Wij van Punt
Geplaatst op: maart 10, 2023
Zoals ik in eerdere blogs al schreef; een deel van mijn werkzame leven behandel ik letselschadezaken. Dat doe ik al sinds 1995 en na al die jaren doe ik dat nog steeds met heel veel plezier. Ik had en heb nog steeds de overtuiging dan mijn inbreng en inzet voor letselschadeslachtoffers ertoe doet. Getuige de tevredenheidcijfers van mijn kantoor doen we dat ook goed. Eigenlijk zou ik iedereen willen (moeten) adviseren om bij letselschade direct een letselschadeadvocaat in te schakelen.
Het bevreemde mij dan ook dat ik in een onderzoek van de Vrije Universiteit van Amsterdam las dat slachtoffers zonder belangenbehartiger meer tevreden waren over de afwikkeling van hun letselschade zaak dan slachtoffers met. Sommigen collega’s lazen iets anders in het onderzoek, namelijk dat de schadevergoeding van letselschadeslachtoffers met een belangenbehartiger bijna vier keer zo hoog was als voor een slachtoffer zonder een belangenbehartiger. Die (deel)conclusie van het onderzoek werd op dit gremium veel gedeeld door belangenbehartigers.
Uit dat onderzoek:
Binnen elke door ons op basis van type letsel en verwachte hersteltijd geconstrueerde gevalscategorie zijn de uitgekeerde schadebedragen in de groep met belangenbehartiger minstens twee keer zo hoog als in de groep zonder rechtshulp. De grootste verschillen bevinden zich binnen de gevalscategorie benadeelden met blijvende nekklachten. Binnen die groep ontvingen benadeelden met een belangenbehartiger gemiddeld 4,5 keer meer schadevergoeding dan slachtoffers zonder belangenbehartiger
Zoals ik al schreef hierboven; ik denk dat mijn inschakeling ertoe doet. In financieel opzicht blijkt dat ook uit dit onderzoek. Logisch dat belangenbehartigers als ware het een WC-eend reclame toeterden na dit onderzoek: “Wij van de belangenbehartigers adviseren belangenbehartigers.”
Er blijkt dus een verband te zijn tussen de omvang van de uiteindelijke schadevergoeding en het inschakelen van een letselschadeadvocaat. Deze vergoeding wordt immers hoger door het inschakelen van die advocaat, zou je kunnen concluderen. Toch is dat niet helemaal waar.
Uit het onderzoek:
“Deze bevindingen kunnen de argeloze lezer echter makkelijk op het verkeerde been zetten, want net als het geval is bij de doorlooptijd, is onduidelijk in hoeverre het verschil in uitgekeerde schadevergoeding is toe te schrijven aan de betrokkenheid van een belangenbehartiger. Ook hier doet zich het omgekeerde mechanisme voor, waarbij binnen een en dezelfde gevalscategorie benadeelden met complexer en impactvoller letsel sneller een belangenbehartiger in de arm nemen dan benadeelden van wie het letsel minder impactvol is.”
Ik blijk geen “argeloze” lezer omdat ik zoals ik hierboven al schreef aansloeg op de deelconclusie dat slachtoffers zonder belangenbehartiger meer tevreden zijn met de afwikkeling van de zaak. Er blijken belangrijkere redenen te zijn voor die tevredenheid, aldus de onderzoekers:
“Een van de uitkomsten van dit onderzoek is dat benadeelden het afwikkelingsproces in sterkere mate beoordelen op hun subjectieve ervaring (waaronder de empathische, persoonlijke benadering) dan op de objectieve uitkomst van de hoogte van de schadevergoeding.”
Laat dat nou net de manier zijn waarop wij letselschadezaken willen doen getuige ook onze website:
“Empathie, compassie maar niet blind voor de realiteit, dat is de manier waarop wij letselschadezaken en procedures oppakken.”
Kortom: Wij van Punt……
Trending Puntzak
Geplaatst op: februari 17, 2023
Als blijk van waardering voor onze relatie neem ik voor mijn klanten eens in de zoveel tijd een kleine attentie mee. Zo had ik jaren terug bij een klant van mij die kweker is planten gezien met grappige puntige blaadjes. “Kijk” zei hij ”Puntplantjes voor bij jou op kantoor!” Ik dacht dat als de associatie van die klant punt-plant-puntplant was, het leuk zou zijn om klanten te verrassen met een dergelijke ‘Puntplant’. Ik vroeg hem hoeveel Puntplantjes hij kon leveren en dat jaar nam ik tijdens mijn (abonnement)bezoeken aan mijn klanten steevast een Puntplantje mee. Dat werd zeer gewaardeerd, bij sommige klanten staat het plantje nog steeds fier rechtop.
Toen ik enige tijd geleden het ondernemerslogo wilde aanpassen vertelde ik dat aan een klant waarbij ik mij hardop afvroeg hoe ik die wijziging het beste onder de aandacht kon brengen. Deze klant, nu directeur van een prachtig bedrijf maar in een vorig leven marketeer, vroeg mij; “Waarom niet weer een puntplantje?” Die van hem stond ook nog florerend in de vensterbank. Ik gaf aan dat ik wat anders wilde. Zoals het een echte marketeer betaamt begon hij meteen vrij te associëren. Na de obligate grappen over ‘punthoofd’ en ‘punt-uit’ zei hij serieus: “Bij Punt denk ik aan een puntzak”. Een puntzak. Ik associeerde dat op mijn beurt direct met patat en het leek me schier onmogelijk bij een bezoek binnen te komen met een puntzak patat. Maar een puntzak met mijn logo en met snoepjes zou uiteraard wel kunnen. Een nieuw idee was geboren.

Nadat ik mijn vaste reclamebedrijf had gebeld bleek het mogelijk te zijn mijn logo op puntzakken te laten drukken. Wilde ik het op papieren puntzakken dan diende ik ze per duizend stuks af te nemen. Helaas (lees; Gelukkig) heb ik niet zoveel klanten maar het alternatief was om kartonnen puntzakken te bestellen met het Punt logo. Zo gezegd, zo gedaan en in no-time had ik de Punt-puntzak op kantoor. Gezocht naar een goede vulling vond ik bij de Sligro kilozakken toffees met advocaatsmaak. Zak geregeld en inhoud geregeld maar een Punt-puntzak blijft niet vanzelf staan. De oplossing was een puntzakhouder. Ik wist dat die houders in de horeca worden gebruikt om puntzakken patat te serveren. Nadat daar ook een groot aantal van waren besteld heb ik de eerste puntzak met advocaatsnoepjes uiteraard aangeboden aan de klant die het had bedacht. Hij enthousiast maar ook alle klanten waar ik toe nu toe mijn Punt-puntzak achterliet reageerden enthousiast.
De Puntpuntzak werd dus gewaardeerd maar leidde een tamelijk onbekend en anoniem bestaan bij klanten op de zaak. Eigenlijk kenden alleen mijn klanten de Punt-puntzak totdat deze week mijn Punt-puntzak vereeuwigd werd op dit medium door een enthousiaste bezoeker van InDiv waar ik ook een Punt-puntzak had gebracht. Ton Munneke was deze bezoeker. Die ken ik en ik weet dat hij in de marketing zit. Mooi compliment dus. Binnen de kortste keren nadat Ton de foto op LinkedIn plaatste liep mijn berichtenbox vol met mensen die commentaar gaven op de foto of de foto likten en mij tagden. Mijn Punt-puntzak was zowaar trending.
Ik zag overigens ook dat die ene foto van de Punt-puntzak bijna meer likes en hits opleverde dan mijn Vrijmiblo’s en ik realiseerde me dat ik er verstandig aan zou doen binnenkort deze Ton uit te nodigen om eens met mij om de tafel te gaan.
Mocht u overigens na het lezen van deze Vrijmiblo of na het zien van de foto van de Punt-puntzak een niet te bedwingen behoefte voelen om een eigen Punt-puntzak in uw bezit te krijgen? Schroom dan niet om mij om één te vragen.
Wat kost dat eigenlijk, een procedure?
Geplaatst op: februari 3, 2023
Volgens het Europese Hof moeten consumenten deze vraag (vaker) aan hun advocaat stellen en (belangrijker) de advocaat moet daarop een ander antwoord geven dan; “mijn uurtarief zolang het duurt”.
Cryptisch begin? Wellicht. Maar de uitspraak van het Europese Hof van begin dit nieuwe jaar waaraan in de inleiding werd gerefereerd is ook wat cryptisch vind ik. Ik licht het toe.
Afspraken tussen consumenten en dienstverleners vallen onder de ‘richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten’. Dat betekent dat een afspraak over het honorarium van een advocaat (zijn uurtarief) voorafgaand aan het aangaan van de overeenkomst van opdracht moet worden besproken. Tot zover niets nieuws. Echter; deze uitspraak bepaalt dat het enkel overeenkomen van een uurtarief onvoldoende is. De consument moet, aldus het Europese Hof, van te voren kunnen inschatten wat de totale kosten kunnen zijn van de opdracht (tot procederen). Het Hof schreef:
Deze informatie, die kan variëren naargelang zowel het voorwerp en de aard van de juridische diensten waarin de overeenkomst voorziet als de toepasselijke beroeps- en gedragsregels, moet aanwijzingen bevatten die de consument in staat stellen bij benadering de totale kosten van die diensten te ramen.
Kortom; de consument moet van tevoren begrepen hebben wat de totale kosten van de opdracht die hij zijn advocaat geeft zouden kunnen zijn. Advocaten zullen nog beter, voorafgaand aan de opdracht, de consument moeten wijzen op de mogelijk maximale kosten van een procedure. Daarbij moet de advocaat aanwijzingen verstrekken, hij/zij moet bijvoorbeeld een overzicht geven van de minimaal te besteden uren die hij/zij aan de zaak zal besteden en/of de consument tussentijds op de hoogte moeten houden van de kosten (die al zijn gemaakt en nog worden verwacht).
Let op; deze uitspraak heeft alleen betrekking op honorariumafspraken tussen advocaten en consumenten. Op sociale media – ook op dit platform – wordt al geschreven over het einde van de uurtje-factuurtje werkwijze door advocaten. Dat is uiteraard niet het geval. Maar in consumentenzaken is het wel even alle hens aan dek meen ik. Alleen al omdat een afspraak over alleen het uurtarief vernietigd kan worden waardoor de kans bestaat dat consument helemaal niets hoeft te betalen. Het Hof:
…..van een oneerlijk geacht beding waarin de kosten van de diensten worden vastgelegd op basis van een uurtarief niet kan voortbestaan en deze diensten reeds zijn verricht, er niet aan in de weg staan dat de nationale rechter besluit tot het herstellen van de situatie waarin de consument zou hebben verkeerd zonder dat beding, zelfs als dit ertoe leidt dat de verkoper geen vergoeding voor zijn diensten ontvangt……
Hoewel ik geen echte consumentenzaken doe stemt dit arrest wel tot nadenken. Het laten lopen van de meter zolang de procedure loopt is nooit mijn werkwijze geweest. Ik probeer altijd op voorhand een inschatting te maken. Maar eerlijk; soms loopt het dan nog vreeslijk uit de hand als er bijvoorbeeld getuigen gehoord moeten worden, er meerdere zittingen worden gelast of er een tegeneis wordt ingesteld.
Soms kan een klant gewoonweg niet meer terug, hoe goed hij of zij op voorhand ook is geïnformeerd over de mogelijke kosten van een procedure. Voor procedures blijft dus het adagium; Bezint eer ge begint!
Goede voornemens
Geplaatst op: januari 13, 2023
Zoals ik in mijn out of office al meldde: Ik was op Vlieland met de jaarwisseling. Wederom een relaxt begin van het nieuwe jaar. In mijn Vrijmiblo van een jaar geleden (Vlieland) schreef ik daar ook al over. In die blog vroeg ik u met mij mee te denken en te sparren over de vraag; waar moet het heen met de advocatuur en wat kan en moet er beter (in 2022)? Antwoorden op die vraag heb ik zeker gekregen van u. Klanten vertelden me wat ze van mij(n kantoor) vonden hetgeen resulteerde in een “Advocaatscore” van 9,6 in 2022. Dat was goed voor plaats 61 in de top 250! Zie als bewijs: https://advocaatscore.nl/top-250-2022/. Daar ben ik uiteraard heel erg blij mee. De klanten die de moeite namen een review te schrijven, dank daarvoor.
Maar ook zonder score werd mij door mijn klanten verteld wat ze van mij verwachten. Daarbij viel op dat onderwerpen als eerlijkheid, transparantie en bereikbaarheid de boventoon voerden. Onderwerpen die Dio en mij na aan het hart liggen en waar ons ook dit jaar weer sterk voor willen maken.
Wat eigenlijk nooit onderwerp van (opbouwende) kritiek is zijn de uurtarieven die ik hanteer. Ook daar ben ik erg transparant over (Open deur). Al heel veel jaren hanteer ik in de ondernemerspraktijk hetzelfde uurtarief van € 215,- ex btw. Toch begon ik te twijfelen of dat tarief niet omhoog moest. Dat kwam omdat ik de laatste maanden dood werd gegooid met artikelen daarover, waaronder dit artikel https://www.advocatenblad.nl/2022/10/20/tweederde-kantoren-verhoogt-tarieven/. Als ik dit artikel moet geloven (en waarom zou ik dat niet?) dan verhogen 2 op de 3 advocatenkantoren hun tarieven. De reden is om meer omzet te genereren om zo de inflatie en hogere kosten het hoofd te bieden. Met deze inflatie zal niemand raar opkijken als ik mijn tarieven met 10% verhoog, dacht ik. Anderzijds, prijs ik mezelf dan niet uit de markt? Stof tot nadenken dus en op Vlieland had ik alle tijd en ruimte om ook dit vraagstuk(je) op te pakken.
Ik kwam tot de conclusie dat € 215,- per uur een keurig kostendekkend tarief is en nog steeds erg concurrerend is. Dat blijft dus zo in 2023.
Uiteraard heb ik op Vlieland ook nagedacht over goede voornemens. Iedereen doet dat volgens mij wel, zo aan het einde van het jaar. Privé heb ik er wel een paar; meer bewegen, vaker naar het theater en naar musea en toch proberen mijn vrienden vaker te zien, althans daar meer mijn best voor te doen. Gelukkig had een vriend van mij datzelfde voornemen zodat we morgen gezamenlijk naar Maastricht afreizen, naar de Interclassics . Klassieke auto’s kijken (niet kopen). Mijn eigen club
( de citroen sm club) heeft er ook een stand en die zal ik zeker bezoeken. Als ik het goed heb begrepen staat in die stand de citroen SM van voormalig Sovjet president Brezhnev. De citroen SM kan wat dat betreft buigen op meer dan illustere bezitters. Zo schijnt dictator Idi Amin er meerdere te hebben gehad, maar ook de Sjah van Iran en keizer Haile Selassie van Ethiopië reden (als ie het deed) een SM. Maar dat terzijde.
Dit privé voornemen is tevens mijn zakelijke voornemen voor dit jaar. In het jaar dat we (Punt Advocatuur) 25 jaar bestaan wil ik (nog) meer klanten bezoeken. Gewoon om bij te praten en een kop koffie te drinken. Ik heb gemerkt dat tijdens (maar ook na) Corona het persoonlijk contact met klanten toch wat minder is geworden. Uiteraard wel met de klanten die daadwerkelijk een probleem hebben maar veel minder met mijn klanten/abonnementhouders die (gelukkig voor hen) minder vaak een beroep op mij moeten doen. Ik heb Dio ondertussen gevraagd juist met die klanten die ik de laatste tijd te weinig heb gezien of gesproken afspraken in te plannen. Dat is een voornemen waarvan ik zeker weet dat ik het zal nakomen.
Opgelicht!
Geplaatst op: december 23, 2022
Ik wil een ervaring met u delen.
Deze ervaring werd ingeleid door een mailbericht dat ik ontving van Comnet24 Domein & Hosting Service NL. Deze mail bevatte een factuur voor de domeinnaamregistratie 2022/2023. Nou heb ik een domeinnaam, www.puntadvocatuur.nl en deze is geregistreerd. Ik zag dus eerst geen addertje.
De factuur had ik uitgeprint en op de stapel in te boeken facturen gelegd. Als éénpitter ben ik van alle markten thuis dus boek ik ook de facturen. Toen ik de factuur echter weer in handen had begon ik toch te twijfelen. Mijn website wordt gehost door InDiv en die regelen verder alles voor mij. Ze plaatsen zelfs deze Vrijmiblo op de site. Waarom zou ik dan toch een factuur krijgen van een hosting service? Reden om de factuur toch maar even door te sturen naar InDiv. Of het wel klopte dat mijn domeinnamen bij voormeld bureau waren ondergebracht? Als snel kreeg ik de reactie dat het hier niet om een factuur ging maar om een opdrachtbevestiging. Onder de factuur (er stond toch echt factuur en ook een heus factuurnummer) stond een alinea hele kleine lettertjes. Daarin bleek onder anderen geschreven te staan:
“Let op! dit is een aanbieding, geen factuur, betaling van deze aanbieding wordt beschouwd als opdrachtbevestiging.” Het stond er als “Let op! dit is een aanbieding, geen factuur, betaling van deze aanbieding wordt beschouwd als opdrachtbevestiging.”
Het had een haar gescheeld of ik had in de waan van de dag de factuur ingeboekt en uiteindelijk betaald. Had ik het bedrijf Comnet24 Domein & Hosting Service NL even gegoogeld waren overigens ook direct alle alarmbellen afgegaan. Honderdachtendertig resultaten met als toevoeging “oplichting” en “fraude”. Ik was duidelijk niet de enige die een factuur had ontvangen.
Hoewel het er achteraf bezien wel heel dik bovenop lag, was ik er toch bijna ingetrapt.
Op dit punt aangekomen en met oplichting als rode draad in deze Vrijmiblo bent u wellicht nieuwgierig naar de afloop van de oplichtingzaak die ik beschreef in “uurtarieven”. U weet nog wel; de klant die nietsvermoedend via internet een loodgieter vond, liet komen en vervolgens ruim €2200,- moest betalen. Ook deze klant had op voorhand een opdrachtbevestiging getekend met tarieven voor onder anderen spiraalkosten ad. €129,- per meter. En hoewel het werk binnen een kwartier was gepiept waren er wel elf meters spiraal gebruikt. Een duidelijk geval van oplichting, schreef ik toen.
Ik liet u in die Vrijmoblo achter met de woorden:
“Inmiddels heb ik het achterliggende bedrijf gedagvaard. Pro Bono, dat leek me gezien de omstandigheden het minste wat ik voor de klant kon doen.”
De gedaagde loodgieter liet verstek gaan. Hij kwam niet opdagen bij de kantonrechter. Dat resulteerde in een zogenaamd verstekvonnis. Een vonnis waarin de vorderingen van mijn klant tot terugbetaling en vergoeding van de kosten volledig werden toegewezen. Ik heb dat vonnis door de deurwaarder aan de loodgieter laten betekenen. De loodgieter kon nog in verzet komen (dat kon door zich binnen vier weken alsnog bij de rechter te melden om te proberen het vonnis van tafel te krijgen) maar ook dat deed hij niet. Hij betaalde echter ook niet. Gelukkig had mijn klant de factuur van de loodgieter gepind en daardoor kende hij het bankrekeningnummer van de loodgieter. Ik heb vervolgens de deurwaarder opdracht gegeven op dat rekeningnummer beslag te leggen. Na dat beslag meldde de deurwaarder mij dat de bank had uitbetaald. Het factuurbedrag, de proceskosten, de incassokosten en de deurwaarderskosten. Mijn klant kreeg dus al zijn geld terug.
Het moraal van dit verhaal? Opgelicht worden kan echt iedereen overkomen.
Constitutionele toetsing
Geplaatst op: december 9, 2022
Bijna dertig jaar geleden studeerde ik aan de RUG af nadat mijn scriptie was goedgekeurd. Die scriptie ging over artikel 120 van de Grondwet, de voors en tegens van het verbod op constitutionele toetsing. Wat de inhoud van en/of de conclusie uit mijn scriptie was weet ik eerlijk gezegd niet meer. Ik kan me nog wel mijn Buluitreiking herinneren. Die vond plaats in het academiegebouw, in de prachtige Senaatszaal. Afstuderen deed je (toen) in groepjes van ongeveer 10 medestudenten. Mijn opa’s en oma’s, ouders, schoonouders, zus, vriendin en vrienden waren allemaal aanwezig. Voor in de zaal zaten de scriptiebegeleiders. Ze waren er allemaal, behalve die van mij. “Die komt vast nog wel”, dacht ik.
Iedereen kreeg van zijn scriptiebegeleider een leuk praatje. Iedereen, behalve ik. Toen de voorzitter van de uitreikingscommissie mijn naam zag kleurde hij en mompelde dat de scriptiebegeleider van J.A. Venema (“Dat bent u?”) helaas niet was komen opdagen. Waarover mijn scriptie eigenlijk ging, vroeg hij zich hardop af om vervolgens de zaal te trakteren op een mini college over artikel 120 van de Grondwet. Gelukkig kon deze mij onbekende voorzitter niets vervelends zeggen over de kwaliteit van mijn scriptie, mijn cijferlijst, het feit dat ik er zeven jaar over had gedaan en lag er wel een bul voor me klaar.
Binnen de juristerij is de term ‘constitutionele toetsing’ nu ineens weer trending. “Waarom?”, vraagt u zich af, nadat u waarschijnlijk eerder dacht: “Wat is dat eigenlijk, constitutionele toetsing?”. Goede vragen. Bij constitutionele toetsing toetst een rechter de formele wet aan de Grondwet. Oké, wat het betekent weet u nu, maar waarom is het trending? Dat komt omdat in Nederland de rechter de wet niet mag toetsen aan de grondwet maar dat gaat hoogstwaarschijnlijk veranderen.
In een kamerbrief hebben de minister van Binnenlandse zaken en de minister van Rechtsbescherming (Hanke Bruins Slot en Franc Weerwind) uiteengezet waarom zij menen dat het verbod om de wet te toetsen aan de grondwet opgeheven zou moeten worden. Zij stellen voor dat het rechters wordt toegestaan in aan hun voorgelegde zaken te toetsen of een wet/wetsbepaling in strijd is met de klassieke grondrechten, waaronder vooral de vrijheidsrechten. Zij kiezen niet voor een constitutioneel hof, zoals bijvoorbeeld in Duitsland en Amerika, maar voor de mogelijkheid om toetsing van een wet aan de grondwet bij alle rechters aan te kaarten. Uit de brief blijkt de uiteindelijke bedoeling:“Bij onverenigbaarheid van de wet(sbepaling) met de Grondwet zou de rechter, naar het oordeel van het kabinet, moeten kunnen besluiten om de wet(sbepaling) buiten toepassing te laten.”
Waarom bestaat artikel 120 van de Grondwet eigenlijk? Het idee achter het verbod om wetten te toetsen aan de grondwet komt voort uit de idee dat wetten worden gemaakt door het volk (regering en parlement) en worden getoetst op voorhand door de Raad van State. Wetten komen democratisch tot stand. Voorstanders van artikel 120 van de Grondwet menen dat deze democratisch tot stand gekomen wetten niet terzijde geschoven zouden moeten kunnen worden door ondemocratische (immers niet gekozen) rechters. Ook zou het de rechtszekerheid aantasten. Door het verbod de formele wet te toetsen aan de grondwet weet iedereen waar die aan toe is en kan een wet niet ineens door de rechter buiten werking gesteld worden. De rechter -aldus de voorstanders van het verbod op toetsing- moet niet op de stoel van de wetgever gaan zitten. De tegenstanders van het verbod grijpen met name de recente kindertoeslagaffaire en de coronamaatregelen aan om te stellen dat veel ellende had kunnen worden voorkomen als de rechter wetten had kunnen toetsen aan de klassieke grondrechten. Of artikel 120 Grondwet nu wel of niet wordt afgeschaft, bij het horen van artikel 120 denk ik altijd weer (met gemengde gevoelens) terug aan die middag in de Senaatskamer bijna 30 jaar geleden.
Wereldwijde strategie
Geplaatst op: november 25, 2022
Zoals bekend ben ik éénpitter. Een eenmanskantoor. Uiteraard werk ik samen met mijn assistent Dio Medas en zijn we met zijn tweeën, maar een kantoor met één advocaat wordt nou eenmaal een éénpitter genoemd. Dat ben ik bewust. Vanaf de oprichting van ons kantoor in 1998 is het kantoor eerst fors gegroeid met bijna vijftien advocaten in vier steden maar sinds het begin van dit decennium zijn er door allerlei redenen advocaten vertrokken en heb ik niet de behoefte gehad om nieuwe advocaten aan te trekken. De laatste jaren had Punt ook nog een kantoor in Groningen waar één advocaat werkte maar sinds maart 2021 hebben we die samenwerking beëindigd. Het resultaat is dat Punt Advocatuur vanaf 1 maart 2021 een éénpitter is geworden.
Ik had mezelf na het afscheid van het kantoor in Groningen één jaar de tijd gegeven om te bezien of ik het leuk zou vinden, als enige advocaat. Ik was bang dat het wellicht wat te eenzaam zou zijn of dat ik klanten zou moeten teleurstellen als ik zelf eens afwezig was. Er is dan immers geen collega die kan inspringen. Al tijdens dat jaar wist ik dat het goed zat. Mijn praktijk is niet veranderd maar de ruis erom heen is wel verdwenen. Ik kan me volledig focussen op mijn eigen klanten en zaken. Ik ben een waarnemingsovereenkomst aangegaan met Liane Veenstra, ook een éénpitter hier in Emmen met overlappende rechtsgebieden en ik kan uiteraard altijd terugvallen op Dio.
Als éénpitter kom je in de praktijk uiteraard allerlei verschillende soorten advocaten(kantoren) van wederpartijen tegen. In letselschadezaken bijvoorbeeld zijn dat bijna altijd advocaten van de grotere kantoren. De meeste verzekeraars laten zich bijstaan door ‘Zuidas-achtige’ kantoren. Maar omdat die wereld klein is moet ik eerlijk zeggen dat ik de meeste verzekeraarsadvocaten wel ken. Verzekeraar X zit bij kantoor Y en dan treedt meestal advocaat Z op. Heel voorspelbaar.
Hoe anders is het in de ondernemerspraktijk. De tegenpartijen van mijn ondernemersklanten zijn vaak bestaande relaties van mijn klanten; opdrachtgevers, leveranciers, dienstverleners, klanten. In 99% van de gevallen hebben ze dus al een relatie (gehad) met hun aankomende tegenpartij. Als die tegenpartij hier in de regio is gevestigd komen ze voor hun advocatuur vaak uit bij mij bekende kantoren. Als de tegenpartij wat verder weg zit en/of haar juridische bijstand verder weg inkoopt krijg ik te maken met kantoren waar ik nog nooit van heb gehoord en waarvan ik vaak eerst even via Google moet opzoeken wat voor soort kantoor het eigenlijk is.
Zo correspondeerde ik laatst voor een klant die een procedure had lopen tegen zijn leverancier met een Amsterdams kantoor. Ik had er nog nooit van gehoord maar een korte blik op hun website leerde mij dat het een heel groot kantoor was. Dat bleek ook wel toen ze met maar liefst drie advocaten ter zitting verschenen. De behandelend advocaat, die niet deelnam maar achter in de zaal ging zitten, een collega die de zaak bepleitte samen en een advocaat-stagiaire. “Wat een luxe”, dacht ik toen ik de behandelend advocaat relaxt achter in de zaal zag zitten.
Dat kwaliteit het altijd wint van kwantiteit bleek gelukkig na de uitspraak in die zaak en toen ik de advocaat mailde om afspraken te maken over de executie van het vonnis (het te gelde maken van het vonnis) kreeg ik van hem een out of office reply die ik u niet wil onthouden. Ik ontving een mail die als volgt begon:
“Ik ben afwezig: als onderdeel van onze wereldwijde strategie, bezoek ik van 30 oktober 2022 tot en met 4 november 2022 de jaarlijkse conferentie van de IBA (International Bar Association) in Miami.”
Een steek van jalousie overviel me.
Als ik eind dit jaar weer een week op Vlieland ben denk ik dat ik ook maar ga doen; een out of office met de tekst: “Ik ben afwezig, als onderdeel van onze regionale strategie…..”.
Bertweter
Geplaatst op: november 11, 2022
Volgens mij heb ik het wel eens eerder verteld. Zo niet, dan nu. Het idee om Vrijmiblo’s te schrijven komt door de blogs die ik las van Bert Heida. Bert is letselschaderegelaar en werkzaam voor Pals Letselschade. Hij schrijft blogs over zichzelf en over letselschade. Hij doet dat iedere week. Als u hem nog niet volgt; direct doen. Hierbij de link naar zijn LinkedIn.
Als je zoals Bert iedere week een blog schrijft en publiceert kun je na 52 keer een heus jaarboek samenstellen. En dat is wat Bert heeft gedaan. Bert heeft zijn verhalen gebundeld onder de titel “Bertweter, over letselschade, het leuke en het lelijke” en ik ben stiekem best wel jaloers. Volgens mij is het boekje niet te koop. Maar als je Bert een ‘message’ stuurt kan je er wellicht ééntje bemachtigen.
Ik ondervind aan den lijve dat het echt heel lastig is om iedere week iets te schrijven. Ik probeer eens per 14 dagen iets te posten maar zelfs dat lukt niet altijd. Toch is het misschien leuk om mijn blogs ook te bundelen. Ik kan er een boekje van maken en dat dan volgend jaar weggeven aan klanten en andere relaties van mijn kantoor. Waarom volgend jaar? Omdat we volgend jaar ons 25 jarig bestaan als advocatenkantoor vieren. Het kantoor werd in de eerste maand van 1998 actief. De oprichter was al een tijdje advocaat bij een ander Emmens kantoor en besloot eind 1997 een specifiek kantoor voor letselschadeadvocaten op te richten. Ik werkte in 1997 nog bij Univé verzekeringen en solliciteerde op de functie bureaujurist bij dit nieuw op te richten kantoor. Dat stond ook op mijn eerste visitekaartje; “mr. J.A. Venema. Bureaujurist”.
Wat heb ik veel mensen moeten uitleggen wat een bureaujurist nou eigenlijk was. Een bureaujurist is een jurist die aan zijn bureau blijft zitten. Hij gaat niet naar de rechtbank om te procederen want hij is niet beëdigd als advocaat. Feitelijk dus een juridisch medewerker. Ik vond dat in het begin mooi genoeg. Ik zag het helemaal niet zitten om advocaat te worden. Ons kantoor startte dus met twee advocaten en een bureaujurist. Ik kwam er echter al snel achter dat mijn functie beperkingen kende. Want als er in een zaak van mij geprocedeerd moest worden diende ik de zaak aan een collega over te dragen die de procedure moest doen. Ik heb het dan ook maar acht maanden volgehouden als bureaujurist. Medio augustus 1998 werd ik als advocaat beëdigd. Sindsdien ben ik voor dit (later mijn) kantoor als advocaat werkzaam.
Afgelopen (straks) 25 jaar heb ik hoogte- en dieptepunten meegemaakt. Heb het kantoor enorm zien groeien en uiteindelijk weer zien krimpen tot uiteindelijk één advocaat. Over mijn belevenissen de afgelopen 25 jaar heb ik eerder al geschreven en zal ik blijven schrijven.
In 25 jaar heb ik heel veel mensen geholpen. Eerst alleen als letselschadeadvocaat, vanaf 2002 ook ondernemers. Dat zorgde voor afwisseling. Ik vraag me wel eens af hoe het met de slachtoffers uit mijn oude zaken is afgelopen. Leven ze nog? Hebben ze voldoende schadevergoeding ontvangen om hun leven weer op de rails te krijgen? Sommige van die oude letselschadezaken zaken blijven je eigenlijk altijd wel bij. Wellicht moet ik daar eens meer over gaan schrijven.
Volgend jaar dus 25 jaar Punt Advocatuur (al heette het vroeger uiteraard niet zo) en 25 jaar advocaat. Ik moet dus maar eens nadenken over de vraag hoe ik die lustra ga vieren. Een boekje uitbrengen met mijn Blogs? Ik denk het eerlijk gezegd niet.
Bert doet dat veel beter.
Toezichthouder
Geplaatst op: oktober 28, 2022
Bij het woord ‘Toezichthouder” denk ik allereerst aan iemand die in een raad van toezicht zit. Dat komt misschien omdat ik zelf lid ben van de Raad van Toezicht van Pro Emmen. Pro Emmen is de school voor praktijkonderwijs voor Emmen en omgeving. Met een vrouw in het onderwijs en een vader die onderwijzer was had ik altijd al wel enige affiniteit met het onderwijs maar nu ik in de RvT zit gaat er een wereld voor mij open.
Ik vind het leuk, leerzaam en nuttig mij op de achterhand en zuiver als onderdeel van het toezichthoudende orgaan bezig te houden met alles waar de Praktijkschool tegenaan loopt. Op die manier maak ik me maatschappelijk nuttig, doe ik ervaring op en leer andere mensen uit andere vakgebieden kennen. Volgend jaar zit mijn tweede termijn van vier jaar erop maar ik ga zeker op zoek naar een plek in een andere RvT.
Maar goed, dat is dus mijn associatie met het woord toezichthouder. Wellicht heeft u een gelijke associatie of wellicht een hele andere. Wat die associatie ook is, waarschijnlijk denkt u bij het woord toezichthouder niet direct aan de advocatuur. Als trouwe lezer van mijn vrijmiblo’s weet u dat het toezicht op de advocatuur wettelijk is geregeld via de plaatselijke dekens. In “Tucht” schreef ik al dat advocaten gelijk slagers hun eigen vlees keuren. In die blog schreef ik ook al dat dat zou gaan veranderen.
Die verandering is nu aanstaande. Minister Weerwind van Rechtsbescherming zond op 26 september jl. een hele lange brief naar de kamer met als onderwerp “Versterking toezicht advocatuur”. De minister kondigt een Landelijke Toezicht autoriteit Advocatuur (LTA) aan. Deze LTA gaat bestaan uit drie advocaten die niet meer actief zullen zijn als advocaat. Zij zullen als autoriteit het toezicht op de advocaten overnemen van de plaatselijke dekens. De LTA zal overigens wel een orgaan worden van de Nederlandse Orde van Advocaten. Omdat drie (ex) advocaten wat weinig is om toezicht te houden op ruim 18.000 ingeschreven advocaten, zal het LTA toezichthouders aanstellen. Dat kunnen advocaten zijn (hoeft dus niet) mits ze niet werkzaam zijn voor het bureau van de Nederlandse Orde. Ook de LTA krijgt een toezichthouder, in de brief “Blik van buiten” genoemd. Deze bik van buiten wordt een toezichthouder die niet bestaat uit advocaten en die op haar beurt de LTA moet controleren
De rol van de plaatselijk deken blijft het behandelen van klachten.
De leden van de tweede kamer hadden (eerder) al om een landelijke toezichthouder gevraagd. Reden daarvoor was o.a. de arrestatie van de neef van Taghi en de miljoenenfraude bij de afdeling notariaat van de landsadvocaat Pels Rijcken waarbij het toezicht van de Haagse Deken jammerlijk faalde. Onze volksvertegenwoordigers hadden graag een toezichthouder buiten de advocatuur gezien. Belangrijkste voorwaarde van de Orde van Advocaten was nu juist dat de LTA onderdeel van de orde zou blijven en zou bestaan uit door de orde zelf benoemde advocaten. De landelijk deken verwoorde het als volgt: “Veel (rechts)zaken zijn immers tegen de Staat en dan moeten advocaten – als dat nodig is op furieuze wijze[1] – tegen de Staat kunnen optreden”.
Dus oude wijn in nieuwe zakken? De tijd zal het leren. Kern blijft dat advocaten blij mogen zijn met hun bijzondere positie, hun geheimhoudingsplicht, het daarmee gepaard gaande verschoningsrecht en hun monopolypositie als het gaat om procederen. Het is aan de advocaat zelf die positie waardig te blijven. Het is dus goed dat daarop wordt toegezien ook als dat toezicht iets minder confraterneel wordt.
- [1] Mr. A.W.H. Docters van Leeuwen in het Advocatenblad van 18 november 2010
Nietig
Geplaatst op: oktober 7, 2022
Deze zomervakantie ben ik de eerste week met mijn vrouw naar Tirol, Oostenrijk geweest. Dat was de eerste stop in onze “Tour de Europe”. We zijn deze vakantie een week in Oostenrijk, een week op Corsica en een week in Frankrijk geweest. Ja, we houden van autorijden.
Voor mij was de week Oostenrijk een fantastische week. De natuur is overweldigend. Je komt even helemaal tot rust en ik houd van de Oostenrijkse keuken met Käsespätzle, Tiroler gröstl, Wiener schnitzel en grote glazen Weizen bier. Tussen de hoge toppen van de Alpen voel je klein, zeg maar gerust nietig.
Nietig of nietigheid was overigens wel een thema deze vakantie. Vlak voor vertrek werd mij een nieuwe zaak voorgelegd waarbij partijen dachten goede afspraken te hebben gemaakt maar waarbij één partij uiteindelijk een beroep deed op de nietigheid van een artikel in de overeenkomst. Wat was er aan de hand?
Partijen hadden bij de notaris afspraken gemaakt over de aankoop van een woning waarbij tevens werd opgetekend in de notariële akte dat de verkoper een deel van het huis terug zou huren. Omdat een woning in deels verhuurde staat in principe minder waard is en uiteraard weer minder goed verkoopt werd door de notaris tevens in de akte opgenomen dat de huurder zou ontruimen bij verkoop. De notaris had het precies zo opgeschreven als partijen hadden afgesproken. Waterdicht zou je denken.
Was het waterdicht geweest was de zaak nooit op mijn bureau beland dus dat was het niet. Een afspraak tussen verhuurder en huurder dat de huurovereenkomst van woonruimte eindigt bij verkoop is in strijd met dwingend recht. Dwingend betekent in dit geval dat je er niet vanaf mag wijken. Doe je dat toch, dan loop je risico.
In mijn zaak denk ik dat de notaris heel goed wist dat de in de akte opgenomen afspraak strijdig was met het huurrecht. Als partijen beiden uitgaan van de goede bedoelingen en zich ook in de toekomst herinneren dat hetgeen zij lieten opschrijven ook daadwerkelijk tot uitvoering moet gebracht is er uiteraard niets aan de hand. Was er gewoon ontruimd was er geen zaak geweest. Vaak blijkt dat bij het aangaan van een overeenkomst partijen vergeten dat het jaren later wellicht niet meer botert tussen hen. Als ze in de loop van de tijd geen gezamenlijk belang meer hebben maar een tegenstrijdig belang bijvoorbeeld. Als dat het geval is zal één partij kunnen terugvallen op de nietigheid van het artikel in de overeenkomst. In mijn geval deed de huurder dat en beriep zich op huurbescherming. De afspraak die partijen bij de notaris hadden gemaakt was nietig, aldus de huurder.
De huurder had in principe gelijk. De afspraak tussen partijen was in strijd met het huurrecht. Uiteraard kan zo’n beroep op nietigheid door de rechter in strijd worden geacht met de redelijkheid en de billijkheid en geldt huurbescherming niet altijd in alle gevallen, toch zat de verhuurder die het pand had verkocht in de overtuiging dat zijn huurder zich aan de afspraak zou houden met een probleem. Het tijdige vertrek van de huurder was onderdeel van de koopovereenkomst met de nieuwe koper. Een procedure zou nooit voor de datum van overdracht zijn afgerond.
Gelukkig lukte het partijen tijdens mijn vakantie -soms gaan zaken voor het meisje- om tot een regeling komen. Terug van vakantie lag de concept-vaststellingsovereenkomst klaar tussen de -tijdens de vakantie hoog opgestapelde- dossiers.
Ik las het concept, kneep mijn ogen tot spleetjes, verbeelde dat de dossiers de Oostenrijkse bergen waren en voelde me even weer nietig.