Kwantiteit
Geplaatst op: juni 27, 2025
Als trouwe lezer van deze Vrijmiblo ben je gewend dat het verhaal maximaal één A-viertje lang is. Je zal dat wellicht niet goed kunnen zien als je de Vrijmiblo op je telefoon leest maar als ik het in Word opschrijf en aan mijn webbeheerder mail is het verhaal niet langer dan dat ene A-viertje. Ik kies daar bewust voor. Ik ben er van overtuigd dat de beperkte kwantiteit aan woorden de kwaliteit van de Vrijmiblo ten goede komt. Kort en bondig, daar moet een Vrijmiblo aan voldoen.
Als advocaat probeer ik mijn brieven en processtukken ook kort en bondig te houden. Net als bij de Vrijmiblo komt dat denk ik de kwaliteit en de leesbaarheid ten goede. Toch lukt het me lang niet altijd om mijn processtukken kort te houden. Civiele advocaten zijn vaak te bang om een stelling van de wederpartij niet genoeg te weerspreken. Een niet weersproken stelling van een partij maakt dat die stelling tussen partijen in rechte vaststaat. Dat vergt wellicht een korte toelichting.
In artikel 149 Rechtsvordering staat: ‘….. Feiten of rechten die door de ene partij zijn gesteld en door de wederpartij niet of niet voldoende zijn betwist, moet de rechter als vaststaand beschouwen,…..’
Er staat uiteraard meer in dit artikel maar voor mijn verhaal is deze zinssnede voldoende. Dat een niet betwiste stelling vaststaat wordt ook wel partijautonomie genoemd. Partijen beslissen zelf de omvang van hun geschil. Dus als ik niets opschrijf in mijn processtuk over een stelling van de wederpartij dan zal de rechter deze stelling als vaststaand aannemen. Ook als het niet klopt. Je bent als advocaat dan ook snel geneigd voor alle zekerheid alles te bespreken wat de wederpartij heeft aangevoerd en alles te betwisten. Negatieve vonnissen waarin wordt overwogen door de rechter ‘als onvoldoende weersproken staat tussen partijen vast…’ leveren vaak buikpijn op en behoorlijk wat woorden richting je klant om dat weer recht te breien. Onder dat gesternte is het dus niet vreemd dat je processtukken schrijft die vaak wat te lang zijn.
Te lange processtukken zijn echter een doorn in het oog van de rechtspraak. De rechtspraak probeert ellenlange processtukken tegen te gaan door zogenaamde rolreglementen op te stellen. Regels waar advocaten zich ten opzichte van de rechtbanken en gerechtshoven aan moeten houden. Per 1 april 2021 werd in het landelijk procesreglement van de gerechtshoven al bepaald dat processtukken maximaal 25 pagina’s mogen bevatten. Advocaten waren het daar (uiteraard) niet mee eens maar de Hoge Raad besloot in 2022 dat deze beperking van de omvang van processtukken toelaatbaar was.
Waarschijnlijk gesterkt door deze uitspraak hebben ook de rechtbanken besloten vanaf 1 juli aanstaande een limiet aan de in te dienen pagina’s in te voeren. Geen harde limiet overigens, maar het processtuk mag niet onnodig lang zijn. Volgens het reglement; ‘de omvang van een processtuk steeds in overeenstemming is met de aard, de complexiteit en het belang van de zaak’. Je processtuk kan dan geweigerd worden als het te lang is.
De orde van advocaten is tegen deze nieuwe regel. Zelf denk ik dat het misschien goed is dat je bij het indienen van een te lijvig processtuk de kans loopt dat het wordt geweigerd. Het zet je aan tot kwalitatief goed werk en niet kwantitatief goed werk. Het zal mij ook moeten aanzetten tot heldere en niet onnodig lange processtukken. Je kunt je afvragen of het geweigerd worden van je processtuk niet nog vervelender is dan een overweging in het vonnis van de rechtbank dat er ‘onvoldoende weersproken’ werd. Het antwoord op die vraag is overigens nee; na een geweigerd processtuk word je gelukkig uitgenodigd een vervangend processtuk in te dienen.
Verslaafd
Geplaatst op: juni 6, 2025
Laatst las ik over het ouderinitiatief ‘Smartphonevrij Opgroeien’. Gesteund door de altijd actuele Arjan Lubach hebben de initiatiefnemers een ouderpact opgesteld waarin ouders (en scholen) zich kunnen uitspreken tegen het gebruik van smartphones door kinderen onder de 14 jaar. Het is een aanklacht tegen de Big-Tech bedrijven die er belang bij hebben en hun uiterste best doen om kinderen zo vroeg mogelijk verslaafd te laten raken aan sociale media. Uit recent onderzoek blijkt dat op tal van terreinen schermtijd voor jonge kinderen en de confrontaties met sociale media leidt tot klachten:
“Van bijziendheid tot concentratie- en slaapproblemen, mentale gezondheidsklachten, eetstoornissen en het openen van de deur naar cyberpesten, grooming en grensoverschrijdend gedrag, volgens het laatste onderzoek.”
Als zo vaak moet ik bij dit soort berichten altijd even naar mezelf kijken. Dit soort alarmerende berichten zetten (mij althans) aan tot zelfreflectie. Toen Lies en Kees (24 respectievelijk 22 jaar) hun eerste mobiele telefoons kregen was er geen tot weinig onderzoek gedaan naar de negatieve effecten van het hebben van zo’n telefoon. Er was toen op die telefoons eigenlijk ook niet heel veel mogelijk. In elk geval waren het toen nog geen smartphones en konden ze er niet mee op het internet. Wellicht dat zij de laatste generatie waren die zonder smartphone zijn opgegroeid.
Maar echt reflecteren betekent natuurlijk vooral naar jezelf kijken. Niet alleen als opvoeder maar ook naar jezelf als gebruiker van de smartphone. Mijn eerste mobiele telefoon kreeg ik van mijn toenmalige werkgever eind 1999 of begin 2000. Een Nokia (uiteraard). Zo’n dikke waarmee je kon bellen en ‘snake’ kon spelen. In die tijd was je zuinig op je 06 nummer. Die gaf je niet zomaar aan klanten en bellen deed je anoniem. Als klanten wat wilde belden ze wel naar kantoor. Je 06 nummer was voor intimi en het gebruik vooral in noodgevallen. Wellicht omdat ik ook een ondernemerspraktijk had bleek mij al snel duidelijk dat het delen van je 06 nummer met je klanten veel voordelen kende. Niet alleen een stuk snellere communicatie maar ook betere dienstverlening door betere bereikbaarheid. Mijn 06 nummer is dan ook echt een hybride nummer. Zowel al mijn zakelijke contacten als mijn privé contacten zitten in die telefoon. Voor communicatiedoeleinden is de mobiele, zeker na de smartphone introductie, onmisbaar. Internet, e-mails, whatsapp (ik ben aan het overstappen op Signal maar dat doet nog niet iedereen); niemand kan nog meer zonder.
Tot zo ver alleen maar goed nieuws. Maar, ook mijn mobiel heeft apps die niets met het werk te maken hebben. Ik bedoel dan niet LinkedIn. Dat is immers een zakelijk netwerk en daarop publiceer ik deze vrijmiblo’s. Ik doel dan meer op allerlei streamingsdiensten, spelletjes en sociale media apps zoals Instagram en Facebook. Van deze laatste heb ik lang geleden al afscheid genomen omdat de achterliggende meneer en zijn gedachtengoed mij echt tegen de borst stuitten. Maar Instagram heb ik heel lang op mijn telefoon gehad. Ik schrijf gehad omdat ik me realiseerde, niet in de laatste plaats door lezing van voormeld manifest, dat ik net zo verslaafd was aan Instagram als de tieners waarover het in het manifest gaat. Ik heb waarschijnlijk een jeugdig brein maar ook ik blijk niet bestand tegen de niet aflatende foto’s en filmpjes over de meest uiteenlopende en veelal volledig stompzinnige onderwerpen. Ik merkte dat ik soms hele avonden zielloos naar het schermpje kon zitten staren.
Ik heb Instagram dan ook van de telefoon gegooid. Cold Turkey, van de één op de andere dag. Ik mis het nog niet. Maar als ik straks weer sociale media advertenties ga plaatsen vind ik het ook wel weer leuk om mijn eigen advertenties te zien. Zal ik dan Instagram weer downloaden? Ik weet het niet. Laten we het er maar op houden dat ik dan niet voor mezelf insta.
Meester Chat
Geplaatst op: mei 23, 2025
Op LinkedIn las ik laatst een stukje van een collega-advocaat. Ik las het omdat ik werd aangetrokken door de titel boven het stukje; “De slechtste advocaat ooit”. Daar moest ik meer van weten. Wie is deze slechtste advocaat ooit? Verder lezend begreep ik dat het Chat GPT was. Helaas kan ik het stukje niet meer terugvinden maar het kwam erop neer dat deze collega steeds vaker door Chat GPT (hierna meester Chat te noemen) geredigeerde brieven en reacties ontving en ondertussen al kon zien welke stukken ‘echt’ waren en welke door meester Chat waren geschreven.
Zelf maak ik geen gebruik van meester Chat. De enige keer dat ik het deed was om een Vrijmiblo te schrijven, getuige AI?. Toen kwam ik al op de koffie omdat ik dacht dat meester Chat echte citaten had gevonden en had gebruikt wat (toen ik meester Chat vroeg om vindplaatsen) niet zo bleek te zijn. Dat is ook mijn grootste bezwaar. Als ik meester Chat als kantoorgenoot inschakel en hem (of haar) brieven laat schrijven ziet het er ongetwijfeld gelikt uit, zal het ongetwijfeld in grote lijnen wel kloppen maar wie controleert de inhoud? Waar haalt meester Chat zijn informatie vandaan en hoe betrouwbaar is die informatie?
Toen ik vroeger als patroon optrad (een patroon begeleidt advocaat-stagiaires) diende ik de stukken die de stagiaire opstelde te controleren. In het begin werd elke brief, elke notitie en elk processtuk nogmaals door mij bekeken en beoordeeld. Na verloop van tijd ken je je pappenheimer en volstaat een korte blik en/of gewoon blind vertrouwen. Zou het met meester Chat net zo gaan? Ik weet het niet maar ben er nog niet aan toe dat zelf te gaan proberen.
Toch heeft meester Chat ook in mijn praktijk zijn/haar intrede gedaan. Nadat ik een klant negatief had geadviseerd om een zaak op te starten omdat ik de risico’s op verlies als (te) hoog inschatte werd ik verrast door een juridisch advies van een andere jurist. Desgevraagd vertelde de klant mij dat hij een second opinion had gevraagd aan meester Chat (zo noemde hij het zelf uiteraard niet) en dat die wèl voldoende mogelijkheden zag. Ik ontving een indrukwekkend advies met een inleiding, een beoordeling en een conclusie met verwijzingen naar de jurisprudentie. Als bijlage was een compleet onderbouwde aansprakelijkstelling toegevoegd.
Voor de zekerheid heb ik toch maar even de verwijzingen in het advies gecheckt. Wat bleek? Meerdere verwijzingen waren contraproductief voor de stelling van mijn klant en één verwijzing bestond niet eens. Ik kreeg een beetje hetzelfde gevoel als toen ik patroon was. Hoewel het goed klonk en goed in elkaar leek te zitten ontbeerde het de juiste onderbouwing. Althans, het ontbrak aan de juiste verwijzingen. Toch gaven de argumenten van meester Chat en mijn nadere studie aanleiding (niet in de minste plaats omdat mijn klant overtuigd was van zijn gelijk) om een aansprakelijkstelling op te stellen. De klant had samen met meester Chat inderdaad aanknopingspunten gevonden die ik niet eerder had gezien/en/of op een andere manier had beoordeeld.
Inmiddels werd er op de aansprakelijkstelling gereageerd door een echte meester, ingehuurd door de aangesproken partij. Toen ik daar op een bepaalde manier op wilde antwoorden en mijn klant een conceptbrief zond kreeg ik als zijn reactie dat hij uiteraard mijn conceptbrief aan meester Chat had voorgelegd. Gelukkig luidde de reactie van meester Chat:
“Deze reactie van je advocaat is uitstekend en juridisch zorgvuldig opgesteld.”
Kijk, dat geeft dan wel weer blijk van een stukje gezond verstand van meester Chat. Misschien moet ik meester Chat toch een kans gaan geven in mijn praktijk?
Zondebok
Geplaatst op: mei 9, 2025
Eerder vertelde ik al over mijn verrichtingen op de padelbaan. Ik ben nog steeds enthousiast over het spelletje en probeer in elk geval twee keer per week te padellen. Eén keer training en één keer een potje op de woensdagochtend, mijn vrije dag. Omdat niet iedereen gezegend is met een vrije dag op woensdag spelen we vaak vroeg in de ochtend. Dan lukt het meestal wel om vier spelers op de been te krijgen. De laatste keer deed mijn marketing adviseur Ton Munneke mee. Ton is ook een fervent padeller en begon die keer zijn kantoor dag graag een uurtje later om mee te kunnen spelen. Ik speelde met Ton en de eerlijkheid gebied te zeggen; het liep voor geen meter. Niet bij mij en niet bij Ton. Ter motivatie opperde Ton dat we moesten proberen zo goed te gaan spelen dat ik er een blog aan zou kunnen wijden. Hoewel ik niet veel later de bal (via de grond) de baan uit smashte (wat op ons niveau een hoogtepunt op zich is) verloren Ton en ik dik en was het spel dat we op de mat legden niet blogwaardig.
Dat is wellicht maar goed ook want ik had voor deze week een onderwerp in mijn hoofd dat ik liever wilde bespreken. Dat kwam omdat ik een ontluisterend artikel las in het laatste Advocatenblad. Zeg maar ‘ons’ clubblaadje. “Trump neemt balie VS op de korrel”, luidde de kop. Uiteraard lezen we allemaal dagelijks over de beslommeringen van de Amerikaanse president maar dit raakte me. De regering Trump (het gaat altijd wel om Trump, maar dat kan uiteraard alleen maar omdat het Amerikaans parlement (Senaat en Huis) hem zijn gang laten gaan) heeft de aanval vol ingezet op advocatenkantoren die procederen tegen regeringsbesluiten of in het verleden politieke tegenstanders van Trump hebben bijgestaan. Er gebeuren daar dingen (kunnen daar dingen) die we in ons land niet voor mogelijk kunnen houden. Uit dat artikel:
“Trump legde sancties op aan een aantal individuele kantoren, waaronder WilmerHale, waar 1.100 advocaten werken, Jenner & Block (circa 450 advocaten) en Perkins Coie (1.100 advocaten). Kantoren die volgens de president ‘de hoogste idealen van het beroep hebben verlaten en de belangen van de VS ondermijnen’. De sancties liegen er niet om: het opheffen van de veiligheidsmachtigingen voor hun advocaten, een verbod op federale zaken, het weigeren van toegang tot federale gebouwen (inclusief rechtbanken). Ook dienen federale contractanten bekend te maken of ze een van de kantoren hebben ingehuurd.”
Stel je eens voor. Als kantoor heb je jarenlang slachtoffers van de toeslagenschandalen bijgestaan of milieuorganisaties vertegenwoordigd in procedures tegen de overheid en de Minister van Justitie (gesteund door het Parlement) legt je kantoor (als vergelding) een verbod op om in de toekomst nog rechtbanken te betreden. Dat zou in Nederland toch niet kunnen zou je denken. Laten we zeggen, nog niet. Want ook in Nederland wordt door rechters gewaarschuwd voor de ontwrichtende gevolgen van de niet aflatende kritiek van parlementariërs en ministers op uitspraken van rechters. In zijn laatste jaarbericht (het jaarverslag van de Rechtspraak) schreef Henk Naves, de voorzitter van de Raad voor Rechtspraak, dat de rechter niet als zonderbok mag worden gebruikt voor falend beleid of het onvermogen te komen tot beleid. Hij schreef verder:
“Ook in Nederland zie ik politici uit een steeds breder spectrum bij onwelgevallige uitspraken dat beeld versterken. Teleurstelling over de uitkomst van een zaak is begrijpelijk. Maar als politici na een voor hen onwelgevallige uitspraak onvrede voeden en de oplossing niet zoeken in beter beleid en betere beslissingen, dan ondermijnen ze het gezag van de rechter en het vertrouwen in de rechtsstaat.”
Ik maak me best wel zorgen over deze ontwikkelingen. Misschien speelde ik daarom wel zo slecht. Het lag dus niet aan jou, Ton!
Urban Birding
Geplaatst op: april 25, 2025
Vogelaars, dat ben ik niet echt, ik ben een goedbedoelende amateur, kennen de term Urban Birding. De meeste lezers van mijn Vrijmiblo’s denk ik niet maar het betekent zo veel als vogels spotten in je eigen omgeving, in de stad, letterlijk vertaald. Nou heb ik het geluk dat we een tuin hebben die grenst aan het Rensenpark, de oude dierentuin van Emmen. Voor mij is het dus eenvoudig om ‘stads te vogelen’. Gezeten op de bank achter het huis zie ik nu alweer een breed scala aan vogels zich klaarmaken voor het naderende broedseizoen. Hoogtepunt deze week was het bezoek van de groene specht in de eik achter het huis. Deze soort had ik in mijn eigen tuin niet eerder ontdekt.
In een tijd van ongekende spanningen op de wereldmarkten, een tijd van protectionisme en een tijd waarin alles wat we van ver willen halen (want lekker) duurder wordt is het wellicht goed om eerst eens beter om ons heen te kijken en stil te staan bij ons gedrag. Ik moet daarbij direct denken aan de slogan op de molen van Ten Boer. Met grote witte letters stond daar “Koop elders niet wat Ten Boer u biedt” op. Vaak vergeten we dat we direct in de buurt producten kunnen kopen die net zo goed en net zo lekker zijn als die we van ver halen. Dat geldt uiteraard ook voor diensten.
Ik ben als advocaat dienstverlener. Ik help mensen. Of het nou gaat om bedrijven of slachtoffers, mijn werk bestaat eruit dat ik mensen probeer te helpen. Die mensen moeten mij daarvoor wel eerst vinden. Het is eenvoudiger als advocaat en klant dan bij elkaar in de buurt zitten. Ik probeer mijn marketinguitingen daarom ook zo in te richten dat ik me richt tot potentiële klanten bij mij in de buurt. In mijn ondernemerspraktijk lukt dat erg goed. Het blijkt echter lastiger als het gaat om letselschadezaken. De letselschademarkt is een super concurrerende markt. Klantenwerving vindt vooral plaats via het internet en de sociale media. Kantoren (advocaten- maar ook letselschaderegelingskantoren) willen graag gevonden worden en besteden veel geld aan reclame om in Google bovenaan te komen.
Als je ‘letselschadeadvocaat Emmen’ intypt in Google krijg je meerdere gesponsorde links. Al deze links beloven je dat ze letselschadeadvocaat in Emmen zijn. Een klein onderzoekje leert echter dat van de zes gesponsorde links er vijf niet in Emmen gevestigd zijn en van die zes gesponsorde links maar één kantoor daadwerkelijk een advocatenkantoor is. Van de meer dan twintig resultaten op de eerste pagina is er maar één het resultaat van een advocaat die daadwerkelijk werkt in Emmen. Dat ben ik. Dit kleine onderzoekje geeft aan hoe moeilijk het is om op internet je regionaal te profileren. De termen ‘Emmen’ en ‘advocaat’ worden door willekeurig wie dan ook gekaapt. Voordat men bij ‘mijn” resultaat uitkomt (ik betaal niet om gevonden te worden en hoop door deze Vrijmiblo’s regelmatig op mijn site te plaatsen ietwat in de Google ranking op te schuiven) heeft de zoekende klant al op (gesponsorde en niet gesponsorde) links kunnen klikken in de argeloze veronderstelling dat de aanbieder een advocatenkantoor is en dat dat kantoor in Emmen gevestigd is.
Eigenlijk zouden we onze dienstverlening in de buurt moeten inkopen. Dat geldt niet alleen voor advocaten maar voor alle dienstverleners of het nu accountants, schilders, uitzendbureaus, aannemers, kledingswinkels etc. zijn. Waarom moeten we van ver weghalen als dat in deze regio net zo goed (of wellicht beter) voorhanden is?
Terwijl ik dit typ realiseer ik me dat ik mezelf er ook niet altijd aan houd. Zo ga ik straks weer enkele dagen naar Vlieland. Want geloof me, vogelen in de Kroon’s Polders is toch een hele andere ervaring dan een groene specht spotten in je eigen achtertuin.
Boekje
Geplaatst op: maart 28, 2025
Al sinds ik mij kan herinneren zegt mijn vader, als we hem een vraag stellen en hij daarop het antwoord weet: “Ik heb er wel een boekje van”. Het is een soort ‘running gag’ geworden. Telkens als mijn vader iets vertelt zeggen we bijna automatisch: “Je hebt er zeker wel een boekje van?”. Hoewel die vraag uiteraard altijd retorisch van aard is kan mijn vader het nooit nalaten daar “Ja hoor!” op te antwoorden. Hij heeft niet alleen boekjes geschreven door anderen over allerlei onderwerpen; hij schrijft ook zelf boekjes. Van die blanco boekjes met harde kaft, zoals je die koopt bij de ‘witte boekhandel’, pent hij vol met dagelijkse beslommeringen, gedichten, filosofische overwegingen en persoonlijke gedachten. Met tekeningen en geschreven in zijn mooie schoolmeester handschrift. Op mijn laatste verjaardag ontving ik er één, speciaal voor mij. Ik hield het niet droog.
Schrijven en lezen waren vroeger nooit mijn sterkste vakken. Ik las eigenlijk nooit en mijn schrijfschriften van de lagere school lijken op de word-documenten van nu; met heel veel rode lijntjes onder de dicteewoorden. Met lezen ben ik pas begonnen toen mijn ouders mij kennis lieten maken met de boekjes van Hotze de Roos; “De schippers van de Kameleon”. Deze boekjes werden door mij verslonden en op mijn slaapkamer stond binnen no time een forse rij Kameleons. Voor mijn VWO-eindexamen moest ik in meerdere talen, want ik had een zogenaamd pretpakket, boeken lezen. Ik begon toen al een beetje mijn interesse voor het lezen van boeken te verliezen. Tijdens mijn rechtenstudie waar ik echt heel veel teksten tot mij moest nemen verdween de behoefte aan andere boeken helemaal en voor zover ik me kan herinneren was het schrijven van mijn eindscriptie ook niet echt een prettige ervaring.
Echt plezier in schrijven en lezen kwam eigenlijk gelijk met mijn ontwikkeling als advocaat. In mijn werk moet je nou eenmaal veel lezen en veel schrijven. Bij het opstellen van een pleidooi, een goed gemotiveerd verweer en/of een sterke brief is het hebben van een beetje taalgevoel een handige eigenschap. Het is prettig om de juiste toon te kunnen aanslaan, de juiste woorden te kunnen gebruiken en om zinnen te kunnen maken die leesbaar en begrijpelijk zijn. Toch blijft zakelijk schrijven beperkt tot de doelmatige inhoud. Het heeft geen zin en het geeft al helemaal geen pas in een pleidooi grapjes te maken of persoonlijke anekdotes te verweven in de juridische onderbouwing van het standpunt van mijn klant. Daarom ben ik ook blij dat ik in de Vrijmiblo, in het leven geroepen om mensen naar mijn website te lokken, al die dingen wel kan doen.
Vrijmiblo’s gaan over mijn persoonlijke ervaringen als advocaat, vader, echtgenoot en mens. Ik probeer grappig te zijn, haal persoonlijke herinneringen op, schrijf over mijn familie, gezin en persoonlijke beslommeringen in combinatie met mijn ervaringen als advocaat. Ondertussen is dit alweer de tachtigste(!) Vrijmiblo.
Volgens mij had Herman Finkers ooit een cd uitgebracht met de titel in de trend “Mijn minst beroerde liedjes”. Met die gedachte in mijn achterhoofd heb ik besloten van de tachtig Vrijmiblo’s er veertig te bundelen tot een boekje. Wederom (lees Worteltjestaart, mijn eerste Vrijmiblo) vrij naar Herman Finkers; mijn veertig minst beroerde Vrijmiblo’s. Het bundeltje ligt -als deze tachtigste wordt gepubliceerd- bij de drukker. Het wordt een soort van relatiegeschenk en komt in de plaats van de Puntzak met advocaatsnoepjes die ik eerder aan relaties gaf.
Ik heb mijn vader gevraagd het voorwoord voor dat boekje te schrijven en dat heeft hij (met verve) gedaan. Mijn vader heeft altijd en overal wel ergens een boekje van. Straks heeft hij er één met zijn eigen voorwoord erin!
Trotse sponsor?
Geplaatst op: maart 14, 2025
Regelmatig zie ik op allerlei gremia de term “trotse sponsor” voorbij komen. “Bedrijf X is de trotse sponsor van badmintonclub Y”, lees ik dan in bijvoorbeeld in ons ‘huis-aan-huisblaadje’. Onder de kop staat meestal een foto van een oprecht trots kijkende sponsor naast een wat ongemakkelijk ogende badmintonner gehuld in zijn sponsortenue. Vaak denk ik dan: “Waarom is die sponsor eigenlijk trots om sponsor te zijn?”.
Een sponsor is volgens de Dikke van Dale, “persoon of instelling die ten bate van iemand of iets geld beschikbaar stelt”. Een soort filantroop dus, die ten bate van een vereniging geld beschikbaar gesteld, geheel onbaatzuchtig. Maar als je in datzelfde dikke boek “sponsoren” opzoekt lees je als betekenis: “geld beschikbaar stellen voor een sport, een onderzoek enz., veelal met reclamedoeleinden.”
Dat laatste zinnetje intrigeert. Reclamedoeleinden? Dus toch niet zo onbaatzuchtig maar dus ten bate van de sponsor zelf. Is een sponsor dan niet eerder een adverteerder? Iemand die een sportclub gebruikt om zijn reclame uitingen te uiten? En als dat zo is; waarom is de sponsor daar dan “trots” op? Het zou toch de sportclub moeten zijn die trots is op degene die haar geld geeft en gebruikt als reclame-uiting? De sponsor wil immers geassocieerd worden met die sportclub. Hij of zij denk dat de verkopen stijgen door te adverteren middels die vereniging. Of is de sponsor trots op de club die hij sponsort zoals de ouders van een kind dat zijn diploma haalt? Dat kan ik mij van een sponsor niet voorstellen.
“Badmintonclub Y is de troste gesponsorde van bedrijf X”, zou de kop in het huis-aan-huisblaadje moeten luiden naar mijn idee. De badmintonclub is immers blij met de sponsor die geld steekt in de vereniging dus zal zij moeten zeggen dat zij trots is dat zij gesponsord wordt, toch?
Los van deze haarkloverij. Ook ik ben sponsor van enkele sportclubs. Alhoewel; sommige clubs sponsor ik en bij sommige ben ik adverteerder. FC Emmen sponsor ik. Ik heb twee stoeltjes en verder geen enkele uiting van de naam van het kantoor. Op de site van FC Emmen word ik met een linkje naar de site genoemd als sponsor. Ben ik een trotse sponsor? Ik weet het niet. Ik heb niet het idee dat ik een hele prestatie heb moeten leveren om die stoeltjes te bemachtigen. Ik heb niet het idee dat ik uitverkoren ben en/of dat ik me eerst heb moeten bewijzen (fysiek dan wel intellectueel) en de sponsoring een soort overwinning is. Als ik voor de wedstrijd in de rij sta om binnen te komen heb ik ook niet het idee dat FC Emmen zich een trotse gesponsorde van Punt Advocatuur voelt. Anderzijds doen zij bij de FC wel erg hun best (buiten het veld welteverstaan) om je een goed gevoel te geven als sponsor. Ze zijn wel blij met mij (en heel veel anderen) als sponsor en laten dat merken.
De sportclubs van Lies en Kees sponsor ik ook. De studentenbasketbalclub van Kees, Groene Uilen Moestasj, sponsor ik door een bijdrage te betalen aan de GoPro waarmee ze hun wedstrijden live streamen. Bij Lies haar studentenvolleybalclub, Donitas, adverteer ik omdat haar team de naam Punt Letselschade draagt op de inspeelshirts. De kans dat studenten een letselschadeadvocaat nodig hebben leek me groter dan een ondernemersadvocaat, maar dat terzijde.
Als ik de wedstrijden van Lies en Kees bezoek ben ik overigens best wel trots. Omdat ik sponsor ben? Nee, omdat ik dan een trotse vader ben.
Nepadvocaat
Geplaatst op: februari 28, 2025
In de tijd dat politici iedereen voor de gek houden, leugens worden verheven tot kunst en waar onwelgevallig nieuws vaak wordt weggezet als “fake’, nep dus, vond ik het niet vreemd dat mijn oog viel op de term “nepadvocaat”.
De eerlijkheid gebied te zeggen dat ik in eerste instantie dacht dat de leider van onze grootste partij zich weer eens negatief had uitgelaten over een collega van mij die een deze regering onwelgevallig rechterlijk vonnis had uitgelokt. Van nepparlement naar nepadvocaat is immers maar een kleine stap. Maar tot mijn verbazing las ik de term in de nieuwbrief van mijn eigen Orde van advocaten. Die nieuwsbrief valt om de zoveel tijd in mijn mailbox en bevat vaak informatie die het ene oog in en het andere weer uitgaat. Waarom dit bericht bleef hangen weet ik niet. Waarschijnlijk om het kopje boven het artikeltje: “Nep-advocaat gespot?” Het is dus een echt bestaand woord, dacht ik, gebezigd door echt serieuze mensen. Ik kon er niet meer om heen om het artikel ook echt te lezen.
Het artikel en daarmee onze orde van advocaten riep de lezer op om bij het ‘spotten’ van iemand die zich advocaat noemt en en/of zich voordoet als advocaat en dat niet is, aan te geven bij de orde. Het zich voordoen als advocaat (een beschermd beroep en dito titel) is in strijd met de advocatenwet. Artikel 9 a van de Advocatenwet luidt: “Tot het voeren van de titel van advocaat is uitsluitend gerechtigd degene die als advocaat is ingeschreven op grond van artikel 1, eerste lid, of 2a, eerste lid.” Als een dergelijke ‘advocaat ’wordt gespot en daar wordt kond van gedaan aan onze Orde krijgt deze ‘nepadvocaat’ een boze brief van de Orde. Let wel; het is strafbaar je zelf de titel van advocaat toe te eigenen zonder daartoe gerechtigd te zijn. Artikel 435 lid 3 Wetboek van Strafrecht bepaalt dat en sanctioneert het valselijk gebruiken van de titel advocaat met een geldboete van de tweede categorie. (Voor je idee, dat is een boete van maximaal € 5150,-).
Advocaten en andere rechtshulpverleners maken uiteraard veel gebruik van Google-advertenties. Als je op Google het woord ‘letselschadeadvocaat’ intypt krijg je ongelofelijk veel hits. Meerdere van die hits zijn gesponsorde resultaten en bij meerdere van die resultaten wordt de term letselschadeadvocaat gebruikt door bedrijven die geen advocatenkantoren zijn. De vetgedrukte term ‘letselschadeadvocaat’ wordt in heel veel reclames van letselschadebureausgebruikt.
Die bureaus hebben geen advocaten in dienst. Ik vind daar wel wat van. Immers; personen die op ‘letselschadeadvocaat’ zoeken omdat ze nu eenmaal hulp zoeken van een advocaat, niet van een letselschadespecialist of -jurist, worden op deze wijze toch uitgenodigd om op de gesponsorde link te klikken van een niet-advocatenkantoor. Vaak in de veronderstelling dat degene die hun zaak gaat doen ook echt advocaat is. Daar maakten ze immers reclame voor. Ik denk niet dat gesteld kan worden dat degene die werkt voor dat letselschadebureau zich schuldig maakt aan overtreding van artikel 9a van de advocatenwet. Immers; als je doorklikt merk je dat de bureaus uitleggen dat voor het verhalen van letselschade je helemaal geen advocaat nodig hebt. ‘Je kunt het ook bij hen kwijt.’ (Vrij naar Bloem, “Even aan mijn moeder vragen”). Dat klopt ook, maar dat gaat het volgens mij niet om. Als je reclame maakt middels zogenaamde Google-ads waarin letselschadeadvocaat staat en je (kantoor) is geen advocatenkantoor is vind ik dat op zijn minst misleidend.
Maar moet ik als ik zoiets zie dat doorgeven aan de Orde van Advocaten? Ik weet het niet. Ten eerste houd ik niet van klikken, ten tweede ga ik liever uit van mijn eigen kracht.
Kantoorkosten
Geplaatst op: februari 14, 2025
Hoewel Parijs de stad van de liefde is reisden Judith en ik er recent naar toe voor een andere liefde; het rugby. Eerder schreef ik al over onze avonturen tijdens het WK Rugby vorige zomer waar we de All Blacks zagen winnen van Italië. Dit keer stond de eerste wedstrijd van de Six Nations 2025 op het programma. De Six Nations is als het ware de Europa Cup 1 voor Europese toplanden. Alleen de zes beste Europese landen mogen daaraan meedoen. Al jaren zijn dat Engeland, Ierland, Wales, Schotland, Italië en Frankrijk. De wedstrijd die wij bezochten was de wedstrijd Frankrijk- Wales.
Ik had kaarten besteld via een (naar ik vreesde) obscure website waarin kaartjes werden verhandeld tegen meermalen de oorspronkelijke prijs. Ik had heel lang geleden al geprobeerd via de officiële Franse kanalen aan kaarten te komen maar zoals altijd deden de Fransen heel hard hun best om alles wat niet Frans is geen toegang te laten krijgen tot de website. Alles was in de Franse taal en het aanmaken van een account (noodzakelijk voor het bestellen van kaarten, zo vertaalde ik) bleek echt onmogelijk. Om die reden was het stadion waarschijnlijk ook voor meer dan 90% gevuld met Franse fans. Het handjevol Walessupporters op de tribunes stak daar flets bij af. Met samengeknepen billen stonden we dan ook met onze uitgeprinte tickets voor de poortcontrole. Hoe vaak hoor je wel niet verhalen over valse kaartjes? Gelukkig bleken die van ons legitiem te zijn en na een geruststellende ‘pling’ openende zich de poortjes die toegang gaven tot onze zitplaatsen.
Over die tickets gesproken. Ik werd bij het bestellen weer eens verrast door de zogenaamde verborgen kosten. Ga maar na, de tickets kostten € 79,- per stuk. Toen ik uiteindelijk afrekende betaalde ik €187,-. Iedereen weet dat advocaten niet kunnen rekenen maar zelfs ik weet dat twee maal €79,- geen € 187,- is. Wat bleek? De website bracht ook een fee in rekening in de vorm van administratiekosten. Dat terwijl er volgens mij niets administratiefs gedaan werd door die site. Gewoon een verdienmodel dus.
Ook advocatenkantoren hanteren al jaren een soort verborgen verdienmodel in de vorm van kantoorkosten. Let maar eens op. Er zijn nog steeds kantoren die naast een uurtarief een percentage kantoorkosten in rekening brengen. Een percentage tussen de 5 en 8 % is geen uitzondering. Een uurtarief van € 250,- exclusief btw en 8 % kantoorkosten betekent in de praktijk € 250,- plus € 52,50 plus €20,-. Die €20,- is dan een vergoeding voor de kosten van postzegels, printers en overige kantoorbenodigdheden.
Kantoorkosten staan al jaren ter discussie. Al in 2017 kopte het blad Mr- online, “Advocaten schrappen kantoorkosten”. Dat artikel was een vervolg op een artikel uit 2013 waarin werd geconcludeerd dat kantoorkosten niet meer van deze (die?) tijd waren. Toch blijken veel kantoren deze ogenschijnlijk makkelijke bijvangst maar moeilijk te kunnen missen. Kantoorkosten worden nog steeds in rekening gebracht. Dat rechters deze toeslag op het uurtarief ook flauwekul vinden blijkt uit een recente uitspraak van de kantonrechter te Rotterdam. In deze zaak maakt de kantonrechter er slecht een (bij)zin aan vuil: “ Voor het afzonderlijk rekenen van kantoorkosten naast dit uurtarief is echter geen ruimte.”.
Kort en goed; kantoorkosten zijn niet meer van deze tijd. Ik behoorde overigens tot de groep advocaten die dat meer dan tien jaar geleden al vonden en de kantoorkosten al lang heeft afgeschaft.
Ik hoor je denken: ‘Goed gedaan Han, heel transparant! Maar wie won eigenlijk de wedstrijd?’ Dat was Frankrijk, zij verpletterden Wales met 43-0. Het “Allez les Bleus” was uren later nog uit het stadion te horen terwijl wij al weer in ons Airbnb appartement terug waren waarvoor we uiteraard naast de huur ook een toeslag aan Airbnb betaalden.
Hey Ho Lets Go!
Geplaatst op: januari 24, 2025
Eind vorig jaar stuurde mijn vriend Jan – je weet wel, die van de vogels – mij een YouTube filmpje door. Het betrof een clip van een concert van “The Ramones Alive”. Een viertal punkliefhebbers die nummers van hun favoriete punkband, The Ramones, coverden. Als je enigszins bekend bent met die muziek weet je dat het een enorme bak herrie is. Enthousiast appte Jan dat deze band heel dicht bij het origineel kwam en op 17 januari 2025 optrad in Leeuwarden. Kaarten waren al besteld, vluchten had dus geen zin meer.
Ik weet wel waarom Jan direct al kaarten had besteld. We beleven beide mooie herinneringen aan het concert van The Ramones in de Oosterpoort in Groningen. Dat was in 1988. Jan en ik woonden (samen met de evenals uit Hoogezand afkomstige Arjan) op kamers in de Folkingestraat in Groningen. Jan had mij geïntroduceerd in de wereld van The Ramones. Jan was al tijden een groot fan, ik was een beetje fan (Arjan vond het afschuwelijk) en Jan attendeerde mij op het concert. In het voorprogramma stond het legendarische Groninger pretpunkgezelschap De Boegies. Die band was bekend van hun nummer over Jannes van der Wal, de dammer die regelmatig in hetzelfde café in de Folkingestraat kwam als wij.
Zo gebeurde het dat Jan en ik op de avond waarop de openingswedstrijd van het befaamde EK voetbal in 1988 werd gespeeld, vrijdag 10 juni 1988, samen naar de Oosterpoort togen. Het voorprogramma was een groot succes en terwijl het podium werd omgebouwd voor The Ramones konden Jan en ik een plaatsje bemachtigen vooraan tegen het podium aan. Stonden wij als het straks zou gaan beginnen toch maar even mooi helemaal vooraan. Concerten van The Ramones begonnen altijd met het hoofdthema van “The Good, the bad and the Ugly” van Ennio Morricone. En terwijl deze klassieker door de boxen schalde en het achter ons steeds drukker werd kregen Jan en ik het wel een beetje benauwd. Wat zou er gebeuren als het concert straks echt zou losbarsten? Het antwoord kwam snel daarna. Terwijl de eerste akkoorden van “Teenage Lobotomy” met meer decibellen dan goed voor ieder mens door de speakers explodeerden bevonden we ons onmiddellijk in een zogenaamde mosh pit. We wisten niet hoe snel we naar achter moesten kruipen om vervolgens het geheel van een veilig afstand aan te horen en zien. Onze eerste kennismaking met The Ramones was leerzaam en vooral onvergetelijk.
Je vraagt je – aangekomen op dit punt – wellicht af waanneer de link met mijn werk komt. Immers; altijd als ik een vrijmiblo schrijf gaat het over mijn werk en/of is er wel een link met mijn werk. Eigenlijk is die link er deze keer niet. Ik vind het gewoon een te mooi verhaal om niet op te schrijven. Iedere link met mijn werk zou daarom gekunsteld zijn. Ik had dan bijvoorbeeld moeten schrijven dat het concert afgelopen vrijdag in De Neushoorn was, op een steenworp van het gebouw van het Gerechtshof Leeuwarden en dan zou ik een vergelijk hebben moeten maken met de mosh pit. Of ik had moeten schrijven dat studeren niet alleen maar gaat om het leren van boeken en het maken van tentamens maar dat je ook heel andere nuttige dingen leert. Ik had wellicht een parallel kunnen trekken tussen het oplopen van letselschade tijdens punkconcerten in de daarbij behorende mosh pits en de jurisprudentie over sport en spel. Nogmaals; niet deze keer.
Ik deel liever met jullie dat het concert in De Neushoorn een leeftijdsconforme herinnering was aan lang vervlogen tijden. Geen mosh pit, veel grijzende en kalende vijftigers, een optreden dat bijna net zo goed was als het origineel en een bevestiging dat echte vriendschappen voor het leven zijn.