Meesterknecht

Geplaatst op: mei 26, 2023

Mijn eerste echte abonnementhouder, Albert Mannenzaken, organiseert eens in de zoveel tijd  een heuse ‘Herenavond’. Een niet zo inclusief gezelschap, mannen die klant zijn van Albert, komt dan bij elkaar in een (iedere keer weer ander) Emmens etablissement. Onder het genot van een hapje en een drankje en in een ontspannen sfeer kun je dan uitstekend netwerken maar vooral een hele leuke avond beleven.

Albert zorgt altijd voor een gastspreker. Deze keer was dat ’s werelds bekendste wielrenner uit Emmen; Gert Jakobs. Gert maakt tegenwoordig carrière als entertainer en gastspreker en omdat het bloed klaarblijkelijk toch kruipt waar het niet gaan kan kun je Gert ook boeken voor een heuse ‘fiets-experience”. Onze gastheer -die uiteraard weet welke maat zijn genodigden hebben-  koos gelukkig niet voor dat laatste en zo werden we getrakteerd op mooie verhalen uit de oude wielerdoos. Daarmee werd het een zeer geslaagde netwerkavond.

Toch ben ik niet zo’n netwerker, eerlijk gezegd. Ik heb dat in het verleden wel heel veel gedaan. Als er iets werd georganiseerd door een ondernemersclub was ik van de  partij. Gewoon om me te laten zien. Je gaat toch heen om gezien en herinnerd te worden. Herinnerd omdat je hoopt dat als iemand later een advocaat nodig heeft denkt: “Wie was dat ook al weer die ik tegenkwam op de ondernemersborrel afgelopen vrijdag?” “O ja, Han Venema. Laat ik die even bellen”. Als dienstverlener is netwerken echter vaak eenrichtingsverkeer. Feitelijk kom je iets halen, niets brengen. Ik heb wel iets te verkopen, namelijk mijzelf, maar eigenlijk niets in te kopen. Alle dienstenverlening om mij heen ligt al vast. Ik heb al een accountant, een verzekeringsadviseur, een fiscalist, een verhuurder, een schoonmaakbedrijf, een websitebouwer enzovoort. Ik produceer mijn eigen uren en daarvoor heb ik niemand ( behalve Dio uiteraard) nodig om (grondstoffen) bij in te kopen. Als ik wel eens op een netwerkbijeenkomst ben en ik zie vervolgens allemaal ‘halers’, denk ik wel eens. Dit heeft echt geen zin. Als ik dus naar een netwerkbijeenkomst ga is dat of omdat ik er iets van kan leren of omdat het gewoon een leuke club mensen is waarbij het goed toeven is. Ik ben dus meer een gezelligheidsnetwerker. Te vergelijken met een Mooiweerfietser, wat me weer brengt op de Herenavond met Gert Jakobs.

De herenavond is dus gewoon erg gezellig. Je komt er omdat je geïnteresseerd bent in de ander, luistert en vraagt naar verhalen, belevenissen  en je treft oude bekenden. Daarbij had Gert Jacobs een mooi verhaal. Hij vertelde dat hij tijdens zijn carrière de titel “meesterknecht” kreeg. Jakobs vertelde dat hij drommelsgoed wist dat hij als wielrenner niet zelf kon winnen en ook niet die illusie had. Wat hij wel goed kon was zijn kopman uit de wind houden. Hele etappes ‘de ballen uit zijn broek’ fietsen om er voor te zorgen dat zijn kopman (waaronder Van Poppel en Breukink) konden winnen. Pure dienstverlening dus. Alles er aan doen om niet zelf te winnen maar je kopman te laten winnen en dus het team te laten winnen.  

Toen ik na deze geslaagde herenavond weer naar huis fietste dacht ik bij mezelf. Eigenlijk ben ik ook een soort “meesterknecht”. Als meester in de rechten doe ik er immers alles aan er voor te zorgen dat mijn klant (de kopman) de procedure wint.

Lees meer

Niks makkelijker

Geplaatst op: mei 5, 2023

Niks makkelijker

Als ondernemer ontkom je er niet aan. De Belastingdienst. Ook ik niet. Hoewel ik persoonlijk altijd een beetje angstig word als er weer een serie (ze komen nooit alleen) blauwe enveloppen binnen komen, heb ik niet veel problemen met deze tot noodzakelijk kwaad geworden organisatie.  Uiteraard wel morele problemen, maar geen praktische problemen. Mijn fiscalist zorgt er voor dat alles keurig netjes en op tijd wordt aangegeven en ik zorg er voor dat alles keurig netjes op tijd wordt betaald.

Hoe anders kan het zijn.

Als je de kranten openslaat (ik doe dat nog, maar wanneer ga ik ook schrijven; “Als je je webbrowser opent”) dan word je overspoeld met negatieve berichten over de ‘blauwe enveloppen brigade’. Enkele koppen:

“Hoe de Belastingdienst blijft falen bij herstel Toeslagenschandaal”

“Belastingdienst faalt wederom: duizenden toeslagenkinderen krijgen beloofde compensatie niet – wel”

“Financieel gepuzzel bij belastingaangifte toch terug door verstoringen”

“Rekenkamer: aanpak schijnzelfstandigheid door Belastingdienst faalt op alle fronten”

Als je de berichtgeving moet geloven (en dat doe ik nog steeds) dan is er iets structureels niet goed bij de belastingdienst. Toch heb ik dat zelf gelukkig nooit ervaren. Ik ben gelukkig geen toeslagenouder, hoef geen zorg- of huurtoeslag aan te vragen en mijn aangiftes worden voor me gedaan. Dat er echt iets grondig mis is bleek toen na het parlementaire enquête rapport ‘Ongekend onrecht’ van december 2020 geconcludeerd werd dat er sprake was van systeemfalen.

Ook ik werd ik vorige week onaangenaam verrast door de belastingdienst. Ik ontving op kantoor weer een serie blauwe enveloppen. De meesten konden na opening direct in het ronde archief. Dat waren de bekende brieven met machtigingen voor de intermediair, voor alle vennootschappen een aparte brief en verzoeken/aanmoedigingen tijdig verschillende soorten aangiften toe doen, uiteraard voor iedere vennootschap een aparte brief. Eén brief gedateerd 20 april jl. kwam me bekend voor. Een verzoek een deelbedrag te betalen op de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2023. De fiscus had in al haar wijsheid al gegokt dat ik in 2023 winst zal maken en dus vennootschapsbelasting zou moeten betalen in 2024.Ze hadden me dus voor alle zekerheid en op voorhand al een aanslag gestuurd. Nou had ik drie weken geleden ook al een soortgelijke brief gehad waarin werd gevraagd een deel van de  aanslag al te betalen. Ik had dat (angsthazig als ik ben voor te laat betalen) direct gedaan. De week erop volgde een brief met de mededeling dat een deel was betaald en of ik de rest ook wilde betalen. Wederom direct gedaan. Daarmee was de hele aanslag betaald. Nu nog winst maken dit jaar.

Kortom; terwijl ik al betaald had kreeg ik weer een zelfde brief met hetzelfde verzoek om een deelbetaling te doen. Als het via de mail was gegaan had ik gedacht aan een phishingmail maar dit was toch echt een brief met daarop het bankrekeningnummer van de  belastingdienst. Toch voor alle zekerheid maar even contact gezocht met mijn fiscalist. Die zou er achteraan gaan want die begreep het ook niet helemaal.

Wat bleek? De belastingdienst had  op 12 april 2023 de brief aangemaakt waarin zij mij verzoekt weer een deelbetaling te doen. Op 13 april ontving zij vervolgens het hele (nog openstaande) bedrag op haar bankrekening. Maar omdat de brief van 12 april al automatisch was aan gemaakt kon niemand bij de  belastingdienst voorkomen dat de brief op 20 april 2023 toch (automatisch) verstuurd zou worden. Als je afvraagt wie de baas is bij de belastingdienst zijn het waarschijnlijk de systemen en geloof me, als die falen wordt het niet leuker maar zeker niks makkelijker.  

Lees meer

Hemelpoort

Geplaatst op: april 21, 2023

Over advocaten worden vaak en veel grappen gemaakt. Meestal zijn dat grappen met een dubbele boodschap over het (slechte) imago van de advocatuur en over advocatenkantoren als zijnde gewetenloze urenfabriek. Want dat is in de kern is dat wat advocatenkantoren doen; uren produceren. Daar waar mijn kinderen vroeger op de vraag; “Wat doet jullie vader voor werk?” nog antwoordden: “Nadenken en uit het raam kijken.” weten zij nu ook dat ik de tijd die ik daar aan besteed op uurbasis in rekening breng bij mijn klanten.

Hoewel ‘no cure no pay’ in sommige uitzonderlijke gevallen wel is toegestaan voor advocaten, werken de meeste advocaten toch ‘gewoon’ op uurtarief. Ik ook. Ik schreef daar al vaker over en ook over de tarieven die daarbij gangbaar zijn.  Over die tarieven wil ik het dit keer niet hebben. Ik wil het hebben over een recent gepubliceerd onderzoek waaruit blijkt dat advocatenkantoren de term urenfabrieken wel erg letterlijk blijken te nemen. Fabrieken met ploegendiensten, zo lijkt het haast.

Het gaat om dit onderzoek, gedaan door BNR. BNR heeft een enquête onder advocaten doen laten uitgaan met daarin vragen over hun werktijden. Gevraagd werd hoeveel uur advocaten werkzaam op veelal de grotere kantoren per week werkzaam waren. De uitkomsten waren zelfs voor mij schrikbarend. Desgevraagd antwoordden 75% van de advocaten dat zij meer uren maakten dat volgend de arbeidstijdenwet was toegestaan. Uiteraard was dat niet hun exacte antwoord maar de gewerkte uren die zij opgaven bleek meer dan 60 uur in de  week te zijn. Let wel; de Arbeidstijdenwet staat een werkweek van meer dan 60 uur niet toe. Door je medewerkers structureel meer te laten werken overtreed je dus de wet.

Driekwart van de ondervraagde advocaten werkt dus meer dan 60 uur in de  week. Eén op de vijf tikte de 80 uur aan en sommige noteerden zelf dat zij in uitzonderlijke weken wel eens 100 uur werken. Nogmaals; meer dan 60 uur in de week werken is verboden en structureel meer dan 48 uur in de  week ook. Daarbij moet de aantekening gemaakt worden dat deze normen niet gelden voor de maten/aandeelhouders en advocaten die in loondienst meer dan drie keer modaal verdienen, dat is meer dan € 6200,- bruto per maand. Die advocaten worden door de arbeidstijdenwet niet beschermd maar die zijn ook niet meegenomen in dit onderzoek.

De ondervraagde advocaten geven (anoniem) aan dat ze de werkdruk als heel hoog ervaren en dat het een soort cultuur is waarin het stoer en normaal is veel te werken en waarbij de sociale druk gevoeld wordt om veel (over) te werken. Ik ken verhalen waarin medewerkers die om 18.30 uur naar huis wilden werd gevraagd of er wellicht iemand ziek was omdat ze “eerder” naar huis gingen.

Als er dus kantoren zijn waar de medewerkers werkweken maken van tussen de 60 en 80 uur is het enerzijds niet vreemd dat advocatenkantoren worden gezien als urenfabrieken. Anderzijds moet je als beroepsgroep dan ook niet vreemd opkijken als er cynische grappen over je worden gemaakt. Toen ik het onderzoek las moest ik aan deze advocatengrap denken.    

Een advocaat komt aan bij de hemelpoort (wat ‘an sich’ al een prestatie is) en staat oog in oog met Petrus. Geleerd om niets zo maar voor lief aan te nemen onderwerpt hij Petrus aan een stevig kruisverhoor waarin de advocaat vraagt waarom onze lieve Heer hem al op 45-jarige leeftijd tot zich heeft geroepen. Hij was toch nog veel te jong om te sterven, aldus zijn slotargument. Petrus kijkt hem aan en zegt: ”Oh, we zijn uitgegaan van je tot nu toe gedeclareerde uren en aan de hand daarvan berekenden we dat je minstens 103 zou zijn.”

Ik ben eigen baas en heb niet meegedaan aan de enquête. Had ik wel meegedaan had ik tot de 1.5% van de advocaten gehoord die gemiddeld minder dan 40 uur in de week werken. Mijn “declarabele leeftijd” zal mijn kalenderleeftijd dan ook niet overstijgen.

Lees meer

Blonde vriendin

Geplaatst op: april 6, 2023

Als er bij ons thuis iemand iets heel graag wil hebben en zegt “Ik wil graag een nieuwe ………….(vul maar in) hebben” antwoord ik steevast. “Weet je wat ik wil? Ik wil een blonde vriendin”. Die reactie van mij is al zo oud als de kinderen zelf zijn en levert thuis dan ook geen enkele opgetrokken wenkbrauw, laat staan een reactie meer op. Terwijl in deze periode met “lentekriebels” en “woke-gekte” een dergelijk antwoord al snel aanleiding zou kunnen zijn voor een publieke lynchpartij. Wellicht dat ik daarom mijn standaard reactie op “ik wil” ook enkel binnenshuis formuleer.

De oudere lezers van mijn Vrijmiblo weten uiteraard wel waar dat gevatte antwoord van mij vandaan komt. Ik heb dat niet zelf bedacht. “Ik wil een blonde vriendin” is uiteraard een verwijzing naar de  legendarische uitspraken van Frank van Putten, de zoon van Carla van Putten. Als zijn moeder hem weer eens ergens naar toe sleepte sprak hij steevast (in de camera) de woorden: “Ik wil helemaal geen … (vul maar in), ik  wil een lekkere ronde blonde vriendin om mee (vul maar in).”

Helaas had Frank geen leuke blonde vriendin, alleen zijn moeder en daar werd hij voor behandeld.

Dat ik deze grap maak en dat niemand er bij ons thuis van op kijkt zegt uiteraard wat over de betekenis van de onlangs overleden Wim de Bie op ons nationale geheugen. Het lijkt wel afgelopen  weken op alle gremia iedereen filmpjes deelt van Van Kooten en De Bie. En terecht. Wat een impact hadden die twee. Ze hebben satire gedefinieerd, hebben ons een spiegel voorgehouden, waren tijdloos en hebben de Dikke Van Dale verrijkt met fantastische woorden en uitdrukkingen.

Ook ik ben dagelijks bezig met taal. Ik formulier brieven, schrijf processtukken en pleidooien. Taal is zeg maar, wel “mijn ding”. Toch is dat vooral serieuze taal. Soms kan in een pleidooi een grappige opmerking of kwinkslag worden verstopt maar het is nooit de bedoeling om bewust grappig te zijn en/of te worden bevonden in mijn vak. Dat terwijl mijn vak wellicht af en toe best een beetje verlichting kan gebruiken in een de vorm van een ijsbrekende grap of een goede woordspeling. Toch ben ik te bevreesd zo iets te doen in mijn zakelijke stukken. Dat is wellicht ook de reden dat ik het zo leuk vind mijn Vrijmiblo’s te schrijven.

Toch merkte ik dat ik de laatste periode wat minder tijd, ambitie en inspiratie had om de Vrijmiblo te schrijven. Het is ook best lastig merk ik om iedere veertien dagen te publiceren. Dat mij dat niet altijd lukt blijkt als u deze Vrijmiblo leest. Het had vorige week al op de site moeten staan. Drukke werkzaamheden en een beginnende writersblock zijn debet geweest aan de vertraging. Wellicht  ontstond daarom de afgelopen tijd steeds meer waardering voor columnisten die wekelijks een column moeten publiceren zoals bijvoorbeeld  Daniël Lohues in het Dagblad van het Noorden. Jaloersmakend hoe ogenschijnlijk makkelijk hij schrijft. Mooie taalvormen, geestig laagdrempelig, herkenbaar en iedere week weer op tijd. Wat ik mooi vind aan zijn columns is dat hij dicht bij zichzelf en zijn omgeving blijft.

Dat zou ik ook wel willen. Zo makkelijk en mooi mijn stukjes schrijven. Iedere veertien dagen (de lat moet niet te hoog) mooi op tijd om weer een juweeltje van een Vrijmiblo op de site te kunnen plaatsen. Net zo veel bereik en zo bejubeld als Daniël Lohues.

Ach, wat heb ik nou te willen? Frank van Putten, die had echt iets te willen, kreeg het niet en werd daarvoor behandeld. Ik gelukkig niet.

Lees meer

Wij van Punt

Geplaatst op: maart 10, 2023

Zoals ik in eerdere blogs al schreef; een deel van mijn werkzame leven behandel ik letselschadezaken. Dat doe ik al sinds 1995 en na al die jaren doe ik dat nog steeds met heel veel plezier. Ik had en heb nog steeds de overtuiging dan mijn inbreng en inzet voor letselschadeslachtoffers ertoe doet. Getuige de tevredenheidcijfers van mijn kantoor doen we dat ook goed. Eigenlijk zou ik iedereen willen (moeten) adviseren om bij letselschade direct een letselschadeadvocaat in te schakelen.


Het bevreemde mij dan ook dat ik in een onderzoek van de Vrije Universiteit van Amsterdam las dat slachtoffers zonder belangenbehartiger meer tevreden waren over de afwikkeling van hun letselschade zaak dan slachtoffers met. Sommigen collega’s lazen iets anders in het onderzoek, namelijk dat de schadevergoeding van letselschadeslachtoffers met een belangenbehartiger bijna vier keer zo hoog was als voor een slachtoffer zonder een belangenbehartiger. Die (deel)conclusie van het onderzoek werd op dit gremium veel gedeeld door belangenbehartigers.


Uit dat onderzoek:
Binnen elke door ons op basis van type letsel en verwachte hersteltijd geconstrueerde gevalscategorie zijn de uitgekeerde schadebedragen in de groep met belangenbehartiger minstens twee keer zo hoog als in de groep zonder rechtshulp. De grootste verschillen bevinden zich binnen de gevalscategorie benadeelden met blijvende nekklachten. Binnen die groep ontvingen benadeelden met een belangenbehartiger gemiddeld 4,5 keer meer schadevergoeding dan slachtoffers zonder belangenbehartiger
Zoals ik al schreef hierboven; ik denk dat mijn inschakeling ertoe doet. In financieel opzicht blijkt dat ook uit dit onderzoek. Logisch dat belangenbehartigers als ware het een WC-eend reclame toeterden na dit onderzoek: “Wij van de belangenbehartigers adviseren belangenbehartigers.”
Er blijkt dus een verband te zijn tussen de omvang van de uiteindelijke schadevergoeding en het inschakelen van een letselschadeadvocaat. Deze vergoeding wordt immers hoger door het inschakelen van die advocaat, zou je kunnen concluderen. Toch is dat niet helemaal waar.


Uit het onderzoek:
“Deze bevindingen kunnen de argeloze lezer echter makkelijk op het verkeerde been zetten, want net als het geval is bij de doorlooptijd, is onduidelijk in hoeverre het verschil in uitgekeerde schadevergoeding is toe te schrijven aan de betrokkenheid van een belangenbehartiger. Ook hier doet zich het omgekeerde mechanisme voor, waarbij binnen een en dezelfde gevalscategorie benadeelden met complexer en impactvoller letsel sneller een belangenbehartiger in de arm nemen dan benadeelden van wie het letsel minder impactvol is.”
Ik blijk geen “argeloze” lezer omdat ik zoals ik hierboven al schreef aansloeg op de deelconclusie dat slachtoffers zonder belangenbehartiger meer tevreden zijn met de afwikkeling van de zaak. Er blijken belangrijkere redenen te zijn voor die tevredenheid, aldus de onderzoekers:
“Een van de uitkomsten van dit onderzoek is dat benadeelden het afwikkelingsproces in sterkere mate beoordelen op hun subjectieve ervaring (waaronder de empathische, persoonlijke benadering) dan op de objectieve uitkomst van de hoogte van de schadevergoeding.”


Laat dat nou net de manier zijn waarop wij letselschadezaken willen doen getuige ook onze website:
“Empathie, compassie maar niet blind voor de realiteit, dat is de manier waarop wij letselschadezaken en procedures oppakken.”


Kortom: Wij van Punt……

Lees meer

Trending Puntzak

Geplaatst op: februari 17, 2023

Als blijk van waardering voor onze relatie neem ik voor mijn klanten eens in de zoveel tijd een kleine attentie mee. Zo had ik jaren terug bij een klant van mij die kweker is planten gezien met grappige puntige blaadjes. “Kijk” zei hij ”Puntplantjes voor bij jou op kantoor!” Ik dacht dat als de associatie van die klant punt-plant-puntplant was, het leuk zou zijn om klanten te verrassen met een dergelijke ‘Puntplant’. Ik vroeg hem hoeveel Puntplantjes hij kon leveren en dat jaar nam ik tijdens mijn (abonnement)bezoeken aan mijn klanten steevast een Puntplantje mee. Dat werd zeer gewaardeerd, bij sommige klanten staat het plantje nog steeds fier rechtop.

Toen ik enige tijd geleden het ondernemerslogo wilde aanpassen vertelde ik dat aan een klant waarbij ik mij hardop afvroeg hoe ik die wijziging het beste onder de aandacht kon brengen.  Deze klant, nu directeur van een prachtig bedrijf maar in een vorig leven marketeer, vroeg mij; “Waarom niet weer een puntplantje?” Die van hem stond ook nog florerend in de vensterbank. Ik gaf aan dat ik wat anders wilde.  Zoals het een echte marketeer betaamt begon hij meteen vrij te associëren. Na de obligate grappen over ‘punthoofd’ en ‘punt-uit’ zei hij serieus: “Bij Punt denk ik aan een puntzak”. Een puntzak. Ik associeerde dat op mijn beurt direct met patat en het leek me schier onmogelijk bij een bezoek binnen te komen met een puntzak patat. Maar een puntzak met mijn logo en met snoepjes zou uiteraard wel kunnen. Een nieuw idee was geboren.

Punt

 Nadat ik mijn vaste reclamebedrijf had gebeld bleek het mogelijk te zijn mijn logo op puntzakken te laten drukken. Wilde ik het op papieren puntzakken dan diende ik ze per duizend stuks af te nemen.  Helaas (lees; Gelukkig) heb ik niet zoveel klanten maar het alternatief was om kartonnen puntzakken te bestellen met het Punt logo. Zo gezegd, zo gedaan en in no-time had ik de Punt-puntzak op kantoor. Gezocht naar een goede vulling vond ik bij de Sligro kilozakken toffees met advocaatsmaak. Zak geregeld en inhoud geregeld maar een Punt-puntzak blijft niet vanzelf staan. De oplossing was een puntzakhouder. Ik wist dat die houders in de horeca worden gebruikt om puntzakken patat te serveren. Nadat daar ook een groot aantal van waren besteld heb ik de eerste puntzak met  advocaatsnoepjes uiteraard aangeboden aan de klant die het had bedacht. Hij enthousiast maar ook alle klanten waar ik toe nu toe mijn Punt-puntzak achterliet reageerden enthousiast.

De Puntpuntzak werd dus gewaardeerd maar leidde een tamelijk onbekend en anoniem bestaan bij klanten op de zaak. Eigenlijk kenden alleen mijn klanten de Punt-puntzak totdat deze week mijn Punt-puntzak vereeuwigd werd op dit medium door een enthousiaste bezoeker van InDiv waar ik ook een Punt-puntzak had gebracht. Ton Munneke was deze bezoeker. Die ken ik en ik weet dat hij in de marketing zit. Mooi compliment dus. Binnen de kortste keren nadat Ton de foto op LinkedIn plaatste liep mijn berichtenbox vol met mensen die commentaar gaven op de foto of de foto likten en mij tagden. Mijn Punt-puntzak was zowaar trending.

Ik zag overigens ook dat die ene foto van de Punt-puntzak bijna meer likes en hits opleverde dan mijn Vrijmiblo’s en ik realiseerde me dat ik er verstandig aan zou doen binnenkort deze Ton uit te nodigen om eens met mij om de tafel te gaan.

Mocht u overigens na het lezen van deze Vrijmiblo of na het zien van de foto van de Punt-puntzak een niet te bedwingen behoefte voelen om een eigen Punt-puntzak in uw bezit te krijgen? Schroom dan niet om mij om één te vragen.

Lees meer

Wat kost dat eigenlijk, een procedure?

Geplaatst op: februari 3, 2023

Volgens het Europese Hof moeten consumenten deze vraag (vaker) aan hun advocaat stellen en (belangrijker) de advocaat moet daarop een ander antwoord geven dan; “mijn uurtarief zolang het duurt”.

Cryptisch begin? Wellicht. Maar de uitspraak van het Europese Hof van begin dit nieuwe jaar waaraan in de inleiding werd gerefereerd is ook wat cryptisch vind ik. Ik licht het toe.

Afspraken tussen consumenten en dienstverleners vallen onder de ‘richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten’. Dat betekent dat een afspraak over het honorarium van een advocaat (zijn uurtarief) voorafgaand aan het aangaan van de overeenkomst van opdracht moet worden besproken. Tot zover niets nieuws. Echter; deze uitspraak bepaalt dat het enkel overeenkomen van een uurtarief onvoldoende is. De consument moet, aldus het Europese Hof, van te voren kunnen inschatten wat de totale kosten kunnen zijn van de opdracht (tot procederen). Het Hof schreef:

Deze informatie, die kan variëren naargelang zowel het voorwerp en de aard van de juridische diensten waarin de overeenkomst voorziet als de toepasselijke beroeps- en gedragsregels, moet aanwijzingen bevatten die de consument in staat stellen bij benadering de totale kosten van die diensten te ramen.

Kortom; de consument moet van tevoren begrepen hebben wat de totale kosten van de opdracht die hij zijn advocaat geeft zouden kunnen zijn. Advocaten zullen nog beter, voorafgaand aan de opdracht, de consument moeten wijzen op de mogelijk maximale kosten van een procedure. Daarbij moet de advocaat aanwijzingen verstrekken, hij/zij moet bijvoorbeeld een overzicht geven van de minimaal te besteden uren die hij/zij aan de zaak zal besteden en/of de consument tussentijds op de hoogte moeten houden van de kosten (die al zijn gemaakt en nog worden verwacht).

Let op; deze uitspraak heeft alleen betrekking op honorariumafspraken tussen advocaten en consumenten. Op sociale media – ook op dit platform – wordt al geschreven over het einde van de uurtje-factuurtje werkwijze door advocaten. Dat is uiteraard niet het geval. Maar in consumentenzaken is het wel even alle hens aan dek meen ik. Alleen al omdat een afspraak over alleen het uurtarief vernietigd kan worden waardoor de kans bestaat dat consument helemaal niets hoeft te betalen.  Het Hof:

…..van een oneerlijk geacht beding waarin de kosten van de diensten worden vastgelegd op basis van een uurtarief niet kan voortbestaan en deze diensten reeds zijn verricht, er niet aan in de weg staan dat de nationale rechter besluit tot het herstellen van de situatie waarin de consument zou hebben verkeerd zonder dat beding, zelfs als dit ertoe leidt dat de verkoper geen vergoeding voor zijn diensten ontvangt……

Hoewel ik geen echte consumentenzaken doe stemt dit arrest wel tot nadenken. Het laten lopen van de meter zolang de procedure loopt is nooit mijn werkwijze geweest. Ik probeer altijd op voorhand een inschatting te maken. Maar eerlijk; soms loopt het dan nog vreeslijk uit de hand als er bijvoorbeeld getuigen gehoord moeten worden, er meerdere zittingen worden gelast of er een tegeneis wordt ingesteld.

Soms kan een klant gewoonweg niet meer terug, hoe goed hij of zij op voorhand ook is geïnformeerd over de mogelijke kosten van een procedure.  Voor procedures blijft dus het adagium; Bezint eer ge begint!

Lees meer

Goede voornemens

Geplaatst op: januari 13, 2023

Zoals ik in mijn out of office al meldde: Ik was op Vlieland met de jaarwisseling. Wederom een relaxt begin van het nieuwe jaar. In mijn Vrijmiblo van een jaar geleden (Vlieland) schreef ik daar ook al over. In die blog vroeg ik u met mij mee te denken en te sparren over de vraag; waar moet het heen met de advocatuur en wat kan en moet er beter (in 2022)? Antwoorden op die vraag heb ik zeker gekregen van u. Klanten vertelden me wat ze van mij(n kantoor) vonden hetgeen resulteerde in een “Advocaatscore” van 9,6 in 2022. Dat was goed voor plaats 61 in de top 250! Zie als bewijs: https://advocaatscore.nl/top-250-2022/. Daar ben ik uiteraard heel erg blij mee. De klanten die de moeite namen een review te schrijven, dank daarvoor.

Maar ook zonder score werd mij door mijn klanten verteld wat ze van mij verwachten. Daarbij viel op dat onderwerpen als eerlijkheid, transparantie en bereikbaarheid de boventoon voerden. Onderwerpen die Dio en mij na aan het hart liggen en waar ons ook dit jaar weer sterk voor willen maken.

Wat eigenlijk nooit onderwerp van (opbouwende) kritiek is zijn de uurtarieven die ik hanteer. Ook daar ben ik erg transparant over (Open deur). Al heel veel jaren hanteer ik in de ondernemerspraktijk hetzelfde uurtarief van € 215,- ex btw. Toch begon ik te twijfelen of dat tarief niet omhoog moest. Dat kwam omdat ik de laatste maanden dood werd gegooid met artikelen daarover, waaronder dit artikel https://www.advocatenblad.nl/2022/10/20/tweederde-kantoren-verhoogt-tarieven/. Als ik dit artikel moet geloven (en waarom zou ik dat niet?) dan verhogen 2 op de 3 advocatenkantoren  hun tarieven. De reden is om meer omzet te genereren om zo de inflatie en hogere kosten het hoofd te bieden. Met deze inflatie zal niemand raar opkijken als ik mijn tarieven met 10% verhoog, dacht ik. Anderzijds, prijs ik mezelf dan niet uit de markt?  Stof tot nadenken dus en op Vlieland had ik alle tijd en ruimte om ook dit vraagstuk(je) op te pakken.
Ik kwam tot de conclusie dat € 215,- per uur een keurig kostendekkend tarief is en nog steeds erg concurrerend is. Dat blijft dus zo in 2023.

Uiteraard heb ik op Vlieland ook nagedacht over goede voornemens. Iedereen doet dat volgens mij wel, zo aan het einde van het jaar. Privé heb ik er wel een paar; meer bewegen, vaker naar het theater en naar musea en toch proberen mijn vrienden vaker te zien, althans daar meer mijn best voor te doen. Gelukkig had een vriend van mij datzelfde voornemen zodat we morgen gezamenlijk naar Maastricht afreizen, naar de Interclassics . Klassieke auto’s kijken (niet kopen). Mijn eigen club
( de citroen sm  club) heeft er ook een stand en die zal ik zeker bezoeken. Als ik het goed heb begrepen staat in die stand de citroen SM van voormalig Sovjet president Brezhnev. De citroen SM kan wat dat betreft buigen op meer dan illustere bezitters. Zo schijnt dictator Idi Amin er meerdere te hebben gehad, maar ook de Sjah van Iran en keizer Haile Selassie van Ethiopië reden (als ie het deed) een SM. Maar dat terzijde.

Dit privé voornemen is tevens mijn zakelijke voornemen voor dit jaar. In het jaar dat we (Punt Advocatuur) 25 jaar bestaan wil ik (nog) meer klanten bezoeken. Gewoon om bij te praten en een kop koffie te drinken. Ik heb gemerkt dat tijdens (maar ook na) Corona het persoonlijk contact met klanten toch wat minder is geworden. Uiteraard wel met de klanten die daadwerkelijk een probleem hebben maar veel minder met mijn klanten/abonnementhouders die (gelukkig voor hen) minder vaak een beroep op mij moeten doen. Ik heb Dio ondertussen gevraagd juist met die klanten die ik de laatste tijd te weinig heb gezien of gesproken afspraken in te plannen. Dat is een voornemen waarvan ik zeker weet dat ik het zal nakomen.

Lees meer

Opgelicht!

Geplaatst op: december 23, 2022

Ik wil een ervaring met u delen.
Deze ervaring werd ingeleid door een mailbericht dat ik ontving van Comnet24 Domein & Hosting Service NL. Deze mail bevatte een factuur voor de domeinnaamregistratie 2022/2023. Nou heb ik een domeinnaam, www.puntadvocatuur.nl en deze is geregistreerd. Ik zag dus eerst geen addertje.

De factuur had ik uitgeprint en op de stapel in te boeken facturen gelegd. Als éénpitter ben ik van alle markten thuis dus boek ik ook de facturen. Toen ik de factuur echter weer in handen had begon ik toch te twijfelen. Mijn website wordt gehost door InDiv en die regelen verder alles voor mij. Ze plaatsen zelfs deze Vrijmiblo op de site. Waarom zou ik dan toch een factuur krijgen van een hosting service? Reden om de factuur toch maar even door te sturen naar InDiv. Of het wel klopte dat mijn domeinnamen bij voormeld bureau waren ondergebracht? Als snel kreeg ik de reactie dat het hier niet om een factuur ging maar om een opdrachtbevestiging. Onder de factuur (er stond toch echt factuur en ook een heus factuurnummer) stond een alinea hele kleine lettertjes. Daarin bleek onder anderen geschreven te staan:

Let op! dit is een aanbieding, geen factuur, betaling van deze aanbieding wordt beschouwd als opdrachtbevestiging.” Het stond er als “Let op! dit is een aanbieding, geen factuur, betaling van deze aanbieding wordt beschouwd als opdrachtbevestiging.”

Het had een haar gescheeld of ik had in de waan van de dag de factuur ingeboekt en uiteindelijk betaald. Had ik het bedrijf Comnet24 Domein & Hosting Service NL even gegoogeld waren overigens ook direct alle alarmbellen afgegaan. Honderdachtendertig resultaten met als toevoeging “oplichting” en “fraude”. Ik was duidelijk niet de enige die een factuur had ontvangen.

Hoewel het er achteraf bezien wel heel dik bovenop lag, was ik er toch bijna ingetrapt.

Op dit punt aangekomen en met oplichting als rode draad in deze Vrijmiblo bent u wellicht nieuwgierig naar de afloop van de oplichtingzaak die ik beschreef in “uurtarieven”. U weet nog wel; de klant die nietsvermoedend via internet een loodgieter vond, liet komen en vervolgens ruim €2200,- moest betalen. Ook deze klant had op voorhand een opdrachtbevestiging getekend met tarieven voor onder anderen spiraalkosten ad. €129,- per meter. En hoewel het werk binnen een kwartier was gepiept waren er wel elf meters spiraal gebruikt. Een duidelijk geval van oplichting, schreef ik toen.

Ik liet u in die Vrijmoblo achter met de woorden:

Inmiddels heb ik het achterliggende bedrijf gedagvaard. Pro Bono, dat leek me gezien de omstandigheden het minste wat ik voor de klant kon doen.”

De gedaagde loodgieter liet verstek gaan. Hij kwam niet opdagen bij de kantonrechter. Dat resulteerde in een zogenaamd verstekvonnis. Een vonnis waarin de vorderingen van mijn klant tot terugbetaling en vergoeding van de kosten volledig werden toegewezen. Ik heb dat vonnis door de deurwaarder aan de loodgieter laten betekenen. De loodgieter kon nog in verzet komen (dat kon door zich binnen vier weken alsnog bij de rechter te melden om te proberen het vonnis van tafel te krijgen) maar ook dat deed hij niet. Hij betaalde echter ook niet. Gelukkig had mijn klant de factuur van de  loodgieter gepind en daardoor kende hij het bankrekeningnummer van de loodgieter. Ik heb vervolgens de deurwaarder opdracht gegeven op dat rekeningnummer beslag te leggen. Na dat beslag meldde de deurwaarder mij dat de bank had uitbetaald. Het factuurbedrag, de proceskosten, de incassokosten en de deurwaarderskosten. Mijn klant kreeg dus al zijn geld terug.

Het moraal van dit verhaal? Opgelicht worden kan echt iedereen overkomen.

Lees meer

Constitutionele toetsing

Geplaatst op: december 9, 2022

Bijna dertig jaar geleden studeerde ik aan de RUG af nadat mijn scriptie was goedgekeurd. Die scriptie ging over artikel 120 van de Grondwet, de voors en tegens van het verbod op constitutionele toetsing. Wat de inhoud van en/of de conclusie uit mijn scriptie was weet ik eerlijk gezegd niet meer. Ik kan me nog wel mijn Buluitreiking herinneren. Die vond plaats in het academiegebouw, in de prachtige Senaatszaal. Afstuderen deed je (toen) in groepjes van ongeveer 10 medestudenten. Mijn opa’s en oma’s, ouders, schoonouders, zus, vriendin en vrienden waren allemaal aanwezig. Voor in de zaal zaten de scriptiebegeleiders. Ze waren er allemaal, behalve die van mij. “Die komt vast nog wel”, dacht ik.

Iedereen kreeg van zijn scriptiebegeleider een leuk praatje. Iedereen, behalve ik. Toen de voorzitter van de uitreikingscommissie mijn naam zag kleurde hij en mompelde dat de scriptiebegeleider van J.A. Venema (“Dat bent u?”) helaas niet was komen opdagen. Waarover mijn scriptie eigenlijk ging, vroeg hij zich hardop af om vervolgens de zaal te trakteren op een mini college over artikel 120 van de Grondwet. Gelukkig kon deze mij onbekende voorzitter niets vervelends zeggen over de kwaliteit van mijn scriptie, mijn cijferlijst, het feit dat ik er zeven jaar over had gedaan en lag er wel een bul voor me klaar. 

Binnen de juristerij is de term ‘constitutionele toetsing’ nu ineens weer trending. “Waarom?”, vraagt u zich af, nadat u waarschijnlijk eerder dacht: “Wat is dat eigenlijk, constitutionele toetsing?”. Goede vragen. Bij constitutionele toetsing toetst een rechter de formele wet aan de  Grondwet. Oké, wat het betekent weet u nu, maar waarom is het trending? Dat komt omdat in Nederland de rechter de wet niet mag toetsen aan de grondwet maar dat gaat hoogstwaarschijnlijk veranderen. 

In een kamerbrief  hebben de minister van Binnenlandse zaken en de minister van Rechtsbescherming (Hanke Bruins Slot en Franc Weerwind) uiteengezet waarom zij menen dat het verbod om de wet te toetsen aan de grondwet opgeheven zou moeten worden. Zij stellen voor dat het rechters wordt toegestaan in aan hun voorgelegde zaken te toetsen of een wet/wetsbepaling in strijd is met de klassieke grondrechten, waaronder vooral de vrijheidsrechten.  Zij kiezen niet voor een constitutioneel hof, zoals bijvoorbeeld in Duitsland en Amerika, maar voor de mogelijkheid om toetsing van een wet aan de grondwet bij alle rechters aan te kaarten. Uit de brief blijkt de uiteindelijke bedoeling:“Bij onverenigbaarheid van de wet(sbepaling) met de Grondwet zou de rechter, naar het oordeel van het kabinet, moeten kunnen besluiten om de wet(sbepaling) buiten toepassing te laten.”

Waarom bestaat artikel 120 van de Grondwet eigenlijk? Het idee achter het verbod om wetten te toetsen aan de grondwet komt voort uit de idee dat wetten worden gemaakt door het volk (regering en parlement) en worden getoetst op voorhand door de Raad van State. Wetten komen democratisch tot stand. Voorstanders van artikel 120 van de Grondwet menen dat deze democratisch tot stand gekomen wetten niet terzijde geschoven zouden moeten kunnen worden door ondemocratische (immers niet gekozen) rechters. Ook zou het de rechtszekerheid aantasten. Door het verbod de formele wet te toetsen aan de grondwet weet iedereen waar die aan toe is en kan een wet niet ineens door de rechter buiten werking gesteld worden. De rechter -aldus de voorstanders van het verbod op toetsing- moet niet op de stoel van de  wetgever gaan zitten. De tegenstanders van het verbod grijpen met name de recente kindertoeslagaffaire en de coronamaatregelen aan om te stellen dat veel ellende had kunnen worden voorkomen als de rechter wetten had kunnen toetsen aan de klassieke grondrechten. Of artikel 120 Grondwet nu wel of niet wordt afgeschaft, bij het horen van artikel 120 denk ik altijd weer (met gemengde gevoelens) terug aan die middag in de Senaatskamer bijna 30 jaar geleden.

Lees meer

Gratis advies?
Sluiten

Gratis 10 minuten letselschade advies.