Isolatie
Geplaatst op: maart 4, 2022
Terwijl het C-monster mij ook te pakken kreeg- twee jaar wist ik op een dagelijkse mix van vele soorten vitaminepillen voortvluchtig te blijven- en ik een paar dagen goed van de kaart was, realiseerde ik me dat deze pandemie toch wel een vreemd fenomeen met zich meebrengt; de isolatie.
Naast het feit dat je dit virus, althans de besmetting ermee, met heel veel mensen deelt, heeft het anders dan bij griep dus een vervelende bijkomstigheid, je moet immers in isolatie. In mijn geval betekende dat dat ik (minimaal) een week op de slaapkamer moest verblijven. Op zich lijkt dat niet erg en de eerste dagen waarin corona mij keelpijn en een gevoel van algehele malaise toebedeelde, was ik blij dat ik met de gordijnen stijf dicht niemand om me heen hoefde te dulden. Maar naarmate de invloed van het virus op mijn gestel afnam merkte ik dat isolatie wel erg vervelend is, waarschijnlijk vooral omdat ik het gewoon niet gewend ben. Wie wel overigens? Toen het steeds beter met me ging kwamen de slaapkamermuren wel erg op me af, bleek olympisch kunstrijden op de schaats -wel knap van die Nederlandse- ook niet alles en had ik Netflix ondertussen al bijna helemaal uit.
Ook op het werk heb ik uiteraard afspraken moeten afzeggen en verplaatsen. Gelukkig geen zittingen. Zittingen verplaatsen is momenteel niet te doen. Het verplaatsen wel maar het binnen afzienbare tijd opnieuw een datum krijgen lukt niet goed. Recent werd een in maart geplande zitting wegens een verhindering verplaatst naar september dit jaar.
Uit een recent artikel in het Advocatenblad blijkt dat de wachttijden bij de hoven en rechtbanken echt veel te lang zijn. Dat is ook mijn ervaring. Het is overigens niet alleen aan de rechterlijke macht te wijten en al zeker niet aan het arbeidsethos van die beroepsgroep, dat het allemaal zo lang duurt.
Ook de andere partijen betrokken bij procedures (en dan steek ik even de hand in eigen boezem) zorgen voor vertraging. Normaliter vindt in elke handelszaak (de zaken die ik doe) na de dagvaarding en de reactie van de tegenpartij er een zitting plaats, een mondelinge behandeling. Partijen worden daarvoor gevraagd hun verhinderdata aan te leveren. Verhinderdata zouden eigenlijk alleen die data moeten zijn waarop een partij en/of zijn/haar advocaat echt niet kunnen. Ik zie soms opgaven van verhinderdata waarvan ik denk – en ja, ook wel bij mezelf- is er überhaupt de komende drie maanden wel een datum die voor alle partijen uitkomt? Maar de werkdruk binnen de rechterlijke macht en de uitgebreide mogelijkheid al je verhinderingen op te geven als partij hebben tot gevolg dat wachttijden van een half jaar voor een zitting niet meer uitzonderlijk zijn.
Volgens mij nemen de rechtbanken ondertussen zelf ook actie. Ik krijg steeds vaker bericht van de rechtbank dat er een mondelinge behandeling gepland is op datum x en dat partijen als ze echt niet kunnen die dag een verplaatsing kunnen aanvragen. Wellicht is dat maar beter. Een makkelijk opnieuw te plannen afspraak zou anders op de lijst van verhinderingen staan en kan nu met een beroep op een gepande zitting verplaatst worden.
Laatst zei iemand tegen me – ik weet niet meer wie maar het zou mijn zus geweest kunnen zijn die zelf rechter is- dat de rechtbank gewoon drie data zou moeten prikken en partijen moeten dan zelf maar uitvechten welke van de drie het wordt. Wellicht is dat de oplossing.
Tot die tijd blijft het zaak mijn klanten erop te blijven wijzen dat hun procedure wel eens heel lang kan duren.
Samen
Geplaatst op: februari 11, 2022
Uiteraard schrijf ik zelf mijn Vrijmiblo’s. U had niet anders verwacht. Toch is de blog zoals u die uiteindelijk leest nooit alleen van mij. Ik heb een team van ghostwriters/redacteurs om me heen verzameld. Iedere blog die ik schrijf gaat in concept naar hen toe. Vervolgens komt de blog retour met allerlei correcties, aanpassingen, suggesties en tips. Het uiteindelijke gepubliceerde product is altijd het resultaat van een innige samenwerking.
Zo werkt het ook in mijn praktijk. Deze maand werk ik al weer 15 jaar samen met Dio Medas. Formeel mijn assistent, maar eigenlijk ook ghostwriter, redacteur, administrateur, receptionist, planner en ga zo maar door. Zonder Dio zou Punt Advocatuur geen Punt Advocatuur zijn. Zonder Dio zouden we niet het mooie cijfer van 9,5 op Advocaatscore hebben.
Op de keper beschouwd is overigens de klant ook vaak redacteur/ghostwriter. Het is in elke zaak immers van groot belang dat wat ik schrijf, zeg of produceer overeenkomt met hetgeen de klant voor ogen heeft. Toch laat een recente tuchtrechtelijke uitspraak goed zien dat het ghostwriterschap in de advocatuur zijn grenzen kent. In deze uitspraak van ons tuchtcollege ging het om het volgende:
Een letselschadeadvocaat stond een slachtoffer bij om zijn schade te verhalen na een ongeval. Nadat zijn klant een tweede ongeval kreeg, waarvoor dezelfde advocaat de schade diende te verhalen, vertelde de klant in een gesprek waarbij de advocaat en een vertegenwoordiger van de verzekeraar aanwezig waren dat hij na dat eerste ongeval geen schade had geleden en geen schadeclaim had ingediend. Dat was een leugen en de advocaat wist dat. De advocaat liet de leugen in stand, waarschijnlijk -maar dat blijkt niet uit de uitspraak- met een beroep op zijn geheimhoudingsplicht.
De Raad van Discipline oordeelde, nadat de leugen aan het licht kwam en de verzekeraar een klacht tegen de advocaat indiende, dat zij begrijpt dat een advocaat niet in een gesprek waarin zijn klant een leugen vertelt (met het oog op de geheimhoudingsplicht) direct zijn klant corrigeert. Maar, zo vervolgde de Raad, de advocaat had zijn klant moeten vertellen dat hij de zaak niet verder zou kunnen doen als de klant niet alsnog de waarheid zou vertellen. Door niets te doen handelde de advocaat in strijd met gedragsregel 8:
“De advocaat dient zich zowel in als buiten rechte te onthouden van het verstrekken van feitelijke informatie waarvan hij weet, althans behoort te weten, dat die onjuist is.”
Ik heb zelf ook eens een liegende klant bijgestaan. Ik werd in die zaak geconfronteerd met video-opnamen van de klant (schilder van beroep) die stelde dat hij volledig arbeidsongeschikt was na een aanrijding. Hij had mij gevraagd zijn inkomensschade te verhalen maar de verzekeraar vertrouwde de zaak niet. Hij was gevolgd door een door de verzekeraar ingeschakelde detective en wat bleek: hij schilderde er nog vrolijk op los. Hij was dagenlang gevolgd en iedere dag stond hij bij klanten te schilderen. Voormelde uitspraak leert me dat als ik die klant zelf had “betrapt” ik de zaak zou moeten neerleggen. Mijn geheimhoudingsplicht verbiedt me immers de opgedane wetenschap te delen met de tegenpartij maar mijn gedragsregels verbieden mij mee te werken aan de leugenachtige poging van dit “slachtoffer” om zijn schade te verhalen. Geloof me, ik heb de zaak van de liegende schilder direct uit mezelf neergelegd, op basis van mijn eigen morele kompas. Daar had ik geen gedragsregels voor nodig.
Klanten vertellen
Geplaatst op: januari 28, 2022
In mijn vorige blog deed ik eigenlijk een soort van oproep. Ik vroeg de lezers van mijn blog om mij te mailen/bellen met commentaar, tips, inzichten over de toekomst van de advocatuur in het algemeen en de verwachtingen ten opzichte van mijn kantoor in het bijzonder. Ik vroeg om feedback over mijn werk (voor u) als advocaat.
Behoudens een enkele aanmoediging om vooral door te gaan met de vrijmiblo, dank je Henk en Jaap, bleven mijn mailbox en voicemail angstvallig leeg/stil. Tuurlijk was het wishful thinking om te denken dat ik van het ene op het andere moment allemaal feedback zou ontvangen. Rome en Aken zijn ook niet in 1 dag gebouwd. Als ik meer wederkerigheid wil met mijn relaties dan is er meer nodig. Dan zal ik langs meerdere lijnen aan de slag moeten, testen doen, experimenten aangaan en daarvan leren en … uiteraard luisteren. En dat brengt me bij het volgende.
Ik heb mij inmiddels aangesloten bij Advocaatscore een site die reviews verzamelt. Ondertussen heb ik meerdere klanten uitgenodigd om mij een beoordeling te geven. Dat is uiteraard best spannend. We deden als kantoor wel aan klanttevredenheidsonderzoek maar enkel door na afloop van de zaak de klant een mailtje te sturen met een soort standaard enquête. We gebruikten het formulier uit het modellenboek van de orde van advocaten. Geloof mij, dat was zo uitgebreid dat de respons bijkans nihil was.
Advocaatscore is onderdeel van “klanten vertellen”. En uiteindelijk gaat het daar om. Wat vertellen klanten (anderen) over jou/jouw kantoor. Daarbij is het uiteraard van belang dat alle klanten ook iets kunnen vertellen. Onze beoordelingen staan sinds deze week online. De scores zijn tot op heden erg goed. Dat komt uiteraard ook omdat ik, op advies van Advocaatscore, eerst klanten actief heb benaderd om een review te schrijven. Ik heb dus eerst een tiental klanten gevraagd waarvan ik in elk geval de indruk had dat ze tevreden zijn over de dienstverlening van Dio en mij. Gelukkig bleek die indruk juist.
Nu de reviews gekoppeld zijn aan mijn site is en dus “live staan” ben ik benieuwd hoeveel klanten de moeite nemen een review achter te laten. Bezoekers van mijn site krijgen dus vanaf nu, net zoals bij Booking.com, te lezen wat bestaande klanten van ons vinden in de vorm van een cijfer en dat is goed. Want volgens mij is de beste reclame toch nog steeds mond-op-mond reclame. De echte verhalen van echte klanten. Tegenwoordig gaat dat steeds meer in digitale vorm.
Ook daarvoor wil ik eigenlijk meer ruimte gaan reserveren op mijn site. Onder het kopje “Cliënt aan het woord”, lijkt het me waardevol dat klanten een platform krijgen om iets over onze samenwerking te schrijven en ook iets te vertellen over hun eigen onderneming. Dus een aparte pagina waarin bedrijven zich kunnen voorstellen. Zo snijdt het mes aan twee kanten. Mijn klanten nemen kennis van de ervaringen van andere klanten met mijn kantoor maar kunnen wellicht ook onderling met elkaar in contact komen via deze nieuwe pagina op de site.
Uiteraard heeft een dergelijke rubriek wel wat haken en ogen. Al was het alleen al omdat mijn beroepsgroep een geheimhoudingsplicht heeft. Het is mij niet toegestaan aan u te vertellen wie mijn klanten zijn. Het beroepsgeheim gaat zo ver dat als een klant mij belt omdat er een geschil is met een andere klant is, ik formeel niet eens mag vertellen dat de beoogde tegenpartij klant van mij is.
Maar als het de klant zelf is die het leuk vindt te vertellen dat en waarom hij klant van mijn kantoor is en het leuk vindt om ook iets over zijn eigen bedrijf te vertellen?
Wie ben ik om dat geheim te houden!
Vlieland.
Geplaatst op: januari 14, 2022
Het wordt al bijna een traditie binnen ons gezin. Oud en nieuw vieren op Vlieland. Althans, mijn vrouw en ik vieren oud en nieuw op Vlieland, de kids op het vaste land met vrienden en sluiten nadien aan voor een (mid)weekje vakantie. Niets (denk ik) is lekkerder om het nieuwe jaar te beginnen. Dit jaar heb ik me zelfs gewaagd aan een (ongeorganiseerde, dus wilde) Nieuwjaarsduik.
Elke keer als ik in Harlingen weer op de boot stap naar Vlieland denk ik bij mezelf, “waarom verveelt dit eiland nooit?”. Wat is het dat we elk jaar (meerdere keren per jaar) naar dit ogenschijnlijk saaie eilandje afreizen. Waarom (als we toch in Harlingen zijn) niet eens naar Terschelling. Of, doe eens gek, Texel? Tijdens de anderhalf uur die de overvaart duurt denk ik dat vaak. Wat is het dat we zoeken naar het vertrouwde, het zekere, het bekende?
Doe ik dat in mijn praktijk eigenlijk ook niet? Hoewel mijn kantoor -als je vanaf de buitenkant kijkt- de laatste jaren erg is veranderd, van 4 vestigingen naar 1, van meerdere advocaten naar 1, is mijn eigen praktijk nauwelijks veranderd. Mijn werkgebieden ook niet. Ondernemerszaken en letselschadezaken.
Wat nieuw is en best spannend (in het begin) is het schrijven van de Vrijmiblo’s. Het is leuk te zien wie er reageert, hoe vaak het gelezen wordt en of er wellicht mensen reageren die niet tot mijn ‘connecties’ behoren. Maar wat vinden mijn klanten eigenlijk van mijn blogs? Lezen ze die? Vinden ze het interessant om te lezen wat ik naast mijn werk (voor hen) doe? Of zien ze liever meer inhoudelijke blogs zoals veel (meer) van mijn beroepsgenoten doen.
Terug naar de inleiding. Mijn praktijk is een soort Vlieland; vertrouwd, onveranderd, ik weet wat ik heb en echte keuzes hoef ik niet te maken. Volgens mij sta ik in dat licht wellicht symbool voor de advocatuur. Die is ook al jaren onveranderd. Hoewel al jaren wordt geschreven over het failliet van het ‘uurtje-factuurtje”, hoewel er steeds nieuwe kantoren bijkomen, sommigen noemen zich zelfs ‘boetieks’, hoewel advocaten innovatie prediken; feitelijk is de beroepsgroep de laatste decennia nauwelijks veranderd. In elk geval niet in Zuid Oost Drenthe.
Het nieuwe toverwoord in de berichten over innovatie is legal tech. Softwarematige ondersteuning binnen de advocatuur. Computerprogramma’s die het mogelijk maken juridische documenten eenvoudiger op te stellen en zelfs te laten beoordelen. Efficiënter met je uren omgaan, betere facturatieprogramma’s en dus effectiever werken. In een artikel van Kluwer over toekomstige clientverwachtingen las ik dat legal tech een grote(re) rol gaat spelen. Ik weet het niet. Wellicht op grote kantoren, in urenfabrieken waar veel uitzoekwerk wordt gedaan door stagiaires. Of het voor de éénpitters (kantoren met 1 advocaat) ook zo’n vaart zal lopen? Ik denk het niet.
In dat zelfde artikel las ik overigens dat de verwachting is dat advocaten van het adviseren van klanten meer naar het sparren met klanten gaan. Kijk, dat spreekt me al veel meer aan. Ik doe dat overigens al jaren met mijn klanten die een juridisch abonnement bij mij hebben.
Uiteraard kan ik bij Kluwer te rade gaan in mijn zoektocht naar wat de veranderingen in de advocatuur zullen zijn de komende 10 jaar. Liever stel ik u – de lezers van deze blog- deze vraag. Waar heeft u behoefte aan? Wat verwacht u van uw advocaat? Wat kan, nee moet, beter? Hoe ziet u mijn dienstverlening het liefst (veranderen)? Schroom niet mij daarover te mailen of daarover met mij te sparren.
Dat kan op 06 50236304 of via h.venema@puntadvocatuur.nl.
Writersblog
Geplaatst op: december 31, 2021
‘Elk voordeel heb zijn nadeel’ aldus een bekende, Amsterdamse filosoof. Het nadeel van de vrijmiblo, die het best wel leuk doet op sociale media, is dat ik mezelf daarmee in het schrijverskeurslijf pers: productie!
Anderzijds leveren de reacties en de leescijfers op LinkedIn ook een goed gevoel op en is het een kans om ‘mijn’ vak en hoe ik dat vak beleef onder de aandacht te brengen. En ik moet bekennen dat het ook wel iets verslavends heeft, het schrijven van deze blogs.
Ook deze week begon ik weer met een leeg word document. Ik heb me voorgenomen over mijn praktijk te schrijven en af en toe bij de actualiteit aan te haken. Toch merk ik dat ik ten aanzien van die actualiteit erg voorzichtig ben. Ik heb een brede praktijk met heel veel verschillende klanten en het in deze blog ventileren van een uitgesproken persoonlijke mening over bijvoorbeeld corona, dit (nieuwe) kabinet, de Formule 1 of noem maar een ander onderwerp op waar iedereen wel een (eigen) mening over heeft, lijkt me niet handig of doet wellicht stof opwaaien en daar is al genoeg van.
Als een advocaat in zijn werk zijn eigen mening ventileert gaat het trouwens ook vaak fout. Vooral omdat advocaten geacht worden letterlijk voor hun klant te spreken. Zo kan het gebeuren dat als een advocaat namens zijn klant met een schikking akkoord gaat en deze klant (later) zegt dat hij helemaal niet akkoord wilde gaan, de tegenpartij hem/haar toch kan houden aan het akkoord van de advocaat. Dat heeft al meerdere rechtszaken opgeleverd, niet alleen tussen klant en advocaat in het kader van een beroepsfout maar ook tussen klant en de tegenpartij die stelt dat zij mocht vertrouwen op het woord/akkoord van de advocaat. De laatste zaken worden meestal door die tegenpartij gewonnen overigens.
Je moet dus als advocaat altijd voorzichtig zijn met wat je zegt.
Dat er een advocatenkantoor is dat daar klaarblijkelijk geen moeite mee heeft was het advocatenkantoor dat een tijdje geleden op eigen titel een kort geding startte tegen de Staat. Die zaak en het feit dat die zaak door een advocatenkantoor zelf als eiser aanhangig werd gemaakt zegt natuurlijk iets over de sterke persoonlijke opvatting van (de advocaten van) dat kantoor. Gevorderd werd het onmiddellijk stopzetten van het systeem van de coronatoegangsbewijzen. Dat zie je toch niet vaak. Advocaten verwoorden in de rechtbank de stellingen van hun cliënten en niet hun eigen stellingen. De zaak werd overigens verloren maar dat ter zijde. Wel een lezenswaardig vonnis overigens, zie https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:10863
Ik ben erg benieuwd wat het voor dat kantoor heeft opgeleverd. Ik had het zelf niet gedurfd, eerlijk gezegd.
Maar als ik geen blogs wil schrijven waarin ik mijn persoonlijke opvattingen over actualiteiten wil ventileren, want zo kwamen we daarop, waarover dan wel?
Ik voel de druk toenemen. Dat is overigens alleen maar goed. In mijn praktijk merk ik ook dat druk alles vloeibaar maakt. Als ik te ver voor de zitting mijn pleidooi schrijf ben ik eigenlijk nooit tevreden over de inhoud en herschrijf ik die vaak daags voor de zitting. Druk maakt me scherp en geeft gewicht aan wat ik doe. Gezonde druk welteverstaan.
Maar de druk om wekelijks een blog te schrijven? Is dat gezonde druk?
Ach, ik blog niet elke week maar vaak om de week en voordat ik een writersblock krijg moet er denk ik heel wat gebeuren. Ik leun achterover en aanschouw hetgeen ik hierboven schreef.
Ik constateer tevreden een writersblog.
Verstappen of struikelen?
Geplaatst op: december 10, 2021
Hoewel ik van auto’s houd, oude auto’s wel te verstaan maar ook best wel van snelle auto’s, was ik nooit echt fan van autoracen. Dat laatst kun je tegenwoordig bijna niet meer hardop zeggen. Sinds Max Verstappen (ik ben nog van de generatie die vaak per ongeluk Jos Verstappen zegt) mee-racet kun je niet meer om de Formule 1 heen.
Ik ben ook overstag gegaan en kijk ondertussen ook de Formule 1 op Ziggo. Ik houd er overigens wel een aparte kijktechniek op na. Ik kijk naar de start en zet vervolgens de tv na één of twee rondjes op pauze. Vervolgens ga ik wat anders doen, vaak iets sociaals wat meestal van me verwacht wordt op zondagmiddag. Na de race (en zonder op sociale media te kijken) speel ik de race verder, op één of twee keer de normale snelheid, af. Omdat linksboven de stand staat kun je, zolang die niet (aan de bovenkant) wijzigt, de hele wedstrijd versneld terugkijken. Alleen als er iets aantoonbaars in de stand gebeurt kijk ik even op normale snelheid. Soms is dat alleen bij de pitstops, soms meerdere en langere periodes achtereen. De laatste tijd door alle incidenten steeds langer.
Wat me intrigeert aan de races zijn de discussies tijdens en na afloop van vrijwel elk gevecht tussen Verstappen en Hamilton. Het gaat dan om de vraag of en zo ja welke regels de wedstrijdleiding er nu weer bij heeft gepakt om straffen uit te delen, rijders plaatsen terug te zetten en/of bij de volgende race achteraan te laten starten. ‘De regels maken de sport kapot’, hoor ik dan. En ‘laat ze toch gewoon racen, laat die regels toch zitten’.
Die discussie lijkt soms op de vaak voorkomende strijd tussen twee aandeelhouders in een Besloten Vennootschap. Ook daar hoor ik vaak ‘Hoezo regels? Laat ons toch lekker ondernemen’.
Ondernemers met een gelijke visie en dito doel willen wel eens samen een BV oprichten. Vaak zie je dan dat beide ondernemers 50% van de aandelen houden en beiden bevoegd bestuurder zijn. Ze hebben er zin in en omdat alles op basis van gelijkwaardigheid is, is het logisch dat ze evenveel aandelen houden en evenveel recht hebben zich directeur te noemen. Samen uit, samen thuis. Alles in goed overleg beslissen en samen gelijk delen in de winst. De regels waaraan ze zich moeten houden staan dan in de statuten van hun BV en in de wet. Ik vergelijk het vaak met een huwelijk zonder huwelijkse voorwaarden. Je doet het samen totdat het faillissement ons scheidt.
De meeste gezamenlijke aandeelhouders zijn enthousiast over de inhoud, de vorm is niet zo belangrijk. Aandeelhouders die zonder dat er regels zijn hun gevecht om de koppositie aangaan crashen vaak. Meestal is dat omdat ze bij de start niet hebben nagedacht over het opstellen van een spelregelboek. Toch is dat – net als huwelijkse voorwaarden- wel erg verstandig. Ondanks alle goede bedoelingen en enthousiasme is het verstandig direct al na te denken over een echte ruzie of scheiding en daarover direct al afspraken te maken. Dat kan bijvoorbeeld door het opstellen van een aandeelhoudersovereenkomst. Dat hoeft geen boekwerk te zijn zo dik als het racereglement van de Formule 1. Een aantal praktische afspraken over bijvoorbeeld een geschillenregeling, de winstbestemming, de mate waarin aandeelhouders worden geacht hun arbeid in te brengen etc is al voldoende. Het aanstellen van een scheidsrechter bij het staken van de stemmen is best wel een enge afspraak maar geloof me, het volledig stuurloos raken van het bedrijf (want dat gebeurt als er niemand de baas blijkt) is vele malen enger. Een goede balans tussen vrij ondernemen en duidelijke afspraken bij een meningsverschil is essentieel voor een duurzame samenwerking tussen gelijkwaardige aandeelhouders.
Een bedrijf zonder uitgebalanceerde afspraken is al een Formule 1 race zonder wedstrijdleiding en reglementen. Het wordt uiteindelijk een chaos en crashes zijn onvermijdelijk.
Kennelijke schrijffout
Geplaatst op: december 3, 2021
In mijn blog “SM-Club” stond een storende fout. Ik werd daar door een oplettende volger op geattendeerd. Een volger die zich in zijn dagelijkse leven bezighoudt met compliance dus dat uitgerekend hij mij daarover berichtte was niet vreemd.
Voor degene die het niet gelezen/ontdekt had. Ik schreef dat na het arrest van de Hoge Raad de koper de DS weer terug diende te nemen en het geld terug diende te betalen. Dat moest – gezien het verhaal en de onderbouwing van dat verhaal- uiteraard de verkoper zijn. Een tekstuele struikeling.
De koper in voormeld verhaal had mijn blog niet nodig om zijn geld terug te krijgen. Hoe anders was het geweest als ik in voormeld verhaal niet de blogger maar de rechter was geweest en ik had dezelfde fout gemaakt. Stel je voor dat ik het vonnis had geschreven en dat ik daarin had geschreven dat de koper werd veroordeeld tot betaling van de koopsom aan de verkoper. De koper had dan een mooi en goed gemotiveerd vonnis gehad met erboven “In naam der Koning” (toen nog Koningin) maar had met dat vonnis de verkoper niet kunnen aanspreken. In het belangrijkste gedeelte van het vonnis, het dictum (de veroordeling), stond dan immers dat de koper moest betalen.
Het lijkt wellicht een fictief probleem maar geloof me, dat is het niet. Waar gewerkt wordt worden fouten gemaakt, ook in de rechtsspraak. Een foutje in een vonnis zoals het omkeren van koper en verkoper heet een ‘kennelijke schrijffout’. Kennelijke schrijffouten gebeuren en kunnen vrij eenvoudig worden hersteld. Er is zelf een apart artikel in de wet dat daarover gaat. Artikel 31 rechtsvordering. Het eerste lid van dat artikel luidt:
De rechter verbetert te allen tijde op verzoek van een partij of ambtshalve in zijn vonnis, arrest of beschikking een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent.
In mijn verhaal is het duidelijk. Daar waar ik koper schreef moest staan verkoper. De koper kan met een kort briefje de rechtbank vragen om een verbeterd vonnis.
Als je op rechtspraak.nl de woorden ‘kennelijke schrijffout’ intypt krijg je 25.583 zoekresultaten. Worden er dan zoveel kennelijke schrijffouten gemaakt in vonnissen? Ja, maar soms wordt ook geprobeerd een wellicht niet zo kennelijke fout en/of een onwelgevallige beslissing aan te laten passen met een beroep op artikel 31 Rv.
Dat levert soms vreemde uitspraken op. Bijvoorbeeld in een echtscheidingszaak waarin de man had gevorderd de afgifte van de fotoboeken door zijn vrouw zodat hij kopieën kon maken. De rechtbank was het met de man eens en oordeelde:
De vrouw dient binnen twee weken na heden alle fotoboeken die betrekking hebben op gezamenlijke vakanties aan de man af te geven, zodat hij daarvan kopieën kan maken.
De vrouw gaf vervolgens de vakantiealbums af maar de man wilde alle albums en stelde dat er sprake was van een kennelijke schrijffout in het vonnis. Het was volgens de man voor iedereen duidelijk dat hij alle fotoboeken wilde. De rechtbank wees dat af en oordeelde:
In de processtukken heeft de man niet duidelijk gespecificeerd op welke albums het verzoek betrekking had. Op de zitting is een verband gelegd met vakanties, waaruit de rechtbank heeft afgeleid dat de gevraagde albums vakantiealbums waren. Ook als dat een onjuiste conclusie was, is het niet een kennelijke fout, omdat in elk geval voor de rechtbank niet direct duidelijk was dat dit op een vergissing berustte.
De man diende dus – als hij toch alle albums wilde ontvangen- hoger beroep aan te tekenen van het vonnis en het Hof zou dan de hele zaak opnieuw moeten beoordelen. Zo eindigde een kennelijk mislukt huwelijk niet via een kennelijke schrijffout tot een kennelijk door de man gewenst resultaat.
SM Club
Geplaatst op: november 26, 2021
Naast mijn dagelijkse beslommeringen als advocaat ben ik – zoals vele Nederlanders- ook lid van een club. Als je immers een passie hebt ontdekt is het leuk, leerzaam en ontspannend om je aan te sluiten bij een club van gelijkgezinden. Omdat mijn vrijmiblo’s niet altijd over mijn werk hoeven te gaan en lezers wellicht wel wat meer willen weten over de mens achter de advocaat lijkt het me leuk iets meer te vertellen over mijn lidmaatschap van mijn club. De SM club.
Degene die aan de hand van vorige alinea eigenlijk al niet verder durfden te lezen of alleen al door de titel van deze blog al wat van slag raakten; het betreft de Citroën SM club. Dus geen club van in het leer getooide dominante en/of gedomineerde gelijkgezinden maar een club voor de liefhebbers (en meestal bezitters) van een Citroen SM, ook wel de “Johan Cruijff- auto” genoemd.
De eerste auto die ik kocht was van een collega van Univé Verzekeringen – waar mijn werkzame leven begon- en was een Citroën CX. Ik woonde in Groningen en het werk was in Assen. In vond toen (in 1995) dat ik echt een auto nodig had. Ik werd op slag verliefd op de rode Citroën CX 2400 GTI uit 1985 die volgens de verkoper weg moest wegens overcompleet. Ik heb eigenlijk altijd CX’en gehad maar een aantal jaren geleden heb ik de stoute schoenen aangetrokken en (ook) een Citroën SM gekocht. Eén uit 1972, met een 2,7 V6 Maserati injectiemotor.
Het mooiste van Citroëns, wellicht alle Franse auto’s, is dat je altijd weer blij bent als alles het doet. Je verwacht bij de aanschaf eigenlijk al dat de kans groot is dat niet alles werkt. Als liefhebber van oude Citroëns moet je dus eigenlijk goed kunnen omdenken. Toch was het een oude Citroën die een grote rol speelde in de jurisprudentie over non-conformiteit bij oude auto’s. Non-conformiteit betekent zoveel als het niet voldoen aan de verwachtingen die iemand mag hebben. Koop je een oude Citroën en zij (oude Citroëns zijn vaak een zij) doet het niet kun je eigenlijk niet zeggen dat je mocht verwachten dat zij het wel goed zou doen.
Dat vond ook de verkoper van een oude Citroën DS. Na de aanschaf van deze DS bleek dat ze totaal verroeste kokerbalken had, een gevaar op de weg was en niet meer door de APK kwam. De koper was niet alleen liefhebber van oude Citroëns, hij was in het dagelijkse leven ook advocaat. Hij stelde de verkoper aansprakelijk en wilde van de koop af. De verkoper weigerde. Hij meende dat de koper kon verwachten dat de oude Citroën roestig was. Voor de liefhebbers; het betrof een Citroën DS Break uit 1966 en dit speelde in 1987. De koper had dus niet mogen verwachten dat een 20 jaar oude citroen DS Break roestvrij was. Zowel de rechter als het hof waren het met de verkoper eens. Anders dan de koper meenden rechtbank en hof dat de auto voldeed aan de redelijke verwachtingen die de koper mocht hebben. Roest hoorde daarbij.
De koper liet het er niet bij zitten en legde zijn zaak voor aan de Hoge Raad. Die deed in 1994 uitspraak, na 6 jaar procederen. De Hoge Raad kwam de koper tegemoet in het arrest dat bekend werd als het oldtimer-arrest, zie http://arresten.eu/verbintenissenrecht/hr-15-04-1994-nj-1995-614-schirmeisterde-heus-oldtimer-arrest/. De Hoge Raad oordeelde dat een auto non-conform is, dus niet aan de verwachtingen voldoet, als het (kort gezegd) wordt gekocht om aan het verkeer deel te nemen en dat door gebreken niet veilig kan. De roestige kokerbalken (ook al waren die bij koper en verkoper niet bekend) zouden bij verkeersdeelname een gevaar voor de verkeersveiligheid opleveren en konden niet eenvoudig worden hersteld. Dat had de koper niet hoeven te verwachten, ook niet van een 20 jaar oude Citroën DS. De koper moest de DS terugnemen en terugbetalen. Met dat arrest in mijn achterhoofd ben ik ook lid geworden van de SM- Club en heb ik mijn Citroën SM eerst onderworpen aan de keurende blikken van de leden van die club. Op die manier wist ik dat mijn SM conform was al ben ik elke keer toch weer blij als zij het doet.
Tucht
Geplaatst op: november 12, 2021
Advocaten hebben met slagers gemeen dat ze beiden hun eigen vlees keuren. In de advocatuur gebeurt dat door de plaatselijke ‘dekens’. In ieder arrondissement is er een plaatselijke orde van advocaten en aan het hoofd daarvan staat een deken. Die deken is belast met het toezicht op de advocaten in zijn arrondissement. Advocaten moeten zich aan de regels houden en doen ze dat niet kunnen ze onderwerp worden van een tuchtzaak.
Zo’n tuchtzaak kan worden aangespannen door een ontevreden klant maar ook door de deken zelf. Het toezicht op de advocatuur is mediagevoelig. Berichtgeving over het kantoor van de landsadvocaat waar miljoenenfraude werd gepleegd zal waarschijnlijk niemand zijn ontgaan. Recent las ik over de arrestatie van een advocaat die de neef van ’s lands bekendste crimineel is en zich volgens justitie liet gebruiken door die neef om berichten uit de zwaar beveiligde gevangenis te smokkelen.
Het hebben van eigen tuchtrecht is een groot goed. Dat advocaten zich aan alle voor hen geldende regels en wetten moeten houden en dat daarop wordt toegezien onderscheid de beroepsgroep van andere juridische dienstverleners. Het is in mijn optiek dan ook terecht dat dat tuchtrecht onderwerp van aandacht is binnen onze beroepsgroep.
Dat toezicht is recent weer onderwerp van publicaties en moet weer op de schop, als het aan minister Dekker ligt. Zie: https://www.advocatie.nl/nieuws/minister-dekker-een-toezichthouder-voor-toezicht-op-alle-advocaten/
Niemand vindt het leuk als er over hem of haar wordt geklaagd. Een formele klacht bij de deken is voor advocaten vaak een hele vervelende aangelegenheid. Dat heeft enerzijds te maken met de maatregelen die de deken kan opleggen doch anderzijds ook de tijd en verloren uren die een tuchtklacht kosten. Maak je het te bont kun je net als Bram Moskowicz van je beroepstroon gestoten worden en geschrapt worden van het tableau (de lijst waarop je naam komt te staan als je wordt beëdigd als advocaat). Je mag dan je beroep niet meer uitoefenen. De zwaarste straf. Maar ook minder verstrekkende klachten en straffen zijn vervelend en niet goed voor je imago als advocaat.
In de jaren dat ik advocaat ben heb ik 2 keer een klacht tegen mij ingediend gezien. 1 keer was het een vergissing, niet ik maar een kantoorgenoot was degene die de zaak had gedaan. De andere keer betrof het een zeer zware beschuldiging aan mijn adres.
Een klant die ik in het kader van een letselschadezaak bijstond betichtte mij ervan dat ik mijn broer, werkzaam in het ziekenhuis, de opdracht had gegeven medische stukken – die zijn letsel zouden aantonen- te laten verdwijnen. De klacht was als handgeschreven brief naar de deken gestuurd en via de deken door mij ontvangen. Ik werd door de deken op zijn kantoor uitgenodigd om mijn kant van het verhaal te vertellen. Tijdens die zitting vertelde ik dat ik helemaal geen broer heb en dus ook geen broer in het betreffende ziekenhuis die ik opdracht zou kunnen geven een dossier te laten verdwijnen. De klager was echter niet te overtuigen. De betreffende arts heette immers ook Venema en ik had hem de opdracht gegeven, aldus de klager.
Gelukkig was de deken ervan overtuigd dat ik echt geen broer heb – wel een lieve zus overigens, maar die werkt niet in een ziekenhuis- en oordeelde hij de klacht uiteraard ongegrond.
Deze onterechte klacht kostte mij veel tijd en negatieve energie. Toch hoort het erbij en meen ik dat aandacht voor de eigen controle op de advocatuur- zoals nu weer aan de orde- goed is. Als je je eigen vlees wilt blijven keuren moet iedereen ervan overtuigd zijn dat de keurmeester geen vooringenomen broer van de slager is.
Zelfreflectie
Geplaatst op: oktober 29, 2021
In het arbeidsrecht zal een werkgever, als hij de arbeidsovereenkomst met een werknemer wil ontbinden van goeden huize moeten komen. In elk geval administratief. Ik bedoel; voordat je een ‘dossier ’ hebt opgebouwd moet je als werkgever echt behoorlijk wat werk verzetten.
Regelmatig word ik gebeld door werkgevers die een conflict hebben met een werknemer en mij vragen een ontslagprocedure op te starten. Stuur me eerst maar het volledige dossier toe dat je hebt, zeg ik dan. Heel vaak krijg ik dan de arbeidsovereenkomst, een sporadisch functioneringsgesprek en wat losse appberichtjes toegestuurd. Alles was mondeling gegaan, de werknemer was keer op keer gewaarschuwd en wist drommels goed waar het over ging, is dan vaak het antwoord als ik vraag waar de rest van het dossier is.
Zelf ben ik als ondernemer en werkgever -ik zeg het eerlijk- niet consciëntieus bezig met gespreksverslagen, vastleggen van afspraken, het voeren van functioneringsgesprekken etc. Niet goed, maar ja, bij de schilder moet het ook altijd geschilderd worden.
Jaren geleden deed ik een ontslagzaak waarin de werkgever wel degelijk aan dossieropbouw had gedaan. De werkgever had gesprekken gevoerd, derden ingeschakeld en er alles aan gedaan om het functioneren van de werknemer te verbeteren. Ondanks alle pogingen daartoe was het niet gelukt. Het hele traject eindigde uiteindelijk in een arbeidsconflict en kwam voor de kantonrechter.
De kantonrechter hield tijdens de zitting de werknemer een passage uit een rapport van een outplacementbureau voor. “Ik lees in dit rapport dat bij u iedere vorm van zelfreflectie ontbreekt, reageert u daar eens op?” Waarop de werknemer geïrriteerd antwoordde: “Daar herken ik mijzelf helemaal niet in”, hetgeen een kleine glimlach op het gezicht van de kantonrechter opleverde. Hoe deze zaak afliep laat zich raden maar daar wilde ik het eigenlijk helemaal niet over hebben.
Voormelde anekdote vertelde ik aan een goede vriend. Hij vond het een mooi verhaal, moest er hard om lachen maar zijn Socratische levensopvatting (als ik dat al zo kan stellen) noopte hem om mij toch een aantal kritische vragen te stellen over zelfreflectie. Deed ik zelf wel aan zelfreflectie? Hoe was het überhaupt gesteld met zelfreflectie in de advocatuur? En mijn klanten, waren die wel zelf-reflectief?
Soms vertel je de verkeerde mensen over je werk, was mijn eerste gedachte.
Maar zoals het een kundig Socratisch vragensteller betaamt zette hij me wel aan het denken. Eigenlijk was ik in mijn werk helemaal niet zo zelf-reflectief. Ik ben partijdig, meen oprecht dat mijn klant altijd gelijk heeft, vind de stellingen de wederpartij altijd onzinnig en vind het soms best lastig te vertellen aan mijn klant dat hij wellicht een zwakke zaak heeft. Kortom, mijn zelfreflectie zou best wel eens een dode hoek kunnen hebben.
Ik moest vervolgens denken aan regel 5 van onze tuchtregels: “De advocaat dient voor ogen te houden dat een regeling in der minne veelal de voorkeur verdient boven een proces.”
Deze regel is niet opgesteld omdat advocaten niet kunnen of willen procederen, neen, deze regel is bedoeld om er voor te zorgen dat advocaten doen aan zelfreflectie, op zichzelf en hun zaak. Ik houd mij voor dat in praktijk ook steeds meer en beter te doen.
Soms is dus juist goed de “verkeerde” mensen over mijn werk te vertellen realiseerde ik me. Althans, als je het niet erg vindt om af en toe in de spiegel te kijken.