrankje dat nu één van de meest waardevolle merken is. In hun begintijd (begin jaren negentig vorige eeuw) was het een alles behalve succesvol merk. Omdat er geen geld was voor reclame bedacht hun markering afdeling iets geniaals. Medewerkers van Red Bull gooiden meerdere nachten achtereen honderden lege red bull-blikjes in (en naast) de prullenbakken in Londen. De voetganger die deze prullenbakken passeerden en de grote hoeveelheid lege blikjes zagen konden niet anders dan denken dat deze blikjes wel heel populair moesten zijn en dat drankje zelf ook eens zouden moeten gaan proberen.  De stunt werkte want de verkopen van Red Bull explodeerden in Londen. Dat kwam omdat mensen dachten; “Als iedereen dit drinkt, dan wil ik het ook!”. En het werkte ook omdat mensen reclame-uitingen die niet commercieel zijn eerder omarmen en omdat mensen de neiging hebben dingen te omarmen omdat ze er bekend mee zijn, het bekendheidsprincipe.

Een prachtig verhaal (dat ook nog eens waar is) maar hoe zou ik deze marketing tactiek moeten inzetten voor Punt? Want eerlijk? Een blikje Red Bull is toch heel wat anders dan een advocaat? Daarbij staan advocaten nou niet echt bekend om hun humor. Dat ondervond ook de aanbieder van reviews voor advocaten, Advocaatscore. Zij gebruikten guerrillamarketing om advocatenkantoren te bewegen hun tool te gaan gebruiken door op de stoep voor een advocatenkantoor dat nog geen klant was met stoepkrijt het advocaatscore-logo te tekenen maar dan met een vraagteken waar normaliter het cijfer staat. Advocaten bleken daar de humor niet van in te zien getuige dit artikel in mr-online. De David-Goliath gedachte van guerrillamarketing spreek me overigens wel aan. Ik zal er eens goed voor gaan zitten om te kijken of ik u met één van mijn volgende campagnes kan verrassen. Tot die tijd houd ik het bij het grote billboard met mijn gezicht erop. Al werd ik door één grappenmaker al geappt met een fotootje van mijn reclame met de opmerking of ik was overgegaan tot ‘gorillamarketing’.

Lees meer

Het water.

Geplaatst op: januari 12, 2024

Daar waar Nederland de afgelopen weken in de  ban was van het wassende water dat wederom de dijken op de proef stelde en op sommige plaatsen in Nederland gevaarlijk in de buurt van de in allerijl geplaatste zandzakken kwam, speelde het water ook een grote rol bij mij de afgelopen weken.

Ik was weer op Vlieland. Water en een eiland is uiteraard een twee-eenheid. Echter, de hoeveelheid water op Vlieland verraste me; grote delen van het eiland waren zonder laarzen onbegaanbaar. De bossen leken eerder op tropische mangrovebossen dan op Vlielandse dennenbossen. Zoveel water heb ik in al die jaren dat ik op Vlieland kom niet eerder gezien. Ook de duinen hadden het zwaar te verduren gehad. Aan de Wad-kant waren hele stukken duin weggeslagen en stond het water bijna direct tot aan de aangetaste duinenrij. Het strand aan de Noordzeezijde had gelukkig  minder te duchten gehad van het zware weer.

Op dat laatste strand stond ik overigens op 1 januari weer klaar om mee te doen aan de jaarlijkse nieuwjaarduik. Getooid in enkel mijn zwembroek en de fel oranje Unox muts stond ik samen met honderden andere enthousiastelingen de kou te trotseren. Begeleid door de Vlielandse fanfare en met meer toeschouwers (laffe hazen eigenlijk) dan deelnemers stormden we om klokslag één uur middags het ijskoude water van de Noordzee in. Het blijft een koude maar mooie manier of het nieuwe jaar fris te beginnen.

De laatste werkbare weken van vorig jaar stonden overigens ook in het teken van water. Wel in de  overdrachtelijke zin, overigens. Ik werd door verschillende potentiële klanten gebeld die mij vroegen hun letselschadezaken eens te bekijken. Dat soort verzoeken krijg ik wel vaker. Het gaat dan vaak om zaken die langer lopen en waarbij er sprake is van een impasse. Soms omdat het slachtoffer het niet eens is met het advies van zijn belangenbehartiger, soms omdat de zaak muurvast zit. Wat opvalt bij veel van deze second-opinions is dat bij deze slachtoffers het water in financiële zin vaak aan de lippen staat. Soms is dat wel uit te leggen. Als er een verschil van mening is tussen verzekeraar en slachtoffer over bijvoorbeeld de gevolgen van een ongeval en de verzekeraar meent dat na een bepaalde periode er geen sprake meer is van ongevalsgerelateerde arbeidsongeschiktheid en/of door het ongeval ontstane kosten van bijvoorbeeld huishoudelijke hulp. In die gevallen zal het slachtoffer, dat nog steeds niet kan werken en nog steeds hulp nodig heeft, zijn of haar schade niet meer vergoed zien door het betalen van voorschotten terwijl er nog wel schade wordt geleden. Het niet meer betalen van een voorschot loopt dan parallel met het ingenomen standpunt van de verzekeraar. Een onafhankelijk medisch onderzoek of zelfs een procedure is dan vaak noodzakelijk.

Wat echter ook voorkomt is dat de verzekeraar ter afwikkeling van een letselschadezaak wel een afwikkelingsvoorstel heeft gedaan, vaak gebaseerd op een afwikkeling van de geleden schade waarbij ook een deel van de toekomstige schade wordt verdisconteerd, maar bij het niet accepteren van dat voorstel helemaal stopt met bevoorschotten. Recent werd mij een zaak voorgelegd waarin de verzekeraar het slachtoffer aanbood de schade af te wikkelen. De verzekeraar bood een fors bedrag aan. Daarmee was de geleden schade en werd een deel van de toekomstige schade gedekt. Toen het slachtoffer het voorstel echter weigerde werd vervolgens de bevoorschotting door deze verzekeraar volledig gestaakt. Daar waar de verzekeraar eerder de geleden schade erkende werd daar vervolgens niet meer op bevoorschot. Het water wordt dan gebruikt als onoorbaar drukmiddel omdat de verzekeraar dan hoopt dat als het water maar tot de lippen van het slachtoffer reikt hij/zij wel akkoord moet gaan. 

Lees meer

Mijn Moeder

Geplaatst op: december 22, 2023

De oplettende volgers hebben het vast gemerkt. De afgelopen periode verscheen er geen Vrijmiblo van mijn hand. De reden daarvoor was een erg verdrietige; mijn moeder overleed enige tijd geleden na een kort ziekbed. Mijn moeder was al drie jaar ziek en we wisten dat ze niet meer beter zou worden maar ze droeg haar ziekte als ware het een chronische en niet een ongeneeslijke. Daardoor kwam het bericht dat ze uitbehandeld was en niet meer uit het ziekenhuis zou worden ontslagen als een verrassing. Na dat bericht ging het snel. Mijn moeder zelf had er overigens vrede mee, was tevreden met het leven dat ze heeft gehad en was niet bang om dood te gaan. We hebben begin december op een mooie manier, omringd door lieve mensen, afscheid van haar genomen.

In mijn vrijmiblo’s probeer ik altijd een stukje van mezelf te vertalen naar mijn belevenissen als advocaat. Omdat mijn leven de afgelopen weken vooral in het teken stond van het overlijden van mijn moeder was dat best lastig. Toch viel me in die weken één ding op: De betrokkenheid en hulpvaardigheid van de dienstverleners waar we de laatste weken mee in aanraking kwamen. De medewerkers in het ziekenhuis waren (geen enkele uitgezonderd) erg betrokken bij mijn moeder (en bij ons). De manier waarop ze haar verpleegden en hielpen was ronduit fantastisch. Persoonlijk, met gevoel voor de omstandigheden, begripvol, erg aardig maar zonder de professionaliteit uit het oog te verliezen. Ook de medewerkers van het verpleeghuis waar mijn moeder nog twee dagen heeft gelegen en de medewerkers van Monuta vallen onder voormelde omschrijvingen. Er is veel te doen om en in de zorg maar de medewerkers die er werken en die wij de afgelopen periode zijn tegengekomen hadden volgens mij allemaal hun roeping gevonden. Dat moet wel, anders kun je denk ik niet dag in dag uit een dergelijke betrokkenheid tonen. Allemaal dienstverleners die hun vak verstonden en ons daardoor heel goed geholpen hebben in moeilijke en verdrietige tijden.

Het is wellicht gek de lijn door te trekken naar mijn werk maar uiteraard ben ik ook dienstverlener en word ik nooit voor ‘de leuk’ ingeschakeld. Als ik iets geleerd heb afgelopen weken is dat een kundig en betrokken dienstverlener het verschil kan maken. Hoewel ik pretendeer die dienstverlener te zijn zal mijn goede voornemen voor volgend jaar zijn om mijn bewondering voor de medewerkers in de zorg te vertalen naar mijn eigen praktijk. Ik wil me nog meer focussen op juist die onderdelen van mijn vak die ik niet leer op juridische cursussen of andere bijspijkeropleidingen. Uiteraard zijn die belangrijk maar ik wil volgend jaar (eigenlijk al vanaf nu) proberen mijn dienstverlening nog persoonlijker te maken, nog meer oog te hebben voor de mens achter de klant, nog beter bereikbaar te zijn en nog sneller te reageren op vragen en verzoeken. Ik zal nog meer proberen de menselijke maat te zoeken in mijn werk maar zonder de benodigde professionaliteit uit het oog te verliezen.

Dit is de laatste vrijmiblo van dit jaar. Wellicht niet zo luchtig als je van mij gewend bent maar als je over jezelf schrijft kan het niet altijd licht en luchtig zijn. Ik wens allen een prachtige en liefdevolle kerstperiode toe. Zelf ga ik uiteraard weer naar Vlieland. Met de boot vanaf Harlingen, waar mijn moeder een deel van haar jeugd doorbracht.

Lees meer

De vijftigste!

Geplaatst op: november 17, 2023

De vijftigste!

Je moet eens wat vaker iets op je site zetten”, waren de eerste woorden van de pas geboren Vrijmiblo. De titel was “Worteltjestaart” en het is al weer vijftig Vrijmiblo’s geleden dat ze het licht zag. De achterliggende gedachte achter de Vrijmiblo was het schrijven van een blog waarmee ik argeloze lezers naar mijn website zou lokken. Eenmaal op die website zouden de zaken dan vanzelf binnen stromen, zo was de ietwat naïeve gedachte.  Nu, vijftig Vrijmiblo’s later, heb ik maar eens de balans opgemaakt. Hoeveel bezoekers trok de blog nou eigenlijk? Was het iedere vrijdagmiddag na de post op LinkedIn spitsuur? Ik zal u de cijfers besparen maar het antwoord is: “Dat viel bar tegen”. Ondanks leuke reacties, duimpjes, snedige opmerkingen en af en toe eens iemand die me aansprak op de laatste Vrijmiblo heeft het qua sitebezoek weinig gebracht. “Moet ik er dan wel mee doorgaan?”, zo vroeg ik me af. Het antwoord luidde volmondig: “JA!”. Wat kan het mij nou schelen hoeveel bezoekers mijn site trekt. Het schrijven van de Vrijmiblo’s is gewoon veel te leuk om niet meer te doen. Daarbij zijn we net – voor meer bezoekers op de website – een Facebook campagne gestart en gaan we straks ook reclame maken met billboards. Er is straks zelfs reclame van ons te zien op het enorm grote billboard langs de A28.

Heeft het behalve schrijfplezier dan niets opgeleverd? Uiteraard wel. Ik ontving heel veel leuke reacties. Zo werd ik bijvoorbeeld deze week benaderd, via het informatieformulier op de site, door een docent op het MBO. Hij schreef dat hij lesgaf aan vrachtwagenchauffeurs in opleiding en dat hij bij zijn pupillen meer bewustzijn wilde creëren ten aanzien van de risico’s en gevaren van vrachtwagens in het verkeer. Hij vroeg me of ik bereid was een lezing te verzorgen. Een lezing van een letselschadeadvocaat zou kunnen bijdragen aan deze bewustwording, aldus de docent. Het eerste wat ik dacht was, “Is dat niet een beetje hypocriet?”. Een letselschadeadvocaat die een lezing gaat geven opdat toekomstige chauffeurs zich wellicht wat bewuster zijn van de risico’s op ongevallen en eenmaal op de weg dus de kans op letselschadezaken afneemt? Ik liet die gedachte natuurlijk snel varen. Onze overheid, eigenaar van legale loterijen, staatscasino’s en krasloten voert immers ook campagnes tegen gokverslaving. En belangrijker, ik denk dat ik, met mijn ervaringen uit de praktijk, toekomstige chauffeurs wel een aantal verkeersongevallen kan voorhouden met gruwelijke gevolgen.

Op dit moment behandel ik een zaak van een jonge weduwnaar. Ik schreef daar al over in mijn Vrijmiblo “Familietoernooi”. Deze klant, die ik nu al jaren bij sta, is in een rolstoel terecht gekomen na een achterop-aanrijding door een vrachtwagen. Wat ik er in dat verhaal toen niet bij vertelde was dat bij hetzelfde ongeluk zijn vrouw kwam te overlijden. Een vrachtwagenchauffeur die op zijn telefoon zat zag de op de snelweg voor hem stoppende rij auto’s niet. Mijn client reed in de laatste auto in de file en de vrachtwagenchauffeur reed zijn auto zonder te remmen van achter aan. Eén moment van ongelofelijke domheid resulteerde in het verwoeste leven van mijn client en de dood van zijn vrouw. Alleen al deze zaak – ik heb er meerdere met vrachtwagens (gehad) – zou de chauffeurs in spe moeten bewegen nooit, maar dan ook nooit, op een telefoon te gaan zitten terwijl ze rijden. Ik denk dat ik ze tijdens de lezing meeneem in het verhaal van deze klant en de verwoestende gevolgen van dertig tonnen diesel in verkeerde handen. Anderzijds, ook het leven van een chauffeur zelf kan in een fractie van een seconde veranderen. Niet alleen door de psychische gevolgen van het veroorzaken van zo’n ongeval, ook als hij/of zij zelf letsel oploopt bij een verkeersongeval. Ook daarvan heb ik helaas genoeg voorbeelden uit mijn praktijk.

Ik realiseer me al te goed dat iedereen tegenwoordig snel is afgeleid in het verkeer. Ik realiseer me ook dat ik zelf ook wel een snel nog een appje stuur als ik onderweg ben. Ik denk dat iedere lezer van mijn Vrijmiblo’s dat wellicht wel eens doet. Ik realiseer me nog iets. Ik hoop niet dat mijn Bilboardreclame straks op de A28 zo flitsend wordt dat niemand meer zijn of haar ogen op de weg houdt.

Lees meer

Baardmannetje

Geplaatst op: november 3, 2023

Mijn beste vriend Jan is verwoed vogelaar. Hij is verzot op de natuur, op alles wat daarin leeft maar vooral vliegt. Zijn enthousiasme voor onze gevleugelde vrienden is dermate aanstekelijk dat ook Judith en ik regelmatig met de verrekijker of telescoop op pad zijn om vogels te spotten. We zijn -zeker in vergelijking met Jan- echte amateurs en hebben vaak moeite met het vinden van de juiste vogel bij het juiste geluid. Voor dat laatste bestaat dan weer een app en dat is wel zo handig. Eigenlijk zijn we een beetje zoals Hans Dorrestein zich presenteerde in het televisieprogramma “De Baardmannetjes”.

Over televisieprogramma’s gesproken; Jan belde laatst enthousiast op om mij te attenderen op de tv-serie “De Grutto”. Hij vertelde dat hij de cameraman af en toe had geassisteerd bij het maken van de beelden en dat het een prachtige serie was geworden. Hij had niets te veel gezegd. De eerste aflevering die afgelopen week was te zien was prachtig. Een aanrader.

Ik vertelde vervolgens enthousiast een klant van mij over deze serie. “O ja”, zei hij. “Dat heb ik wel voorbij zien komen maar zo’n programma gaat me veel te langzaam en duurt veel te lang”.

De vergelijking met letselschadezaken kwam direct bij me op. Ook letselschadezaken duren over het algemeen erg lang en voor het gevoel van het slachtoffer gaat het ook veel te langzaam. Natuurlijk is het makkelijk daarvan de schuld neer te leggen bij verzekeraars. Deels zijn de reactietermijnen van verzekeraars ook tergend lang, maar (groten)deels ligt het echter aan de aard van letselschadezaken. Omdat letsel na een ongeval een grote impact heeft op de toekomst van een slachtoffer en de omvang van de schade pas echt duidelijk wordt als duidelijk is of het letsel blijvend of tijdelijk is, loopt een zaak in elk geval zo lang totdat er een zogenaamde medische eindtoestand is bereikt. Dat is een medische situatie waaruit blijkt dat iemand òf (hopelijk) weer volledig is hersteld òf dat er een toestand is dat het letsel waarschijnlijk niet beter en niet erger wordt. Pas dan kan het ‘koffiedikkijken’ beginnen. Want, letselschade is niets anders dan de situatie zonder ongeval vergelijken met de situatie met ongeval en daaruit het financiële verschil bepalen. Bij blijvend letsel; hoe had iemand zijn of haar leven zich ontwikkeld zonder ongeval? Als iemand arbeidsongeschikt is geworden na een ongeval moeten we dus een antwoord krijgen op de vraag of die arbeidsongeschiktheid door het ongeval komt en zo ja, hoe iemand zijn of haar werkzame leven eruit had gezien zonder dat ongeval. In dat laatste geval dus behoorlijk ‘koffiedikkijken’.

Iemand die al veertig jaar als ambtenaar voor de gemeente werkt zal de laatste jaren tot zijn pensioen ook wel dat werk zijn blijven doen en dan is met een blik op de loonschalen makkelijk te bepalen wat iemand nog zou hebben verdiend. Maar iemand die net begonnen is na het halen van zijn diploma? Of iemand die wegens persoonlijke omstandigheden een periode niet aan te het werk was? En zou de universitaire student rechten maat worden bij een groot advocatenkantoor of zou hij kiezen voor een heel andere carrière? Allemaal vragen waarop een antwoord moet komen en waarvoor vaak onderzoek noodzakelijk is. Naast medische onderzoeken ook onderzoeken door bijvoorbeeld arbeidsdeskundigen en/of bedrijfseconomische adviseurs. Dat vervolgens een zaak dan meer dan twee jaar en soms wel tien jaar loopt is in dat licht wellicht wat begrijpelijker.

Letselschadezaken duren lang. Dat is nu eenmaal zo. Series over vogels klaarblijkelijk ook, al ervaar ik dat niet zo. Ik zie alleen prachtige beelden en prachtige vogels. Maar degene die niet het geduld heeft voor deze slow-televisie kan ik verwijzen naar onze supersnelle reclamecampagne op Facebook. Omdat op dat gremium ook alles snel moet wordt daar door middel van drie fotootjes reclame gemaakt voor mijn kantoor. Onder het kopje ‘zelfde gezicht maar dan ouder’ wordt de terechte suggestie gewekt dat je bij mijn kantoor hetzelfde aanspreekpunt houdt, ook als je zaak langer loopt. Om dat optisch te ondersteunen sta ik op de eerste foto zonder en op de tweede met baard. Zo kunt u dus ook zonder verrekijker of verstand van vogels kennis maken met een baardmannetje.

Lees meer

Motorvoertuig

Geplaatst op: oktober 20, 2023

Eerder schreef ik over mijn belevenissen (lees ergernissen) als Van Moof-bezitter. Ondertussen is Van Moof overigens ter ziele gegaan. Het gerucht gaat dat dat kwam door mijn Vrijmiblo, maar dat gerucht moet ik ten stelligste ontkrachten. Kort geleden was de elektrische fiets weer in het nieuws. Niet omdat een ander hip merk failliet was gegaan. Nee, ditmaal omdat het Europese Hof van Justitie een uitspraak deed over de hoedanigheid van de elektrische fiets. Aan het Hof werd door de Belgische rechter de vraag voorgelegd of de elektrische fiets bestempeld diende te worden als motorvoertuig. Het Hof vond van niet en dat was nieuws.

Hoewel dus een elektrische fiets een motor(tje) heeft wordt het volgens de Europese rechter niet beschouwd als motorvoertuig. Het is en blijft een fiets en geen motorvoertuig omdat het niet uit zichzelf voortbeweegt. Je hebt spierkracht nodig om de fiets voort te bewegen. Sterker; zonder die spierkracht ga je niet vooruit. Lekker belangrijk, zult u denken. Wat maakt dat nou uit? Nou best wel veel.

Het is van belang dat het Hof dit heeft vastgesteld. Voor motorvoertuigen gelden nu eenmaal andere regels dan voor niet motorvoertuigen, zoals fietsen. Ten eerste moet elk motorvoertuig een verplichte verzekering hebben op grond van de WAM. De Wet Aansprakelijkheid Motorrijtuigen. Electrische fietsen hoeven dus geen verplichte verzekering te hebben. Daarnaast zal de elektrische fiets in veel landen van Europa beschouwd blijven worden als zogenaamde ‘zwakke’ verkeersdeelnemer. Bestuurders van motorvoertuigen worden vaak beschouwd als ‘sterke’ verkeersdeelnemers.

Een zwakke verkeersdeelnemer wordt bij ongevallen beschermd als de veroorzaker een gemotoriseerde verkeersdeelnemer is. Dat staat in artikel 185 Wegenverkeerswet. Die bescherming bestaat eruit dat een zwakke verkeerdeelnemer, een fietser of voetganger, eerder zijn schade vergoed krijgt als hij wordt aangereden door een motorvoertuig. Stel, mijn Van Moof doet het en ik word terwijl ik mij keurig aan de voorrangsregels houd aangereden door een auto. Ik krijg dan 100% van mijn schade vergoed, de auto is 100% aansprakelijk. Had ik op een brommer gereden op dezelfde wijze als voormeld had ik ook 100% van de schade vergoed gekregen. Ik deed immers niets fout. Ik had geen eigen schuld.

Stel dat ik haast had en nog even snel wilde oversteken en de situatie niet goed had ingeschat. De aanrijding die dan volgt is (mede) te wijten aan mijn eigen schuld. Ik maakte een verkeersfout. Ik had niet moeten oversteken. Mijn eigen schuld kan echter niet meer zijn dan 50%. Ik word als zwakke verkeerdeelnemer beschermd. Dat is alleen anders als de aanrijdende auto zich op overmacht zou kunnen beroepen. Van overmacht is echter pas sprake als de automobilist helemaal foutloos heeft gereden en dat het zo onwaarschijnlijk zou zijn dat ik zou oversteken dat de automobilist daar niet op verdacht hoefde te zijn. Dat laatste zal -volgens vaste rechtspraak- niet vaak voorkomen. Als ik niet zelf op de Van Moof had gezeten maar mijn 13-jarige nichtje, had de automobilist 100% van de schade moeten betalen. Dat wordt ook wel de 100% regel genoemd. Kinderen die op de fiets of lopend worden aangereden door een motorvoertuig zijn volledig beschermd en krijgen hun schade volledig vergoed, ook bij eigen schuld.  

De uitspraak van het Hof heeft voor Nederland dus geen gevolgen. De irritante fietsers op hun elektrische fietsen blijven ondanks hun lak aan de verkeersregels gewoon beschermd. Hadden Van Kooten en De Bie nog steeds een wekelijks programma gehad op tv dan zou dit filmpje waarschijnlijk zijn opgenomen met Van Kooten op een Van Moof.

Lees meer

Whiplash

Geplaatst op: oktober 6, 2023

Afgelopen maandag was ik op het 16e Letselschadecongres van de RUG. Het onderwerp was ‘Medisch moeilijk objectiveerbaar letsel’. Een hele mond vol maar het komt erop neer dat we een hele dag hebben geluisterd naar sprekers die vertelden over de problemen die belangenbehartigers en verzekeraars ervaren als er na een ongeval letsel ontstaat dat moeilijk aantoonbaar is.

Uiteraard denk ik dan direct aan whiplashletsel. Na een ongeval heeft het slachtoffer klachten die er voor het ongeval niet waren maar die niet kunnen worden aangetoond op bijvoorbeeld röntgenfoto’s, scans etc. De centrale vraag is dan vaak, kan iets wat niet aangetoond kan worden, dus niet kan worden geobjectiveerd, wel leiden tot beperkingen en dus tot schade?

Net als in mijn praktijk (tijdens mijn discussies met verzekeraars) waren in de zaal de meningen verdeeld. Niet geheel toevallig vonden de congresgangers die voor verzekeraars werkten dat zulke letsels niet kunnen leiden tot langdurige uitval en/of vergoeding van de schade. Evenmin toevallig vonden mijn collega belangenbehartigers uiteraard dat dit best kon. Sterker, in de praktijk blijkt dat het merendeel van de claims van letselschadeslachtoffers gebaseerd is op niet objectiveerbaar letsel.

Op de vraag wanneer deze klachten kunnen leiden tot een vergoeding van de  daardoor veroorzaakte schade zijn wij juristen uiteraard dol op jurisprudentie. Mijn oud collega Arvin Kolder beet dan ook hetspits af door de zaal voor te houden wat de Hoge Raad meent dat nodig is (lees door het slachtoffer aangetoond moet worden) om bij niet aantoonbaar letsel toch een schadevergoeding te kunnen krijgen. Ik bespaar u die juridische verwikkelingen maar het blijft erop neerkomen dat slachtoffers met niet aantoonbaar letsel er voor moeten zorgen dat ze aantonen dat het letsel door het ongeval kan komen. Het slachtoffer dient aan te tonen dat de klachten reëel zijn, dat het verhaal consequent en plausibel is. Ten slotte moet het slachtoffer aantonen dat de klachten niet zijn ontstaan door een alternatieve oorzaak. Dus de klachten moeten niet voor het ongeval al aanwezig zijn geweest en/of zonder ongeval ook hebben kunnen ontstaan.  

Dat deze deelvragen stof tot discussie en polarisatie kan opleveren bleek toen de zaal werd gefêteerd op een soort schouwspel door een verzekerings- en een letselschadeadvocaat die ieder in een fictieve zaak waarin bovenvermelde vragen aan de orde kwamen hun eigen standpunt verdedigde. Uit die (extra scherp neergezette) discussie werd duidelijk dat procederen in zaken waarin schade wordt gevorderd op grond van niet objectiveerbaar letsel zeker geen sinecure is. Het slachtoffer moet van goede huize komen, stevig in zijn schoenen staan en een goed plausibel consistent verhaal hebben waarbij de bereidheid moet bestaan medische onderzoeken te ondergaan, alle beschikbare medische gegevens moet willen overleggen (vaak ook van voor het ongeval). Ook moet het slachtoffer beschikken over een dikke huid want verzekeraars hebben best veel munitie om de rechtszaak te laten verworden tot een ware loopgravenoorlog.

Daar waar de gemoederen in de zaal na dit schouwspel hoog opliepen bracht de laatste spreker, mr. H. de Hek, raadsheer bij het Hof Leeuwarden alle partijen met een boeiend, relativerend en inspirerend betoog weer nader tot elkaar. Hij hield de zaal een spiegel voor. Hij pleitte voor meer dialoog en het innemen van meer reële uitgangspunten door zowel verzekeraars als belangenbehartigers. Laat partijen vooral veel en goed met elkaar praten en ga niet uit van extreme standpunten was, te kort samengevat, de boodschap. Deze zalvende woorden gaven zeker aanleiding voor alle congresgangers om na afloop samen een borrel te drinken.

Ik moest helaas direct weg. Ik had mijn wekelijkse padel les.

Lees meer

All Blacks

Geplaatst op: september 15, 2023

Wellicht is het u ontgaan maar één van de mooiste sporten op deze aarde beleeft op dit moment haar WK. In Frankrijk is het WK Rugby begonnen en daar spelen vanaf vorige week de twintig beste landen tegen elkaar. Het WK is iedere vier jaar, wordt nu voor de tiende keer gespeeld en duurt bijna twee  maanden. De  uiteindelijke winnaar wint niet alleen de felbegeerde Webb Ellis cup maar letterlijk ook eeuwige roem. Mijn persoonlijke favoriet is New Zeeland, de “All Blacks”. De traditionele Haka en hun volledige zwarte tenues maken dit team prachtig om naar te kijken. Dat ze van de afgelopen negen WK’s er drie wonnen speelt uiteraard ook een rol.

Wat vooral opvalt aan de rugby als sport is het wederzijdse respect voor elkaar, voor de spelregels en voor de scheidsrechter. Als u de komende periode even de tijd neemt om op Ziggo een wedstrijd (live) te zien zal het u opvallen dat er geen gescheiden supportersvakken zijn. Supporters van de spelende landen zitten gewoon door elkaar heen in het stadion. Ook voor en na de wedstrijd gaan de supporters ‘normaal’ met elkaar om. De sport is keihard en het bloed vloeit letterlijk rijkelijk maar omdat het zo’n harde sport is zijn de regels zeer helder en worden ze uitstekend nageleefd. Geen theater, geen schwalbes, geen ‘matennaaierij’. Op de scheiderechter wordt geen kritiek geuit en alle beslissingen worden voor zoete koek, dus zonder ageren of commentaar, geslikt. Uiteraard wil een team winnen en doet daar alles aan maar het wederzijds respect en het respect voor de scheidsrechters is opmerkelijk en fantastisch om te zien.

Hoewel mijn praktijk moeilijk te vergelijken is met een rugbywedstrijd, al gaat het er soms wel hard aan toe en is winnen erg belangrijk, probeer ik met dezelfde mentaliteit een zaak op te pakken. Ik ben met de klant onderdeel van het team, er is een tegenpartij (soms een scheidsrechter) èn ik wil winnen. Soms is het echter wel de vraag wat winnen is. Bij rugby is het makkelijk, de winnaar heeft de meeste punten gescoord en de uiteindelijke toernooiwinnaar wint de cup. Een ondernemer die zijn factuur onbetaald ziet wint als hij een vonnis krijgt waarin zijn vordering volledig wordt toegewezen. Maar wint hij ook als de kosten om dat vonnis te krijgen bijna net zo hoog zijn als de vordering? Of als de rechtszaak drie jaar heeft geduurd en/of als zijn tegenpartij voor de executie van het vonnis al failleert? En kunnen letselschadeslachtoffers überhaupt wel winnen?  Wat kun je winnen als je blijvend letsel hebt overgehouden na een ongeluk waaraan iemand anders de schuld heeft?

Wellicht moet ik in mijn praktijk winnen wel anders definiëren. En dan komt toch het rugby weer om de hoek kijken. Want, misschien win je wel (meer) als je ondanks je geschil met wederzijds respect komt tot een goede afwikkeling van je zaak. Wellicht win je wel (meer) als partijen ondanks hun eigen belangen elkaar op professionele wijze benaderen en oplossingsgericht met elkaar communiceren. Gelukkig lukt (me) dat laatste steeds vaker en steeds beter. In letselschadezaken door begripvol en met oog voor de realiteit het slachtoffer het gevoel te geven dat hij of zij (er) weer toe doet, dat de schade in goed overleg met de verzekeraar wordt vastgesteld en waar nodig daadwerkelijke hulp in plaats van geld wordt geregeld. En bij niet betalende tegenpartijen om een betalingsregeling te treffen waarbij rekening wordt gehouden met de kosten en de looptijd van een rechtszaak en waarbij de tegenpartij betaalt in plaats van failleert.  

Soms lukt het echter echt niet om, ondanks alle pogingen tot wederzijds respect, te komen tot een goede oplossing. Soms kan het gewoonweg niet omdat de verschillen te groot zijn, de standpunten te afwijkend en/of de tegenpartij gewoonweg niet wil. Soms moet je er gewoon met een gestrekt been in om te winnen. In dat geval heb ik gelukkig mijn toga. Wellicht dat ook daarom de “All Blacks” mijn favoriet zijn.    

Lees meer

Gratis advies?
Sluiten

Gratis 10 minuten letselschade advies.