Huwelijkse staat
Geplaatst op: april 26, 2024
We zitten in Málaga deze week. We zijn Judith, onze twee kinderen, hun verkering en ik. Judith en ik zijn eind deze maand vijfentwintig jaar getrouwd. Het leek ons leuk dat te vieren met z’n zessen. Het is ook echt leuk, bedenk ik oprecht terwijl ik deze Vrijmiblo schrijf. Ik zit aan de rand van het zwembadje bij ons huisje. Gehuurd via Airbnb en op vijftig meter van het strand. Niet in Málaga zelf overigens, in Rincón de la Victoria. Een pittoresk buitendorpje grenzend aan Málaga. Het seizoen is nog niet begonnen dus veel is nog niet open en nog meer wordt klaargemaakt voor de zomer. Likje verf, nieuwe strandstoelen worden geplaatst, rieten parasols vervangen en onkruid wordt gewied. Kortom; een beetje stilte voor de storm. Niet dat het hier stormt, allesbehalve. De lucht is strakblauw, de wind haalt zijn eerste kracht niet eens en het is rond de drieëntwintig graden.
Vanochtend hebben we met z’n allen een bijzondere wandeling gemaakt. El Caminito Del Rey. Zoek maar eens op. Dit “Kleine pad – dat betekent Caminito – van de Koning” – dat betekent del Rey – is een adembenemende wandeling door een kloof boven een kolkende rivier. Getooid met de verplichte helm loop je via houten wandelpaden bevestigd aan de loodsteile hellingen op een hoogte van ongeveer honderd meter boven de rivier.
En terwijl het water onder me raasde en de gieren boven mijn hoofd rondcirkelden – echt waar – had ik even tijd om de afgelopen vijfentwintig jaar de revue te laten passeren.
Omdat ons huwelijk in 1999, mijn beëdiging als advocaat en onze verhuizing naar Emmen eind 1998 zo’n beetje parallel lopen is een gedachte aan vijfentwintig jaar huwelijk ook een gedachte aan vijfentwintig jaar advocaat en vijfentwintig jaar Emmen. In mijn beide carrières – als levenspartner en als advocaat – zijn er uiteraard veel dingen voorgevallen. Wel moet gezegd worden dat ik het als levenspartner veel beter heb gedaan en veel meer geluk heb beleefd dan als advocaat-partner. Daar waar in ons huwelijk het woord scheiding wellicht wel eens werd gebruikt in de tijd dat ik nog haar had was ik als advocaat meer als Tom Cruise; al mijn relaties liepen stuk. Niet dat het allemaal vechtscheidingen waren, dat zou ik niet willen zeggen maar als advocaat blijk ik beter tot mijn recht te komen als vrijgezel.
Ik schreef het al eerder maar als advocaat-partner – dus met mede-eigenaren – was ik nooit echt gelukkig. Ik vond het zijn van directeur niet leuk, met name door alle financiële druk. En het verantwoordelijk zijn voor het wel en wee van meerdere gezinnen die afhankelijk waren van de resultaten en dus beslissingen van mij en mijn mede-eigenaren heb ik altijd als last ervaren. Niet de collega advocaten en assistenten als persoon, juist niet. Maar een kantoor met meerdere personeelsleden betekent gewoon meer druk om het voor iedereen goed te doen, om voldoende geld te verdienen en meer druk om iedereen tevreden houden. Het is aanmerkelijk eenvoudiger om één persoon tevreden te houden.
En daar zit wellicht weer een parallel tussen mijn advocatencarrière en mijn huwelijkse staat. In beide ben ik met zijn tweeën en in beide ben ik superblij met mijn partner.
AI!?
Geplaatst op: april 12, 2024
Een tijdje geleden werd ik gebeld door Durk Piet. Durk Piet is een hele goede vriend van mij. We kennen elkaar van de studenten volleybalvereniging Donitas in Groningen waar we elkaar begin jaren negentig hebben leren kennen. Durk Piet werd verliefd op Anouk, een speelster uit het team dat ik coachte en een goede vriendin van mij. Omdat ik nogal zuinig op mijn pupillen was, moest Durk Piet uiteraard eerst geballoteerd worden. Die ballotage passeerde hij overigens met glans, trouwde uiteindelijk zelfs met Anouk en kwamen net als ik vanuit Groningen in Emmen terecht.
Durk Piet heeft, naast zijn werk als zelfstandig organisatieadviseur, een passie voor filosofie. Een denker dus. Wellicht om die reden heeft hij zich als vrijwilliger aangesloten bij het Filosofiecafé Emmen. Iedere laatste woensdag van de maand wordt een avond georganiseerd waarin een gast (meestal ook denkers en soms zelf een Denker des Vaderlands) de cafégasten trakteert op uiteenzettingen die je aan het denken moet zetten. Meestal is de locatie theaterschool Loods13 in de oude dierentuin (tegenwoordig het Rensenpark geheten). Maar deze keer -daarom belde Durk Piet- hadden ze niemand minder dan de beroemde filosoof Bas Haring weten te strikken. Omdat Filosofiecafé Emmen eens in de zoveel tijd wil uitpakken en Haring een publiekstrekker is werd uitgeweken naar de Grote Kerk in Emmen. “Bas Haring gaat vertellen over AI”, zo vertelde Durk Piet enthousiast. Daar moest ik zeker bij zijn, verzekerde hij mij. Alleen al vanwege zijn enthousiasme kocht ik kaartjes.
Zelf maak ik geen bewust gebruik van AI maar in de wereld om mij heen, ook in de juridische dienstverlening, is het gebruik van AI uiteraard niet meer weg te denken. Ik dacht bij mezelf, als ik een Vrijmiblo ga wijden aan de lezing van Bas Haring dan kan ik wellicht op voorhand Chat GPT vragen om een blog te schrijven over de lezing van Bas Haring. Ik gaf Chat GPT de volgende opdracht: “schrijf een blog van 500 woorden over de lezing van Bas Haring over AI die grappig is met een serieuze ondertoon”. Binnen luttele seconden werd mijn Vrijmiblo voor mij geschreven met als titel: “De AI-lezing van Bas Haring: Een Komische Reis door de Toekomst met Een Serieuze Twist.”
De eerlijkheid gebied te zeggen dat als ik die blog vandaag had gepost niemand het idee zou hebben opgevat dat het niet door mij (of een mens) maar door een robot was geschreven al voordat de lezing had plaatsgevonden. Uiteraard ontbeerde het mijn onnavolgbare gevoel voor humor maar als ik uit de blog bijvoorbeeld citeer:
“Een hoogtepunt van de avond was toen Bas de ethische dilemma’s rond AI behandelde. Hij stelde de vraag: “Wat gebeurt er als AI besluit om zichzelf te verbeteren en ons allemaal te vervangen?” Dit leidde tot een golf van nervositeit in de zaal, die Bas echter snel wist te verzachten met een grap: “Ik heb een plan B voor het geval de robots komen – ik ben begonnen met het oefenen van mijn dansmoves zodat ik indruk op ze kan maken.”
dan zou je denk ik best geloven dat de door mij geciteerde uitspraken van Bas Haring ook daadwerkelijk door hem zijn gedaan. Dus de chatrobot completeerde de blog met letterlijke uitspraken van de spreker. Kijk daar heb ik wat aan dacht ik want als ik AI in mijn praktijk wil gebruiken denk ik toch vooral aan uitspraken van rechters. Dus als AI mijn rechtsvragen kan beantwoorden met citaten uit daadwerkelijk rechterlijke uitspraken wordt mijn werk er wel wat eenvoudiger op.
Omdat ik toch niet helemaal vertrouwde probeerde ik de citaten van Haring op te zoeken. Ik dacht, Chat GPT heeft vast uit de onmetelijke bibliotheek die internet heet passende citaten van Bas Haring gebruikt voor de blog. Ik kon ze echter niet -via Google- vinden. Daarom vroeg ik Chat GPT waar hij/zijn/hen de citaten vandaan had gehaald. Het antwoord was even verbijsterend als beangstigend:
“De citaten van Bas Haring in deze blog zijn fictief en worden gebruikt om de stijl en toon van zijn toespraak te illustreren. Hoewel ze niet rechtstreeks uit zijn werkelijke lezing afkomstig zijn, zijn ze gebaseerd op het algemene karakter en de humoristische benadering die Haring vaak laat zien in zijn publieke optredens en geschriften.”
Ik hoorde mezelf al pleiten:
“Edelachtbare, de citaten uit de uitspraken die ik noemde in mijn pleidooi zijn fictief en worden enkel gebruikt om mijn gelijk te illustreren. Hoewel ze niet rechtstreeks uit daadwerkelijke uitspraken afkomstig zijn, zijn ze gebaseerd op het algemene idee dat ik mijn zaken graag winnend afsluit.”
Casual
Geplaatst op: maart 29, 2024
“Zo, jij ziet er casual uit vandaag”, hoorde ik toen ik voor de lunch mijn kantoor uit liep. Het was de stem van Bert Heida, mijn oud collega van de Pals Groep die nu resideert op de verdieping onder mij. Bert, zelf altijd zeer gesoigneerd (zijn grijze haar strak achterover, getrimd baartje, kek colbertje en altijd mooie geklede schoenen), keek me aan met een blik die enerzijds verraadde dat hij zelf zo echt niet naar kantoor zou komen doch anderzijds ook met een blik die verraadde dat hij dat eigenlijk stiekem best wel wilde. Maar hij had gelijk. Ik had die dag geen afspraken en had dezelfde outfit aan die ik de avond ervoor aan had tijdens een etentje met ons gezin. Spijkerbroek, T-shirt met daarover een houthakkersblouse.
Toen ik naar huis fietste – ik woon vlak bij kantoor en eet tussen de middag thuis een broodje – realiseerde ik me dat er wat kleding betreft wel heel veel veranderd is in de 25 jaar dat ik als advocaat werkzaam ben. In de eerste jaren van mijn beëdigd bestaan ging ik steevast in pak naar kantoor. Een stropdas en Italiaanse merkschoenen completeerden mijn outfit. “De klant wil graag zien dat jij succesvol bent omdat hij wil dat jij voor hem succesvol bent” zo pleegde mijn patroon (de oudere advocaat die drie jaar de baas over je speelt) te zeggen. Het was overigens wel makkelijk. Een pak met een witte blouse, daar hoef je ‘s ochtends niet over na te denken. Welke kleur stropdas gaf wellicht stof tot nadenken en de vraag of de riem wel bij de schoenen paste leidde ook wel eens tot hoofdbrekens maar overall was het simpel. Met een goed pak zat je gebeiteld.
Op kantoor probeerden we wel eens een casual vrijdag maar dat was geen succes. Advocaten die één dag per maand iets casuals aantrekken (oude mannen spijkerbroek met gympies en een gestreepte rugbytrui/polo) zien er niet alleen verloren maar vooral niet casual uit. Eerder doodongelukkig.
Wanneer is dat -op mijn kantoor- eigenlijk veranderd? Al ver voor Corona droeg niemand van mijn mannelijke collega’s nog een stropdas. Wellicht aangespoord door wijlen Prins Claus die tijdens een toespraak in 1998 – in mijn beleving zijn grootste prestatie als Prins Gemaal – zijn stropdas verknipte. Al ver voor corona werd het pak ingeruild voor een broek met colbertje maar wanneer werd het normaal om gewoon in spijkerbroek en polo naar kantoor te komen. Ik weet het eerlijk gezegd niet meer. Wat ik wel weet is dat de Coronaperiode een grote katalysator is geweest voor de casualisering van het kantoortenue.
Ik vind het zelf overigens ook best lastig. Je wilt als dienstverlener (dat ben ik overdag immers, ik verleen diensten) voldoen aan de verwachtingen van degene die om je dienst vragen. Die verwachting gaat niet alleen om de inhoud is mijn overtuiging, ook over de verpakking. Daarom heb ik nog steeds pakken aan – wel wat hippere ondanks mijn leeftijd – maar niet altijd meer Italiaanse schoenen. Vaak sneakers maar nooit meer een stropdas. Maar dus steeds vaker gewoon een spijkerbroek met een polootje.
Ik las overigens dat één van de betekenissen van casual “ gewoontjes” is.
Als ik met mijn kleding uitstraal dat ik gewoon mezelf ben dan, beschouw ik de opmerking van Bert dus maar als een verkapt compliment.
Een Kwokje
Geplaatst op: maart 15, 2024
Je leest het goed, ‘een Kwokje’. Het is geen schrijffout maar zo noem ik de cartoons van Evert Kwok. Evert Kwok is het gezamenlijk pseudoniem van Eelke de Blouw en Tjarko Evenboer, cartoonisten en grappenmakers. Ze maken tekeningen/stripjes van hele flauwe woordgrappen. Echt te flauw voor woorden en zo droog dat ze door Jochem Meijer “de Messi van de woordgrap” worden genoemd.
Mijn vader is in dat licht dan wel niet de Messi van de woordgrap maar als er in mijn omgeving iemand is die van flauwe woordgrappen houdt en ze te pas en te onpas maakt, dan is het wel mijn vader. Ik stuur mijn vader dan ook met grote regelmaat een ‘Kwokje’ via de app. Gewoon voor de lol. Om even een contactmomentje te hebben en om hem (hoop ik) even te laten grijnzen. Ik maak dan snel even een screenshot van de tekening die ik online tegenkom en stuur hem die dan.
Uiteraard heb ik mijn vader al direct verteld wie deze tekeningetjes maakt en uiteraard hoef ik niet elke keer als ik mijn vader een foto stuur van een ‘Kwokje’ de naam van Evert Kwok eronder te zetten. Dat is anders als ik bijvoorbeeld een ‘Kwokje’ wil plaatsen onder of in deze Vrijmiblo. De Vrijmiblo op mijn site is een publieke uiting. Als ik daar een plaatje van het internet op wil zetten mag dat niet zonder toestemming van de eigenaar/maker/gerechtigde van dat plaatje. Op zijn minst moet ik de naam van de maker onder het plaatje zetten zodat iedereen weet dat ik dat plaatje niet zelf heb gemaakt. Dat lijkt logisch maar in de praktijk gaat het heel vaak fout.
Enige tijd geleden belde een klant die een nieuwe website had gemaakt. Om de site wat meer inhoud te geven had hij van het internet fotootjes geplukt van producten die hij ook leverde. Hij dacht, ”als de fotootjes op het internet staan kan ik ze toch ook gewoon gebruiken”. Hij stond er niet bij stil dat op alle foto’s een auteursrecht rust. Ook op een foto van bijvoorbeeld een schroevendraaier of een wc-borstel. Ook al is een plaatje zo te downloaden en te gebruiken, zonder toestemming van de eigenaar mag het niet. De klant in kwestie had al een brief van een advocaat in de bus die een schadevergoeding eiste vlak nadat zijn site live was gegaan. Die vergoeding is vaak vrij fors (een paar honderd euro voor een fotootje is geen uitzondering) en normaliter wordt een dergelijk bedrag ook toegewezen door de rechter. Het devies is dan ook vaak, trek het boetekleed aan, maak het bedrag over en let voortaan goed op. Je wilt echt niet procederen over inbreuken op het auteursrecht, vooral omdat de kans groot is dat je ook wordt veroordeeld in de daadwerkelijke advocaatkosten. Dus niet een gefixeerd bedrag (het liquidatietarief) zoals bij een proceskostenveroordeling in een normale civiele zaak, maar de daadwerkelijk advocaatkosten van de tegenpartij. Mijn klant koos eieren voor zijn geld, betaalde, verwijderde de foto’s en had zijn lesje geleerd.
Eerder bleek een gebruiker van een tekening van Evert Kwok hardleerser. Deze meneer plaatste zonder bronvermelding op zijn facebookpagina een ‘Kwokje’. Evert Kwok vroeg degene die dat deed om op zijn minst even zijn naam erbij te zetten. De gebruiker van de pagina weigerde, het plaatje stond immers al op internet en kon dus gewoon gebruikt worden aldus de Facebooker. De discussie escaleerde en het kwam zelfs tot een rechtszaak waarin de inbreuk makende Facebooker veroordeeld werd tot betaling van een schadevergoeding van € 480,- en de proceskosten.
Het leverde Evert Kwok nationale bekendheid op omdat meerdere nieuwssites het verhaal publiceerden. Evert Kwok maakte er natuurlijk een passend ‘Kwokje’ van die ik uiteraard weer aan mijn vader stuurde.
Klassieker
Geplaatst op: maart 1, 2024
“ Gaat hij nou weer over oude auto’s schrijven?” Hoor ik je denken terwijl de titel van deze Vrijmiblo tussen je LinkedIn meldingen verschijnt. Nee, wees gerust, het gaat deze keer niet over oude auto’s. Het gaat wel weer over Vlieland maar dan meer als toevallige plek voor een toevallige gebeurtenis.
Ja, we waren weer op Vlieland en naast wandelen, vogelen en spelletjes spelen hoort daar ook geborreld te worden. Dat deden we ook deze keer in het Loodscafé. Eén van de weinige etablissementen die niet volledig werd ‘gewestcordiseerd’. Bijna het hele eiland is door hotelketen Westcord overgenomen en daarmee zijn meerdere bruine cafés omgetoverd tot steriele yuppenverblijven. Het Loodscafé is als het ware het Gallische dorpje in een zee van modernisering.
Maar goed, in dat café zaten Judith en ik een biertje te drinken terwijl op een gegeven moment de mensen aan het tafeltje achter ons vriendelijk werden verzocht hun plekje even te verlaten. Het bleek dat ze op het luik van de bierkelder zaten. Omdat een fust gewisseld moest worden werd in het volle café het kelderluik geopend, aan beide kanten van het gat een stoel geplaatst en verdween de barman in het gat. “Dat is een echte klassieker” zei ik tegen Judith.
Daar waar bij alle juristen een blik van herkenning zou volgen keek Judith me vragend aan. “Wat bedoel je?” vroeg ze. “We zitten in het Kelderluikarrest” zei ik.
Ik vertelde haar dat het Kelderluikarrest één van de bekendste arresten was over aansprakelijkheid en schetste haar de casus:
“ Sjouwerman, een medewerker van de Coca Cola Cooperation, had in februari 1961 bij het afleveren van frisdrank aan café De Munt, Singel 522 in Amsterdam een kelderluik open laten staan. Mathieu Duchateau uit Maastricht, die het etablissement met zijn vrouw en een bevriende relatie bezocht, viel op weg naar het toilet in het gat van het openstaande kelderluik en liep daarbij ernstige verwondingen op.” (Zie Wikipedia)
Het slachtoffer stelde de werkgever van Sjouwerman aansprakelijk voor zijn schade. De rechtbank en later het hof oordeelde dat er geen sprake was van aansprakelijkheid maar van onvoorzichtigheid van het slachtoffer. De Hoge Raad casseerde. Hij oordeelde over de onzorgvuldigheid van Sjouwerman en hanteerde vier criteria die van belang zijn gebleven bij de beoordeling van een onrechtmatige daad:
- Hoe waarschijnlijk is het dat iemand niet oplettend is?
- Hoe groot is de kans dat daaruit ongevallen ontstaan?
- Hoe ernstig kunnen de gevolgen zijn?
- Hoe bezwaarlijk zijn de te nemen veiligheidsmaatregelen?
Omdat het waarschijnlijk was dat in een café bezoekers niet goed opletten en de kans dat (dan)
Iemand in het gat valt groot is waarbij de gevolgen ernstig kunnen zijn en het niet zo moeilijk was het luik af te zetten met bijvoorbeeld barkrukken oordeelde de Hoge Raad dat er sprake was van een onrechtmatige daad door Sjouwerman.
Tot op de dag van vandaag worden deze kelderluikcriteria gebruikt bij het vaststellen van aansprakelijkheid als iemand een gevaarzettende situatie creeert. Gelukkig ging het in ons geval goed. Het vat werd fluks gewisseld, de gasten bleven op gepaste afstand van het gat en judith en ik konden verkwikt onze weg vervolgen.
Toen we vervolgens via het bos naar ons appartement terug liepen en ik een tak wegduwde die onze weg versperde lette ik niet goed op. De tak zwiepte terug en raakte Judith. Terwijl ik mij uitputte in excuses dacht ik stiekem: Ook een klassieker!
Geduld.
Geplaatst op: februari 16, 2024
Zoals de trouwe lezers van de Vrijmiblo weten ben ik verzot op Franse klassiekers. En dan bedoel ik niet Victor Hugo, ratatouille of Jacques Brel, maar de oudere auto’s van het merk Citroën, de grand voitures uit de jaren ‘70. Ik schreef daar al meermalen over en vaak ging het dan vooral over de auto’s zelf, het rijden erin of het kijken ernaar.
Maar met aanschaf van deze auto’s kwam ook een sterker groeiende wens om ze zelf te kunnen onderhouden. Nu ben ik een echte alfa, heb geen technisch inzicht en twee linkerhanden (terwijl ik rechtshandig ben) dus het onderhouden/repareren van auto’s is niet echt iets voor mij. Daarbij heb ik noch het juiste gereedschap noch een eigen garage. De eerste periode na de aanschaf van mijn Citroën SM, nu al weer zeven jaar geleden, was ik dan ook naarstig op zoek naar een goede en betaalbare garage die mij kon helpen de schier onbegrijpelijke en zeer ingewikkelde combinatie van Citroëncomfort en Maseratitechniek in goede staat te houden. In plaats van een goede garage vond ik een naamgenoot. Ook een Han en (toevalliger) ook met een Citroen SM. Het verhaal van onze kennismaking is het delen waard.
Nadat ik mijn droomauto eind 2016 had gekocht reed ik uiteraard overal te pronken met mijn nieuwe aanwinst. Al snel was het in mijn omgeving bekend dat ik een hele mooie auto had gekocht. Ook bij een dochter van goede vrienden. Zij vroeg mij om haar met haar vriendinnen naar het eindexamen-gala te rijden. De traditionele optocht van geslaagden in opvallende (meestal klassieke) auto’s. We zouden samen gaan met de vader van een andere (geslaagde) vriendin; die had ook een mooie oude auto, werd mij verteld.
De avond van het gala stonden vier in galakleding getooide dames voor mijn oprit. Ik had de SM uiteraard grondig gepoetst en alle vijf zagen ze er onberispelijk uit. Het wachten was op de vader van de andere vriendin. Even later zag ik tot mijn verbazing de voorpartij van een Citroën SM onze straat in komen rijden. Ook daar stapten vier dames en een vader uit. De vader liep op mij af, net zo verbaasd als ik, en stelde zich voor. “Hoi, ik ben Han”, zei hij. “Hoi, ik ben ook Han”, zei ik. Twee Hannen in twee Citroëns SM in Drenthe, hoe groot was die kans?
Het voordeel van mijn kennismaking met deze Han -naast dat het een zeer aardige kerel is- is dat hij superhandig is. Bij zijn oude boerderij heeft hij schuren met bruggen, een spuitcabine om auto’s te spuiten en alle gereedschappen die je maar kunt bedenken. Dat terwijl hij “gewoon” consultant in de zorg is en ‘oude Citroëns’ zijn hobby is. Maar door deze Han is mijn fascinatie voor het onderhouden en repareren van auto’s sterk gegroeid en enigszins verbeterd. Wat ik vooral van hem heb geleerd is geduld. Voor mij lukt iets al snel niet. Een schroef die te vast zit, een onderdeel dat gewoon echt niet past, ik was altijd snel geneigd het er dan maar bij te laten zitten; “Het lukt toch niet”. Van Han leerde ik geduld te hebben en rustig iets net zo lang te proberen tot het wel lukt. Ook leerde ik niet bang te zijn iets uit elkaar te halen en rustig te onderzoeken wat er fout is en hoe het wel of beter kan. Sleutelen aan auto’s is gewoon erg zen en vergt veel geduld.
Geduld is overigens ook iets wat ik in mijn letselschadepraktijk moet hebben. Want wat moet je tegenwoordig geduld hebben als je moet corresponderen met verzekeraars. In meerdere zaken lukt het gewoonweg niet om contact te krijgen met behandelaars van dossiers, lukt het niet om -nadat ik me namens en klant heb gemeld- een bevestiging en bij voorkeur een inhoudelijk bericht terug te ontvangen binnen een redelijke termijn. In één geval wacht ik twee maanden alleen maar op een bevestiging dat de zaak in behandeling is genomen. Als je dan belt krijg je of niemand te pakken of een laconieke reactie dat het toch wel heel erg druk is hoor. Dan verlies toch regelmatig mijn geduld, alle wijze lessen van Han ten spijt.
Guerrilla
Geplaatst op: januari 30, 2024
Het is lang geleden dat ik dit woord heb opgeschreven, ‘guerrilla’.
Ja, geschreven, want guerrillastrijder was één van de favoriete woorden van mijn meester van de zesde klas lagere school. Hij gebruikte dat woord vaak tijdens één van zijn vele dictees. Toen typte je uiteraard nog niet maar schreef je met een pen en op papier. Ik vraag me af, als ik nu dat dictee opnieuw zou moeten typen, hoe vaak onder guerrillastrijder een rood lijntje zou staan.
Ik werd afgelopen weken veel aangesproken op de best wel opzichtige reclameborden die in het centrum van Emmen staan. Posters (echt wel behoorlijk groot) met mijn gezicht erop. Het zijn reclameborden voor Punt Letselschade en naast mijn gezicht staat er alleen maar op ‘Letselschade? Punt’. Niet te missen en veel bekenden hebben de borden dan ook niet gemist, getuige de hoeveelheid appjes die ik kreeg met foto’s van de reclameposter als achtergrond van een selfie. De marketeer die voor mij deze campagne doet had er op LinkedIn zelfs nog een prijsvraag aan vastgeplakt. Degene die alle negen borden zou kunnen plaatsen/benoemen zou een dinerbon ontvangen. LinkedIn ontplofte bijkans.
Het grappige van dit soort offline reclames is dat je er veel reacties op krijgt. Ook veel goedbedoelde adviezen. Je moet dit eens doen! Waarom sponsor je dat niet? Ook adviezen waar ik over na ging denken. Een goede klant vroeg of ik ook aan guerrillamarketing deed. Toen ik hem vroeg wat dat was kwam hij met prachtige voorbeelden van ondernemingen die met weinig marketingbudget enorme exposure kregen. Hij noemde als voorbeeld Red Bull; het energiedrankje dat nu één van de meest waardevolle merken is. In hun begintijd (begin jaren negentig vorige eeuw) was het een alles behalve succesvol merk. Omdat er geen geld was voor reclame bedacht hun markering afdeling iets geniaals. Medewerkers van Red Bull gooiden meerdere nachten achtereen honderden lege red bull-blikjes in (en naast) de prullenbakken in Londen. De voetganger die deze prullenbakken passeerden en de grote hoeveelheid lege blikjes zagen konden niet anders dan denken dat deze blikjes wel heel populair moesten zijn en dat drankje zelf ook eens zouden moeten gaan proberen. De stunt werkte want de verkopen van Red Bull explodeerden in Londen. Dat kwam omdat mensen dachten; “Als iedereen dit drinkt, dan wil ik het ook!”. En het werkte ook omdat mensen reclame-uitingen die niet commercieel zijn eerder omarmen en omdat mensen de neiging hebben dingen te omarmen omdat ze er bekend mee zijn, het bekendheidsprincipe.
Een prachtig verhaal (dat ook nog eens waar is) maar hoe zou ik deze marketing tactiek moeten inzetten voor Punt? Want eerlijk? Een blikje Red Bull is toch heel wat anders dan een advocaat? Daarbij staan advocaten nou niet echt bekend om hun humor. Dat ondervond ook de aanbieder van reviews voor advocaten, Advocaatscore. Zij gebruikten guerrillamarketing om advocatenkantoren te bewegen hun tool te gaan gebruiken door op de stoep voor een advocatenkantoor dat nog geen klant was met stoepkrijt het advocaatscore-logo te tekenen maar dan met een vraagteken waar normaliter het cijfer staat. Advocaten bleken daar de humor niet van in te zien getuige dit artikel in mr-online. De David-Goliath gedachte van guerrillamarketing spreek me overigens wel aan. Ik zal er eens goed voor gaan zitten om te kijken of ik u met één van mijn volgende campagnes kan verrassen. Tot die tijd houd ik het bij het grote billboard met mijn gezicht erop. Al werd ik door één grappenmaker al geappt met een fotootje van mijn reclame met de opmerking of ik was overgegaan tot ‘gorillamarketing’.
Het water.
Geplaatst op: januari 12, 2024
Daar waar Nederland de afgelopen weken in de ban was van het wassende water dat wederom de dijken op de proef stelde en op sommige plaatsen in Nederland gevaarlijk in de buurt van de in allerijl geplaatste zandzakken kwam, speelde het water ook een grote rol bij mij de afgelopen weken.
Ik was weer op Vlieland. Water en een eiland is uiteraard een twee-eenheid. Echter, de hoeveelheid water op Vlieland verraste me; grote delen van het eiland waren zonder laarzen onbegaanbaar. De bossen leken eerder op tropische mangrovebossen dan op Vlielandse dennenbossen. Zoveel water heb ik in al die jaren dat ik op Vlieland kom niet eerder gezien. Ook de duinen hadden het zwaar te verduren gehad. Aan de Wad-kant waren hele stukken duin weggeslagen en stond het water bijna direct tot aan de aangetaste duinenrij. Het strand aan de Noordzeezijde had gelukkig minder te duchten gehad van het zware weer.
Op dat laatste strand stond ik overigens op 1 januari weer klaar om mee te doen aan de jaarlijkse nieuwjaarduik. Getooid in enkel mijn zwembroek en de fel oranje Unox muts stond ik samen met honderden andere enthousiastelingen de kou te trotseren. Begeleid door de Vlielandse fanfare en met meer toeschouwers (laffe hazen eigenlijk) dan deelnemers stormden we om klokslag één uur middags het ijskoude water van de Noordzee in. Het blijft een koude maar mooie manier of het nieuwe jaar fris te beginnen.
De laatste werkbare weken van vorig jaar stonden overigens ook in het teken van water. Wel in de overdrachtelijke zin, overigens. Ik werd door verschillende potentiële klanten gebeld die mij vroegen hun letselschadezaken eens te bekijken. Dat soort verzoeken krijg ik wel vaker. Het gaat dan vaak om zaken die langer lopen en waarbij er sprake is van een impasse. Soms omdat het slachtoffer het niet eens is met het advies van zijn belangenbehartiger, soms omdat de zaak muurvast zit. Wat opvalt bij veel van deze second-opinions is dat bij deze slachtoffers het water in financiële zin vaak aan de lippen staat. Soms is dat wel uit te leggen. Als er een verschil van mening is tussen verzekeraar en slachtoffer over bijvoorbeeld de gevolgen van een ongeval en de verzekeraar meent dat na een bepaalde periode er geen sprake meer is van ongevalsgerelateerde arbeidsongeschiktheid en/of door het ongeval ontstane kosten van bijvoorbeeld huishoudelijke hulp. In die gevallen zal het slachtoffer, dat nog steeds niet kan werken en nog steeds hulp nodig heeft, zijn of haar schade niet meer vergoed zien door het betalen van voorschotten terwijl er nog wel schade wordt geleden. Het niet meer betalen van een voorschot loopt dan parallel met het ingenomen standpunt van de verzekeraar. Een onafhankelijk medisch onderzoek of zelfs een procedure is dan vaak noodzakelijk.
Wat echter ook voorkomt is dat de verzekeraar ter afwikkeling van een letselschadezaak wel een afwikkelingsvoorstel heeft gedaan, vaak gebaseerd op een afwikkeling van de geleden schade waarbij ook een deel van de toekomstige schade wordt verdisconteerd, maar bij het niet accepteren van dat voorstel helemaal stopt met bevoorschotten. Recent werd mij een zaak voorgelegd waarin de verzekeraar het slachtoffer aanbood de schade af te wikkelen. De verzekeraar bood een fors bedrag aan. Daarmee was de geleden schade en werd een deel van de toekomstige schade gedekt. Toen het slachtoffer het voorstel echter weigerde werd vervolgens de bevoorschotting door deze verzekeraar volledig gestaakt. Daar waar de verzekeraar eerder de geleden schade erkende werd daar vervolgens niet meer op bevoorschot. Het water wordt dan gebruikt als onoorbaar drukmiddel omdat de verzekeraar dan hoopt dat als het water maar tot de lippen van het slachtoffer reikt hij/zij wel akkoord moet gaan.
Mijn Moeder
Geplaatst op: december 22, 2023
De oplettende volgers hebben het vast gemerkt. De afgelopen periode verscheen er geen Vrijmiblo van mijn hand. De reden daarvoor was een erg verdrietige; mijn moeder overleed enige tijd geleden na een kort ziekbed. Mijn moeder was al drie jaar ziek en we wisten dat ze niet meer beter zou worden maar ze droeg haar ziekte als ware het een chronische en niet een ongeneeslijke. Daardoor kwam het bericht dat ze uitbehandeld was en niet meer uit het ziekenhuis zou worden ontslagen als een verrassing. Na dat bericht ging het snel. Mijn moeder zelf had er overigens vrede mee, was tevreden met het leven dat ze heeft gehad en was niet bang om dood te gaan. We hebben begin december op een mooie manier, omringd door lieve mensen, afscheid van haar genomen.
In mijn vrijmiblo’s probeer ik altijd een stukje van mezelf te vertalen naar mijn belevenissen als advocaat. Omdat mijn leven de afgelopen weken vooral in het teken stond van het overlijden van mijn moeder was dat best lastig. Toch viel me in die weken één ding op: De betrokkenheid en hulpvaardigheid van de dienstverleners waar we de laatste weken mee in aanraking kwamen. De medewerkers in het ziekenhuis waren (geen enkele uitgezonderd) erg betrokken bij mijn moeder (en bij ons). De manier waarop ze haar verpleegden en hielpen was ronduit fantastisch. Persoonlijk, met gevoel voor de omstandigheden, begripvol, erg aardig maar zonder de professionaliteit uit het oog te verliezen. Ook de medewerkers van het verpleeghuis waar mijn moeder nog twee dagen heeft gelegen en de medewerkers van Monuta vallen onder voormelde omschrijvingen. Er is veel te doen om en in de zorg maar de medewerkers die er werken en die wij de afgelopen periode zijn tegengekomen hadden volgens mij allemaal hun roeping gevonden. Dat moet wel, anders kun je denk ik niet dag in dag uit een dergelijke betrokkenheid tonen. Allemaal dienstverleners die hun vak verstonden en ons daardoor heel goed geholpen hebben in moeilijke en verdrietige tijden.
Het is wellicht gek de lijn door te trekken naar mijn werk maar uiteraard ben ik ook dienstverlener en word ik nooit voor ‘de leuk’ ingeschakeld. Als ik iets geleerd heb afgelopen weken is dat een kundig en betrokken dienstverlener het verschil kan maken. Hoewel ik pretendeer die dienstverlener te zijn zal mijn goede voornemen voor volgend jaar zijn om mijn bewondering voor de medewerkers in de zorg te vertalen naar mijn eigen praktijk. Ik wil me nog meer focussen op juist die onderdelen van mijn vak die ik niet leer op juridische cursussen of andere bijspijkeropleidingen. Uiteraard zijn die belangrijk maar ik wil volgend jaar (eigenlijk al vanaf nu) proberen mijn dienstverlening nog persoonlijker te maken, nog meer oog te hebben voor de mens achter de klant, nog beter bereikbaar te zijn en nog sneller te reageren op vragen en verzoeken. Ik zal nog meer proberen de menselijke maat te zoeken in mijn werk maar zonder de benodigde professionaliteit uit het oog te verliezen.
Dit is de laatste vrijmiblo van dit jaar. Wellicht niet zo luchtig als je van mij gewend bent maar als je over jezelf schrijft kan het niet altijd licht en luchtig zijn. Ik wens allen een prachtige en liefdevolle kerstperiode toe. Zelf ga ik uiteraard weer naar Vlieland. Met de boot vanaf Harlingen, waar mijn moeder een deel van haar jeugd doorbracht.
De vijftigste!
Geplaatst op: november 17, 2023
De vijftigste!
“Je moet eens wat vaker iets op je site zetten”, waren de eerste woorden van de pas geboren Vrijmiblo. De titel was “Worteltjestaart” en het is al weer vijftig Vrijmiblo’s geleden dat ze het licht zag. De achterliggende gedachte achter de Vrijmiblo was het schrijven van een blog waarmee ik argeloze lezers naar mijn website zou lokken. Eenmaal op die website zouden de zaken dan vanzelf binnen stromen, zo was de ietwat naïeve gedachte. Nu, vijftig Vrijmiblo’s later, heb ik maar eens de balans opgemaakt. Hoeveel bezoekers trok de blog nou eigenlijk? Was het iedere vrijdagmiddag na de post op LinkedIn spitsuur? Ik zal u de cijfers besparen maar het antwoord is: “Dat viel bar tegen”. Ondanks leuke reacties, duimpjes, snedige opmerkingen en af en toe eens iemand die me aansprak op de laatste Vrijmiblo heeft het qua sitebezoek weinig gebracht. “Moet ik er dan wel mee doorgaan?”, zo vroeg ik me af. Het antwoord luidde volmondig: “JA!”. Wat kan het mij nou schelen hoeveel bezoekers mijn site trekt. Het schrijven van de Vrijmiblo’s is gewoon veel te leuk om niet meer te doen. Daarbij zijn we net – voor meer bezoekers op de website – een Facebook campagne gestart en gaan we straks ook reclame maken met billboards. Er is straks zelfs reclame van ons te zien op het enorm grote billboard langs de A28.
Heeft het behalve schrijfplezier dan niets opgeleverd? Uiteraard wel. Ik ontving heel veel leuke reacties. Zo werd ik bijvoorbeeld deze week benaderd, via het informatieformulier op de site, door een docent op het MBO. Hij schreef dat hij lesgaf aan vrachtwagenchauffeurs in opleiding en dat hij bij zijn pupillen meer bewustzijn wilde creëren ten aanzien van de risico’s en gevaren van vrachtwagens in het verkeer. Hij vroeg me of ik bereid was een lezing te verzorgen. Een lezing van een letselschadeadvocaat zou kunnen bijdragen aan deze bewustwording, aldus de docent. Het eerste wat ik dacht was, “Is dat niet een beetje hypocriet?”. Een letselschadeadvocaat die een lezing gaat geven opdat toekomstige chauffeurs zich wellicht wat bewuster zijn van de risico’s op ongevallen en eenmaal op de weg dus de kans op letselschadezaken afneemt? Ik liet die gedachte natuurlijk snel varen. Onze overheid, eigenaar van legale loterijen, staatscasino’s en krasloten voert immers ook campagnes tegen gokverslaving. En belangrijker, ik denk dat ik, met mijn ervaringen uit de praktijk, toekomstige chauffeurs wel een aantal verkeersongevallen kan voorhouden met gruwelijke gevolgen.
Op dit moment behandel ik een zaak van een jonge weduwnaar. Ik schreef daar al over in mijn Vrijmiblo “Familietoernooi”. Deze klant, die ik nu al jaren bij sta, is in een rolstoel terecht gekomen na een achterop-aanrijding door een vrachtwagen. Wat ik er in dat verhaal toen niet bij vertelde was dat bij hetzelfde ongeluk zijn vrouw kwam te overlijden. Een vrachtwagenchauffeur die op zijn telefoon zat zag de op de snelweg voor hem stoppende rij auto’s niet. Mijn client reed in de laatste auto in de file en de vrachtwagenchauffeur reed zijn auto zonder te remmen van achter aan. Eén moment van ongelofelijke domheid resulteerde in het verwoeste leven van mijn client en de dood van zijn vrouw. Alleen al deze zaak – ik heb er meerdere met vrachtwagens (gehad) – zou de chauffeurs in spe moeten bewegen nooit, maar dan ook nooit, op een telefoon te gaan zitten terwijl ze rijden. Ik denk dat ik ze tijdens de lezing meeneem in het verhaal van deze klant en de verwoestende gevolgen van dertig tonnen diesel in verkeerde handen. Anderzijds, ook het leven van een chauffeur zelf kan in een fractie van een seconde veranderen. Niet alleen door de psychische gevolgen van het veroorzaken van zo’n ongeval, ook als hij/of zij zelf letsel oploopt bij een verkeersongeval. Ook daarvan heb ik helaas genoeg voorbeelden uit mijn praktijk.
Ik realiseer me al te goed dat iedereen tegenwoordig snel is afgeleid in het verkeer. Ik realiseer me ook dat ik zelf ook wel een snel nog een appje stuur als ik onderweg ben. Ik denk dat iedere lezer van mijn Vrijmiblo’s dat wellicht wel eens doet. Ik realiseer me nog iets. Ik hoop niet dat mijn Bilboardreclame straks op de A28 zo flitsend wordt dat niemand meer zijn of haar ogen op de weg houdt.