Vervoersovereenkomst
Geplaatst op: september 5, 2025
De zomervakantie is voor ons weer voorbij. Judith en ik hebben met onze eigen auto een roadtrip gemaakt door Oostenrijk, Slovenië en Kroatië. We hebben veel indrukken opgedaan en een lekkere relaxte vakantie gehad. Op vakantie deden we uiteraard wat vakantiegangers doen. We gingen in Oostenrijk met de stoeltjesliften naar boven, in steden maakten we gebruik van het plaatselijke openbare vervoer en we namen een pondje of watertaxi om ons naar het eilandje Krapanje in Kroatië te laten vervoeren. Hoewel ook openbaar vervoer gepaard kan gaan gaat met het risico op ongelukken, sta ik daar eigenlijk nooit bij stil. Totdat ik door de berichtgeving over het tramongeluk in Lissabon daar wreed op werd gewezen. Hoewel ik nooit in Lissabon ben geweest denk je toch direct: “Dat had ons, tijdens onze vakantie, ook kunnen overkomen!”.
Als er tijdens dat openbaar vervoer iets gebeurt waardoor er letselschade ontstaat is de vervoerder daar aansprakelijk voor. In Nederland is dat geregeld in boek 8 van ons burgerlijk wetboek. Boek 8 gaat onder anderen over de vervoersovereenkomst. Als je kaartje koopt voor bus, metro of tram ga je een overeenkomst aan met de vervoerder. De vervoerder is bij een ongeval aansprakelijk. Hij is alleen niet aansprakelijk als het letsel is veroorzaakt door een omstandigheid die een zorgvuldig vervoerder niet heeft kunnen vermijden en als de vervoerder de gevolgen van het ongeval niet heeft kunnen verhinderen. Dat zal in Portugal niet anders geregeld zijn omdat veel nationale wetgeving over vervoer gestoeld is op internationale verdragen.
Dat sommige (on)gevallen onder Boek 8 vallen kan nog wel eens leiden tot vervelende verrassingen. Dat was ook het geval met een zaak die ik een paar jaar geleden onder ogen kreeg. Ik werd door een kapitein gevraagd hem te helpen. Nou ja, kapitein? De jongeman in kwestie was een dagje met vrienden aan het varen geweest met een motorboot. De boot was van hem maar naast hem werd de boot die dag ook bestuurd door zijn vrienden. Op een gegeven moment, iedereen aan boord had gedronken en er hing een feestelijke sfeer aan boord, ging één van de vrienden staan in de boot terwijl de boot met te hoge snelheid een brug naderde. Het noodlot sloeg toe toen de opvarende niet snel genoeg kon bukken en tegen de brug aan klapte met zeer ernstig letsel tot gevolg.
Alle pijlen werden vervolgens op de kapitein gericht. Ondanks het feit dat op dat moment iedereen de boot had kunnen besturen werd hij strafrechtelijk vervolgd. Aan hem werd als kapitein (hij bestuurde de boot immers) een aantal zaken ten laste gelegd. Omdat het ongeval op een motorboot plaatsvond was er sprake van de specifieke regels voor de binnenvaart. De jonge kapitein werd strafrechtelijk veroordeeld ook ter zake enkele specifieke overtredingen van de Scheepvaartwet. Hij diende ook de schade van het slachtoffer te vergoeden. Een beroep op zijn eigen aansprakelijkheidsverzekering liep uit op een afwijzing. De motoren van de boot waren te zwaar om onder de dekking te vallen.
Ook het slachtoffer liep tegen de bijzondere regelingen aan voor ongevallen op een binnenvaartschip. De rechter oordeelde dat er sprake was van een vervoersovereenkomst (die kan ook ontstaan als je niet hoeft te betalen) waardoor de totaal te betalen schadevergoeding is gelimiteerd. De totale schadevergoeding die een slachtoffer (bij ongelukken in de binnenvaart) kan vorderen is 400 000 SDR. SDR is een rekeneenheid vastgesteld door het IMF en is omgerekend 469.518.29 EURO. Dat klinkt best veel maar bij bijvoorbeeld een dwarslaesie is dat maar een fractie van de totale schade die het slachtoffer lijdt.
Als je volgende keer (op vakantie) weer eens in een tram, bus, trein of boot stapt realiseer je dan dat je een vervoersovereenkomst aangaat met alle speciale regelingen van dien. Of nee; realiseer je dat maar niet en geniet gewoon van je reis!
Dikke BMW!
Geplaatst op: augustus 22, 2025
Met deze uitspraak werd Annie uit Oranje in één klap een BN’er. Voor wie het niet meer helemaal helder heeft. In Oranje, een klein gehucht in Drenthe, was er tien jaar geleden gedoe over de huisvesting van asielzoekers in een vakantiepark. In een poging de gemoederen tot bedaren te brengen snelde toenmalig staatssecretaris voor asielzaken (Klaas Dijkhof) in zijn dienstauto naar Oranje om de gemeenteraad ervan te overtuigen dat het aantal asielzoekers wel verdubbeld kon worden. Bij zijn vertrek probeerde de moedige Annie de dienstauto van Dijkhof tegen te houden daarbij hardop het merk van de dienstauto en de omvang daarvan benoemend. Inderdaad, een “dikke BMW”. Een overijverige agent probeerde Annie weg te trekken waarop zij op onflatteuze wijze ten val kwam en haar arm brak. De beelden van dat voorval gingen direct viraal.
Momenteel staan de kranten vol van andere dikke BMW’s. De BMW’s die de brand op het schip de Fremantle Highway hebben overleefd. Deze BMW’s werden opgekocht door een groep ondernemers om ze vervolgens weer aan te bieden op de Europese markt. BMW heeft daar een stokje voor gestoken en beslag gelegd op deze voertuigen. Dat gebeurde al een tijdje geleden maar klaarblijkelijk is de BMW de komkommer van deze zomer want ik las erover in meerdere kranten. Ook het Dagblad van het Noorden wijdde er meerdere artikelen aan en liet haar verslaggever zelfs een stukje rijden in één van deze “verboden” BMW’s.
Het deed mij denken aan een oude zaak van mij uit de vorige eeuw. Ik stond een garagist bij uit het westen van het land. Deze garagist was Toyota-specialist en verkocht onder anderen Toyota Camry’s. Helaas besloot Toyota toentertijd het nieuwe model Camry niet meer te verkopen in Europa. Omdat er klaarblijkelijk toch liefhebbers waren die graag een nieuwe Camry wilden rijden besloot mijn klant deze te importeren uit Amerika en te verkopen aan Nederlandse liefhebbers. Dat ging goed totdat een autoblad een vergelijkingstest deed en de Camry vergeleek met een (ik weet het niet meer, maar dus een) vergelijkbaar model en die test in haar blad publiceerde. Onder het artikel werd vermeld dat de Camry door mijn klant naar Nederland was geïmporteerd. De inkt van het autoblad was nog niet droog of mijn klant kreeg een brief op hoge poten van de advocaten van Toyota waarin het hem verboden werd de Camry nog te importeren en te verkopen in Nederland. Geschrokken vroeg de klant mij of Toyota hem dat kon verbieden. Het antwoord was dat dat kon.
Toyota was merkhouder en als merkhouder kun je beslissen of je een bepaald product wil verkopen binnen de Europese Economische Ruimte (EER). Als je, zoals Toyota deed, besluit om een product niet in de EER aan te bieden mogen anderen dat product niet elders kopen om het alsnog binnen de EER aan te bieden. Er zijn uiteraard uitzonderingen. Als particulier kun je gerust een Camry voor eigen gebruik importeren, geen haan die ernaar kraait. Maar een merkrecht kan ook uitgeput raken. Dat gebeurt als een product met toestemming van de merkhouder al in de EER werd ingevoerd en dan wordt doorverkocht. Dat laatste konden we niet aantonen en de klant kwam uiteindelijk met Toyota tot de afspraak dat hij geen Camry’s meer zou importeren.
De ondernemers die de BMW’s kochten beriepen zich ook op uitputting. De rechter oordeelde echter: ”Nu de voertuigen niet door of met toestemming van BMW in de EER in de handel zijn gebracht, zijn deze dus niet uitgeput in de zin van artikel 15 lid 1 UMVo of artikel 21 GModVo.” De rechter verbood de verkoop.
Er is een bodemprocedure aangespannen door de kopers maar ik vrees dat zij aan het kortste eind zullen trekken. Het merkenrecht biedt de merkhouder in dit soort gevallen een zeer sterke bescherming. Voor de liefhebben van Toyota Camry is er beter nieuws. Toyota verkoopt dat model sinds enkele jaren weer in Europa!
De (on)gelukkige kat
Geplaatst op: juli 18, 2025
We hebben deze week onze kat Bink laten inslapen. Wij (Judith en ik) dachten dat het nog wel kon maar onze kinderen vonden dat we de dierenarts moesten consulteren. De dierenarts was het met de kinderen eens. Daarom zaten Judith en ik op een doordeweekse dinsdag met Bink in zijn reismandje in de praktijk van de dierenarts. We gingen met een leeg reismandje en een zwaar gemoed weer naar huis.
Zoon Kees zei dat Bink de (haakje openen)on(haakje sluiten)gelukkigste kat ter wereld moet zijn geweest. Dat klinkt vreemd maar ik snapte wel wat hij bedoelde. We hebben Bink vijftien jaar geleden als boerderij-kitten opgehaald. Bink ademde als kitten zwaar. Hij leek wel een kat met OPS. Volgens de dierenarts zou hij niet veel ouder worden dan drie of vier jaar. Bink liet zich weinig gelegen liggen aan deze voorspelling. Hij was een graag geziene gast in het voormalige Noorderdierenpark (grenzend aan onze tuin); de verzorgers daar kenden hem bij naam.
Op een dag kwam hij kreupel uit de dierentuin terug. Nadat er een röntgenfoto was gemaakt bleek dat er een luchtbukskogeltje in zijn linker achterpoot zat dat het bot had verbrijzeld. De beste oplossing was een amputatie. Na de beschieting ging Bink als astmatische driepoot door het leven. In plaats van mensenvrees te ontwikkelen -wat na een beschieting logisch zou zijn geweest- werd Bink juist heel aanhankelijk. Menig bezoeker aan de dierentuin of bij ons voor het huis kon de weerstand niet weerstaan om hem even te aaien. Bink genoot van deze aandacht. Sommige aaiers dachten dat Bink ziek was omdat hij zo zwaar ademde en de keren dat we gebeld werden door de dierenambulance omdat ze een melding hadden gekregen van een bijna dode kat zijn ontelbaar. Zorg om Bink leidde een paar jaar geleden zelfs tot een heuse ontvoering. Een mevrouw uit Ter Apel zag Bink liggen in de oude dierentuin en nam hem pardoes mee naar huis. Na dagen zoeken en flyeren kregen we bericht van onze dierenarts. De ontvoerder was met Bink bij de dierenarts geweest en de dierenarts herkende Bink. Het kostte me vervolgens behoorlijk veel moeite om hem weer mee te krijgen toen ik hem uit Ter Apel kwam bevrijden.
De zorg voor huisdieren is ook een veelvoorkomend onderwerp in letselschadezaken. Zo herinner ik mij een zaak (niet van mij) van een oudere mevrouw die een hobbyboerderij had en door het ongeval het werk op haar boerderij niet meer kon volhouden. Voor dat werk huurde zij hulp in maar de verzekeraar wilde die hulp niet betalen omdat het om een hobbyboerderij ging. Ze moest maar stoppen met de boerderij, aldus de verzekeraar. De rechter was het daar eigenlijk wel mee eens. Een professionele hulp op een hobbyboerderij vergoeden kon niet van de verzekeraar gevergd worden. Anderzijds zou het stoppen met de boerderij leiden tot een grote emotionele schade. De rechter overwoog: “De rechtbank kan niet anders constateren dan dat [verzoekster] en de boerderij ten diepste en onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn: Zij ‘is’ in wezen haar boerderij.”. De rechtbank overwoog vervolgens: “Al het vorenstaande in aanmerking genomen, acht de rechtbank in de gegeven, bijzondere, omstandigheden een immateriële schadevergoeding, en daarmee de maximaal door Univé te vergoeden kosten ter beperking van immateriële schade, van in totaal € 50.000 billijk.”.
Een deel van de hulp die nodig was -niet alle want dat vond de rechter niet redelijk- moest daarom vergoed worden in de vorm van smartengeld.
Dieren en smart. Het blijft een ongelukkige combinatie. Toch denk ik dat Bink, ondanks alle ongeluk in zijn leven best een gelukkige kat was.
Nieuwe buren
Geplaatst op: juli 11, 2025
We hebben nieuwe buren. Niet in het kantoorpand aan de Hoederkamp maar bij ons thuis. Judith en ik wonen in hartje centrum Emmen in een jaren dertig twee-onder-een-kapwoning. Onze oude buurvrouw woonde al een tijdje niet meer thuis na een vervelende val van de trap. Toen bleek dat ze door die val niet meer thuis kon blijven wonen werd het huis uiteindelijk te koop gezet.
Toen het bord van Pat Makelaars in de voortuin kwam te staan vonden Judith en ik het best wel spannend. Wat voor mensen zouden er komen wonen? Wie zou bereid zijn het huis, dat dermate verwaarloosd was en dat ons inziens volledig verbouwd diende te worden, te kopen. De makelaar omschreef het huis zoals makelaars het gewoon zijn dat te doen: “Afhankelijk van uw wensen dient u wel rekening te houden met de nodige moderniseringen.” “Moderniseringen” is immers makelaarsjargon voor “renovatie noodzakelijk”.
Maar goed, onze nieuwe buren -een oud buurmeisje kwam met haar man en twee kinderen weer terug naar de straat waarin ze was opgeroeid- durfden het project aan te gaan en kwamen bij ons langs om te zien wat er allemaal mogelijk was met het huis. Wij hadden, anders dan de buurvrouw, de ‘moderniseringen’ al lang geleden doorgevoerd. Maar toen onze nieuwe buren de tekeningen van de architect kwamen laten zien waren deze eerlijk gezegd jaloersmakend.
Ik heb toen wel even extra goed gekeken naar die tekeningen. Omdat beroepsdeformatie gaat waar het niet gaan kan moest ik direct denken aan de casus van de onfortuinlijke buurman van degene die tijdens een verbouwing een grote afzinkkelder liet plaatsen in zijn achtertuin. Daarbij werd dermate grote schade toebracht aan het naastgelegen pand dat deze onbewoonbaar werd verklaard. Een casus die vorig jaar de pennen van vele juristen in beweging bracht na een arrest van de Hoge Raad, toepasselijk het afzinkkelder-arrest genoemd.
In die casus had de buurman die de afzinkkelder liet plaatsen alle voorzorgmaatregelen genomen, zich aan alle zorgvuldigheidsnormen gehouden en toch ontstond er schade aan het huis van de buurman. Volgens de letter van de wet was er geen sprake van een onrechtmatige daad van de buurman. Hij had de wet niet overtreden, zijn gedragingen waren niet in strijd met het recht en konden ook niet worden gekwalificeerd als strijdig met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betamelijk is. Is er dan sprake van vette pech voor schadelijdende buurman? Volgens veel juristen en het gerechtshof voorafgaand aan de uitspraak van de Hoge Raad wel. Als je bouwt en je houdt je aan alle zorgvuldigheidseisen ben je niet aansprakelijk voor de schade die daarbij ontstaat. Ik moet zeggen, wàs je niet aansprakelijk want de Hoge Raad heeft geoordeeld dat ook als je aan alle zorgvuldigheidseisen hebt voldaan en je je aan alle regels hebt gehouden, je toch aansprakelijk kunt zijn voor de schade van de buurman. De Hoge Raad:
Uit hetgeen het hof in rov. 2.6.3 van zijn arrest heeft vastgesteld (zie hiervoor in 2.4) volgt dat aan de bouwwerkzaamheden van Multi een aanmerkelijk risico verbonden was dat aan het pand van [eiseres 1] schade zou worden toegebracht, ook indien maatregelen ter voorkoming van schade werden getroffen en de werkzaamheden zorgvuldig werden uitgevoerd. Waar dit risico zich vervolgens heeft verwezenlijkt, kan niet zonder meer worden aanvaard dat [eiseressen] de daardoor veroorzaakte schade dienen te dragen.
Met deze uitspraak in mijn achterhoofd heb ik onze buren uiteraard aangemoedigd de verbouwing groots aan te pakken, hetgeen zij ook hebben gedaan. Hun huis is volledig verbouwd en eigenlijk van binnen helemaal als nieuw geworden. De werkzaamheden zijn door hun aannemer perfect uitgevoerd al prijsde ik me wel gelukkig dat het huis al een grote kelder had.
Kwantiteit
Geplaatst op: juni 27, 2025
Als trouwe lezer van deze Vrijmiblo ben je gewend dat het verhaal maximaal één A-viertje lang is. Je zal dat wellicht niet goed kunnen zien als je de Vrijmiblo op je telefoon leest maar als ik het in Word opschrijf en aan mijn webbeheerder mail is het verhaal niet langer dan dat ene A-viertje. Ik kies daar bewust voor. Ik ben er van overtuigd dat de beperkte kwantiteit aan woorden de kwaliteit van de Vrijmiblo ten goede komt. Kort en bondig, daar moet een Vrijmiblo aan voldoen.
Als advocaat probeer ik mijn brieven en processtukken ook kort en bondig te houden. Net als bij de Vrijmiblo komt dat denk ik de kwaliteit en de leesbaarheid ten goede. Toch lukt het me lang niet altijd om mijn processtukken kort te houden. Civiele advocaten zijn vaak te bang om een stelling van de wederpartij niet genoeg te weerspreken. Een niet weersproken stelling van een partij maakt dat die stelling tussen partijen in rechte vaststaat. Dat vergt wellicht een korte toelichting.
In artikel 149 Rechtsvordering staat: ‘….. Feiten of rechten die door de ene partij zijn gesteld en door de wederpartij niet of niet voldoende zijn betwist, moet de rechter als vaststaand beschouwen,…..’
Er staat uiteraard meer in dit artikel maar voor mijn verhaal is deze zinssnede voldoende. Dat een niet betwiste stelling vaststaat wordt ook wel partijautonomie genoemd. Partijen beslissen zelf de omvang van hun geschil. Dus als ik niets opschrijf in mijn processtuk over een stelling van de wederpartij dan zal de rechter deze stelling als vaststaand aannemen. Ook als het niet klopt. Je bent als advocaat dan ook snel geneigd voor alle zekerheid alles te bespreken wat de wederpartij heeft aangevoerd en alles te betwisten. Negatieve vonnissen waarin wordt overwogen door de rechter ‘als onvoldoende weersproken staat tussen partijen vast…’ leveren vaak buikpijn op en behoorlijk wat woorden richting je klant om dat weer recht te breien. Onder dat gesternte is het dus niet vreemd dat je processtukken schrijft die vaak wat te lang zijn.
Te lange processtukken zijn echter een doorn in het oog van de rechtspraak. De rechtspraak probeert ellenlange processtukken tegen te gaan door zogenaamde rolreglementen op te stellen. Regels waar advocaten zich ten opzichte van de rechtbanken en gerechtshoven aan moeten houden. Per 1 april 2021 werd in het landelijk procesreglement van de gerechtshoven al bepaald dat processtukken maximaal 25 pagina’s mogen bevatten. Advocaten waren het daar (uiteraard) niet mee eens maar de Hoge Raad besloot in 2022 dat deze beperking van de omvang van processtukken toelaatbaar was.
Waarschijnlijk gesterkt door deze uitspraak hebben ook de rechtbanken besloten vanaf 1 juli aanstaande een limiet aan de in te dienen pagina’s in te voeren. Geen harde limiet overigens, maar het processtuk mag niet onnodig lang zijn. Volgens het reglement; ‘de omvang van een processtuk steeds in overeenstemming is met de aard, de complexiteit en het belang van de zaak’. Je processtuk kan dan geweigerd worden als het te lang is.
De orde van advocaten is tegen deze nieuwe regel. Zelf denk ik dat het misschien goed is dat je bij het indienen van een te lijvig processtuk de kans loopt dat het wordt geweigerd. Het zet je aan tot kwalitatief goed werk en niet kwantitatief goed werk. Het zal mij ook moeten aanzetten tot heldere en niet onnodig lange processtukken. Je kunt je afvragen of het geweigerd worden van je processtuk niet nog vervelender is dan een overweging in het vonnis van de rechtbank dat er ‘onvoldoende weersproken’ werd. Het antwoord op die vraag is overigens nee; na een geweigerd processtuk word je gelukkig uitgenodigd een vervangend processtuk in te dienen.
Verslaafd
Geplaatst op: juni 6, 2025
Laatst las ik over het ouderinitiatief ‘Smartphonevrij Opgroeien’. Gesteund door de altijd actuele Arjan Lubach hebben de initiatiefnemers een ouderpact opgesteld waarin ouders (en scholen) zich kunnen uitspreken tegen het gebruik van smartphones door kinderen onder de 14 jaar. Het is een aanklacht tegen de Big-Tech bedrijven die er belang bij hebben en hun uiterste best doen om kinderen zo vroeg mogelijk verslaafd te laten raken aan sociale media. Uit recent onderzoek blijkt dat op tal van terreinen schermtijd voor jonge kinderen en de confrontaties met sociale media leidt tot klachten:
“Van bijziendheid tot concentratie- en slaapproblemen, mentale gezondheidsklachten, eetstoornissen en het openen van de deur naar cyberpesten, grooming en grensoverschrijdend gedrag, volgens het laatste onderzoek.”
Als zo vaak moet ik bij dit soort berichten altijd even naar mezelf kijken. Dit soort alarmerende berichten zetten (mij althans) aan tot zelfreflectie. Toen Lies en Kees (24 respectievelijk 22 jaar) hun eerste mobiele telefoons kregen was er geen tot weinig onderzoek gedaan naar de negatieve effecten van het hebben van zo’n telefoon. Er was toen op die telefoons eigenlijk ook niet heel veel mogelijk. In elk geval waren het toen nog geen smartphones en konden ze er niet mee op het internet. Wellicht dat zij de laatste generatie waren die zonder smartphone zijn opgegroeid.
Maar echt reflecteren betekent natuurlijk vooral naar jezelf kijken. Niet alleen als opvoeder maar ook naar jezelf als gebruiker van de smartphone. Mijn eerste mobiele telefoon kreeg ik van mijn toenmalige werkgever eind 1999 of begin 2000. Een Nokia (uiteraard). Zo’n dikke waarmee je kon bellen en ‘snake’ kon spelen. In die tijd was je zuinig op je 06 nummer. Die gaf je niet zomaar aan klanten en bellen deed je anoniem. Als klanten wat wilde belden ze wel naar kantoor. Je 06 nummer was voor intimi en het gebruik vooral in noodgevallen. Wellicht omdat ik ook een ondernemerspraktijk had bleek mij al snel duidelijk dat het delen van je 06 nummer met je klanten veel voordelen kende. Niet alleen een stuk snellere communicatie maar ook betere dienstverlening door betere bereikbaarheid. Mijn 06 nummer is dan ook echt een hybride nummer. Zowel al mijn zakelijke contacten als mijn privé contacten zitten in die telefoon. Voor communicatiedoeleinden is de mobiele, zeker na de smartphone introductie, onmisbaar. Internet, e-mails, whatsapp (ik ben aan het overstappen op Signal maar dat doet nog niet iedereen); niemand kan nog meer zonder.
Tot zo ver alleen maar goed nieuws. Maar, ook mijn mobiel heeft apps die niets met het werk te maken hebben. Ik bedoel dan niet LinkedIn. Dat is immers een zakelijk netwerk en daarop publiceer ik deze vrijmiblo’s. Ik doel dan meer op allerlei streamingsdiensten, spelletjes en sociale media apps zoals Instagram en Facebook. Van deze laatste heb ik lang geleden al afscheid genomen omdat de achterliggende meneer en zijn gedachtengoed mij echt tegen de borst stuitten. Maar Instagram heb ik heel lang op mijn telefoon gehad. Ik schrijf gehad omdat ik me realiseerde, niet in de laatste plaats door lezing van voormeld manifest, dat ik net zo verslaafd was aan Instagram als de tieners waarover het in het manifest gaat. Ik heb waarschijnlijk een jeugdig brein maar ook ik blijk niet bestand tegen de niet aflatende foto’s en filmpjes over de meest uiteenlopende en veelal volledig stompzinnige onderwerpen. Ik merkte dat ik soms hele avonden zielloos naar het schermpje kon zitten staren.
Ik heb Instagram dan ook van de telefoon gegooid. Cold Turkey, van de één op de andere dag. Ik mis het nog niet. Maar als ik straks weer sociale media advertenties ga plaatsen vind ik het ook wel weer leuk om mijn eigen advertenties te zien. Zal ik dan Instagram weer downloaden? Ik weet het niet. Laten we het er maar op houden dat ik dan niet voor mezelf insta.
Meester Chat
Geplaatst op: mei 23, 2025
Op LinkedIn las ik laatst een stukje van een collega-advocaat. Ik las het omdat ik werd aangetrokken door de titel boven het stukje; “De slechtste advocaat ooit”. Daar moest ik meer van weten. Wie is deze slechtste advocaat ooit? Verder lezend begreep ik dat het Chat GPT was. Helaas kan ik het stukje niet meer terugvinden maar het kwam erop neer dat deze collega steeds vaker door Chat GPT (hierna meester Chat te noemen) geredigeerde brieven en reacties ontving en ondertussen al kon zien welke stukken ‘echt’ waren en welke door meester Chat waren geschreven.
Zelf maak ik geen gebruik van meester Chat. De enige keer dat ik het deed was om een Vrijmiblo te schrijven, getuige AI?. Toen kwam ik al op de koffie omdat ik dacht dat meester Chat echte citaten had gevonden en had gebruikt wat (toen ik meester Chat vroeg om vindplaatsen) niet zo bleek te zijn. Dat is ook mijn grootste bezwaar. Als ik meester Chat als kantoorgenoot inschakel en hem (of haar) brieven laat schrijven ziet het er ongetwijfeld gelikt uit, zal het ongetwijfeld in grote lijnen wel kloppen maar wie controleert de inhoud? Waar haalt meester Chat zijn informatie vandaan en hoe betrouwbaar is die informatie?
Toen ik vroeger als patroon optrad (een patroon begeleidt advocaat-stagiaires) diende ik de stukken die de stagiaire opstelde te controleren. In het begin werd elke brief, elke notitie en elk processtuk nogmaals door mij bekeken en beoordeeld. Na verloop van tijd ken je je pappenheimer en volstaat een korte blik en/of gewoon blind vertrouwen. Zou het met meester Chat net zo gaan? Ik weet het niet maar ben er nog niet aan toe dat zelf te gaan proberen.
Toch heeft meester Chat ook in mijn praktijk zijn/haar intrede gedaan. Nadat ik een klant negatief had geadviseerd om een zaak op te starten omdat ik de risico’s op verlies als (te) hoog inschatte werd ik verrast door een juridisch advies van een andere jurist. Desgevraagd vertelde de klant mij dat hij een second opinion had gevraagd aan meester Chat (zo noemde hij het zelf uiteraard niet) en dat die wèl voldoende mogelijkheden zag. Ik ontving een indrukwekkend advies met een inleiding, een beoordeling en een conclusie met verwijzingen naar de jurisprudentie. Als bijlage was een compleet onderbouwde aansprakelijkstelling toegevoegd.
Voor de zekerheid heb ik toch maar even de verwijzingen in het advies gecheckt. Wat bleek? Meerdere verwijzingen waren contraproductief voor de stelling van mijn klant en één verwijzing bestond niet eens. Ik kreeg een beetje hetzelfde gevoel als toen ik patroon was. Hoewel het goed klonk en goed in elkaar leek te zitten ontbeerde het de juiste onderbouwing. Althans, het ontbrak aan de juiste verwijzingen. Toch gaven de argumenten van meester Chat en mijn nadere studie aanleiding (niet in de minste plaats omdat mijn klant overtuigd was van zijn gelijk) om een aansprakelijkstelling op te stellen. De klant had samen met meester Chat inderdaad aanknopingspunten gevonden die ik niet eerder had gezien/en/of op een andere manier had beoordeeld.
Inmiddels werd er op de aansprakelijkstelling gereageerd door een echte meester, ingehuurd door de aangesproken partij. Toen ik daar op een bepaalde manier op wilde antwoorden en mijn klant een conceptbrief zond kreeg ik als zijn reactie dat hij uiteraard mijn conceptbrief aan meester Chat had voorgelegd. Gelukkig luidde de reactie van meester Chat:
“Deze reactie van je advocaat is uitstekend en juridisch zorgvuldig opgesteld.”
Kijk, dat geeft dan wel weer blijk van een stukje gezond verstand van meester Chat. Misschien moet ik meester Chat toch een kans gaan geven in mijn praktijk?
Zondebok
Geplaatst op: mei 9, 2025
Eerder vertelde ik al over mijn verrichtingen op de padelbaan. Ik ben nog steeds enthousiast over het spelletje en probeer in elk geval twee keer per week te padellen. Eén keer training en één keer een potje op de woensdagochtend, mijn vrije dag. Omdat niet iedereen gezegend is met een vrije dag op woensdag spelen we vaak vroeg in de ochtend. Dan lukt het meestal wel om vier spelers op de been te krijgen. De laatste keer deed mijn marketing adviseur Ton Munneke mee. Ton is ook een fervent padeller en begon die keer zijn kantoor dag graag een uurtje later om mee te kunnen spelen. Ik speelde met Ton en de eerlijkheid gebied te zeggen; het liep voor geen meter. Niet bij mij en niet bij Ton. Ter motivatie opperde Ton dat we moesten proberen zo goed te gaan spelen dat ik er een blog aan zou kunnen wijden. Hoewel ik niet veel later de bal (via de grond) de baan uit smashte (wat op ons niveau een hoogtepunt op zich is) verloren Ton en ik dik en was het spel dat we op de mat legden niet blogwaardig.
Dat is wellicht maar goed ook want ik had voor deze week een onderwerp in mijn hoofd dat ik liever wilde bespreken. Dat kwam omdat ik een ontluisterend artikel las in het laatste Advocatenblad. Zeg maar ‘ons’ clubblaadje. “Trump neemt balie VS op de korrel”, luidde de kop. Uiteraard lezen we allemaal dagelijks over de beslommeringen van de Amerikaanse president maar dit raakte me. De regering Trump (het gaat altijd wel om Trump, maar dat kan uiteraard alleen maar omdat het Amerikaans parlement (Senaat en Huis) hem zijn gang laten gaan) heeft de aanval vol ingezet op advocatenkantoren die procederen tegen regeringsbesluiten of in het verleden politieke tegenstanders van Trump hebben bijgestaan. Er gebeuren daar dingen (kunnen daar dingen) die we in ons land niet voor mogelijk kunnen houden. Uit dat artikel:
“Trump legde sancties op aan een aantal individuele kantoren, waaronder WilmerHale, waar 1.100 advocaten werken, Jenner & Block (circa 450 advocaten) en Perkins Coie (1.100 advocaten). Kantoren die volgens de president ‘de hoogste idealen van het beroep hebben verlaten en de belangen van de VS ondermijnen’. De sancties liegen er niet om: het opheffen van de veiligheidsmachtigingen voor hun advocaten, een verbod op federale zaken, het weigeren van toegang tot federale gebouwen (inclusief rechtbanken). Ook dienen federale contractanten bekend te maken of ze een van de kantoren hebben ingehuurd.”
Stel je eens voor. Als kantoor heb je jarenlang slachtoffers van de toeslagenschandalen bijgestaan of milieuorganisaties vertegenwoordigd in procedures tegen de overheid en de Minister van Justitie (gesteund door het Parlement) legt je kantoor (als vergelding) een verbod op om in de toekomst nog rechtbanken te betreden. Dat zou in Nederland toch niet kunnen zou je denken. Laten we zeggen, nog niet. Want ook in Nederland wordt door rechters gewaarschuwd voor de ontwrichtende gevolgen van de niet aflatende kritiek van parlementariërs en ministers op uitspraken van rechters. In zijn laatste jaarbericht (het jaarverslag van de Rechtspraak) schreef Henk Naves, de voorzitter van de Raad voor Rechtspraak, dat de rechter niet als zonderbok mag worden gebruikt voor falend beleid of het onvermogen te komen tot beleid. Hij schreef verder:
“Ook in Nederland zie ik politici uit een steeds breder spectrum bij onwelgevallige uitspraken dat beeld versterken. Teleurstelling over de uitkomst van een zaak is begrijpelijk. Maar als politici na een voor hen onwelgevallige uitspraak onvrede voeden en de oplossing niet zoeken in beter beleid en betere beslissingen, dan ondermijnen ze het gezag van de rechter en het vertrouwen in de rechtsstaat.”
Ik maak me best wel zorgen over deze ontwikkelingen. Misschien speelde ik daarom wel zo slecht. Het lag dus niet aan jou, Ton!
Urban Birding
Geplaatst op: april 25, 2025
Vogelaars, dat ben ik niet echt, ik ben een goedbedoelende amateur, kennen de term Urban Birding. De meeste lezers van mijn Vrijmiblo’s denk ik niet maar het betekent zo veel als vogels spotten in je eigen omgeving, in de stad, letterlijk vertaald. Nou heb ik het geluk dat we een tuin hebben die grenst aan het Rensenpark, de oude dierentuin van Emmen. Voor mij is het dus eenvoudig om ‘stads te vogelen’. Gezeten op de bank achter het huis zie ik nu alweer een breed scala aan vogels zich klaarmaken voor het naderende broedseizoen. Hoogtepunt deze week was het bezoek van de groene specht in de eik achter het huis. Deze soort had ik in mijn eigen tuin niet eerder ontdekt.
In een tijd van ongekende spanningen op de wereldmarkten, een tijd van protectionisme en een tijd waarin alles wat we van ver willen halen (want lekker) duurder wordt is het wellicht goed om eerst eens beter om ons heen te kijken en stil te staan bij ons gedrag. Ik moet daarbij direct denken aan de slogan op de molen van Ten Boer. Met grote witte letters stond daar “Koop elders niet wat Ten Boer u biedt” op. Vaak vergeten we dat we direct in de buurt producten kunnen kopen die net zo goed en net zo lekker zijn als die we van ver halen. Dat geldt uiteraard ook voor diensten.
Ik ben als advocaat dienstverlener. Ik help mensen. Of het nou gaat om bedrijven of slachtoffers, mijn werk bestaat eruit dat ik mensen probeer te helpen. Die mensen moeten mij daarvoor wel eerst vinden. Het is eenvoudiger als advocaat en klant dan bij elkaar in de buurt zitten. Ik probeer mijn marketinguitingen daarom ook zo in te richten dat ik me richt tot potentiële klanten bij mij in de buurt. In mijn ondernemerspraktijk lukt dat erg goed. Het blijkt echter lastiger als het gaat om letselschadezaken. De letselschademarkt is een super concurrerende markt. Klantenwerving vindt vooral plaats via het internet en de sociale media. Kantoren (advocaten- maar ook letselschaderegelingskantoren) willen graag gevonden worden en besteden veel geld aan reclame om in Google bovenaan te komen.
Als je ‘letselschadeadvocaat Emmen’ intypt in Google krijg je meerdere gesponsorde links. Al deze links beloven je dat ze letselschadeadvocaat in Emmen zijn. Een klein onderzoekje leert echter dat van de zes gesponsorde links er vijf niet in Emmen gevestigd zijn en van die zes gesponsorde links maar één kantoor daadwerkelijk een advocatenkantoor is. Van de meer dan twintig resultaten op de eerste pagina is er maar één het resultaat van een advocaat die daadwerkelijk werkt in Emmen. Dat ben ik. Dit kleine onderzoekje geeft aan hoe moeilijk het is om op internet je regionaal te profileren. De termen ‘Emmen’ en ‘advocaat’ worden door willekeurig wie dan ook gekaapt. Voordat men bij ‘mijn” resultaat uitkomt (ik betaal niet om gevonden te worden en hoop door deze Vrijmiblo’s regelmatig op mijn site te plaatsen ietwat in de Google ranking op te schuiven) heeft de zoekende klant al op (gesponsorde en niet gesponsorde) links kunnen klikken in de argeloze veronderstelling dat de aanbieder een advocatenkantoor is en dat dat kantoor in Emmen gevestigd is.
Eigenlijk zouden we onze dienstverlening in de buurt moeten inkopen. Dat geldt niet alleen voor advocaten maar voor alle dienstverleners of het nu accountants, schilders, uitzendbureaus, aannemers, kledingswinkels etc. zijn. Waarom moeten we van ver weghalen als dat in deze regio net zo goed (of wellicht beter) voorhanden is?
Terwijl ik dit typ realiseer ik me dat ik mezelf er ook niet altijd aan houd. Zo ga ik straks weer enkele dagen naar Vlieland. Want geloof me, vogelen in de Kroon’s Polders is toch een hele andere ervaring dan een groene specht spotten in je eigen achtertuin.
Boekje
Geplaatst op: maart 28, 2025
Al sinds ik mij kan herinneren zegt mijn vader, als we hem een vraag stellen en hij daarop het antwoord weet: “Ik heb er wel een boekje van”. Het is een soort ‘running gag’ geworden. Telkens als mijn vader iets vertelt zeggen we bijna automatisch: “Je hebt er zeker wel een boekje van?”. Hoewel die vraag uiteraard altijd retorisch van aard is kan mijn vader het nooit nalaten daar “Ja hoor!” op te antwoorden. Hij heeft niet alleen boekjes geschreven door anderen over allerlei onderwerpen; hij schrijft ook zelf boekjes. Van die blanco boekjes met harde kaft, zoals je die koopt bij de ‘witte boekhandel’, pent hij vol met dagelijkse beslommeringen, gedichten, filosofische overwegingen en persoonlijke gedachten. Met tekeningen en geschreven in zijn mooie schoolmeester handschrift. Op mijn laatste verjaardag ontving ik er één, speciaal voor mij. Ik hield het niet droog.
Schrijven en lezen waren vroeger nooit mijn sterkste vakken. Ik las eigenlijk nooit en mijn schrijfschriften van de lagere school lijken op de word-documenten van nu; met heel veel rode lijntjes onder de dicteewoorden. Met lezen ben ik pas begonnen toen mijn ouders mij kennis lieten maken met de boekjes van Hotze de Roos; “De schippers van de Kameleon”. Deze boekjes werden door mij verslonden en op mijn slaapkamer stond binnen no time een forse rij Kameleons. Voor mijn VWO-eindexamen moest ik in meerdere talen, want ik had een zogenaamd pretpakket, boeken lezen. Ik begon toen al een beetje mijn interesse voor het lezen van boeken te verliezen. Tijdens mijn rechtenstudie waar ik echt heel veel teksten tot mij moest nemen verdween de behoefte aan andere boeken helemaal en voor zover ik me kan herinneren was het schrijven van mijn eindscriptie ook niet echt een prettige ervaring.
Echt plezier in schrijven en lezen kwam eigenlijk gelijk met mijn ontwikkeling als advocaat. In mijn werk moet je nou eenmaal veel lezen en veel schrijven. Bij het opstellen van een pleidooi, een goed gemotiveerd verweer en/of een sterke brief is het hebben van een beetje taalgevoel een handige eigenschap. Het is prettig om de juiste toon te kunnen aanslaan, de juiste woorden te kunnen gebruiken en om zinnen te kunnen maken die leesbaar en begrijpelijk zijn. Toch blijft zakelijk schrijven beperkt tot de doelmatige inhoud. Het heeft geen zin en het geeft al helemaal geen pas in een pleidooi grapjes te maken of persoonlijke anekdotes te verweven in de juridische onderbouwing van het standpunt van mijn klant. Daarom ben ik ook blij dat ik in de Vrijmiblo, in het leven geroepen om mensen naar mijn website te lokken, al die dingen wel kan doen.
Vrijmiblo’s gaan over mijn persoonlijke ervaringen als advocaat, vader, echtgenoot en mens. Ik probeer grappig te zijn, haal persoonlijke herinneringen op, schrijf over mijn familie, gezin en persoonlijke beslommeringen in combinatie met mijn ervaringen als advocaat. Ondertussen is dit alweer de tachtigste(!) Vrijmiblo.
Volgens mij had Herman Finkers ooit een cd uitgebracht met de titel in de trend “Mijn minst beroerde liedjes”. Met die gedachte in mijn achterhoofd heb ik besloten van de tachtig Vrijmiblo’s er veertig te bundelen tot een boekje. Wederom (lees Worteltjestaart, mijn eerste Vrijmiblo) vrij naar Herman Finkers; mijn veertig minst beroerde Vrijmiblo’s. Het bundeltje ligt -als deze tachtigste wordt gepubliceerd- bij de drukker. Het wordt een soort van relatiegeschenk en komt in de plaats van de Puntzak met advocaatsnoepjes die ik eerder aan relaties gaf.
Ik heb mijn vader gevraagd het voorwoord voor dat boekje te schrijven en dat heeft hij (met verve) gedaan. Mijn vader heeft altijd en overal wel ergens een boekje van. Straks heeft hij er één met zijn eigen voorwoord erin!