Wereldwijde strategie

Geplaatst op: november 25, 2022

Zoals bekend ben ik éénpitter. Een eenmanskantoor. Uiteraard werk ik samen met mijn assistent Dio Medas en zijn we met zijn tweeën, maar een kantoor met één advocaat wordt nou eenmaal een éénpitter genoemd. Dat ben ik bewust. Vanaf de oprichting van ons kantoor in 1998 is het kantoor eerst fors gegroeid met bijna vijftien advocaten in vier steden maar sinds het begin van dit decennium zijn er door allerlei redenen advocaten vertrokken en heb ik niet de behoefte gehad om nieuwe advocaten aan te trekken. De laatste jaren had Punt ook nog een kantoor in Groningen waar één advocaat werkte maar sinds maart 2021 hebben we die samenwerking beëindigd. Het resultaat is dat Punt Advocatuur vanaf 1 maart 2021 een éénpitter is geworden.

Ik had mezelf na het afscheid van het kantoor in Groningen één jaar de tijd gegeven om te bezien of ik het leuk zou vinden, als enige advocaat. Ik was bang dat het wellicht wat te eenzaam zou zijn of dat ik klanten zou moeten teleurstellen als ik zelf eens afwezig was. Er is dan immers geen collega die kan inspringen. Al tijdens dat jaar wist ik dat het goed zat. Mijn praktijk is niet veranderd maar de ruis erom heen is wel verdwenen. Ik kan me volledig focussen op mijn eigen klanten en zaken. Ik ben een waarnemingsovereenkomst aangegaan met Liane Veenstra, ook een éénpitter hier in Emmen met  overlappende rechtsgebieden en ik kan uiteraard altijd terugvallen op Dio.

Als éénpitter kom je in de praktijk uiteraard allerlei verschillende soorten advocaten(kantoren) van wederpartijen tegen. In letselschadezaken bijvoorbeeld zijn dat bijna altijd advocaten van de grotere kantoren. De meeste verzekeraars laten zich bijstaan door ‘Zuidas-achtige’ kantoren. Maar omdat die wereld klein is moet ik eerlijk zeggen dat ik de meeste verzekeraarsadvocaten wel ken. Verzekeraar X zit bij kantoor Y en dan treedt meestal advocaat Z op. Heel voorspelbaar.

Hoe anders is het in de ondernemerspraktijk. De tegenpartijen van mijn ondernemersklanten zijn vaak bestaande relaties van mijn klanten; opdrachtgevers, leveranciers, dienstverleners, klanten. In 99% van de  gevallen hebben ze dus al een relatie (gehad) met hun aankomende tegenpartij. Als die tegenpartij hier in de regio is gevestigd komen ze voor hun advocatuur vaak uit bij mij bekende kantoren. Als de tegenpartij wat verder weg zit en/of haar juridische bijstand verder weg inkoopt krijg ik te maken met kantoren waar ik nog nooit van heb gehoord en waarvan ik vaak eerst even via Google moet opzoeken wat voor soort kantoor het eigenlijk is.

Zo correspondeerde ik laatst voor een klant die een procedure had lopen tegen zijn leverancier met een Amsterdams kantoor. Ik had er nog nooit van gehoord maar een korte blik op hun website leerde mij dat het een heel groot kantoor was. Dat bleek ook wel toen ze met maar liefst drie advocaten ter zitting verschenen. De behandelend advocaat, die niet deelnam maar achter in de zaal ging zitten, een collega die de zaak bepleitte samen en een advocaat-stagiaire. “Wat een luxe”, dacht ik toen ik de behandelend advocaat relaxt achter in de zaal zag zitten.

Dat kwaliteit het altijd wint van kwantiteit bleek gelukkig na de uitspraak in die zaak en toen ik de advocaat mailde om afspraken te maken over de executie van het vonnis (het te gelde maken van het vonnis) kreeg ik van hem een out of office reply die ik u niet wil onthouden. Ik ontving een mail die als volgt begon:

“Ik ben afwezig: als onderdeel van onze wereldwijde strategie, bezoek ik van 30 oktober 2022 tot en met 4 november 2022 de jaarlijkse conferentie van de IBA (International Bar Association) in Miami.”

Een steek van jalousie overviel me.

Als ik eind dit jaar weer een week op Vlieland ben denk ik dat ik ook maar ga doen; een out of office met de tekst: “Ik ben afwezig, als onderdeel van onze regionale strategie…..”.

Lees meer

Bertweter

Geplaatst op: november 11, 2022

Volgens mij heb ik het wel eens eerder verteld. Zo niet, dan nu. Het idee om Vrijmiblo’s te schrijven komt door de blogs die ik las van Bert Heida. Bert is letselschaderegelaar en werkzaam voor Pals Letselschade. Hij schrijft blogs over zichzelf en over letselschade. Hij doet dat iedere week. Als u hem nog niet volgt; direct doen. Hierbij de link naar zijn LinkedIn.

Als je zoals Bert iedere week een blog schrijft en publiceert kun je na 52 keer een heus jaarboek samenstellen. En dat is wat Bert heeft gedaan. Bert heeft zijn verhalen gebundeld onder de titel “Bertweter, over letselschade, het leuke en het lelijke” en ik ben stiekem best wel jaloers. Volgens mij is het boekje niet te koop. Maar als je Bert een ‘message’ stuurt kan je er wellicht ééntje bemachtigen.

Ik ondervind aan den lijve dat het echt heel lastig is om iedere week iets te schrijven. Ik probeer eens per 14 dagen iets te posten maar zelfs dat lukt niet altijd. Toch is het misschien leuk om mijn blogs ook te bundelen. Ik kan er een boekje van maken en dat dan volgend jaar weggeven aan klanten en andere relaties van mijn kantoor. Waarom volgend jaar? Omdat we volgend jaar ons 25 jarig bestaan als advocatenkantoor vieren. Het kantoor werd in de eerste maand van 1998 actief. De oprichter was al een tijdje advocaat bij een ander Emmens kantoor en besloot eind 1997 een specifiek kantoor voor letselschadeadvocaten op te richten. Ik werkte in 1997 nog bij Univé verzekeringen en solliciteerde op de functie bureaujurist bij dit nieuw op te richten kantoor. Dat stond ook op mijn eerste visitekaartje; “mr. J.A. Venema. Bureaujurist”.

Wat heb ik veel mensen moeten uitleggen wat een bureaujurist nou eigenlijk was. Een bureaujurist is een jurist die aan zijn bureau blijft zitten. Hij gaat niet naar de rechtbank om te procederen want hij is niet beëdigd als advocaat. Feitelijk dus een juridisch medewerker. Ik vond dat in het begin mooi genoeg. Ik zag het helemaal niet zitten om advocaat te worden. Ons kantoor startte dus met twee advocaten en een bureaujurist. Ik kwam er echter al snel achter dat mijn functie beperkingen kende. Want als er in een zaak van mij geprocedeerd moest worden diende ik de zaak aan een collega over te dragen die de procedure moest doen. Ik heb het dan ook maar acht maanden volgehouden als bureaujurist. Medio augustus 1998 werd ik als advocaat beëdigd. Sindsdien ben ik voor dit (later mijn) kantoor als advocaat werkzaam.

Afgelopen (straks) 25 jaar heb ik hoogte- en dieptepunten meegemaakt. Heb het kantoor enorm zien groeien en uiteindelijk weer zien krimpen tot uiteindelijk één advocaat. Over mijn belevenissen de afgelopen 25 jaar heb ik eerder al geschreven en zal ik blijven schrijven.

In 25 jaar heb ik heel veel mensen geholpen. Eerst alleen als letselschadeadvocaat, vanaf 2002 ook  ondernemers. Dat zorgde voor afwisseling. Ik vraag me wel eens af hoe het met de slachtoffers uit mijn oude zaken is afgelopen. Leven ze nog? Hebben ze voldoende schadevergoeding ontvangen om hun leven weer op de rails te krijgen?  Sommige van die oude letselschadezaken zaken blijven je eigenlijk altijd wel bij. Wellicht moet ik daar eens meer over gaan schrijven.

Volgend jaar dus 25 jaar Punt Advocatuur (al heette het vroeger uiteraard niet zo) en 25 jaar advocaat. Ik moet dus maar eens nadenken over de vraag hoe ik die lustra ga vieren. Een boekje uitbrengen met mijn Blogs?  Ik denk het eerlijk gezegd niet.

Bert doet dat veel beter.

Lees meer

Toezichthouder

Geplaatst op: oktober 28, 2022

Bij het woord ‘Toezichthouder” denk ik allereerst aan iemand die in een raad van toezicht zit. Dat komt misschien omdat ik zelf lid ben van de Raad van Toezicht van Pro Emmen. Pro Emmen is de school voor praktijkonderwijs voor Emmen en omgeving. Met een vrouw in het onderwijs en een vader die onderwijzer was had ik altijd al wel enige affiniteit met het onderwijs maar nu ik in de RvT zit gaat er een wereld voor mij open.

Ik vind het leuk, leerzaam en nuttig mij op de achterhand en zuiver als onderdeel van het toezichthoudende orgaan bezig te houden met alles waar de Praktijkschool tegenaan loopt. Op die manier maak ik me maatschappelijk nuttig, doe ik ervaring op en leer andere mensen uit andere vakgebieden kennen. Volgend jaar zit mijn tweede termijn van vier jaar erop maar ik ga zeker op zoek naar een plek in een andere RvT.

Maar goed, dat is dus mijn associatie met het woord toezichthouder. Wellicht heeft u een gelijke associatie of wellicht een hele andere. Wat die associatie ook is, waarschijnlijk denkt u bij het woord toezichthouder niet direct aan de advocatuur.  Als trouwe lezer van mijn vrijmiblo’s weet u dat het toezicht op de advocatuur wettelijk is geregeld via de plaatselijke dekens. In “Tucht schreef ik al dat advocaten gelijk slagers hun eigen vlees keuren. In die blog schreef ik ook al dat dat zou gaan veranderen.

Die verandering is nu aanstaande. Minister Weerwind van Rechtsbescherming zond op 26 september jl. een hele lange brief naar de kamer met als onderwerp “Versterking toezicht advocatuur”.  De minister kondigt een Landelijke Toezicht autoriteit Advocatuur (LTA) aan. Deze LTA gaat bestaan uit drie advocaten die niet meer actief zullen zijn als advocaat. Zij zullen als autoriteit het toezicht op de advocaten overnemen van de  plaatselijke dekens. De LTA zal overigens wel een orgaan worden van de Nederlandse Orde van Advocaten. Omdat drie (ex) advocaten wat weinig is om toezicht te houden op ruim 18.000 ingeschreven advocaten, zal het LTA  toezichthouders aanstellen. Dat kunnen advocaten zijn (hoeft dus niet) mits ze niet werkzaam zijn voor het bureau van de Nederlandse Orde. Ook de LTA krijgt een toezichthouder, in de brief “Blik van buiten” genoemd. Deze bik van buiten wordt een toezichthouder die niet bestaat uit advocaten en die op haar beurt de LTA moet controleren

De rol van de plaatselijk deken blijft het behandelen van klachten.

De leden van de  tweede kamer hadden (eerder) al om een landelijke toezichthouder gevraagd. Reden daarvoor was o.a. de arrestatie van de neef van Taghi en de miljoenenfraude bij de afdeling notariaat van de landsadvocaat Pels Rijcken waarbij het toezicht van de  Haagse Deken jammerlijk faalde. Onze volksvertegenwoordigers hadden graag een toezichthouder buiten de advocatuur gezien. Belangrijkste voorwaarde van de Orde van Advocaten was nu juist dat de LTA onderdeel van de orde zou blijven en zou bestaan uit door de orde zelf benoemde advocaten. De landelijk deken verwoorde het als volgt: “Veel (rechts)zaken zijn immers tegen de Staat en dan moeten advocaten – als dat nodig is op furieuze wijze[1] – tegen de Staat kunnen optreden”.

Dus oude wijn in nieuwe zakken? De tijd zal het leren. Kern blijft dat advocaten blij mogen zijn met hun bijzondere positie, hun geheimhoudingsplicht, het daarmee gepaard gaande verschoningsrecht en hun monopolypositie als het gaat om procederen. Het is aan de advocaat zelf die positie waardig te blijven. Het is dus goed dat daarop wordt toegezien ook als dat toezicht iets minder confraterneel wordt.   

  1. [1] Mr. A.W.H. Docters van Leeuwen in het Advocatenblad van 18 november 2010

Lees meer

Nietig

Geplaatst op: oktober 7, 2022

Deze zomervakantie ben ik de eerste week met mijn vrouw naar Tirol, Oostenrijk geweest. Dat was de eerste stop in onze “Tour de Europe”. We zijn deze vakantie een week in Oostenrijk, een week op Corsica en een week in Frankrijk geweest. Ja, we houden van autorijden.

Voor mij was de week Oostenrijk een fantastische week. De natuur is overweldigend. Je komt even helemaal tot rust en ik houd van de Oostenrijkse keuken met Käsespätzle, Tiroler gröstl, Wiener schnitzel  en grote glazen Weizen bier. Tussen de hoge toppen van de Alpen voel je klein, zeg maar gerust nietig.

Nietig of nietigheid was overigens wel een thema deze vakantie. Vlak voor vertrek werd mij een nieuwe zaak voorgelegd waarbij partijen dachten goede afspraken te hebben gemaakt maar waarbij één partij uiteindelijk een beroep deed op de nietigheid van een artikel in de overeenkomst. Wat was er aan de hand?

Partijen hadden bij de notaris afspraken gemaakt over de aankoop van een woning waarbij tevens werd opgetekend in de notariële akte dat de verkoper een deel van het huis terug zou huren. Omdat een woning in deels verhuurde staat in principe minder waard is en uiteraard weer minder goed verkoopt werd door de notaris tevens in de akte opgenomen dat de huurder zou ontruimen bij verkoop. De notaris had het precies zo opgeschreven als partijen hadden afgesproken. Waterdicht zou je denken.

Was het waterdicht geweest was de zaak nooit op mijn bureau beland dus dat was het niet. Een afspraak tussen verhuurder en huurder dat de huurovereenkomst van woonruimte eindigt bij verkoop is in strijd met dwingend recht. Dwingend betekent in dit geval dat je er niet vanaf mag wijken. Doe je dat toch, dan loop je risico.

In mijn zaak denk ik dat de notaris heel goed wist dat de in de akte opgenomen afspraak strijdig was met het huurrecht. Als partijen beiden uitgaan van de goede bedoelingen en zich ook in de toekomst herinneren dat hetgeen zij lieten opschrijven ook daadwerkelijk tot uitvoering moet gebracht is er uiteraard niets aan de hand. Was er gewoon ontruimd was er geen zaak geweest. Vaak blijkt dat bij het aangaan van een overeenkomst partijen vergeten dat het jaren later wellicht niet meer botert tussen hen. Als ze in de loop van de tijd geen gezamenlijk belang meer hebben maar een tegenstrijdig belang bijvoorbeeld. Als dat het geval is zal één partij kunnen terugvallen op de nietigheid van het artikel in de overeenkomst. In mijn geval deed de huurder dat en beriep zich op huurbescherming. De afspraak die partijen bij de notaris hadden gemaakt was nietig, aldus de huurder.

De huurder had in principe gelijk. De afspraak tussen partijen was in strijd met het huurrecht. Uiteraard kan zo’n beroep op nietigheid door de rechter in strijd worden geacht met de redelijkheid en de billijkheid en geldt huurbescherming niet altijd in alle gevallen,  toch zat de verhuurder die het pand had verkocht in de overtuiging dat zijn huurder zich aan de afspraak zou houden met een probleem. Het tijdige vertrek van de  huurder was onderdeel van de koopovereenkomst met de nieuwe koper. Een procedure zou nooit voor de datum van overdracht zijn afgerond.

Gelukkig lukte het partijen tijdens mijn vakantie -soms gaan zaken voor het meisje- om tot een regeling komen. Terug van vakantie lag de concept-vaststellingsovereenkomst klaar tussen de -tijdens de vakantie hoog opgestapelde- dossiers.

Ik las het concept, kneep mijn ogen tot spleetjes, verbeelde dat de dossiers de Oostenrijkse bergen waren en voelde me even weer nietig.

Lees meer

Open deur

Geplaatst op: september 16, 2022

Naast mijn account op LinkedIn – dat ik vooral zakelijk gebruik en om deze vrijmiblo’s te posten uiteraard- zit ik ook op Twitter. Ik vind het fascinerend te lezen wie wat nu weer uitkraamt. Ik volg links, ik volg rechts, ik zoek de extremen en kijk af en toe ook door het midden naar de wereld. En als het me allemaal wat te erg wordt volg ik ook een aantal Twitteraccounts die gewoon veel foto’s plaatsen van mooie (klassieke) auto’s zoals bijvoorbeeld @mauricedevries.

Toen ik een tijdje gelden weer door de tweets heen scrolde viel mijn oog op een bericht uit het middensegment zeg maar, het account @rechtennieuws. Het betrof een tweet/link naar dit artikel“Hoe kun je de juiste advocaat kiezen?” luidde de pakkende titel.  Het leek me een goede vraag en omdat mijn potentiële klanten (en bestaande klanten telkens opnieuw) voor mij moeten kiezen leek het me goed me in het antwoord op die vraag te verdiepen. Het artikel begint met de zin “Er zijn veel momenten in je leven dat je een advocaat nodig hebt.” Ik vraag me overigens af of dat zo is. Ik begrijp dat je áls ondernemer in je werkzame leven toch minstens een aantal malen echt een advocaat nodig hebt, maar of particulieren op veel momenten in hun leven een advocaat nodig hebben? Terug naar de vraag. Hoe kies je de juiste advocaat. Het artikel geeft 4 tips.

Vraag naar tarieven; Vraag naar specialisatie; Vraag na bij familie en kennissen; Vraag een consult aan.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat dit goede tips zijn. Diezelfde eerlijkheid gebiedt tevens te zeggen dat het wel een beetje een open deur is.

Als je een advocaat nodig hebt zijn de tarieven uiteraard van belang. Iedere advocaat is verplicht naar zijn klanten openheid te geven over zijn of haar tarieven en daar duidelijke afspraken over te maken. Dat die tarieven erg verschillen behoeft ook geen betoog. In letselschadezaken is een tarief van € 265,- per uur (mijn standaard tarief) een gebruikelijk tarief. Voordeel voor letselschadeslachtoffers is dat buiten rechte (dus als er niet geprocedeerd wordt) dat tarief door de aansprakelijke verzekeraar moet worden betaald. In ondernemerszaken is mijn tarief € 215,- per uur. Dat is een concurrerend tarief. Ben je abonnementhouder bij mijn kantoor krijg je daarop nog 10% korting.

Terecht staat er in het artikel dat tarief niet alles zegt. Een dure specialist kan op den duur goedkoper zijn dan een goedkope generalist. Ook dat is waar. Ik ben gespecialiseerd in letselschadezaken maar generalist in ondernemerszaken. Omdat ik de ondernemer en zijn onderneming wil bijstaan op alle rechtsgebieden moet ik weten wat ik kan, door te weten wat ik niet kan. Ik adviseer mijn klanten wel eens om (ook) een specialist in te schakelen.

Anderen vragen naar ervaringen met een advocaat is uiteraard erg belangrijk. Ik word altijd erg blij van klanten die middels en doorverwijzing bij mij zijn gekomen en nog blijer van klanten die de moeite nemen een review te schrijven. Mond op mond reclame is toch de beste reclame.

Een eerste gesprek met een advocaat moet vrijblijvend zijn. Er moet een wederzijds vertrouwen ontstaan. Als een potentiële klant van mij vraagt of het eerste gesprek gratis is dan vertel ik hem/haar dat een eerste kennismaking een must is en uiteraard vrijblijvend is. Gaan we met elkaar in zee wordt dat gesprek (als het inhoudelijk was) gefactureerd, gaan we niet samen door kom er geen factuur.

In mijn optiek allemaal open deuren maar soms is het goed toch even voor een open deur stil te staan.

Lees meer

Komkommertijd

Geplaatst op: september 2, 2022

Zomer is komkommertijd en dan lees je de meest onwaarschijnlijke artikelen in de kranten.  Zo viel mijn oog deze op dit artikel in de telegraaf. “Advocaat door treinstaking urenlang onderweg naar verkeerde rechtbank, stond in Alkmaar in plaats van Haarlem.” Ik moest gelijk denken aan een zitting bij de rechtbank te Lelystad, of was het Almere? Die vraag stelde ik me toen ook.

Toen was enkele jaren geleden. Ik stond een jonge jongen bij. Hij was tijdens de gymnastiekles op zijn middelbare school uit de ringen gevallen. Bij het ringzwaaien met halve draai glipten zijn handen op het hoogste punt los en kwam hij zeer ongelukkig met zijn hoofd op de gymnastiekvloer terecht. Hij liep blijvend hersenletsel op. De oefening werd uitgevoerd met slecht één kleine mat onder de ringen. Er waren geen matten neergelegd bij de voor- en achterzwaai. De ouders stelden de school aansprakelijk.

Om duidelijkheid te krijgen op de vraag of er meer matten geplaatst moesten worden vond er een deskundigenonderzoek plaats naar de gebruikelijke manier om deze oefening als gymdocent te geven. De deskundige was een docent die zelf lesgaf op de ALO (de Academie voor Lichamelijke Opvoeding). Hij oordeelde in zijn rapport dat de gymdocent niet had gehandeld zoals van een redelijk handelend en redelijk bekwaam gymdocent mocht worden verwacht. De docent had volgens deze deskundige meerdere matten moeten gebruiken of één lange mat. Hij schreef ook dat over de vraag hoeveel matten er bij het ringzwaaien neergelegd diende te worden verschil van inzicht bestond. Er waren -zo gezegd- meerdere scholen. Dat bedoelde de deskundige letterlijk want de ALO in bijvoorbeeld  Zwolle dacht daar anders over en weer een andere ALO meende dat je helemaal geen matjes bij ringzwaaien neer moest leggen. Die opmerking was koren op de molen van de  verzekeraar die daarom de aansprakelijkheid namens de school afwees.

Ik adviseerde een deelgeschil te starten. Een procedure voor de rechtbank waarbij alleen een antwoord wordt gevraagd op een deelvraag. In dit geval alleen over de aansprakelijkheid. Ik meende dat het oordeel van de  gezamenlijk ingeschakelde deskundige doorslaggevend was. De zaak werd aanhangig gemaakt bij de rechtbank Midden Nederland.

Nadat het verzoekschrift was ingediend bepaalde de rechtbank dat de zaak zou worden behandeld door de rechtbank Lelystad. Deze rechtbank kent vier locaties dus het is altijd even afwachten waar de zaak terecht komt. Tijdens deze zitting bleek dat de rechter neigde de kant van de verzekeraar te kiezen en bleek tevens dat de rechter de behoefte had om de deskundige zelf aan de tand te voelen en als getuige te horen. En hoewel getuigenverhoren eigenlijk niet passen in een deelgeschil (dat geschil wordt normaliter na één zitting afgewikkeld) oordeelde de rechter dat er een tweede zitting moest komen.

Nadat de deskundige was opgeroepen om te verschijnen vond de tweede zitting plaats. Ik ging die ochtend in alle vroegte op pad om op tijd in Lelystad aan te komen. Ik twijfelde nog even of ik niet even in het dossier moest kijken om tijd en plaats te checken maar ik wuifde die gedachte weg. Dat had ik beter niet kunnen doen. Aangekomen (ruim op tijd, dat wel) in Lelystad keek de bode me vragend aan toen ik zei dat ik voor de zitting van 10.30 kwam. Er was geen zitting in Lelystad, wel één zitting in Almere, zag de bode op zijn scherm.  Een kleine 20 minuten later kon ik gelijk doorlopen naar binnen. Mijn klant en zijn ouders had ik overigens wel even gebeld dat ik wat later was. Tijdens die zitting werd de zaak van mijn client tot ieders tevredenheid geschikt.

Ik heb mijn klanten maar niet verteld dat ik eerst bij de verkeerde rechtbank stond. Stel je voor dat ze een journalist hadden gebeld? Het was tenslotte zomer.

Lees meer

Opa Smidt.

Geplaatst op: juli 22, 2022

Deze week werd in de familiegroepsapp het bericht gedeeld dat mijn neefje (de zoon van mijn zus) in één keer zijn rijbewijs had gehaald. Heel knap natuurlijk maar ik moest meteen denken aan het rijexamen van mijn neef, de zoon van mijn tante. Deze neef (hij is net zo oud als ik) deed zijn rijlessen in Veendam. Voor zijn examen moest hij echter naar Winschoten. Winschoten was overigens geen onbekend terrein want daar woonden opa en oma Smidt. Opa Smidt was op de hoogte van het examen van zijn kleinzoon en had het volste vertrouwen in een goede afloop. Zijn vertrouwen was zo groot dat hij bedacht had om zijn kleinzoon te gaan verrassen met felicitaties in de vorm van een bosje bloemen na afloop van het examen.

Start- en vertrekplaats van de rijexamens was toen de parkeerplaats van De Klinker, de plaatselijke schouwburg. Met een bosje bloemen op de bijrijdersstoel van zijn Toyota Starlet reed mijn opa, tegen de tijd dat het examen wel zo ongeveer zou zijn afgelopen, naar De Klinker. Op de grote rotonde voor De Klinker zag opa Smidt mijn neef. Mijn neef -die het hele examen foutloos had afgelegd en dus volledig voldeed aan de hoge verwachtingen van zijn opa- zag opa Smidt echter te laat. Althans, de examinator zag opa Smidt eerder en vond de rem eerder dan mijn neef, die waarschijnlijk alleen maar dacht ”Wat komt die Toyota Starlet mij bekend voor!”. Een ingreep tien meter voor de finish was het gevolg. Mijn neef had opa Smidt op de rotonde voorrang moeten verlenen en was dus gezakt.

Dit verhaal speelde zich bijna vijfendertig jaar geleden af. In een tijdperk waar familieleden elkaar niet aanspraken wegens geleden (emotionele) schade.

Hoe anders is dat tegenwoordig.
In het aansprakelijkheidsrecht werden de laatste jaren de grenzen steeds weer gezocht en gevonden. Een van de meest opzienbarende uitspraken was wellicht het Hangmatarrest bewerkstelligd door mijn oud collega Arvin Kolder. Hij bedacht dat een bezitter een medebezitter zou moeten kunnen aanspreken bij een schadeveroorzakende gebeurtenis, ook als de bezitters familie van elkaar zijn. In dit geval sprak een vrouw haar man aan nadat zij door een val uit haar hangmat een dwarslaesie opliep. Zij viel omdat een betonnen pilaar van de gezamenlijke woning afbrak. Als bezitter van een gebrekkige opstal ben je risicoaansprakelijk voor de schade die de opstal veroorzaakt. Omdat de man ook bezitter was bedacht mijn oud collega dat die door zijn eigen vrouw aangesproken kon worden en werd de schade op de verzekering van de man geclaimd. Volgens de Hoge Raad met succes. De man moest voor zijn deel van het eigendom/zijn bezit van de woning (50%) bijdragen in de schade van zijn eigen vrouw. De verzekeraar diende dus 50% van de  schade te vergoeden.


Met deze uitspraak leek het hek van de  dam en verzekeraars vreesden een toename van “inter-relationele” claims. Risicoaansprakelijkheid geldt immers ook voor bezitters van dieren. Wat als de hond je vrouw bijt? Spreekt de vrouw dan de verzekeraar van de man aan? Uiteraard werd ook hier over geprocedeerd. Voor de Hoge Raad was de grens daarmee wel bereikt. Zij oordeelde dat de gevolgen voor verzekering en aansprakelijkheid te groot zouden worden bij de aanvaarding van aansprakelijkheid jegens medebezitters voor schade veroorzaakt door dieren. Dieren hebben een kenbare eigen energie (aldus de Hoge Raad), wat plat gezegd betekent dat je weet dat ze kunnen bijten. Door toch samen een hond te nemen aanvaard je als het ware het risico gebeten te worden als medebezitter van die hond. Dat kenbare risico is volgens de Hoge Raad niet te vergelijken met een verborgen gebrek aan een gezamenlijke woning.

Ik denk overigens wel eens dat als mijn neef toen ter tijd letselschadeadvocaat was geweest er wellicht al veel eerder een soort hangmatarrest was geweest.

Lees meer

Verwachtingen

Geplaatst op: juli 1, 2022

Zaterdag 25 juni jl. was er weer een FC Emmen Rally. De tweede editie. Een toertocht door Drenthe met (klassieke) auto’s. Omdat ik de eerste editie erg geslaagd vond had ik mijn “vaste” navigator (Patrick Van Rhijn van Collall) weer gevraagd om mee te doen. Patrick, klant van mijn kantoor en FC Emmen supporter, was direct positief en we spraken dan ook af dat we weer mee zouden doen.

Zo’n rally is bedoeld om contacten te leggen met andere sponsoren/supporters. Vooral voor de gezelligheid maar uiteraard ook om zonder gêne te kunnen laten zien wat voor mooie auto je hebt. Mijn Citroen SM doet het in voetballand overigens altijd goed want de associatie met Cruyff en dus met voetbal wordt vrijwel door iedereen direct gemaakt. Contacten zijn dan ook snel en makkelijk gelegd. Grappen over de betrouwbaarheid van een Citroen ook. Als enige Fransoos in het deelnemersveld werd al voorzichtig gegrapt dat ik de finish waarschijnlijk niet zou halen. Laten we zeggen dat sommige deelnemers bepaalde verwachtingen hadden van onze prestatie.

Ook mijn klanten hebben verwachtingen. Zeker in de letselschadezaken, waarin slachtoffers vaak zogenaamde “one-shotters” zijn. Mensen die één keer in hun leven een advocaat nodig hebben om hun letselschade te verhalen. Als slachtoffers op Google gaan zoeken komen ze de meest fantastische bureaus met de meest fantastische beloftes tegen. Onder die bureaus tref je echter veel cowboys aan. Omdat de titel “letselschaderegelaar” een onbeschermde titel is mag iedereen zich zo noemen. De branche is al jaren bezig om ongereguleerde bureaus te dwingen zich bij keurmerken en beroepsverenigingen aan te sluiten. Recent heeft minister Weerwind daartoe nog een oproep gedaan. Mijn kantoor is geen lid meer van het Keurmerk Letselschade. Dat Keurmerk is na de opheffing van ons kantoor in Groningen met de daar werkzame advocate meegegaan. Ik heb mezelf wel als specialist ingeschreven bij de Orde van Advocaten, zorg ervoor dat ik jaarlijks mijn specialisatiepunten haal en sta (voor mijn klanten denk ik heel belangrijk) omdat ik advocaat ben, onder tuchtrechtelijk toezicht. Dat laatste ontbreekt bij ongereguleerde letselschaderegelaars. Ik probeer op die manier te voldoen aan de verwachtingen van mijn letselschadeklanten. Dus qua inhoud, opleiding en qua toezicht. Gezien het hoge cijfer op “Klantenvertellen” voldoe ik aan die verwachtingen.

Terug naar de FC Emmen rally.

Het weer was prachtig. De tocht door Drenthe fantastisch, de reacties onderweg leuk en de gesprekken met andere rallyrijders aangenaam. Bij het vertrek na de tweede stop in Westerbork -ik had wegens een opstopping op de parkeerplaats de SM een tijdje stationair moeten laten lopen- verscheen het kenmerkende rode ‘STOP” op het dashboard. De auto was oververhit volgens de andere lampjes die ook brandden. Uiteraard direct gestopt.

Eenmaal onder motorkap gedoken bleek dat de ventilatoren niet aansloegen. Zonder die ventilatoren was de kans dat de SM goed zou afkoelen verkeken. Ik bedacht me ondertussen dat tijdens de laatste grote ingreep -enige tijd geleden had ik met een goede vriend de koppelingsplaat vervangen- de hele auto uit elkaar was gehaald. De radiator eruit, de versnellingsbak (die voor de motor ligt) eruit en de spatborden eraf. Tijdens het terugzetten van alle onderdelen waren we klaarblijkelijk een aantal essentiële stekkertjes vergeten. Omdat die stekkers ook niet eenvoudig te traceren waren en de motor maar niet goed genoeg afkoelde hebben we de rally moeten staken. Na enige tijd en bij afnemende motortemperaturen zijn we voorzichtig weer naar Emmen terug gereden.
Hoewel we dus de finish niet hebben gehaald en dus niet de commentaren van de andere deelnemers hebben kunnen horen weet ik zeker dat zij van mening waren dat Equipe Citroen SM aan de verwachtingen had voldaan.

Lees meer

Uurtarieven

Geplaatst op: juni 17, 2022

Ik schreef er al eerder over, het uurtarief van een advocaat. Desgevraagd zal een ieder die je het vraagt antwoorden dat ze die tarieven (te) hoog vinden. Ik snap dat wel. Vergeleken met de echt cruciale beroepen zijn de uurlonen ook fors te noemen. Ik heb er zelf soms ook wel moeite mee en ben blij dat “mijn” abonnementhouders in elk geval minder dan €200,- per uur betalen voor mijn diensten. Dat is overigens nog steeds fors, realiseer ik mij.

Toch zit er een kentering aan te komen. Steeds meer beroepen die in de Corona-periode als cruciaal werden bestempeld kunnen rekenen op betere cao-afspraken en in sectoren waarin de krapte op de arbeidsmarkt steeds meer voelbaar wordt kunnen hogere tarieven gevraagd worden.

Toch keek ik vreemd op toen een klant mij een zaak voorlegde waarin de dienstverlener een (omgerekend) uurtarief hanteerde van €4400,- per uur. Hoeveel? Ja, u leest het goed, een uurtarief van € 4400,-. U denkt wellicht aan de kosten van een uurtje hossen met de Snollebollekes (kost echt 4000,- per uur) of het bedrag per uur dat onze Koning krijgt voor het onderhoud van zijn Kroondomein (het scheelt niet veel) maar u heeft het mis. Het betrof het uurtarief van een rioolontstopper.

Mijn klant ontdekte in zijn woning een verstopping van zijn toilet. Nadat de huis-, tuin- en keukenmiddeltjes weer niet deden wat ze beloofden en de overlast steeds nijpender werd googelde hij op de naam van een plaatselijk bekende loodgieter, laten we hem voor het verhaal “De Bruin” noemen. Het eerste resultaat dat hij zag betrof de site van “Rioolservice De Bruijn”. Op de site stonden ronkende recensies, een garantie dat er binnen het half uur actie zou worden ondernomen en voor alle gemak een telefoonicoontje waarop je kon klikken. Gemak dient de mens.

Nadat hij aan de telefoon te horen kreeg dat hij inderdaad belde met loodgieter De Bruin -voor de zekerheid vroeg hij dat na- werd snel een afspraak gemaakt en stond inderdaad binnen een half uur een loodgieter voor de deur. Mijn klant kreeg een formulier onder ogen in de vorm van een opdracht bon. Of hij die op voorhand wilde tekenen omdat de opdracht bevestigd moest worden. In goed vertrouwen werd de opdracht bon, die tevens een prijslijst bevatte, ondertekend door mijn klant en ging de loodgieter aan de slag. “Hopelijk hoefde hij de toiletpot niet te verwijderen”, zei deze nog.

Na een klein half uur meldde de loodgieter zich weer met goed nieuws. De toiletpot hoefde niet te worden verwijderd en de ontstopping was verholpen. Mijn klant kreeg de opdracht bon weer voorgehouden maar dit keer was de prijslijst ingevuld. Het vakje “voorrijdkosten” was aangevinkt alsook het vakje “materiaalverbruik” en “specifieke inzet rioolreiniging MA- VRIJ 9.00-18.00”. Logische en verwachtte vinkjes. Toch zijn grote schrik zag hij echter nog een vakje ingevuld;

“Spiraalkosten, € 129,- per meter”. Daar stond “11 meter ad. € 129,-“.

Alles bij elkaar werd hem een factuur voorgehouden van € 2217,81 inclusief de BTW. Of hij de bon even wilde aftekenen en of hij bij voorkeur met pin wilde betalen. Verrast en onder de indruk van de ietwat dreigende afwikkeling van de hele kwestie heeft mijn klant gepind.

Enigszins besmuikt dat hij zich zo had laten oplichten belde de klant mij. Of ik er nog iets aan kon doen. Ik moest direct aan een recente uitspraak denken van een kantonrechter die in een soortgelijke zaak de betreffende loodgieter alles liet terugbetalen. Toen ik met de zaak bezig ging bleek dat de site niet de site van De Bruin zelf was maar dat iemand handig gebruikt had gemaakt van de bekende naam en het webadres met de naam De Bruijn (met een extra “j”) had geclaimd. Daarbij werd tevens gebruik gemaakt van een 085 nummer. Geraffineerd en pure oplichting dus.

Inmiddels heb ik het achterliggende bedrijf gedagvaard. Pro Bono, dat leek me gezien de omstandigheden het minste wat ik voor de klant kon doen.

Lees meer

No Mow May

Geplaatst op: juni 3, 2022

“Niet maaien in mei” is, vrij vertaald, de betekenis van voormelde slogan. Deze slogan wordt gebruikt door mensen/bedrijven die biodiversiteit voorstaan. Door in mei de bermen en grasvelden niet te maaien werk je mee aan een beter leefklimaat voor bloemen en insecten en alles wat daarmee samenhangt. Daarnaast zijn bermen vol bloemen uiteraard ook mooier om langs te fietsen. En uiteraard een mooi excuus voor mensen die een hekel hebben aan grasmaaien.

Had de gemeenteambtenaar die ongewild een bijrol gaat spelen in deze blog ook maar een gemeente als werkgever gehad die de biodiversiteit hoog in het vaandel had gehad. Dat had een hoop ellende kunnen voorkomen.

Op een mooie dag in mei, jaren geleden, kreeg een gemeenteambtenaar de opdracht om met de zitgrasmaaier de grasvelden rondom wat gemeentelijke vijvers te maaien. De man in kwestie nam zijn taak uiterst serieus en probeerde zo dicht mogelijk langs het water te maaien. Dat ging op een gegeven moment niet goed en de man viel pardoes met zijn zitmaaier in de vijver.

Een stewardess op weg naar haar werk reed in haar auto toevallig voorbij en zag het gebeuren. Fluks parkeerde ze de auto, rende naar de vijver en sprong de maaimachine achterna. De bestuurder zat nog in de zitmaaier en kon niet zichzelf uit zijn benarde positie bevrijden. De stewardess heeft vervolgens gedurende langere tijd met krachten waarvan zij zelf ook niet wist dat ze ze had de zitgrasmaaier en dus de ambtenaar boven water gehouden. Nadat omstanders -die de theorie van het bijstandereffect eer aan deden- de hulpdiensten hadden gebeld en de brandweer de ambtenaar uit zijn benarde positie had bevrijd vervolgde de dappere stewardess- in haar inmiddels verfomfaaide uniform- haar weg naar Schiphol.

Dit ongeval werd een zaak van mij. De stewardess riep mijn hulp in. Ze vertelde mij dat, nadat ze op Schiphol was aangekomen en de adrenaline was uitgewerkt, volledig in elkaar was gezakt. Ze had haar vlucht niet gehaald en had zich ziek moeten melden. Onderzoek wees vervolgens uit dat de spieren in haar armen, rug en nek te zwaar belast waren geweest. Ze heeft een behoorlijke tijd niet meer kunnen werken. Daardoor leed ze schade. Uiteraard moest ik nadenken op welke grond ik wie aansprakelijk kon houden. Ik koos er voor de gemeente aan te spreken. Ik baseerde de claim van mijn cliënte op zaakwaarneming.
Zaakwaarneming is het zich willens en wetens en op redelijke grond inlaten met de behartiging van een anders belang. Artikel 6:200 BW bepaalt vervolgens: De belanghebbende is, voor zover zijn belang naar behoren is behartigd, gehouden de zaakwaarnemer de schade te vergoeden, die deze als gevolg van de waarneming heeft geleden.

Mijn client had de belangen van de gemeente behartigd door haar werknemer te redden. Haar letselschade, ontstaan bij deze redding, diende de verzekeraar van de gemeente te vergoeden. Simpel dacht ik.

De verzekeraar dacht daar anders over en meende dat mijn cliënte niet het belang van de  gemeente had behartigd maar van haar werknemer en dat hulp helemaal niet nodig was geweest omdat de vijver zo ondiep was dat de ambtenaar toch niet verdronken zou zijn. Het werd een rechtszaak.  

Gelukkig maakte de rechter gehakt van de weren van de verzekeraar. Cliënte had terecht de ambtenaar gered, had daarmee de belangen van ook de gemeente behartigd en kreeg haar schade vergoed.

Het moraal van dit verhaal? Gewoon niet maaien in mei.

Lees meer

Gratis advies?
Sluiten

Gratis 10 minuten letselschade advies.