Ripperda
Geplaatst op: september 1, 2023
Afgelopen week bezocht ik net als vorige zomer een voorstelling van de Zummerbuhne. Een openlucht muziektheater spektakel opgevoerd op het Groningse platteland. Vorig jaar speelden ze in Overschild, in de tuin van de vervallen boerderij Hollands Hoop, het gelijknamige televisieprogramma met Marcel Hensema in de hoofdrol. Dit jaar verplaatste het spektakel zich naar landgoed Maarhuizen, nabij Winsum. Het waanzinnige verhaal van Johan Willem Ripperda werd vertolkt in woord en muziek. Ik had eerlijk gezegd nog nooit gehoord van deze Ripperda. Toch heeft hij echt bestaan, hij leefde in de 17e eeuw en in deze voorstelling wordt hij gespeeld door Bert Visscher. Het affiche beloofde: “Ripperda is een muziektheatervoorstelling over bravoure, list en bedrog”.
Kijk, dat spreekt mij uiteraard wel aan.
De bravoure van Ripperda had vooral te maken met zijn onhebbelijkheid beloftes te doen die hij -of degene namens wie hij die beloftes deed- niet kon nakomen. In mijn praktijk kom ik uiteraard veel van dat soort gevallen tegen. Partijen die beloftes doen die ze niet kunnen of willen nakomen. Soms weet een partij op voorhand al dat ze die beloftes niet na zal kunnen komen, soms was er wel goede wil maar waren er geen middelen, kennis, kunde en/of veranderende omstandigheden. Veel rechtszaken gaan over deze niet nagekomen beloftes. Toegezegd werd binnen een bepaalde termijn te betalen, iets op te leveren of af te leveren en om welke reden dan ook kan of wil een partij die belofte niet gestand doen.
Ripperda maakte er een sport van om bewust en met voorbedachte rade (loze) beloftes te doen. Beloftes dat iemand anders iets zou doen, presteren en/of zou nalaten waarvan hij wist dat degene zijn beloftes niet zou nakomen. Heden ten dage zouden de gedragingen van Ripperda beoordeeld worden aan de hand van de bestuurdersaansprakelijkheid. Hem zou persoonlijk onrechtmatig handelen worden verweten en hij zou veroordeeld worden om persoonlijk de schade te vergoeden. In het geval van Ripperda werd hij niet veroordeeld. In die tijd pakten ze het wat pragmatischer aan. Door zijn malversaties werd hij weggestuurd uit de Staten Generaal, gevangen gezet door de Koningin van Spanje, bijna vermoord door de Sultan van Marokko, opgelicht door de latere koning van Corsica en stierf hij alleen en berooid in Marokko. Je moet het verhaal echt gaan lezen (de voorstellingen zijn allemaal uitverkocht) want het is echt een fantastisch verhaal.
Binnenkort start ik met een campagne om mijn letselschadepraktijk te promoten. Ik heb tijd, ruimte en zin om wat meer letselschadezaken te gaan doen. Daarvoor heb ik een marketeer ingeschakeld die me gaat helpen bij met maken van een reclamecampagne. Dergelijke campagnes staan uiteraard ook bol van de beloftes. Een korte blik op de reclame-uitingen van letselschadekantoren leert mij dat ze beloven dat ze gratis voor u werken, dat ze de maximale schadevergoeding voor u verhalen, dat u wordt bijgestaan door zeer ervaren juristen, dat ze al heel veel zaken succesvol hebben afgerond en ga zo maar door. Het zal allemaal waar zijn en uiteraard kan ik u dat ook beloven. Daarbij kunt u bij letselschade bijna op iedere straathoek (figuurlijk) wel een kantoor vinden dat u wil helpen. Ik zal me dus moeten onderscheiden en wellicht andere beloftes moeten doen. Eerder schreef ik daarover al dat in letselschade zaken het tonen van empathie en compassie veel belangrijker is dan alle andere beloftes.
Het wordt denk ik nog een hele klus (voor mijn marketeer) om een campagne te verzinnen die onderscheidend is, waar uit naar voren komt dat wij als letselschadekantoor met compassie en op een empathische wijze een realistische behandeling van letselschadezaken voorstaan. Ik beloof u dan ook dat het geen Ripperda-achtige reclamecampagne wordt maar ik hoop dat ik uiteindelijk wel Ripperda-achtige recensies zal kunnen lezen op Advocatenscore.
Mythes
Geplaatst op: augustus 11, 2023
Ik ben op vakantie. Samen met mijn vrouw Judith verblijf ik drie weken in Griekenland. Terwijl ik dit schrijf zijn we net over de helft. We hebben Athene al verkend, twee eilanden aangedaan en zijn nu in de buurt van Acheron Springs. De plek waar een ijskoude bergrivier tussen vaak steile rotsen meandert naar de zee. Naast Judith heb ik deze vakantie nog een metgezel; Stephen Fry. Niet in persoon maar als schrijver van de boeken Mythos en Mythos 2/Helden. De combinatie door Griekenland reizen en lezen over de Griekse Mythologie raad ik iedereen aan. Nu denkt u wellicht dat ik in mijn vakanties zware kost lees? Niets is minder waar. Fry verhaalt over mythes en klassieke helden als vertelde hij de sprookjes van de gebroeders Grimm. Luchtig doch gruwelijk.
Waar ik deze week tot mijn gruwel ook achter kwam is dat ik deze week al weer vijfentwintig jaar advocaat ben. Vijfentwintig jaar! Ik zie me nog staan in de rechtbank in Assen voor mijn beëdiging. Judith uiteraard mee. Iedereen vertelt me nog altijd dat ik zonder haar nu nog zou zitten te knobbelen in de Schatgraver, dus reden te meer dat zij getuige was van de beëdiging. Mijn zus was ook mee en uiteraard mijn patroon, degene onder wiens toezicht je staat als je gaat beginnen als advocaat. Mijn patroon was mijn werkgever en eigenaar van het kantoor. Het aparte aan advocaat worden (vind ik) is dat je er eerst één moet zijn om er één te kunnen worden. Je moet een baan hebben, beëdigd worden en daarna drie jaar als stagiaire opleiding doen en met goed gevolg afronden. Uiteraard had een collega op kantoor mij wijs gemaakt dat ik de advocateneed uit mijn hoofd moest kennen en reciteren. Hoewel ik dat niet geloofde had ik toch stiekem geoefend. Gelukkig volstond een “Dat beloof ik.” en de rest is geschiedenis. Dat dat alweer vijfentwintig jaar geleden is. Onvoorstelbaar.
De afgelopen vijfentwintig jaar kenden uiteraard hoogte- en dieptepunten. Successen en nederlagen, niet alleen in mijn eigen zaken. Ik kan daar nog wel een aantal vrijmiblo’s aan wijden en zal dat wellicht ook nog wel gaan doen. Toch herinner ik me van de afgelopen vijfentwintig jaar vooral de voldoening die ik vond in het werk zelf. Het helpen van mijn klanten vond en vind ik veel leuker dan het zijn van eigenaar, directeur of patroon. Wellicht is dat ook de reden dat het hetzelfde kantoor dat mij vijfentwintig jaar geleden de kans bood advocaat te worden uitgegroeid is tot een kantoor waar alleen ik advocaat ben en Dio mijn assistent. Daar waar anderen wellicht trots beschrijven welke groei zij hebben meegemaakt in fte’s, ben ik er trots op dat we van drie via (volgens mij) twaalf zijn gegroeid naar een (nog steeds hetzelfde) kantoor met één advocaat. Op die manier kan ik mij volledig toeleggen op de inhoud van de advocatuur en het persoonlijke contact met alle klanten. Alle klanten van kantoor zijn immers mijn klanten en daarmee zijn alle klanten mijn persoonlijke klanten.
Omdat ik nog niet met pensioen wil of kan zal ik me de komende jaren blijven inzetten om mijn klanten te helpen. Met adviezen, procedures of gewoon een goede behandeling van hun letselschade zaak. Daarnaast wil ik graag zoals Fry schrijft over de Griekse mythen mijn vrijmiblo’s blijven schrijven over mijn belevenissen als advocaat. Luchtig doch hopelijk niet te gruwelijk.
Koning
Geplaatst op: juli 21, 2023
Zo vlak voor de zomervakantie viel mijn oog op een LinkedIn post van de burgemeester van Emmen. Trots als een pauw kondigde hij aan dat het zijne koninklijke hoogheid heeft behaagd zijn verjaardag volgend jaar te vieren in Emmen. Nadat ik het berichtje weg klikte gingen er allemaal emoties door mij heen. Naast trots, ik weet niet waarom, ook direct de gedachte, “dat hij nu al weet waar hij volgend jaar zijn verjaardag viert”.
Ik snap het wel, je verjaardag niet thuis vieren. Ook ik probeer ieder jaar rond mijn verjaardag deze dag vooral niet thuis te vieren. Ik heb niet zo veel met verjaardagen. Van anderen wel, dat vind ik juist heel leuk. Maar m’n eigen verjaardag? Nee, die sla ik liever over. Onze koning viert zijn verjaardag dus ook liever niet thuis. Anders dan onze koning laat ik het overigens liever niemand weten waar ik ben op mijn verjaardag. Omdat mijn verjaardag vaak in de voorjaarsvakantie valt probeer ik altijd met Judith “toevallig” die dag op vakantie te zijn. Zo vierde ik dit jaar mijn verjaardag in Alicante (waar mijn zoon stage liep en mijn dochter mij toch verraste met een bezoekje) en vierde ik het ook al eens op Vlieland of in Schotland. Wellicht wil de koning eigenlijk ook liever zijn verjaardag in intieme kring vieren maar ja, hij is van het volk en dus voor het volk.
Uiteraard was onze burgemeester zo trots als een pauw. Voor een dorp (Emmen is een dorp, wel met meer dan 100 duizend inwoners, maar nog steeds een dorp met dorpen erom heen) dat ieder jaar op de laatste plaats prijkt van de ranglijst meest aantrekkelijke grote gemeenten moet dit de uitgelezen kans zijn om heel Nederland te laten zien wat Emmenaren al heel lang weten. Het is hier prachtig! Emmen heeft (bijna) alles wat je hartje begeert. De mensen zijn er het gelukkigst van heel Nederland en je hebt rust, ruimte en groen.
Dat ik een trots gevoel kreeg toen ik las dat de Koning zichzelf uitnodigde om in Emmen zijn verjaardag te vieren verraste me wel. Ik heb eerlijk gezegd niet zo veel met de koning en het koningshuis. Ik heb ook niet zoveel met koningsdag en al helemaal niets met de onvermijdelijke vrijmarkt die daarop thuishoort en de hordes mensen die de straten en pleinen van Emmen tijdens dit soort feesten overspoelen. Ik ben niet eens een echte Emmenaar. Ik woon hier pas 25 jaar. Ik denk dat de trots meer te maken heeft met Emmen zelf, de plaats, de mensen die er wonen en de underdogpositie die Emmen altijd inneemt. Of het nou om de plaatselijke FC gaat of over de plaats op de Atlas van de gemeenten, het lijkt altijd of Emmen niet echt op haar waarde wordt geschat. Nee, we hebben geen universiteit en geen ander strand dan die bij de kleine Rietplas. We hebben geen poptempel of topsporthal. Maar we hebben wel een dorp waar de bewoners trots op zijn. Waar het goed en gezond toeven is, waar we wel industrie hebben maar geen Dupont of Tata-steelachtige taferelen en waar de enige file die we hebben op vrijdagavond (snik) op de rondweg staat als de FC haar thuiswedstrijden speelt. Onze burgermeester schreef dat het voor Emmen een uitgelezen mogelijkheid is “om de trots van de inwoners op gemeente en regio onder zijn aandacht te brengen”. Ik weet niet of onze koning daar heel anders van wordt en of Emmen dat wat oplevert. Wel denk ik dat het een mooie manier is om de rest van Nederland, die waarschijnlijk aan de buis gekluisterd zit, te laten zien wat hoe mooi en veelzijdig Emmen is.
Of ik Koningsdag ook in Emmen ga vieren?
Ik weet het niet. Voor mij hoeft het niet. Maar als ik toch in Emmen blijf en live ga kijken zal ik dat hopelijk kunnen doen met de nu 101 jarige oma van Judith die hier in Emmen woont. Ik denk niet dat er een grotere fan van ons koningshuis is dan zij. Hopelijk kunnen we voor haar een mooi plekje vinden langs de route zodat ze onze koning nog eens in persoon kan aanschouwen.
Schiermonnikoog
Geplaatst op: juli 7, 2023
Eerder schreef ik al over de bijzondere positie van de advocaat. Als advocaat ben ik verplicht lid van de orde van advocaten, moet ik me houden aan de Advocatenwet, weet u zich als klant verzekerd van toezicht op mijn functioneren en heb ik een geheimhoudingsplicht en een verschoningsrecht. Dat is voor u als (potentiële) klant prettig om te weten. U kunt mij alles vertellen en ik moet dat vervolgens geheimhouden. Als ik als getuige wordt opgeroepen om onder ede te verklaren over een klant kan ik mij verschonen, dat betekent dat ik zelfs onder ede niet verplicht ben te antwoorden. Advocaten hebben dus specifieke rechten en plichten en dat onderscheidt ons van andere juristen. Eén van de plichten is de verplichting om me laten bijscholen. Onze orde verplicht ons jaarlijks een aantal opleidingspunten te behalen, 20 punten om precies te zijn. Deze punten haal je door het volgen van cursussen. Als je je als specialist hebt ingeschreven bij de orde moet je op dat vakgebied minimaal 10 punten halen. Ik sta ingeschreven met de specialisaties ondernemingsrecht en letselschade. Als letselschadeadvocaat moet ik dus jaarlijks 10 opleidingspunten halen op dat vakgebied.
Meestal zijn dingen die moeten niet leuk. Dingen die moeten stel je meestal ook uit. Zo gebeurt het mij menigmaal dat ik in december tot mijn schrik constateer dat ik nog een aantal punten moet halen. Ik ben daarin niet de enige want in december stroomt mijn mailbox over met aanbiedingen om zogenaamde last-minute cursussen te volgen. Meestal online. Het aanbod van online cursussen heeft sinds Corona sowieso een enorme groeispurt doorgemaakt. Daar waar in het pre-corona tijdperk een cursusdag vaak betekende een hele dag op pad (bij voorkeur met een copieuze lunch, wijntje erbij zodat het middaggedeelte licht rozig kon worden voortgezet) worden sinds corona vooral online cursussen aangeboden van 1 tot wel 8 uur. Snel, efficiënt, voordelig en vanuit je eigen bureaustoel. Lunch is dan vaak een snelle boterham die je zelf hebt gesmeerd en wijn achter je bureau is toch echt ‘not done’. Opletten moet je ook want om er zeker van te zijn dat je ook achter je scherm hebt gezeten moet je na afloop van de onlinecursus een toets doen waarbij je vragen moet beantwoorden die je niet zou kunnen beantwoorden als je niet hebt opgelet.
Ook ik volg deze online cursussen maar ik mis dan toch wel vaak het echte contact met de medecursisten en de docent(en). Daarbij hoeft het van mij niet altijd snel en efficiënt. Soms is het best prettig om de knop even om te zetten en een cursus op locatie te volgen waarbij je echt je hand kunt opsteken om een vraag te stellen in plaats van op een ‘handje-emoticon’ te klikken. Nog prettiger is het als de cursus dan ook nog eens op een mooie locatie is en de overtreffende trap is dan een tweedaagse cursus op een Waddeneiland. En die cursus is er voor letselschadespecialisten.
Twee oud-collega’s van mij, Arvin Kolder en Armin Vorsselman hebben naast een eigen advocatenkantoor ook een opleidingsinstituut opgericht. Twee weken geleden organiseerden zij de tweede Eilandcursus Personenschade op Schiermonnikoog. Wellicht om hierboven door mij genoemde reden hebben ze naast hun obligate onlineaanbod een tweedaagse cursus op locatie bedacht. Twee dagen op Schiermonnikoog om met gelijkgezinde, geïnteresseerde en vooral leuke collega’s bijgespijkerd te worden in Hotel Van der Werff.
Net als vorig jaar had ik me dit jaar ook weer ingeschreven voor de Eilandcursus. Net als vorig jaar had ik daar ook dit jaar geen spijt van. Het niveau van de cursus is hoog, het tempo is snel, de vragen niet tenenkrommend en je hebt ook nog tijd genoeg om bij te praten met (oud-)collega’s onder het genot van een hapje en een drankje of om even lekker over het mooie Schiermonnikoog te struinen. Zoals u weet ben ik een Vlieland-fan en blijft dit eiland voor mij op nummer één staan maar Schiermonnikoog doet leuk mee in de top 5 van mijn favoriete Waddeneilanden.
Als je op deze manier je verplichte opleidingspunten kunt halen is er niet echt sprake van moeten, eerder van mogen.
I like to Moof it!
Geplaatst op: juni 23, 2023
Sinds ruim een jaar ben ik de bezitter van een elektrische fiets, een Van Moof. Je weet wel, zo’n grachtengordelfiets die er prachtig uitziet en waarop je überhip kunt deelnemen aan het stadse verkeer.
Sinds ik die fiets heb ga ik bijna dagelijks op de fiets naar kantoor. Het is ook maar een kleine 5 kilometer heen en weer. Op de Van Moof gaat dat sneller dan met de auto. Als de Van Moof het doet tenminste. U weet dat ik Franse auto’s rijd (zie SM-Club) dus ik ben een zake mate van onbetrouwbaarheid wel gewend. Nou, als Van Moof-bezitter gaat er een hele nieuwe wereld voor me open. Zo mooi als de fiets eruit ziet, zo onbetrouwbaar is de elektronica. Er zijn tientallen errorcodes en ik heb ze denk ik allemaal al eens voorbij zien komen. De fiets kan uiteraard niet door de doorsnee Emmense fietsenmaker worden gerepareerd. Nee, van Moof heeft speciale “bike doctors”. Geselecteerde hippe fietsenzaken in den lande (voor het heel Noord Nederland zit die in Groningen) waar je online een afspraak moet maken om je fiets af te leveren voor de nodige reparaties.
Voordat je echter online een antwoord op je vragen hebt ben je eerst in meerdere talen ongelofelijk kwaad geworden op de chatfunctie, “Boost” genaamd, die als een boemerang je telkens weer met een k-smoes vertelt dat een mens contact met je op zal nemen. Dat “mens” neemt vervolgens geen contact op. “Ben jij klaar voor de toekomst?’ is een slogan op de site van Van Moof. Nou, ik ben er eerder klaar mee.
Maar goed, als ie het doet, fiets ik dus naar mijn werk. Wat me dan opvalt is dat de meeste verkeersdeelnemers ogenschijnlijk een impliciete doodswens hebben. Vooral fietsers. Wat je op een doorsnee dag zo al tegenkomt op de weg. Het is niet te beschrijven, maar ik ga het toch proberen. Het centrum van Emmen is een ‘shared space‘ ruimte. Of te wel; voetgangers, fietsers, scootmobielen, busjes, vrachtwagens, iedereen deelt de ruimte. Ik hoef in principe alleen maar rechtdoor. Maar fietsend door Emmen centrum voel ik mij – zeker zomers- meer als Alberto Tomba. Je moet wel een echte slalomspecialist zijn wil je daar heelhuids doorkomen. En dan had Tomba la Bomba nog het geluk dat de poortjes niet plotseling naar links of naar rechts uitweken. Op de stadsvloer van Emmen vliegen scholieren alle kanten op, staan scootmobielen plotsklaps stil om de telefoon op te nemen (gebeurt echt) en is er niemand – echt niemand- die zijn of haar hand uitsteekt als ze voornemens zijn een afslaande beweging in te zetten.
Dat laatste valt mij sowieso op. Geen enkele fietser – de uitzondering daargelaten- steekt nog een hand uit. Hoe moeilijk is het en hoeveel veiliger is het voor jezelf en je mede verkeersdeelnemers om je vinger uit te steken als je afslaat? Ik doe dat wel. Iedere afslag wordt vergezeld van een richting aanduidende armbeweging. Dat lijkt me logisch en veiliger. Toch werd deze week, ondanks mijn duidelijke vingerwijzing (letterlijk) dat ik rechtsaf wilde slaan, die vingerwijzing door een scholier niet op waarde geschat. Al achterom pratend met zijn leeftijdgenootjes schoot hij vanaf de stoep zo de kruising over terwijl ik naar rechts wijzend net de bocht had ingezet. Omdat ik nog maar één hand had om te remmen en die hand fluks de voor-rem aantrok, stopte de voorkant van de fiets zonder dat de achterkant daaraan mee wilde werken. Daar ging ik. Gelukkig ving de puber mij onbedoeld op maar ik klapte vervolgens wel vol met mijn knieën op de grond. Behoudens een scheef stuur, zere knieën en een klein deukje in mijn hippe ego liep ik gelukkig geen letsel op en kon ik mijn weg vervolgen.
De fietsende scholier – die uiteraard niets te verwijten viel omdat zijn prefrontale cortex nou eenmaal nog niet was volgroeid- keek me wat beduusd na. Hij was of geschrokken of gewoon verwonderd omdat de Van Moof toch gewoon weer startte.
Padel
Geplaatst op: juni 9, 2023
Eerder schreef ik al over mijn belevenissen als lid van de Raad van Toezicht van de Praktijkschool in Emmen. Helaas had ik enige weken geleden mijn laatste vergadering. Na acht jaar diende mijn statutaire vertrek zich aan. De overige leden van de RvT lieten mij niet zomaar gaan. Ik werd gefêteerd op een lekker etentje waarin lovende woorden werden gesproken (ja, het ging over mij) en herinneringen aan acht jaar toezichthouden werden opgehaald. De voorzitter van de RvT, een oud volleyballer, net als ik, bleek recent te zijn overstapt naar de padelbaan. Hij had les en ze zochten een vierde man. Of dat iets voor mij was?
Nou liep ik al langer met het idee in mijn achterhoofd om weer iets gaan doen met een bal. De sportschool is voor een balsporter gewoonweg te saai. Ik wist dat op mijn oude club, LTC Emmen, een tweetal padelbanen waren opgericht dus ik riep meteen enthousiast dat ik het zeker wilde proberen. Zo stond ik sinds, denk ik, een jaar of zeven weer bij Cor in de kantine van de LTC. Er was (gelukkig) niets veranderd en ik voelde me meteen weer thuis. Dat kon niet gezegd worden van het gevoel op de padelbaan. Alles wat ik als tennisser had geleerd en nog niet was verleerd moest ik subiet vergeten. In mijn overijverige pogingen wilde ik uiteraard veel te snel en vooral veel te hard. Zo werden mijn trainingsgenoten uit pure onmacht een paar keer bijna gevaarlijk hard geraakt. Grappig is dat op zo’n moment de beroepsdeformatie weer de overhand neemt. Ik moest namelijk meteen denken aan letselschadezaken door sport en spel.
Iedereen die letselschadezaken doet is bekend met de zogenaamde sport- en spelsituaties. Als tijdens het sporten er letsel wordt toegebracht aan een tegenstander of teamgenoot zal dat minder snel als onrechtmatig worden beoordeeld dan als zo’n zelfde gedraging buiten het sportveld zou plaatsvinden. Als deelnemer van een sport of een spel stel je je als het ware bloot aan het risico op een klap, een schop of een bal in je gezicht etc. Dat geldt overigens niet alleen voor de sporters zelf, ook voor toeschouwers, getuige een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Een toeschouwer werd door een door een verdediger uitgetrapte bal op het hoofd geraakt en raakte zwaargewond. Toch oordeelde de rechtbank:
Alhoewel het incident tot een noodlottige afloop bij [naam eiser] heeft geleid, kan dus niet worden aangenomen dat [naam gedaagde] in het kader van de voetbalwedstrijd een abnormaal gevaarlijke gedraging heeft verricht die niet van hem behoefde te worden verwacht, door de bal uit te spelen zoals hij heeft gedaan.
Ook als toeschouwer dien je er dus rekening mee te houden dat deelnemers in het heetst van de strijd verkeerde, ongecontroleerde en ongecoördineerde handelingen verrichten. Datzelfde geldt dus ook voor deelnemers. Een onmachtige tackel van achteren waarbij een speler van FVV Foxhol (uiteindelijk) zijn onderbeen verloor was volgens de Hoge Raad ook een gedraging – hoe onhandig en ongelukkig dan ook – die binnen de randverschijnselen van de sport behoorde. Is voetbal dan echt oorlog? Zoals Rinus Michels ooit zei: Ja, eigenlijk wel. Althans, zo lang de gedraging plaatsvindt binnen het spel/de wedstrijd en geen gedraging is die een speler of toeschouwer in haar geheel niet hoeft te verwachten is de drempel voor aansprakelijkheid heel erg hoog. Als de overtreding aanleiding geeft voor een strafrechtelijke veroordeling zoals bij de tackel op Niels Kokmeijer dan staat onrechtmatigheid wel vast.
Ook is het onrechtmatig als bijvoorbeeld een speler na het eindsignaal van de scheidsrechter, dus na afloop van het spel of als het spel stil ligt uit woede een bal wegtrapt of slaat. Als ik na een uur training – ik was kapot – de padelbal uit pure frustratie heel hard richting de kantine had geslagen en ik had daar iemand geraakt zou ik me niet meer kunnen verschuilen achter een sport en spel situatie en zou ik voor de schade aansprakelijk kunnen worden gehouden.
Gelukkig vlogen er geen ballen richting de kantine. Wel vier mannen van een zekere leeftijd die vonden dat ze wel een biertje hadden verdiend!
Meesterknecht
Geplaatst op: mei 26, 2023
Mijn eerste echte abonnementhouder, Albert Mannenzaken, organiseert eens in de zoveel tijd een heuse ‘Herenavond’. Een niet zo inclusief gezelschap, mannen die klant zijn van Albert, komt dan bij elkaar in een (iedere keer weer ander) Emmens etablissement. Onder het genot van een hapje en een drankje en in een ontspannen sfeer kun je dan uitstekend netwerken maar vooral een hele leuke avond beleven.
Albert zorgt altijd voor een gastspreker. Deze keer was dat ’s werelds bekendste wielrenner uit Emmen; Gert Jakobs. Gert maakt tegenwoordig carrière als entertainer en gastspreker en omdat het bloed klaarblijkelijk toch kruipt waar het niet gaan kan kun je Gert ook boeken voor een heuse ‘fiets-experience”. Onze gastheer -die uiteraard weet welke maat zijn genodigden hebben- koos gelukkig niet voor dat laatste en zo werden we getrakteerd op mooie verhalen uit de oude wielerdoos. Daarmee werd het een zeer geslaagde netwerkavond.
Toch ben ik niet zo’n netwerker, eerlijk gezegd. Ik heb dat in het verleden wel heel veel gedaan. Als er iets werd georganiseerd door een ondernemersclub was ik van de partij. Gewoon om me te laten zien. Je gaat toch heen om gezien en herinnerd te worden. Herinnerd omdat je hoopt dat als iemand later een advocaat nodig heeft denkt: “Wie was dat ook al weer die ik tegenkwam op de ondernemersborrel afgelopen vrijdag?” “O ja, Han Venema. Laat ik die even bellen”. Als dienstverlener is netwerken echter vaak eenrichtingsverkeer. Feitelijk kom je iets halen, niets brengen. Ik heb wel iets te verkopen, namelijk mijzelf, maar eigenlijk niets in te kopen. Alle dienstenverlening om mij heen ligt al vast. Ik heb al een accountant, een verzekeringsadviseur, een fiscalist, een verhuurder, een schoonmaakbedrijf, een websitebouwer enzovoort. Ik produceer mijn eigen uren en daarvoor heb ik niemand ( behalve Dio uiteraard) nodig om (grondstoffen) bij in te kopen. Als ik wel eens op een netwerkbijeenkomst ben en ik zie vervolgens allemaal ‘halers’, denk ik wel eens. Dit heeft echt geen zin. Als ik dus naar een netwerkbijeenkomst ga is dat of omdat ik er iets van kan leren of omdat het gewoon een leuke club mensen is waarbij het goed toeven is. Ik ben dus meer een gezelligheidsnetwerker. Te vergelijken met een Mooiweerfietser, wat me weer brengt op de Herenavond met Gert Jakobs.
De herenavond is dus gewoon erg gezellig. Je komt er omdat je geïnteresseerd bent in de ander, luistert en vraagt naar verhalen, belevenissen en je treft oude bekenden. Daarbij had Gert Jacobs een mooi verhaal. Hij vertelde dat hij tijdens zijn carrière de titel “meesterknecht” kreeg. Jakobs vertelde dat hij drommelsgoed wist dat hij als wielrenner niet zelf kon winnen en ook niet die illusie had. Wat hij wel goed kon was zijn kopman uit de wind houden. Hele etappes ‘de ballen uit zijn broek’ fietsen om er voor te zorgen dat zijn kopman (waaronder Van Poppel en Breukink) konden winnen. Pure dienstverlening dus. Alles er aan doen om niet zelf te winnen maar je kopman te laten winnen en dus het team te laten winnen.
Toen ik na deze geslaagde herenavond weer naar huis fietste dacht ik bij mezelf. Eigenlijk ben ik ook een soort “meesterknecht”. Als meester in de rechten doe ik er immers alles aan er voor te zorgen dat mijn klant (de kopman) de procedure wint.
Niks makkelijker
Geplaatst op: mei 5, 2023
Niks makkelijker
Als ondernemer ontkom je er niet aan. De Belastingdienst. Ook ik niet. Hoewel ik persoonlijk altijd een beetje angstig word als er weer een serie (ze komen nooit alleen) blauwe enveloppen binnen komen, heb ik niet veel problemen met deze tot noodzakelijk kwaad geworden organisatie. Uiteraard wel morele problemen, maar geen praktische problemen. Mijn fiscalist zorgt er voor dat alles keurig netjes en op tijd wordt aangegeven en ik zorg er voor dat alles keurig netjes op tijd wordt betaald.
Hoe anders kan het zijn.
Als je de kranten openslaat (ik doe dat nog, maar wanneer ga ik ook schrijven; “Als je je webbrowser opent”) dan word je overspoeld met negatieve berichten over de ‘blauwe enveloppen brigade’. Enkele koppen:
“Hoe de Belastingdienst blijft falen bij herstel Toeslagenschandaal”
“Belastingdienst faalt wederom: duizenden toeslagenkinderen krijgen beloofde compensatie niet – wel”
“Financieel gepuzzel bij belastingaangifte toch terug door verstoringen”
“Rekenkamer: aanpak schijnzelfstandigheid door Belastingdienst faalt op alle fronten”
Als je de berichtgeving moet geloven (en dat doe ik nog steeds) dan is er iets structureels niet goed bij de belastingdienst. Toch heb ik dat zelf gelukkig nooit ervaren. Ik ben gelukkig geen toeslagenouder, hoef geen zorg- of huurtoeslag aan te vragen en mijn aangiftes worden voor me gedaan. Dat er echt iets grondig mis is bleek toen na het parlementaire enquête rapport ‘Ongekend onrecht’ van december 2020 geconcludeerd werd dat er sprake was van systeemfalen.
Ook ik werd ik vorige week onaangenaam verrast door de belastingdienst. Ik ontving op kantoor weer een serie blauwe enveloppen. De meesten konden na opening direct in het ronde archief. Dat waren de bekende brieven met machtigingen voor de intermediair, voor alle vennootschappen een aparte brief en verzoeken/aanmoedigingen tijdig verschillende soorten aangiften toe doen, uiteraard voor iedere vennootschap een aparte brief. Eén brief gedateerd 20 april jl. kwam me bekend voor. Een verzoek een deelbedrag te betalen op de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2023. De fiscus had in al haar wijsheid al gegokt dat ik in 2023 winst zal maken en dus vennootschapsbelasting zou moeten betalen in 2024.Ze hadden me dus voor alle zekerheid en op voorhand al een aanslag gestuurd. Nou had ik drie weken geleden ook al een soortgelijke brief gehad waarin werd gevraagd een deel van de aanslag al te betalen. Ik had dat (angsthazig als ik ben voor te laat betalen) direct gedaan. De week erop volgde een brief met de mededeling dat een deel was betaald en of ik de rest ook wilde betalen. Wederom direct gedaan. Daarmee was de hele aanslag betaald. Nu nog winst maken dit jaar.
Kortom; terwijl ik al betaald had kreeg ik weer een zelfde brief met hetzelfde verzoek om een deelbetaling te doen. Als het via de mail was gegaan had ik gedacht aan een phishingmail maar dit was toch echt een brief met daarop het bankrekeningnummer van de belastingdienst. Toch voor alle zekerheid maar even contact gezocht met mijn fiscalist. Die zou er achteraan gaan want die begreep het ook niet helemaal.
Wat bleek? De belastingdienst had op 12 april 2023 de brief aangemaakt waarin zij mij verzoekt weer een deelbetaling te doen. Op 13 april ontving zij vervolgens het hele (nog openstaande) bedrag op haar bankrekening. Maar omdat de brief van 12 april al automatisch was aan gemaakt kon niemand bij de belastingdienst voorkomen dat de brief op 20 april 2023 toch (automatisch) verstuurd zou worden. Als je afvraagt wie de baas is bij de belastingdienst zijn het waarschijnlijk de systemen en geloof me, als die falen wordt het niet leuker maar zeker niks makkelijker.
Hemelpoort
Geplaatst op: april 21, 2023
Over advocaten worden vaak en veel grappen gemaakt. Meestal zijn dat grappen met een dubbele boodschap over het (slechte) imago van de advocatuur en over advocatenkantoren als zijnde gewetenloze urenfabriek. Want dat is in de kern is dat wat advocatenkantoren doen; uren produceren. Daar waar mijn kinderen vroeger op de vraag; “Wat doet jullie vader voor werk?” nog antwoordden: “Nadenken en uit het raam kijken.” weten zij nu ook dat ik de tijd die ik daar aan besteed op uurbasis in rekening breng bij mijn klanten.
Hoewel ‘no cure no pay’ in sommige uitzonderlijke gevallen wel is toegestaan voor advocaten, werken de meeste advocaten toch ‘gewoon’ op uurtarief. Ik ook. Ik schreef daar al vaker over en ook over de tarieven die daarbij gangbaar zijn. Over die tarieven wil ik het dit keer niet hebben. Ik wil het hebben over een recent gepubliceerd onderzoek waaruit blijkt dat advocatenkantoren de term urenfabrieken wel erg letterlijk blijken te nemen. Fabrieken met ploegendiensten, zo lijkt het haast.
Het gaat om dit onderzoek, gedaan door BNR. BNR heeft een enquête onder advocaten doen laten uitgaan met daarin vragen over hun werktijden. Gevraagd werd hoeveel uur advocaten werkzaam op veelal de grotere kantoren per week werkzaam waren. De uitkomsten waren zelfs voor mij schrikbarend. Desgevraagd antwoordden 75% van de advocaten dat zij meer uren maakten dat volgend de arbeidstijdenwet was toegestaan. Uiteraard was dat niet hun exacte antwoord maar de gewerkte uren die zij opgaven bleek meer dan 60 uur in de week te zijn. Let wel; de Arbeidstijdenwet staat een werkweek van meer dan 60 uur niet toe. Door je medewerkers structureel meer te laten werken overtreed je dus de wet.
Driekwart van de ondervraagde advocaten werkt dus meer dan 60 uur in de week. Eén op de vijf tikte de 80 uur aan en sommige noteerden zelf dat zij in uitzonderlijke weken wel eens 100 uur werken. Nogmaals; meer dan 60 uur in de week werken is verboden en structureel meer dan 48 uur in de week ook. Daarbij moet de aantekening gemaakt worden dat deze normen niet gelden voor de maten/aandeelhouders en advocaten die in loondienst meer dan drie keer modaal verdienen, dat is meer dan € 6200,- bruto per maand. Die advocaten worden door de arbeidstijdenwet niet beschermd maar die zijn ook niet meegenomen in dit onderzoek.
De ondervraagde advocaten geven (anoniem) aan dat ze de werkdruk als heel hoog ervaren en dat het een soort cultuur is waarin het stoer en normaal is veel te werken en waarbij de sociale druk gevoeld wordt om veel (over) te werken. Ik ken verhalen waarin medewerkers die om 18.30 uur naar huis wilden werd gevraagd of er wellicht iemand ziek was omdat ze “eerder” naar huis gingen.
Als er dus kantoren zijn waar de medewerkers werkweken maken van tussen de 60 en 80 uur is het enerzijds niet vreemd dat advocatenkantoren worden gezien als urenfabrieken. Anderzijds moet je als beroepsgroep dan ook niet vreemd opkijken als er cynische grappen over je worden gemaakt. Toen ik het onderzoek las moest ik aan deze advocatengrap denken.
Een advocaat komt aan bij de hemelpoort (wat ‘an sich’ al een prestatie is) en staat oog in oog met Petrus. Geleerd om niets zo maar voor lief aan te nemen onderwerpt hij Petrus aan een stevig kruisverhoor waarin de advocaat vraagt waarom onze lieve Heer hem al op 45-jarige leeftijd tot zich heeft geroepen. Hij was toch nog veel te jong om te sterven, aldus zijn slotargument. Petrus kijkt hem aan en zegt: ”Oh, we zijn uitgegaan van je tot nu toe gedeclareerde uren en aan de hand daarvan berekenden we dat je minstens 103 zou zijn.”
Ik ben eigen baas en heb niet meegedaan aan de enquête. Had ik wel meegedaan had ik tot de 1.5% van de advocaten gehoord die gemiddeld minder dan 40 uur in de week werken. Mijn “declarabele leeftijd” zal mijn kalenderleeftijd dan ook niet overstijgen.
Blonde vriendin
Geplaatst op: april 6, 2023
Als er bij ons thuis iemand iets heel graag wil hebben en zegt “Ik wil graag een nieuwe ………….(vul maar in) hebben” antwoord ik steevast. “Weet je wat ik wil? Ik wil een blonde vriendin”. Die reactie van mij is al zo oud als de kinderen zelf zijn en levert thuis dan ook geen enkele opgetrokken wenkbrauw, laat staan een reactie meer op. Terwijl in deze periode met “lentekriebels” en “woke-gekte” een dergelijk antwoord al snel aanleiding zou kunnen zijn voor een publieke lynchpartij. Wellicht dat ik daarom mijn standaard reactie op “ik wil” ook enkel binnenshuis formuleer.
De oudere lezers van mijn Vrijmiblo weten uiteraard wel waar dat gevatte antwoord van mij vandaan komt. Ik heb dat niet zelf bedacht. “Ik wil een blonde vriendin” is uiteraard een verwijzing naar de legendarische uitspraken van Frank van Putten, de zoon van Carla van Putten. Als zijn moeder hem weer eens ergens naar toe sleepte sprak hij steevast (in de camera) de woorden: “Ik wil helemaal geen … (vul maar in), ik wil een lekkere ronde blonde vriendin om mee (vul maar in).”
Helaas had Frank geen leuke blonde vriendin, alleen zijn moeder en daar werd hij voor behandeld.
Dat ik deze grap maak en dat niemand er bij ons thuis van op kijkt zegt uiteraard wat over de betekenis van de onlangs overleden Wim de Bie op ons nationale geheugen. Het lijkt wel afgelopen weken op alle gremia iedereen filmpjes deelt van Van Kooten en De Bie. En terecht. Wat een impact hadden die twee. Ze hebben satire gedefinieerd, hebben ons een spiegel voorgehouden, waren tijdloos en hebben de Dikke Van Dale verrijkt met fantastische woorden en uitdrukkingen.
Ook ik ben dagelijks bezig met taal. Ik formulier brieven, schrijf processtukken en pleidooien. Taal is zeg maar, wel “mijn ding”. Toch is dat vooral serieuze taal. Soms kan in een pleidooi een grappige opmerking of kwinkslag worden verstopt maar het is nooit de bedoeling om bewust grappig te zijn en/of te worden bevonden in mijn vak. Dat terwijl mijn vak wellicht af en toe best een beetje verlichting kan gebruiken in een de vorm van een ijsbrekende grap of een goede woordspeling. Toch ben ik te bevreesd zo iets te doen in mijn zakelijke stukken. Dat is wellicht ook de reden dat ik het zo leuk vind mijn Vrijmiblo’s te schrijven.
Toch merkte ik dat ik de laatste periode wat minder tijd, ambitie en inspiratie had om de Vrijmiblo te schrijven. Het is ook best lastig merk ik om iedere veertien dagen te publiceren. Dat mij dat niet altijd lukt blijkt als u deze Vrijmiblo leest. Het had vorige week al op de site moeten staan. Drukke werkzaamheden en een beginnende writersblock zijn debet geweest aan de vertraging. Wellicht ontstond daarom de afgelopen tijd steeds meer waardering voor columnisten die wekelijks een column moeten publiceren zoals bijvoorbeeld Daniël Lohues in het Dagblad van het Noorden. Jaloersmakend hoe ogenschijnlijk makkelijk hij schrijft. Mooie taalvormen, geestig laagdrempelig, herkenbaar en iedere week weer op tijd. Wat ik mooi vind aan zijn columns is dat hij dicht bij zichzelf en zijn omgeving blijft.
Dat zou ik ook wel willen. Zo makkelijk en mooi mijn stukjes schrijven. Iedere veertien dagen (de lat moet niet te hoog) mooi op tijd om weer een juweeltje van een Vrijmiblo op de site te kunnen plaatsen. Net zo veel bereik en zo bejubeld als Daniël Lohues.
Ach, wat heb ik nou te willen? Frank van Putten, die had echt iets te willen, kreeg het niet en werd daarvoor behandeld. Ik gelukkig niet.