Verzoekjes
Geplaatst op: juli 16, 2026
In de meeste letselschadezaken die ik behandel woont mijn klant in deze regio. Laten we gemakshalve zeggen, in Noord- Oost Nederland. Sommige van die klanten blijken ook zendamateur te zijn. Nou ken ik dat nog van heel vroeger maar ik had me niet gerealiseerd dat dat nog steeds bestond. In mijn jeugd maakten radiopiraten gebruik van de 27 MC, de radiofrequentieband die werd gebruikt voor korte afstandscommunicatie. Ik kan me nog herinneren dat sommige piraten reclamestickers (27MC Stickers) hadden met de meest exotische namen en plaatsjes en volgens mij heb ik die zelfs nog een tijdje gespaard. Net als overigens sigarenbandjes, luciferdoosjes en postzegels. Je had als kind vreemde hobby’s in de beeldscherm loze non-digitale jaren zeventig.
Desgevraagd vertelde een klant van mij die in zijn vrije tijd zendamateur is dat tegenwoordig bijna alles digitaal gaat maar dat het nog steeds illegaal is. Op mijn vraag of dat het leuker maakt of juist niet antwoordde hij dat het illegale inderdaad een spannend onderdeel van de hobby was maar dat hij het grootste plezier beleefde aan de interactie met zijn luisteraars. Hij vertelde dat hij telefoontjes krijgt van trouwe luisteraars die om een praatje verlegen zitten en een verzoeknummer aanvragen. Het draaien van verzoekplaatjes is het leukste aan het zijn van zendamateur, zo legde hij me uit. Een andere klant met dezelfde hobby vertelde mij iets soortgelijks maar vertelde erbij dat ook het kat en muisspel met de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (de RDI) ook een onderdeel is van de lol. Of hij dat nog steeds vindt vraag ik me overigens af want enige tijd geleden deed de RDI een inval bij hem thuis en legde hem een zeer forse boete op. Hij reageerde wel sportief, “hobby’s kosten geld”, zei hij relativerend.
Dat verzoekjes niet alleen worden gestuurd aan zendamateurs ervoer ik deze week. Een vaste lezer van mijn Vrijmiblo’s appte mij een interessant artikel en suggereerde dat daar wel een leuke blog in zou zitten. Ik kreeg een artikel toegestuurd over een onderzoek met de kop: “Vrouwelijke mezen gaan massaal vreemd met slimmere mannen”. Hoewel geen link met de advocatuur zou er wellicht toch een blog inzitten, aldus de afzender.
Eerlijk gezegd is de kop ook te goed om er niets mee te doen. De link naar mijn werk zag ik echter ook niet gelijk. In de kern gaat het onderzoek over het voortplantingsgedrag van wilde mezen in Spanje. Hoewel de vrouwtjes een vaste partner hebben laten ze zich toch liever bevruchten door een slimmere uitvoering van deze partner. Slim bij wilde dwergmezen is dat je als man onthoudt waar je je voedsel hebt verstopt, dus ruimtelijk inzicht hebt. Vrouwtjes mezen gaan er van uit dat de jongen van deze slimme mannen betere “onthoud-genen” meekrijgen dus slimmer worden en een grotere kans op overleven hebben in de onherbergzame Sierra Nevada. Ik neem aan, dat blijkt niet uit het artikel, dat vrouwtjes mezen zelf heel goed weten waar ze hun voedsel hebben verstopt maar ze vertrouwen er klaarblijkelijk niet op dat het doorgeven van alleen hun genen voldoende zal zijn.
In het licht van de theorie van Darwin is de uitkomst van deze studie wellicht niet zo verrassend. De soort past zich aan de leeft daardoor sterker voort. In dat licht dringt zich wellicht toch een vergelijking op met de advocatuur. Ook een soort die zich zal moeten aanpassen aan gewijzigde (werk)omstandigheden om te overleven. Aanpassen aan de invloeden van AI en meegaan in de wens om de kosten laag en transparant te houden. Wellicht moeten advocaten af en toe ook eens ‘vreemdgaan’ om te ervaren hoe andere beroepsgroepen omgaan met de gevaren van het huidige tijdsgewricht. Ook in de advocatuur zal het gaan om de survival van de fittest. Daarin overleven wellicht niet de intelligentste advocaten maar de advocaten die zich het beste weten aan te passen.
Ervaringsdeskundig
Geplaatst op: juli 3, 2026
Soms zie je advertenties voorbijkomen waarin een dienstverlener in de letselschadepraktijk er prat op gaat dat hij of zij ervaringsdeskundige is. Ik moet dan altijd denken aan de stofzuigerverkoper die ter aanprijzing van een bepaald model zegt: “Die heb ik thuis ook!”. Nader onderzoek naar wat een ervaringsdeskundige nou eigenlijk is, leert mij dat het woord pas in 1999 werd opgenomen in de grote Van Dale. Volgens Onze Taal luidt de omschrijving: “persoon wiens autoriteit op een bepaald gebied niet stoelt op beroepsmatig verworven kennis, maar op de eigen ervaring”.
Ik weet niet of dat in de letselschade nou ook direct een pré is. Helaas ben ik zelf ook ervaringsdeskundig op het gebied van letselschade. In 2013 maakte ik onvrijwillig contact met een stadsbus waar ik vervolgens als verliezer uit naar voren kwam. Maar in mijn commerciële uitingen vertel ik potentiële klanten liever dat ik over beroepsmatig verworven kennis beschik en heb ik het eigenlijk nooit over die ervaring. Of de belangenbehartiger in de rechtszaak waarover ik een tijdje geleden las, ook uitvent dat zij ervaringsdeskundige is laat ik eerst maar in het midden. Wat is er gebeurd?
De belangenbehartiger, tevens het slachtoffer, hierna ervaringsdeskundige genoemd, met een eigen letselschadebedrijfje had zelf ook meerdere ongevallen meegemaakt. Vijf ongevallen in vier jaar wel te verstaan. De ervaringsdeskundige behandelde haar eigen letselschadezaken. De eerste zaak was tegen ASR. Dat ongeval vond plaats in 2016 en werd begin 2019 afgewikkeld met een vaststellingsovereenkomst met daarin opgenomen een schadevergoeding gebaseerd op blijvende klachten, althans voor klachten die ten tijde van de afwikkeling nog aanwezig waren. Medio 2019 kreeg ze weer een ongeval en dit keer sprak ze Nationale Nederlanden (NN) aan, de SVI-verzekeraar (SVI staat voor schadeverzekering inzittenden). Tijdens de behandeling van die zaak repte de ervaringsdeskundige met geen enkel woord over het eerdere ongeval, dat zij ten gevolge van dat ongeval klachten had en dat ze daar al een schadevergoeding voor had ontvangen. Tijdens de behandeling van de zaak door NN komt NN echter (hoe blijkt niet uit het vonnis) in het bezit van stukken uit het letselschadedossier van ASR. Daarmee geconfronteerd verdedigde de ervaringsdeskundige zich door te stellen dat NN niet expliciet had gevraagd naar een eerder ongeval en dat ze na dat eerste ongeval bijna volledig was hersteld. NN nam daar geen genoegen mee, staakte alle betalingen en eindigde alle verzekeringen van de ervaringsdeskundige. Daarbovenop nam NN haar op in het frauderegister. Als je daarin staat kun je feitelijk geen verzekeringen meer afsluiten maar als je daar als letselschadebehandelaar in staat willen verzekeraars geen zaken meer met je doen.
Dat laatste was denk ik voor de ervaringsdeskundige reden om NN te (laten) dagvaarden. Ze eiste dat NN haar uit die registers zou schrappen. De rechtbank was echter snel klaar met haar vorderingen. De rechtbank oordeelde:
“Omdat [eiseres] opzettelijk heeft misleid om een hogere uitkering te krijgen moet haar vordering die ertoe strekt dat haar gegevens worden verwijderd uit de registers, worden afgewezen. Opname in de registers was onder de gegeven omstandigheden gerechtvaardigd en niet buitenproportioneel”
Het verzwijgen van eerdere ongevallen en het feit dat daarvoor al schade werd vergoed werd deze ervaringsdeskundige dus zwaar aangerekend. Ze bleef geregistreerd staan als fraudeur. Mijns inziens is dat volledig terecht.
Kooigevecht
Geplaatst op: juni 22, 2026
Als letselschadeadvocaat kom ik vaak bij de mensen thuis. Lijkt op de oude slogan van Victoria Vesta verzekeringen, maar in mijn geval is het ook echt zo. Als je bij een letselschadeslachtoffer thuis op bezoek komt leer je door om je heen te kijken veel meer over je klant dan je ooit zult weten dan wanneer diezelfde klant alleen bij je op kantoor op bezoek zou komen. Als je bij iemand op bezoek komt kun je met een vluchtige blik op de boekenkast (Is er überhaupt een boekenkast?) al snel iets leren over de interesses van iemand. Soms weet je bij binnenkomst al dat iemand heel netjes is en soms ook dat iemand dat juist totaal niet is. Sommigen hebben duidelijk groene vingers, anderen hebben bij voorkeur een onderhoudsarme tuin. Voor de goede beoordeling van de schadeposten is een huisbezoek gewoonweg noodzakelijk.
Als je vorig weekend in het Witte Huis op bezoek was geweest leerde je denk ik ook heel veel over de bewoner(s) van dit huis. In de tuin van dat huis had de bewoner van het pand een enorme tent opgezet, die (leuk weetje) ook wordt gebruikt tijdens Lowlands. Daaronder zijn tribunes rondom een kooi verrezen. Geen kooi voor dieren maar een kooi voor een kooigevecht. Het Witte Huis was namelijk het decor voor een UFC Kooigevecht, kopte de NOS in haar headlines vorige week. Ter ere van de verjaardag van de president en ter ere van het 250-jarig bestaan van de Verenigde Staten vond er een vechtsportgala plaats. Mannen die elkaar in een kooi aftuigen tot vermaak van de toeschouwers. De baas van de UFC (Ultimate Fighting Championship) blijkt een goede vriend van de president te zijn en als goede vriend van de president kun je in de huidige VS een potje breken en dingen voor elkaar krijgen die men niet voor mogelijk had kunnen houden.
Nou wil ik niets afdoen aan het plezier dat mensen beleven aan mixed-martial-arts gevechten maar een kooigevecht ter ere van het 250-jarig bestaan van het land zegt toch echt iets over dat land zelf vind ik. Of laat ik het beter stellen, over de president van dat land en de helft van de bevolking die voor die president hebben gestemd. Het doet mij haast Romeins aan. Geef het volk waarom het vraagt, zal de president en zijn entourage hebben gedacht. En het volk wil nu eenmaal brood en spelen. Nu de prijs van brood daar snellerstijgt dan het wantrouwen in de Amerikaanse regering moeten de spelen het maar goedmaken, zo lijken ze in het Witte Huis te hebben gedacht.
En als je denkt dat wellicht de entourage van de president wellicht wat besmuikt toe heeft gegeven dat het wel een beetje vreemd is om de achtertuin van het Witte Huis te gebruiken voor een kooigevecht kom je bedrogen uit. De minister van Buitenlandse zaken, meneer Rubio, vergeleek met droge ogen het houden van het kooigevecht in de tuin van het witte huis met de maanlanding. De VS deden onder Kennedy al iets wat de hele wereld voor onmogelijk hield, het sturen van mensen naar de maan en ze weer terughalen. Dit kooigevecht is een soortgelijke prestatie, aldus Rubio. Wat je daar ook van vindt, hij heeft wel gelijk. Ik denk niet dat iemand het ooit voor mogelijk had gehouden dat er ter ere van de verjaardag van de VS een kooigevecht zou worden gehouden in de tuin van het Witte huis. In antwoord op de vraag of de prestatie gewaardig is zal ieder weldenkend mens volmondig “Uiteraard niet.” antwoorden. Daar waar wij Nederlanders dus afgelopen zondag keken naar de verrichtingen van ons Nederlands elftal keken miljarden mensen (aldus de president) over de hele wereld naar de tuin van het Witte Huis waar twee mannen in een kooi elkaar probeerden verrot te slaan. Een betere metafoor voor de huidige staat van de VS is nauwelijks denkbaar. Zoals ik aan het begin al zei. Pas als je bij iemand thuis bent geweest weet je echt wat voor vlees je in de kuip hebt.
Reviews
Geplaatst op: juni 5, 2026
Vorige week was het feest in huize Venema. Kees mocht zijn diploma ophalen. Hij heeft de International Teacher Education for Secondary Schools (ITESS) afgerond. Met dit diploma mag hij op internationale scholen geschiedenisles geven. Hoewel hij al een tijdje klaar was maakte hij maar geen afspraak om zijn diploma ook daadwerkelijk op te gaan halen. Hij wilde zijn diploma liever per post ontvangen. Een feestje was ook niet nodig, dat kon wel als hij zijn master zou halen, aldus Kees. “Mooi niet”, dachten Judith en ik. Dus onder onze lichte druk heeft Kees toch een afspraak gemaakt en togen wij in klein comité naar Meppel waar de opleiding is gevestigd. Toch best een emotioneel moment, je kind een handtekening zien zetten onder een hbo-diploma. Dan weet je dat ze ouder worden en ja, wij ook.
Na de plichtplegingen in Meppel; handtekening zetten, hand schudden van de mevrouw van de examencommissie en foto’s maken van het tekenen en voor het gebouw, togen we naar een door Kees uitgekozen restaurant in Groningen om daar lekker en gezellig uit eten te gaan. Dat is ons zeker goed gelukt. Al had ik bij het betreden van het etablissement wel mijn ernstige twijfels. Ik zal je uitleggen waarom.
De trouwe lezer van de Vrijmiblo weet dat ik reviews heel erg belangrijk vind ik en dat ik met mijn goede reviews ook vaak te koop loop. Bij Advocaatscore, de site waarop je een review over mij (n kantoor) kunt achterlaten, reiken ze ieder jaar een bordje uit met jouw jaarcijfer. Dat bordje post ik jaarlijks trots op LinkedIn. Ik doe dat omdat het een goed cijfer is. Al jaren meer dan een 9,5. Mocht het eens een jaar niet goed of minder goed zijn dan weet ik niet of ik dan weer een foto van dat bordje zou posten. We lopen immers liever te koop met onze successen en daar horen tevreden klanten uiteraard bij. Het delen van de ervaringen van klanten die niet tevreden zijn? Dat zou ik niet snel uit mezelf doen.
Het betreffende restaurant Block & Barrels heeft daar een heel ander idee over. Het restaurant, dat vooral vlees serveert, had in de gang vanaf de ingang een aantal schilderijtjes hangen van allerlei verschillende koeien. Daaronder hingen kleinere lijstjes met een tekst. Ik dacht dat daarop zou staan welke soort koe was afgebeeld op het schilderij. Niets bleek minder waar. De tekstjes onder de koeien waren printjes van hele slechte recensies. Echte één-ster-recensies over verbrande hamburgers, te amicaal personeel, het slechtste eten van Groningen en meer berichten over de erbarmelijke kwaliteit van deze zaak. Echt, de recensies logen er niet om.
Omdat Kees er vaker was geweest en de rest eerlijk gezegd al binnen was heb ik geen rechtsomkeert gemaakt. Achteraf was dat ook helemaal niet nodig. Niets was verbrand, het personeel was top, we hebben erg lekker gegeten en gedronken en de sfeer was erg relaxt. Achteraf heb ik het toch eens opgezocht. Het blijkt dat dit restaurant op Google bijna 2000 reviews heeft en een score heeft van 4.7 (op 5), op facebook een 5 (op 5) en op Tripadvisor een 4.4 (op 5). Best goede scores lijkt me. Waarom hebben ze er dan voor gekozen juist die paar hele slechte reviews op te hangen? Dat doen ze vast om een reden. Ik vraag me af welke reden. Wellicht willen ze laten zien dat ze zich niets aantrekken van slechte reviews? Wellicht denken ze dat het ludiek is om letterlijk bij de ingang de vuile was buiten te hangen? Ik weet het niet. Ik kan geen enkele goede reden bedenken anders dan dat gasten bij het afrekenen denken, nou dat viel best mee. Zo slecht was het helemaal niet.
Dat was in elk geval wel wat ik dacht toen ik -in mijn rol als surrogaat DUO- het betalen van de rekening op me nam.
Extremadura
Geplaatst op: mei 22, 2026
Judith had dit jaar een extra lange meivakantie en daarom besloten we eens verder weg te gaan dan Vlieland. Het werd Extremadura. Een provincie in Spanje tussen Madrid en de Portugese grens. Ik kende het gebied alleen (van naam) omdat mijn vogelvriend Jan daar ieder jaar rond deze tijd naar toe gaat om daar Grauwe Kiekendieven te beschermen. Dat doet hij als vrijwilliger. Dat doet hij ook hier in Noord-Groningen maar de Kiekendieven in Extremadura broeden eerder en moeten daar dus ook eerder worden beschermd. Jan vertelde mij over de omgeving, over de steppes, de graslandschappen en de heuvels die in het voorjaar rijkelijk gevuld zijn met flora en fauna. Als je bijzondere vogels wilt zien moet je daarnaartoe, aldus Jan.
Dus reisden Judith en ik af naar het voor ons onbekende Extremadura. De verrekijkers en de telescoop in de koffer en een handig vogelkijkreisgidsje in de handbagage. Jan had niets te veel gezegd. Wat een prachtig gebied. Leeg, onherbergzaam, kleine stadjes en geen toeristen met uitzondering van wat grijze pluizen getooid in wandeloutfit met de verrekijker voor de borst. We hebben bijna honderd verschillende soorten vogels gezien waarvan de Grote en de Kleine Trap wellicht de meest bijzondere waren. Maar we hebben ook genoten van de natuur, de cultuur en het lekkere eten en drinken.
Tijdens deze vogelkijkvakantie had ik alle tijd om te reflecteren op de eerste maanden van dit jaar. Het zijn hectische maanden geweest. Het overlijden van mijn vader heeft daar voor het grootste deel aan bijgedragen. De zorg voor hem die vanaf december vorig jaar geïntensiveerd moest worden na een hersenbloeding en zijn overlijden in februari na weer een hersenbloeding hadden fysiek en mentaal toch meer van mij gevergd dat ik had gedacht. Na de crematie dacht ik dat ik vol goede moed en vooruitkijkend wel weer aan de slag kon. Achteraf weet ik dat dat te snel was. Niet dat er iets verkeerd is gegaan op het werk of dat ik zaken heb laten versloffen. Nee, ik wilde gewoon te snel weer overgaan tot de orde van de dag en mijn verdriet en mijn gemis omdenken in leuke herinneringen aan mijn vader en onze tijd samen. Hoewel dat omdenken me best goed afging, vond ik, merkte ik dat toen de motor even stationair ging draaien (wat een vakantie eigenlijk is), ik te weinig tijd had genomen om stil te staan bij de impact die zijn overlijden op mij heeft gehad. Tijdens het met een verrekijker in de hand speuren naar vogels heb je alle tijd om echt tot jezelf te komen.
Ik zie het ook vaak in mijn letselschadepraktijk. Na een ongeval en nadat de eerste klap is verwerkt willen slachtoffers zo snel als mogelijk weer verder. Verder met werken, verder met zorgen en weer meedoen in de maatschappij. De slachtoffers die te snel willen en geen tijd nemen voor herstel (goed herstellen kun je immers maar één keer) krijgen vaak weer een terugval. Bijkomend nadelig effect daarvan is dat verzekeraars vaak gaan twijfelen aan de oorzaak van deze terugval. Staat die nog wel in verband met het ongeval? Is er iets anders aan de hand? Het ging toch zo goed? Het is vervolgens een hele kluif om verzekeraars te overtuigen van het feit dat een dergelijke terugval net zo goed door het ongeval komt als de eerste periode van klachten dat was. Zie hier een dilemma; enerzijds wil ik mijn klanten niet afremmen in hun streven het leven zo snel mogelijk weer op te pakken doch anderzijds wil ik ook niet dat daardoor later in het proces -na een onvermijdelijke terugval- zich een enorme causaliteitsdiscussie met verzekeraars gaat ontspinnen. Bovendien gun ik ze de tijd om echt goed te kunnen herstellen.
Wellicht moet ik mijn letselschadeklanten aan het begin van hun zaak een verrekijker cadeau geven.
De andere k(r)ant.
Geplaatst op: mei 8, 2026
Sinds begin dit jaar hebben we thuis een andere krant. Na decennialang het Dagblad van het Noorden te hebben gelezen heb ik die opgezegd. We hebben nu de Volkskrant. Met die krant probeer ik een bredere kijk te krijgen op het nieuws en de achtergronden daarvan. Letterlijk gebeurt dat ook daar de Volkskrant niet verhaalt over de plaatselijke FC, Wakker Emmen en/of ongevallen op de N34. Of ik mijn regionale krant mis? Neen, helemaal niet. Dat komt omdat onze krantenjongen niet weet dat ik de regionale krant heb opgezegd. Althans, met enige regelmaat valt de regionale krant nog samen met de Volkrant door de bus. Ik vraag me daarom af of er niet twee krantenbezorgers zijn waarvan de één wel en de ander niet weet dat ik het abonnement heb opgezegd. Ik twijfel of ik er iets van moet zeggen; ik betaal immers niet meer voor die krant. Ik heb dat nog niet gedaan. De krantenjongen(s?) zijn zo vreselijk vroeg dat ik nog niet beneden ben als de kranten door de brievenbus worden geduwd. Tegen de allervriendelijkste dame die mij telefonisch probeerde over te halen toch weer een abonnement te nemen durfde ik niet te zeggen dat ik de krant meerdere dagen per week de krant nog kreeg.
Het lezen van een andere krant geeft een andere kijk op gebeurtenissen. Ik denk dat dat goed is. Als je te lang, te vaak en te veel dezelfde onderwerpen vanaf dezelfde kant voorgeschoteld krijgt is het lastig begrip op te brengen voor een andere kant. Dat is uiteraard niet alleen zo bij het consumeren van nieuws en achtergronden. Dat geldt ook voor je dagelijkse werk. Als letselschadeadvocaat werk ik al bijna 30 jaar alleen maar voor slachtoffers. Ik ben met dit werk begonnen in een tijd dat letselschaderegeling nog een soort straatgevecht was tussen belangenbehartigers en verzekeraars. Ik kan me herinneren dat ik mijn eerste zelfstandige regelingsgesprek met een schaderegelaar had bij ons op kantoor in Emmen. Mijn ervaren collega’s waaronder mijn patroon hadden me de hele dag al lopen opnaaien. Ik moest mij vooral niet de kaas van het brood laten eten door de tegenpartij. Opgefokt en vastbesloten mijn spierballen te laten zien eindigde het gesprek in een deceptie. De schaderegelaar borg al vrij snel zijn schrijfblok op en verliet boos ons kantoor. Ik was zwaar teleurgesteld maar mijn kantoorgenoten meenden dat ik de vuurproef met verve had doorstaan.
Er is gelukkig in de letselschade een hoop veranderd. Ik uiteraard ook en mijn werkwijze ook. Dat komt wellicht ook omdat mijn oud-collega Eric (lees Buddy) een aantal jaren geleden ervoor koos te gaan werken voor de andere kant; de kant van de verzekeraars. Regelmatig hebben we contact en hebben we het over zaken die belangenbehartigers en verzekeraars (nog steeds) verdeeld houden en steeds vaker merk ik dat, door er over te sparren en het goed luisteren naar de argumenten van de andere kant, er wederzijds begrip ontstaat. Ik denk dat ik -door ook oog te hebben voor de standpunten van de andere kant -mijn klanten beter kan helpen en beter kan voorbereiden op het verdere verloop van de zaak. Uiteraard blijft het soms nodig voor jouw (letselschade)klant de barricades op te gaan en met de vuist op tafel te slaan. Soms zijn de standpunten van de verzekeraar ook apert onredelijk, al komt dat (eerlijk gezegd) steeds minder vaak voor. Door inzicht in de belangen van de andere kant denk ik dat ik de belangen van mijn klant beter kan behartigen met een beter en voorspelbaarder resultaat.
Maar terug maar de krant. Ik moet er eigenlijk iets van zeggen vind ik. Maar ik had met mijn oude buurvouw afgesproken dat zij het Dagblad mag nadat ik hem uit heb. Iedere ochtend begin ik aan de kleinste krantenwijk ooit en gooi het Dagblad bij mijn buurvrouw door de bus. Ze was erg teleurgesteld toen ik haar vertelde dat ik het Dagblad had opgezegd maar ik zie haar nu elke ochtend zeer tevreden haar duim opsteken als er toch een Dagblad is gekomen en ik die met haar deel. Alleen al daarom houd ik het nog maar even stil.
Like
Geplaatst op: maart 20, 2026
Judith en ik bezochten afgelopen weekend weer een rugbywedstrijd in Parijs. Eerder schreef ik al over onze gedeelde passie voor deze ‘hooliganssport played by gentlemen’. Dit keer bezochten we de laatste wedstrijd van het Six Nations toernooi; Frankrijk tegen Engeland. Ook wel ‘Le Crunch’ genaamd. Waarom is mij niet bekend maar het zal ongetwijfeld te maken hebben met de rivaliteit die er altijd is geweest tussen Frankrijk en Engeland. Deze wedstrijd werd voor het eerst gespeeld in 1906. Normaliter staat ‘Le Crunch’ sowieso al voor spektakel maar dit jaar was het ook nog eens de beslissende wedstrijd om het kampioenschap. Frankrijk moest winnen om de titel te pakken en Engeland had na drie opeenvolgende nederlagen wel iets goed te maken. Samen met meer dan 78 duizend uitzinnige fans zagen we Frankrijk in de laatste seconden van de wedstrijd door een penalty-kick met twee punten verschil winnen. Naar verluid zijn we getuige geweest van een historische wedstrijd.
Op de heen- en terugreis naar Parijs luisteren we in de auto vaak naar podcasts. Het is een mooi tijdverdrijf gedurende de ruim zes uur die je er over doet en daarnaast is het vaak ook nog eens leerzaam. We hebben onder anderen geluisterd naar de ‘Ongelooflijke Podcast’. Een aflevering met als gast-filosoof Haroon Seikh. Hij vertelde over “De (duistere)denkbeelden achter de Big Tech”. Een zeer luisterenswaardige aflevering (aflevering 292) van deze podcastreeks. Het ging over de filosofische gedachten van enkele Big Tech-miljardairs achter hun (sociale media) platformen. Ik werd vooral getriggerd toen het ging over de zogenaamde like-knop op de verschillende platformen. Deze knop, die bijna alle platformen hebben, bestaat nog maar sinds 2011. De geestelijk vader daarvan was de Tech-miljardair Peter Thiel, de man die PayPal oprichtte en tevens eigenaar is van meerdere sociale media platformen en Big Tech bedrijven. Deze meneer Thiel is ook filosoof.
Naar ik begreep heeft Thiel gestudeerd onder de filosoof René Girard. Girard ontwikkelde de theorie van de mimetische begeerte. Het verlangen om anderen na te doen, te begeren wat anderen hebben. Mensen schijnen dat verlangen te hebben zonder zich daarvan bewust te zijn. Thiel, dus bekend met deze theorie, heeft deze begeerte gebruikt om tijdens zijn tijd bij Facebook de like-button te introduceren. Dat lijkt een onschuldige en leuke toevoeging op het (toen) Facebookplatform. Het werd als snel overgenomen door andere platforms, waaronder LinkedIn. Het schijnt echter dat deze toevoeging de sociale media platformen radicaal hebben veranderd. Juist door de mimetische begeerte die alle gebruikers van dat platform nou eenmaal hebben.
Voor 2011 zag je ongefilterde berichten zonder waardeoordeel waardoor je na het lezen van een paar van die berichten je focus weer op de andere dingen kon richten. Door de like-knop ontstond een heel andere dynamiek op je tijdlijn. Likes waren belangrijk voor wat je zag, wat je te zien wilde krijgen en zoog je als het ware in het platform. De angst om niet geliket te worden, de strijd om de likes, het verlangen net zo te zijn als de personen die je volgde en de verslavende werking die dat tot gevolg heeft gehad is dus bewust gecreëerd. Peter Thiel heeft op grond van een filosofische theorie facebook bewust verslavend gemaakt en uiteraard hebben alle concurrerende platformen dat overgenomen. Ongelooflijk als je erbij stilstaat. Vanaf 2011 zijn er generaties opgegroeid met mentale gezondheidsproblemen, depressies en onzekerheid mede door vergelijking van de wereld op sociale media met de eigen realiteit. De overeenkomsten met tabaksindustrie komen direct bij me op.
Toch doe ik er zelf ook net zo hard aan mee. Ik publiceer op dit platform en heb uiteraard ook mimetische verlangens. Maar misschien moet ik dit keer iedereen die dit heeft gelezen toch maar vriendelijke verzoeken de like-knop niet aan te klikken.
Mijn vader
Geplaatst op: februari 20, 2026
“Er is een stoïcijn doodgegaan.” Die woorden sprak ik afgelopen vrijdag in het stadscrematorium van Groningen. Ik sprak daar omdat mijn vader die maandag ervoor overleed. Hij was ongeneeslijk ziek maar zat nog vol levenslust. Helaas trof een zware beroerte hem en werd deze hem fataal. Mijn vader overleed sneller dan verwacht maar met veel minder beperkingen dan die uiteindelijk toch op zijn pad terecht zouden zijn gekomen. Rationeel heb ik er vrede mee; dat hem echt lijden bespaard is gebleven. Toch voel ik me bedrukt, alsof er een steen op mijn maag ligt.
Ik heb me geruime tijd kunnen voorbereiden op zijn dood. De diagnose dat hij ongeneselijk ziek was kreeg hij eind 2024. Dat oordeel werd geveld in mijn bijzijn in het UMCG. Na dat gesprek zaten we wat beduusd op een bankje in het UMCG. Ik legde een arm om mijn vader en wilde iets troostends zeggen. Ik wist alleen niet zo goed wat. Voordat ik iets kon zeggen zei hij zelf: “Op deze diagnose heb ik geen enkele invloed, maar hoe ik er mee omga wel.”. Ik was niet verbaasd dat hij dat zei. Hij was aanhanger van de stoïcijnse filosofie en had zich daar (voor de dood van mijn moeder eind 2023) erg in bekwaamd. Maar hoe kon hij op zo’n moment zo wijs en zo rustig zijn? Dat vond ik uitzonderlijk dapper van hem. Vervolgens zei hij ”Kom. We gaan even naar eetcafé De Buurvrouw, ik heb wel trek”.
Dat café bezochten we altijd als we samen op een afspraak in het UMCG waren geweest. Dan namen we het gesprek met de arts even door, dronken een (alcoholvrij) biertje en bestelden een portie bitterballen. Daar vertelde hij me meer over de stoïcijnen, over het aanvaarden van zaken waar je geen invloed op hebt en het werken aan de zaken die je wel kunt beïnvloeden. Vanaf dat moment werd ik echt deelgenoot van zijn filosofische bespiegelingen en gedachtes en hebben we letterlijk tot aan de avond voor zijn overlijden daarover van gedachten gewisseld. Ik heb veel van hem geleerd over de stoïcijnse filosofie. Het lukte mijn vader ook echt zijn filosofie in de praktijk te brengen. Hij had enkel invloed op zijn eigen omgang met zijn ziekte en koos ervoor het leven zo lang als kon te omarmen. Hij genoot ondanks het ‘zwaard van Damocles boven zijn hoofd’ volop van het leven. Als hij ergens last van had of iets minder goed kon oefende hij. Hij oefende op de loopband en de hometrainer en bleef fit door elke ochtend zijn rek- en strekoefeningen te doen. Hij leefde elke dag ten volle en was niet bang voor de onvermijdelijke afloop van zijn verhaal.
Eén van zijn uitspraken was ”Het gaat er niet om de roos te raken maar leren een goede schutter te worden”. In de kern komt die wijsheid erop neer dat je als schutter nog zo goed kunt zijn maar dat het best zo kan gebeuren dat je de roos niet raakt, ook al produceer je een perfect schot. Er kan immers een plotselinge windvlaag opkomen die de pijl uit de richting blaast, maar ook de roos zelf, het doel, kan door derden of door toedoen van bijvoorbeeld diezelfde windvlaag verplaatst worden. Wat de schutter wel doet, wat in zijn macht ligt, is te zorgen voor goed materiaal, de wil om het doel te raken maar vooral hard zijn best te doen en zo veel te oefenen dat hij – als hij de pijl eenmaal loslaat – er zelf alles aan heeft gedaan om de roos te raken. Of hij de roos dan ook daadwerkelijk raakt is dan ook mede afhankelijk van omstandigheden waar hij zelf geen invloed op kan uitoefenen.
Ik merk dat de stoïcijnse kijk op de wereld en het leven mij erg helpt. Niet alleen met het verwerken van het verdriet en met het gemis, maar ook in mijn eigen leven en in mijn dagelijkse praktijk. Doe je best om alles goed te willen doen, goed te willen leven en goed te willen presteren maar maak je (op voorhand) niet druk om zaken waar je helemaal niets aan kunt veranderen.
Voltooid
Geplaatst op: januari 30, 2026
Deze maand vierde ik mijn 28-jarig werkjubileum. Vanaf de oprichting van ons kantoor in januari 1998 heb ik onafgebroken voor dit kantoor gewerkt. In 1998 opgericht als Houkes Advocaten maar nu al heel lang onder de naam Punt Advocatuur. Op LinkedIn houden ze precies bij hoe lang je al voor welk bedrijf werkt en om die reden werd ik in mijn inbox bij LinkedIn dan ook verrast met felicitaties van vrienden, relaties en (on)bekenden die mij een prettig werkjubileum toewensten. Op LinkedIn zag ik ook een profielfoto van mijzelf voorbijkomen met daaronder de tekst: “Han heeft 28 jaar voltooid bij Punt Advocatuur”.
Ik vroeg me direct af: “Wie bij LinkedIn heeft bedacht dat als iemand een werkjubileum viert dat moet worden aangekondigd als ‘voltooid’?”. Voltooid heeft bij mij nou niet direct een positieve associatie. Als je iets hebt voltooid is dat vaak een prestatie, een opdracht of een leven. Voltooid is immers ook voltooid verleden tijd of een voltooid leven. Als ik lees: “Han heeft 28 jaar voltooid bij Punt Advocatuur” denk ik direct: “Zo dat was dus pittig! En nu? Gaat hij met pensioen? Gaat hij elders aan de slag?”. Ik heb immers iets voltooid. Iets afgerond. Ik was me er niet van bewust dat mijn tijd er al opzat en dat ik klaarblijkelijk de finish al heb bereikt. En wat nou als ik niet wil stoppen, als ik wil doorgaan. Kun je ieder jaar een werkjaar voltooien? Dan zou LinkedIn ook iedere dag zo tegen een uur of zes kunnen posten, “Han heeft weer een dag voltooid bij Punt Advocatuur”. Maar goed, iemand heeft dus bedacht bij LinkedIn dat je een werkjubileum hebt voltooid. Ik kan er niet aan wennen.
Onze (huidige) regering heeft in haar nieuwe belastingplannen ook iets bedacht. Ze heeft aangekondigd dat de oldtimerregeling eind dit jaar als voltooid moet worden beschouwd. Als liefhebber van oude auto’s maak ik uiteraard gebruik van deze regeling die inhoudt dat als je een oldtimer als ondernemer op de zaak zet en erin rijdt, je niet hoeft bij te tellen over de nieuwwaarde maar over de dagwaarde. Voorwaarde is dat de auto ouder is dan 15 jaar. Ik rijd daarom zakelijk een Volvo XC90 uit 2004. Deze auto had een nieuwwaarde van ongeveer
€65.000,-. Zonder oldtimerregeling zou ik 22% van deze nieuwwaarde moeten bijtellen (bij mijn inkomen en daarover inkomstenbelasting betalen). Reken maar uit. Met de oldtimerregeling moet ik 35% van de dagwaarde (€ 7.500,-) bijtellen. Reken zelf het verschil maar uit.
Eind dit jaar verandert deze regeling en geldt deze alleen nog maar voor auto’s op de zaak die meer dan 25 jaar oud zijn. Als je net hebt uitgerekend wat het verschil is weet je dus wat ik volgend jaar meer moet gaan betalen als ik deze auto zakelijk wil blijven rijden. Toch heb ik ambivalente gevoelens bij de verandering van de oldtimerregeling. Voor mezelf komt die uiteraard ongelegen en ik zal -als ik geen list verzin- volgend jaar dus aanmerkelijk meer belasting moeten betalen. Mijn financiële ik baalt dus van het aanpassen van deze regeling. Maar mijn andere ikken, de groene, de vaderlijke en dus ook de toekomstgerichte ik, begrijpen het echter wel. De bedoeling is uiteraard dat zakelijke rijders groener gaan rijden. Mijn oude Volvo (al rijdt die op benzine) is nou niet direct een toonbeeld van het groene rijden. Ik weet dat, maar laat de financiële voordelen op korte termijn toch prevaleren boven de lange termijn-gevolgen voor onze leefomgeving. En dat terwijl ik op een partij heb gestemd die deze regeling mede heeft bedacht. Dat blijft toch vreemd, dat je wel groen stemt maar niet groen doet. Ik ben vast niet de enige maar het voelt een beetje hypocriet. Ik moet denken aan een bekende spreuk van de Russische schrijver/filosoof Leo Tolstoj: “Iedereen denkt erover om de wereld te veranderen, maar niemand denkt erover om zichzelf te veranderen.”
Ik weet het, ik zal mezelf moeten veranderen. Maar toch komt bij mij steeds vaker de gedachte op om de Citroen SM vanaf volgend jaar maar op de zaak te zetten.
Schedelmeester
Geplaatst op: januari 9, 2026
Nee, de titel slaat niet op iemand uit mijn beroepsgroep, het is de letterlijke vertaling van een handig apparaat dat ik onlangs aanschafte. Op zich is die aanschaf niet Vrijmiblo-waardig maar het achterliggende verhaal raakt zeker mijn praktijk. Nieuwgierig? Ik leg het uit.
Eind vorig jaar bezochten Judith en ik met vrienden de Oosterpoort in Groningen waar het duo Pé en Rinus een heus festival organiseerden ter ere van hun 45-jarig bestaan als de beroemdste Groninger liedjeszangers. Dit festival luidde ook tegelijk hun afscheid in. Tijdens één van de optredens werd ik voorgesteld aan een vriend van een vriend. Deze man had net als ik weinig tot geen haar. “Kaal haar” noemde Kees dat vroeger. Nou is dat op zich uiteraard niet vreemd. Meerdere mannen van mijn leeftijd zijn eigenaar van een zich terugtrekkende en soms geheel verdwenen haargrens. Normaliter heb ik het er met andere kale mannen niet over maar ons gesprek kwam dit keer op onze kale hoofden. Wellicht was het tijdens het nummer “Kwakzalverij” waarin Pé en Rinus zingen:
“Oom Kees had last van haaruitval, het was niet meer normaal
En op zijn tweeëndertigste was hij al bijna kaal
De apotheker gaf hem een fles pure alcohol
En hij zei toen tegen kees: smeer dit ’s avonds op je bol
Maar kees die vond dat zonde en hij dronk het lekker op
En geen haar op zijn hoofd dacht nog aan zijn kale kop”
(Songwriters: Herman M Grimme/ Pieter Peter Haan De)
Maar hoe dan ook het onderwerp kwam op de kale kop en deze vriend van een vriend vertelde me enthousiast over zijn nieuwe tondeuse; de Skullmaster! Hij was zonder dat hij daarvoor werd betaald een ambassadeur voor dit apparaat. Als ik ook zo’n mooie gladde kop wilde hebben moest ik deze kopen en gewoon dagelijks onder de douche gebruiken. Ik tondeerde (ik weet dat het geen bestaand werkwoord is maar zo noem ik het gewoon) mij normaliter om de week maar dat resulteerde na enige tijd altijd in een soort omgekeerde lauwerkrans op mijn achterhoofd. Het idee van simpel en dagelijks sprak me aan en ik heb er één gekocht. En eerlijk, het voldoet volledig aan mijn verwachtingen. Toen ik dan ook stomtoevallig deze vriend van een vriend enkele weken later tegenkwam op Vlieland tijdens onze vaste oud-en-nieuw-week was dan ook het eerste wat ik deed mijn muts afdoen om hem trots het resultaat te laten zien.
Voormeld echt gebeurd voorbeeld verhaalt uiteraard over de kracht van mond-op-mond-reclame. Ik heb letterlijk aan den lijve ervaren hoe belangrijk die vorm van reclame is. Los van alle inspanningen van mijn marketeer die op Facebook en Instagram reclame voor ons kantoor maakt en los van foto’s en animaties op de reclameschermen in alle Jumbo’s in en rond Emmen; als letselschadeadvocaat moet ik het vooral hebben van de positieve ervaringen van onze klanten. Deze zijn onze belangrijkste vorm van reclame. Om die reden heb ik ook in mijn vorige bijdrage op LinkedIn geen Vrijmiblo geschreven maar onze score op Advocaatscore, de reviewsite voor de advocatuur, gepost. Punt Advocatuur sloot het jaar 2025 af met een klantwaardering van 9,7 en we consolideerden onze plek in de top 3 van de provincie Drenthe. Deze reviews zijn uiteraard onze mond-op-mond-reclame. Diegenen die een positieve review achterlieten zijn eigenlijk onze ambassadeurs. Daarnaast hoop ik stiekem, door deze Vrijmiblo’s te schrijven, ook dat de lezers onze ambassadeur willen worden. En dan niet omdat ze zelf een ongeluk hebben gehad maar omdat ze weten dat onze klanten ons aanbevelen.