Like
Geplaatst op: maart 20, 2026
Judith en ik bezochten afgelopen weekend weer een rugbywedstrijd in Parijs. Eerder schreef ik al over onze gedeelde passie voor deze ‘hooliganssport played by gentlemen’. Dit keer bezochten we de laatste wedstrijd van het Six Nations toernooi; Frankrijk tegen Engeland. Ook wel ‘Le Crunch’ genaamd. Waarom is mij niet bekend maar het zal ongetwijfeld te maken hebben met de rivaliteit die er altijd is geweest tussen Frankrijk en Engeland. Deze wedstrijd werd voor het eerst gespeeld in 1906. Normaliter staat ‘Le Crunch’ sowieso al voor spektakel maar dit jaar was het ook nog eens de beslissende wedstrijd om het kampioenschap. Frankrijk moest winnen om de titel te pakken en Engeland had na drie opeenvolgende nederlagen wel iets goed te maken. Samen met meer dan 78 duizend uitzinnige fans zagen we Frankrijk in de laatste seconden van de wedstrijd door een penalty-kick met twee punten verschil winnen. Naar verluid zijn we getuige geweest van een historische wedstrijd.
Op de heen- en terugreis naar Parijs luisteren we in de auto vaak naar podcasts. Het is een mooi tijdverdrijf gedurende de ruim zes uur die je er over doet en daarnaast is het vaak ook nog eens leerzaam. We hebben onder anderen geluisterd naar de ‘Ongelooflijke Podcast’. Een aflevering met als gast-filosoof Haroon Seikh. Hij vertelde over “De (duistere)denkbeelden achter de Big Tech”. Een zeer luisterenswaardige aflevering (aflevering 292) van deze podcastreeks. Het ging over de filosofische gedachten van enkele Big Tech-miljardairs achter hun (sociale media) platformen. Ik werd vooral getriggerd toen het ging over de zogenaamde like-knop op de verschillende platformen. Deze knop, die bijna alle platformen hebben, bestaat nog maar sinds 2011. De geestelijk vader daarvan was de Tech-miljardair Peter Thiel, de man die PayPal oprichtte en tevens eigenaar is van meerdere sociale media platformen en Big Tech bedrijven. Deze meneer Thiel is ook filosoof.
Naar ik begreep heeft Thiel gestudeerd onder de filosoof René Girard. Girard ontwikkelde de theorie van de mimetische begeerte. Het verlangen om anderen na te doen, te begeren wat anderen hebben. Mensen schijnen dat verlangen te hebben zonder zich daarvan bewust te zijn. Thiel, dus bekend met deze theorie, heeft deze begeerte gebruikt om tijdens zijn tijd bij Facebook de like-button te introduceren. Dat lijkt een onschuldige en leuke toevoeging op het (toen) Facebookplatform. Het werd als snel overgenomen door andere platforms, waaronder LinkedIn. Het schijnt echter dat deze toevoeging de sociale media platformen radicaal hebben veranderd. Juist door de mimetische begeerte die alle gebruikers van dat platform nou eenmaal hebben.
Voor 2011 zag je ongefilterde berichten zonder waardeoordeel waardoor je na het lezen van een paar van die berichten je focus weer op de andere dingen kon richten. Door de like-knop ontstond een heel andere dynamiek op je tijdlijn. Likes waren belangrijk voor wat je zag, wat je te zien wilde krijgen en zoog je als het ware in het platform. De angst om niet geliket te worden, de strijd om de likes, het verlangen net zo te zijn als de personen die je volgde en de verslavende werking die dat tot gevolg heeft gehad is dus bewust gecreëerd. Peter Thiel heeft op grond van een filosofische theorie facebook bewust verslavend gemaakt en uiteraard hebben alle concurrerende platformen dat overgenomen. Ongelooflijk als je erbij stilstaat. Vanaf 2011 zijn er generaties opgegroeid met mentale gezondheidsproblemen, depressies en onzekerheid mede door vergelijking van de wereld op sociale media met de eigen realiteit. De overeenkomsten met tabaksindustrie komen direct bij me op.
Toch doe ik er zelf ook net zo hard aan mee. Ik publiceer op dit platform en heb uiteraard ook mimetische verlangens. Maar misschien moet ik dit keer iedereen die dit heeft gelezen toch maar vriendelijke verzoeken de like-knop niet aan te klikken.
Mijn vader
Geplaatst op: februari 20, 2026
“Er is een stoïcijn doodgegaan.” Die woorden sprak ik afgelopen vrijdag in het stadscrematorium van Groningen. Ik sprak daar omdat mijn vader die maandag ervoor overleed. Hij was ongeneeslijk ziek maar zat nog vol levenslust. Helaas trof een zware beroerte hem en werd deze hem fataal. Mijn vader overleed sneller dan verwacht maar met veel minder beperkingen dan die uiteindelijk toch op zijn pad terecht zouden zijn gekomen. Rationeel heb ik er vrede mee; dat hem echt lijden bespaard is gebleven. Toch voel ik me bedrukt, alsof er een steen op mijn maag ligt.
Ik heb me geruime tijd kunnen voorbereiden op zijn dood. De diagnose dat hij ongeneselijk ziek was kreeg hij eind 2024. Dat oordeel werd geveld in mijn bijzijn in het UMCG. Na dat gesprek zaten we wat beduusd op een bankje in het UMCG. Ik legde een arm om mijn vader en wilde iets troostends zeggen. Ik wist alleen niet zo goed wat. Voordat ik iets kon zeggen zei hij zelf: “Op deze diagnose heb ik geen enkele invloed, maar hoe ik er mee omga wel.”. Ik was niet verbaasd dat hij dat zei. Hij was aanhanger van de stoïcijnse filosofie en had zich daar (voor de dood van mijn moeder eind 2023) erg in bekwaamd. Maar hoe kon hij op zo’n moment zo wijs en zo rustig zijn? Dat vond ik uitzonderlijk dapper van hem. Vervolgens zei hij ”Kom. We gaan even naar eetcafé De Buurvrouw, ik heb wel trek”.
Dat café bezochten we altijd als we samen op een afspraak in het UMCG waren geweest. Dan namen we het gesprek met de arts even door, dronken een (alcoholvrij) biertje en bestelden een portie bitterballen. Daar vertelde hij me meer over de stoïcijnen, over het aanvaarden van zaken waar je geen invloed op hebt en het werken aan de zaken die je wel kunt beïnvloeden. Vanaf dat moment werd ik echt deelgenoot van zijn filosofische bespiegelingen en gedachtes en hebben we letterlijk tot aan de avond voor zijn overlijden daarover van gedachten gewisseld. Ik heb veel van hem geleerd over de stoïcijnse filosofie. Het lukte mijn vader ook echt zijn filosofie in de praktijk te brengen. Hij had enkel invloed op zijn eigen omgang met zijn ziekte en koos ervoor het leven zo lang als kon te omarmen. Hij genoot ondanks het ‘zwaard van Damocles boven zijn hoofd’ volop van het leven. Als hij ergens last van had of iets minder goed kon oefende hij. Hij oefende op de loopband en de hometrainer en bleef fit door elke ochtend zijn rek- en strekoefeningen te doen. Hij leefde elke dag ten volle en was niet bang voor de onvermijdelijke afloop van zijn verhaal.
Eén van zijn uitspraken was ”Het gaat er niet om de roos te raken maar leren een goede schutter te worden”. In de kern komt die wijsheid erop neer dat je als schutter nog zo goed kunt zijn maar dat het best zo kan gebeuren dat je de roos niet raakt, ook al produceer je een perfect schot. Er kan immers een plotselinge windvlaag opkomen die de pijl uit de richting blaast, maar ook de roos zelf, het doel, kan door derden of door toedoen van bijvoorbeeld diezelfde windvlaag verplaatst worden. Wat de schutter wel doet, wat in zijn macht ligt, is te zorgen voor goed materiaal, de wil om het doel te raken maar vooral hard zijn best te doen en zo veel te oefenen dat hij – als hij de pijl eenmaal loslaat – er zelf alles aan heeft gedaan om de roos te raken. Of hij de roos dan ook daadwerkelijk raakt is dan ook mede afhankelijk van omstandigheden waar hij zelf geen invloed op kan uitoefenen.
Ik merk dat de stoïcijnse kijk op de wereld en het leven mij erg helpt. Niet alleen met het verwerken van het verdriet en met het gemis, maar ook in mijn eigen leven en in mijn dagelijkse praktijk. Doe je best om alles goed te willen doen, goed te willen leven en goed te willen presteren maar maak je (op voorhand) niet druk om zaken waar je helemaal niets aan kunt veranderen.
Voltooid
Geplaatst op: januari 30, 2026
Deze maand vierde ik mijn 28-jarig werkjubileum. Vanaf de oprichting van ons kantoor in januari 1998 heb ik onafgebroken voor dit kantoor gewerkt. In 1998 opgericht als Houkes Advocaten maar nu al heel lang onder de naam Punt Advocatuur. Op LinkedIn houden ze precies bij hoe lang je al voor welk bedrijf werkt en om die reden werd ik in mijn inbox bij LinkedIn dan ook verrast met felicitaties van vrienden, relaties en (on)bekenden die mij een prettig werkjubileum toewensten. Op LinkedIn zag ik ook een profielfoto van mijzelf voorbijkomen met daaronder de tekst: “Han heeft 28 jaar voltooid bij Punt Advocatuur”.
Ik vroeg me direct af: “Wie bij LinkedIn heeft bedacht dat als iemand een werkjubileum viert dat moet worden aangekondigd als ‘voltooid’?”. Voltooid heeft bij mij nou niet direct een positieve associatie. Als je iets hebt voltooid is dat vaak een prestatie, een opdracht of een leven. Voltooid is immers ook voltooid verleden tijd of een voltooid leven. Als ik lees: “Han heeft 28 jaar voltooid bij Punt Advocatuur” denk ik direct: “Zo dat was dus pittig! En nu? Gaat hij met pensioen? Gaat hij elders aan de slag?”. Ik heb immers iets voltooid. Iets afgerond. Ik was me er niet van bewust dat mijn tijd er al opzat en dat ik klaarblijkelijk de finish al heb bereikt. En wat nou als ik niet wil stoppen, als ik wil doorgaan. Kun je ieder jaar een werkjaar voltooien? Dan zou LinkedIn ook iedere dag zo tegen een uur of zes kunnen posten, “Han heeft weer een dag voltooid bij Punt Advocatuur”. Maar goed, iemand heeft dus bedacht bij LinkedIn dat je een werkjubileum hebt voltooid. Ik kan er niet aan wennen.
Onze (huidige) regering heeft in haar nieuwe belastingplannen ook iets bedacht. Ze heeft aangekondigd dat de oldtimerregeling eind dit jaar als voltooid moet worden beschouwd. Als liefhebber van oude auto’s maak ik uiteraard gebruik van deze regeling die inhoudt dat als je een oldtimer als ondernemer op de zaak zet en erin rijdt, je niet hoeft bij te tellen over de nieuwwaarde maar over de dagwaarde. Voorwaarde is dat de auto ouder is dan 15 jaar. Ik rijd daarom zakelijk een Volvo XC90 uit 2004. Deze auto had een nieuwwaarde van ongeveer
€65.000,-. Zonder oldtimerregeling zou ik 22% van deze nieuwwaarde moeten bijtellen (bij mijn inkomen en daarover inkomstenbelasting betalen). Reken maar uit. Met de oldtimerregeling moet ik 35% van de dagwaarde (€ 7.500,-) bijtellen. Reken zelf het verschil maar uit.
Eind dit jaar verandert deze regeling en geldt deze alleen nog maar voor auto’s op de zaak die meer dan 25 jaar oud zijn. Als je net hebt uitgerekend wat het verschil is weet je dus wat ik volgend jaar meer moet gaan betalen als ik deze auto zakelijk wil blijven rijden. Toch heb ik ambivalente gevoelens bij de verandering van de oldtimerregeling. Voor mezelf komt die uiteraard ongelegen en ik zal -als ik geen list verzin- volgend jaar dus aanmerkelijk meer belasting moeten betalen. Mijn financiële ik baalt dus van het aanpassen van deze regeling. Maar mijn andere ikken, de groene, de vaderlijke en dus ook de toekomstgerichte ik, begrijpen het echter wel. De bedoeling is uiteraard dat zakelijke rijders groener gaan rijden. Mijn oude Volvo (al rijdt die op benzine) is nou niet direct een toonbeeld van het groene rijden. Ik weet dat, maar laat de financiële voordelen op korte termijn toch prevaleren boven de lange termijn-gevolgen voor onze leefomgeving. En dat terwijl ik op een partij heb gestemd die deze regeling mede heeft bedacht. Dat blijft toch vreemd, dat je wel groen stemt maar niet groen doet. Ik ben vast niet de enige maar het voelt een beetje hypocriet. Ik moet denken aan een bekende spreuk van de Russische schrijver/filosoof Leo Tolstoj: “Iedereen denkt erover om de wereld te veranderen, maar niemand denkt erover om zichzelf te veranderen.”
Ik weet het, ik zal mezelf moeten veranderen. Maar toch komt bij mij steeds vaker de gedachte op om de Citroen SM vanaf volgend jaar maar op de zaak te zetten.
Schedelmeester
Geplaatst op: januari 9, 2026
Nee, de titel slaat niet op iemand uit mijn beroepsgroep, het is de letterlijke vertaling van een handig apparaat dat ik onlangs aanschafte. Op zich is die aanschaf niet Vrijmiblo-waardig maar het achterliggende verhaal raakt zeker mijn praktijk. Nieuwgierig? Ik leg het uit.
Eind vorig jaar bezochten Judith en ik met vrienden de Oosterpoort in Groningen waar het duo Pé en Rinus een heus festival organiseerden ter ere van hun 45-jarig bestaan als de beroemdste Groninger liedjeszangers. Dit festival luidde ook tegelijk hun afscheid in. Tijdens één van de optredens werd ik voorgesteld aan een vriend van een vriend. Deze man had net als ik weinig tot geen haar. “Kaal haar” noemde Kees dat vroeger. Nou is dat op zich uiteraard niet vreemd. Meerdere mannen van mijn leeftijd zijn eigenaar van een zich terugtrekkende en soms geheel verdwenen haargrens. Normaliter heb ik het er met andere kale mannen niet over maar ons gesprek kwam dit keer op onze kale hoofden. Wellicht was het tijdens het nummer “Kwakzalverij” waarin Pé en Rinus zingen:
“Oom Kees had last van haaruitval, het was niet meer normaal
En op zijn tweeëndertigste was hij al bijna kaal
De apotheker gaf hem een fles pure alcohol
En hij zei toen tegen kees: smeer dit ’s avonds op je bol
Maar kees die vond dat zonde en hij dronk het lekker op
En geen haar op zijn hoofd dacht nog aan zijn kale kop”
(Songwriters: Herman M Grimme/ Pieter Peter Haan De)
Maar hoe dan ook het onderwerp kwam op de kale kop en deze vriend van een vriend vertelde me enthousiast over zijn nieuwe tondeuse; de Skullmaster! Hij was zonder dat hij daarvoor werd betaald een ambassadeur voor dit apparaat. Als ik ook zo’n mooie gladde kop wilde hebben moest ik deze kopen en gewoon dagelijks onder de douche gebruiken. Ik tondeerde (ik weet dat het geen bestaand werkwoord is maar zo noem ik het gewoon) mij normaliter om de week maar dat resulteerde na enige tijd altijd in een soort omgekeerde lauwerkrans op mijn achterhoofd. Het idee van simpel en dagelijks sprak me aan en ik heb er één gekocht. En eerlijk, het voldoet volledig aan mijn verwachtingen. Toen ik dan ook stomtoevallig deze vriend van een vriend enkele weken later tegenkwam op Vlieland tijdens onze vaste oud-en-nieuw-week was dan ook het eerste wat ik deed mijn muts afdoen om hem trots het resultaat te laten zien.
Voormeld echt gebeurd voorbeeld verhaalt uiteraard over de kracht van mond-op-mond-reclame. Ik heb letterlijk aan den lijve ervaren hoe belangrijk die vorm van reclame is. Los van alle inspanningen van mijn marketeer die op Facebook en Instagram reclame voor ons kantoor maakt en los van foto’s en animaties op de reclameschermen in alle Jumbo’s in en rond Emmen; als letselschadeadvocaat moet ik het vooral hebben van de positieve ervaringen van onze klanten. Deze zijn onze belangrijkste vorm van reclame. Om die reden heb ik ook in mijn vorige bijdrage op LinkedIn geen Vrijmiblo geschreven maar onze score op Advocaatscore, de reviewsite voor de advocatuur, gepost. Punt Advocatuur sloot het jaar 2025 af met een klantwaardering van 9,7 en we consolideerden onze plek in de top 3 van de provincie Drenthe. Deze reviews zijn uiteraard onze mond-op-mond-reclame. Diegenen die een positieve review achterlieten zijn eigenlijk onze ambassadeurs. Daarnaast hoop ik stiekem, door deze Vrijmiblo’s te schrijven, ook dat de lezers onze ambassadeur willen worden. En dan niet omdat ze zelf een ongeluk hebben gehad maar omdat ze weten dat onze klanten ons aanbevelen.
Noodpakket
Geplaatst op: december 15, 2025
We vierden al jaren geen Sinterklaas meer. We gaven elkaar (Judith, de kinderen, hun aanhang en ik) wel cadeautjes maar die lagen normaliter op eerste kerstdag onder de kerstboom. Judith was volgens mij degene binnen ons gezin die er geen zin meer in had. Vanuit het onderwijs was ze getuige geweest van de impact die de Pietendiscussie had op leerkrachten, ouders, kinderen en het omveld. Zelf was haar school jaren geleden één van de eerste scholen in Emmen die roetveegpieten introduceerde maar het schisma dat dat met zich meebracht gaf voor haar het Sinterklaasfeest een nare bijsmaak.
Of het nou was omdat Kick-out-zwarte-Piet zich wegens eigen succes ophief of omdat dochter Lies toch weer heel graag eens een ouderwetse pakjesavond wilde vieren weet ik niet, maar dit jaar hebben we het feest in ere hersteld. Op de verjaardag van de goedheiligman zaten we dus met ons gezin, de aanhang en mijn vader klaar voor een heerlijk avondje. We doen het zonder surprises en zonder gedichten, zo besloot een ruime meerderheid. Dat vond ik jammer. Kijk, die surprises kunnen me gestolen worden, maar Sinterklaas zonder gedichten is (zoals Hans Teeuwen het zo mooi vertelde) als een badmeester zonder fluitje. Om die reden ben ik in de pen geklommen en heb voor iedereen een gedicht geschreven. Gewoon omdat ik het leuk vind om te rijmen en omdat het erbij hoort. Uiteraard deed mijn vader, als oud onderwijzer en de genetische bron van mijn schrijvelarij, ook een duit in het zakje met mooie handgeschreven gedichtjes. We hebben elkaar goed verwend, van alle kanten stroomden pakketjes binnen die getooid in feestelijk papier in grote jute zaken verdwenen en vervolgens gretig weer van dat papier werden ontdaan. Een heerlijk avondje werd het.
Wat er die week overigens ook werd bezorgd was een pakketje van onze overheid. Althans, er werd een soort folder in de brievenbus gedropt waarin we werden opgeroepen een noodpakket in te slaan voor barre tijden die -aldus die folder- ons te wachten staan. Van pakketje naar noodpakket. Van heerlijk avondje naar oorlogswinter in één week. In huize Venema sloeg vooral bij Judith de paniek toe. Of we wel genoeg water in huis hadden? En was er wel voldoende blikvoer? De folder gaf een uitgebreid overzicht van de zaken die je toch echt voor elkaar zou moeten hebben en was het een examen geweest, waren wij als huize Venema grandioos gezakt. Ik probeerde de onrust bij Judith wat te temperen. Ik liet haar de podcast van Maarten van Rossem horen. Van Rossem is een toonbeeld van het relativeren. Van Rossum predikt -als de wijze opa die je altijd gehad had willen hebben- vooral voor rust. Als het gaat over de Russische dreiging roept hij steevast “Wat een flauwekul! Wat een bangmakerij!”. Ik liet Judith juist die passages van de podcast horen en warempel, het hielp (voor even).
Terwijl haar zoektocht naar noodradio’s, warmtedekens, fluitjes (Waar heb je die in godsnaam voor nodig?), en andere survivalgadgets afnam deed Mark Rutte als baas van de NAVO er toch weer een schepje bovenop. Dat we ons toch moeten gaan voorbereiden op onzekere tijden, dat we Ruslands volgende doel zijn en dat er niet eerder een zo grote oorlogsdreiging is geweest sinds onze opa’s en oma’s die hebben meegemaakt, aldus een voor zijn doen uiterst serieuze Rutte.
We hebben dus thuis een nieuwe discussie. Hoewel ik in het kamp Van Rossem blijf zitten en Judith toch voor kamp Rutte heeft gekozen heb ik deze week toch maar een aantal grote flessen water gekocht. Ik ben veel te bang dat als het onverhoopt toch mis gaat ik – schuilend in onze kelder- de roetveegpiet toegespeeld krijg.
Ai ai ai
Geplaatst op: november 21, 2025
De titel van deze Vrijmiblo moet je als ‘uitroep’ of ‘verzuchting’ lezen. Ik zei het hardop tegen mezelf nadat ik las over een advocaat die op de vingers was getikt door de rechtbank Rotterdam wegens het aanvoeren van niet bestaande jurisprudentie. De rechtbank oordeelde:
“In de conclusie van antwoord heeft Dwaard verwezen naar (vermeende) uitspraken van de Hoge Raad ten aanzien van het handelsnaamrecht, met vermelding van een (vermeend) ECLI-nummer. Geen enkele van de aangehaalde (vermeende) arresten heeft betrekking op het handelsnaamrecht. Sommige ECLI-nummers horen bij strafrechtelijke uitspraken, andere bestaan in het geheel niet.“
In mijn Vrijmiblo “mr. Chat” vertelde ik al over brieven die ik ontving met daarin vermeende jurisprudentie die vervolgens helemaal niet bleek te bestaan. Dat gebeurt overigens steeds vaker. Vorige maand ontving ik zelfs een verweer van een door mij aangeschreven ondernemer die dat hele verweer had laten schrijven door AI en dat ook nog eens vermelde aan het einde van het verweer. Dat particulieren zich bedienen van AI; daar kan ik me wel iets bij voorstellen. Maar dat advocaten klaarblijkelijk door AI gegenereerde teksten één op één omzetten in processtukken was mij (nog) niet bekend. De rechtbank Rotterdam hield het overigens bij een vermanend vingertje en overwoog dat de onjuiste verwijzingen geen invloed hadden op de uitkomst en dus onbestraft bleven. Nee, dan Amerika; daar kreeg een advocaat een boete van vijfduizend dollar vanwege het aandragen van niet bestaande jurisprudentie, aldus dit artikel. Het was de rechtbank zelf overigens die de boete aan de advocaat oplegde.
Dat het in deze Vrijmiblo weer over AI gaat zegt enerzijds wellicht iets over mijn haat-liefde verhouding met deze ontwikkeling, anderzijds zegt het ook iets over het huidige tijdsgewricht. In ons clubblad, Het Advocatenblad, wordt denk ik iedere editie wel een artikel over het gebruik van AI in de juridische wereld geschreven en ook ik ben ondertussen om. Ik gebruik sinds een tijdje een AI-zoekmachine die als bron alleen de uitspraken gepubliceerd op rechtspraak.nl gebruikt. Deze zoekmachine neemt mij werk uit handen. Met het invoeren van een goede prompt tovert hij (of zij?) in no-time een verslag van de relevante jurisprudentie met (werkende) links naar de uitspraken tevoorschijn. Ik gebruik het vooral om snel juridische grondslagen te zoeken voor door mij gewenste standpunten in een zaak en snel een overzicht te krijgen van de relevante jurisprudentie.
Toch gaat het ook bij dit programma wel eens fout. Recent vroeg ik om uitspraken over het verrekenen van een transitievergoeding met schadevergoedingen in een letselschadezaak. Met een verwijzing naar een specifieke uitspraak meldde deze tool mij dat de rechtbank Den Haag geoordeeld had dat het redelijk is om een transitievergoeding niet te betrekken in de afwikkeling van een letselschadezaak. Daadwerkelijke lezing van de uitspraak leerde mij dat de rechtbank exact het tegenovergestelde had geoordeeld. Had ik niet de moeite genomen het vonnis ook daadwerkelijk zelf te lezen en had ik het AI-standpunt klakkeloos overgenomen in mijn processtuk was ik goed nat gegaan.
Als lezer van deze Vrijmiblo denk je wellicht dat het mooi zou zijn als er iemand is die je door AI geschreven stukken toch nog even kan controleren. Die lezer moet ik dan toch nog een keer attenderen op het Punt Advocatuur juridisch ondernemers abonnement. Als abonnementhouder kun je immers je AI geschreven documenten kosteloos laten controleren. Dat AI mijn werk gaat veranderen staat buiten kijf. Maar zolang AI fouten blijft maken vrees ik niet voor mijn bestaan als advocaat.
Emigreren
Geplaatst op: oktober 31, 2025
Deze herfstvakantie hebben Judith en ik een weekje doorgebracht in Andalusië. Vrienden van ons zijn kortgeleden geëmigreerd naar Almeria. Om met eigen ogen te zien wat hun heeft bezield en waar ze terecht zijn gekomen hebben we een vlucht geboekt naar Granada. Daar verbleven we eerst drie nachten. We hadden een Airbnb recht tegenover het Alhambra. Naast het bezoek aan onze vrienden wilden we dit werelderfgoed ook graag bewonderen. We dachten anderhalve week voor onze aankomst dat het verstandig zou zijn om alvast kaartjes te bestellen. Mooi op tijd dacht ik. Althans, dat dacht ik tot dat moment. Alle kaartjes voor het Nasrid paleis, de must see binnen het Alhambra, waren al stijf uitverkocht. We moesten het doen met tickets voor de overige bezienswaardigheden binnen de muren van het fort. Ook die waren gelukkig zeer de moeite waard. Na drie dagen Granada zijn we met de trein naar Almeria gegaan. Een ons onbekende stad aan de boorden van de Middellandse Zee omringd door kilometers aan kassen en woestijnachtige heuvels. Weinig toeristen, heel veel studenten, een mooie oude binnenstad en wederom een heus fort dat hoog boven de stad uittorent; het Alcazba. Onze vrienden hebben het uitstekend voor elkaar. Ze hebben de Spaanse levensstijl al een beetje omarmd en maken zich niet zo snel druk om dingen. Uiteraard gaat hun emigratie gepaard met ik-vertrek-achtige taferelen en hebben ze meer dan kennis gemaakt met de Spaanse bureaucratie en de langzaam draaiende molens van gemeenten, banken en andere autoriteiten. Bij sommige van hun anekdotes hoorde je de sarcastische voice-over van “Ik vertrek” licht spottend zijn verhaal doen.
Onze vrienden hebben in Nederland alles verkocht en zijn zonder echt plan vertrokken naar Spanje. “We zien wel waar we uitkomen en zien dan wel wat we daar gaan doen” vertelden ze toen ze ons deelgenoot maakten van hun plannen. Ze zijn dus in Almeria terecht gekomen maar weten nog niet wat ze willen gaan doen. Als je in Nederland je banen opzegt, huis en haard (goed) verkoopt en in Spanje een appartementje huurt hoef je gelukkig ook niet direct weer wat te gaan doen.
In mijn letselschadepraktijk heb ik al enkele slachtoffers bijgestaan die na de afwikkeling van hun letselschadezaak ook besloten om te gaan emigreren. Overigens altijd slachtoffers die door een ongeval volledig arbeidsongeschikt raakten. Enerzijds omdat ze binnen Europa hun WIA-uitkering mee konden nemen en geen re-integratie verplichtingen meer hadden maar vaak ook omdat de warmte in zuidelijke landen hun klachten verbeterden/verlichtten. In principe is het zo dat, als een letselschadezaak is afgewikkeld, het slachtoffer volkomen vrij is in het uitgeven van de schadevergoeding. De schade wordt begroot op een zodanige wijze dat het slachtoffer in financiële zin net zoveel inkomen heeft als ware hem/haar het ongeval niet overkomen. Bij volledige arbeidsongeschiktheid dus het bedrag dat het verschil is tussen een maandelijkse WIA-uitkering en het maandelijkse salaris dat het slachtoffer zonder ongeval zou hebben kunnen verdienen alsook het verschil in het uiteindelijke maandelijkse pensioen met en zonder behoud van hun baan. De schadevergoeding wegens het verlies aan verdienvermogen is dus eigenlijk bedoeld om iedere maand het inkomen en/of het pensioen aan te vullen. Als het slachtoffer er vervolgens voor kiest die schadevergoeding aan te wenden voor de aanschaf een nieuwe Mercedes (echt gebeurd) of aan een (al dan niet tweede) huis onder de Spaanse zon is dat volledig de vrije keuze van het slachtoffer zelf. Terug naar onze geëmigreerde vrienden. Ook zij kozen er bewust voor alles achter zich te laten en te vertrekken. Terug in het vliegtuig bekroop mij de vraag; “Zou ik dat ook willen? Alles verkopen en emigreren”. Ik was er snel uit. Ik durf dat helemaal niet. Daarbij realiseerde ik me direct dat ik mijn werk nog veel te leuk vind om te stoppen en wellicht belangrijker, waar moeten mijn Vrijmiblo’s dan over gaan?
Geplaatst op: oktober 17, 2025
Voor dit vierde kwartaal staat weer een reclamecampagne op de planning. Zoals ik al eerder schreef maak ik reclame voor mijn letselschadetak. Punt Letselschade moet het vooral hebben van mond-op-mond-reclame maar een beetje regionale naamsbekendheid kan uiteraard geen kwaad. Om die reden ben ik weer gestart met reclame-uitingen op de tv-schermen in de Jumbo’s in en om Emmen. Ook wilde ik weer een advertentiecampagne beginnen op Facebook. Mijn marketeer Ton had bedacht dat een oude Vrijmiblo over de helmplicht met een foto van mij met fietshelm belangstellende en nieuwgierige Facebookscrollers zou aantrekken. “Leuk bedacht”, vond ik. Facebook dacht daar anders over. Toen Ton de advertentie wilde plaatsen ontving hij van Facebook de volgende mededeling: “Advertentie kan niet worden weergegeven.” Ter toelichting berichtte Facebook:
“Je advertentie kan zijn afgewezen omdat deze politici vermeld of over gevoelige maatschappelijke kwesties gaat die invloed kunnen hebben op de publieke opinie, hoe mensen stemmen en de uitkomst van verkiezingen of wetsvoorstellen.” (spel en schrijffouten zijn van Facebook)
Wat stond er dan in de advertentie vraag je je af? Nou, niet zo veel. Naast een niet al te charmante foto van mij met een fietshelm stond de tekst: “Helmplicht? Niet alleen voor fatbikes volgens mr. Han Venema”. Daarbij was de link opgenomen naar de Vrijmiblo met de titel ‘Helmplicht’. Een vrij onschuldige advertentie lijkt me, met een vrij onschuldige tekst. Maar klaarblijkelijk is in deze tijd van nepnieuws, internettrollen en haatcampagnes iedere verwijzing naar een politiek onderwerp levensgevaarlijk. Ton heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering deze advertentie te plaatsen. Volgens Facebook moet een advertentie die in haar ogen politiek gekleurd is worden geverifieerd. Dat kan door jouw identiteit te bevestigen en aan te geven wie de advertentie betaalt. Ook dat heeft Ton gedaan. Hij heeft doorgegeven dat de advertentie wordt geplaatst en betaald door Punt Advocatuur. Het heeft niet mogen baten.
Klaarblijkelijk is de helmplicht volgens Facebook een politiek onderwerp. Ik deed een klein onderzoek naar welke politieke partijen de helmplicht in hun verkiezingsprogramma hebben staan. En het onderwerp is inderdaad meer politiek dan ik dacht. De VVD, NCS en PVDA/GL hebben in hun verkiezingsprogramma staan dat ze een helmplicht willen voor fatbike rijders en fietsers op een elektrische fiets. De PVV wil alleen een helmplicht en een leeftijdgrens voor fietsers op een fatbike. De helmplicht voor de elektrische fiets, daar moet de PVV niets van weten. “Daar blijven we van af!” aldus haar programma. Opvallend vind ik dat de partij, die bij uitstek moet opkomen voor een bevolkingsgroep die er volgens mij er verstandig aan doet een helm te dragen, 50 Plus, niet voor een helmplicht is. Zij vertrouwt volgens haar programma op ‘goede voorlichting”. Een partij als Forum voor Democratie maakt zich helemaal niet druk over de helmplicht, daarover zal je niets vinden in het programma. Als je bij FVD zoekt op ‘helm’ vind je “Keizer Wilhelm” in een stuk waarin staat dat Nederland een geschiedenis kent van neutraliteit. De Duitse Keizer kreeg in 1899 asiel in Nederland en werd niet uitgeleverd aan het Internationaal hof, aldus de FVD.Dat er toen geen Internationaal Strafhof bestond is klaarblijkelijk niet relevant, maar dat terzijde.
Politiek en politiek beladen onderwerpen zijn dus taboe als het gaat om adverteren op Facebook. Ik heb Ton daarom voorgesteld te adverteren met de Vrijmiblo “Worteltjestaart”. Of zal daarover iets in de het programma van de Partij voor de Dieren staan?
Buddy
Geplaatst op: oktober 3, 2025
Terwijl ik vandaag eigenlijk wilde gaan beginnen aan een Vrijmiblo over adverteren op Facebook realiseer ik me dat ik nog nooit een blog heb geschreven over mijn buddy. En dat terwijl ik al langer een buddy heb dan ik advocaat ben. Sterker; zonder deze buddy zou ik waarschijnlijk niet eens advocaat zijn geworden. Dat vraagt wellicht om enige toelichting.
Mijn buddy heet Eric. Ik heb Eric leren kennen toen we ons -halverwege de jaren negentig van de vorige eeuw- samen als werkloze juristen hadden aangemeld voor een postacademische opleiding letselschade. Eric en ik hebben allebei rechten gestudeerd in Groningen en hadden allebei moeite met het vinden van een eerste ‘echte’ baan. Dat lag niet aan ons zelf of aan onze cijferlijsten; dat lag aan de tijdgeest. Eind vorige eeuw lagen de banen voor juristen niet bepaald voor het oprapen.
We konden gelijk goed met elkaar overweg. Dat had waarschijnlijk te maken met het feit dat we nog niet uitgestudeerd waren of beter gezegd niet ‘uitgestudent’ waren. Het leven als student vaarwel zeggen vonden we allebei best lastig.
Tijdens de opleiding werd ons opgedragen een buddy te zoeken; een medestudent waarbij je steun kon zoeken als er iets niet goed zou gaan. Mijn keuze viel op Eric en gelukkig was dat wederzijds. Waarschijnlijk omdat we al snel door hadden dat naast de serieuze bedoeling van het zijn van buddy’s we met z’n tweeën vooral heel veel plezier konden maken. Het heeft gewerkt want ik herinner me die postacademische periode als een heel plezierige. Na het behalen van onze diploma’s ging Eric werken bij FBTO in Leeuwarden. Ik bij Univé in Assen.
Normaliter zou het verhaal daar afgelopen zijn. Je verliest elkaar uit het oog en daarmee uit het hart. Ik heb verder met niemand contact gehouden maar met Eric wel. Zelfs toen hij de overstap maakte naar de Pals Groep hielden we contact. De Pals Groep was een kantoor dat enkel voor slachtoffers optrad en Eric probeerde mij er van te overtuigen dat ik voor de ‘verkeerde kant’ werkte. Ik vond als beginnende werknemer bij een verzekeraar dat juist Eric heulde met de vijand. De Pals Groep stond er toen om bekend de luis in de pels van verzekeraars te zijn. Ik hield Eric voor dat ik nooit zo’n ‘luis’ zou worden.
Medio 1997 belde Eric mij met de mededeling dat ze bij Pals Emmen medewerkers zochten. Dat was echt iets voor mij volgens Eric en hij had bij wijze van spreken al een gesprek voor mij ingepland. Enige tijd later reed ik daarom in mijn Citroën CX vanuit Assen naar Emmen in plaats van terug naar Groningen om daar aan te horen wat deze luis in de pels mij te bieden had. Dat bleek heel wat. De Pals Groep was voor mij een opstap naar de advocatuur en bij de oprichting van het advocatenkantoor op 1 januari 1998 trad ik daar in dienst. In 2003 werd ik mede-eigenaar van het kantoor samen met Eric die overkwam van de Pals Groep. Mijn buddy als mede eigenaar was overigens geen garantie voor zakelijk succes. Na ongeveer tien jaar lief maar ook leed te hebben gedeeld vertrok Eric weer terug naar de Pals Groep. Ik ging als enig aandeelhouder in het kantoor verder. Eric en ik hielden veel contact. We sparden over inhoudelijke zaken, roddelden over (oud)collega’s en stonden gevraagd en ongevraagd voor elkaar klaar met adviezen.
Eric werkt ondertussen aan de overkant. Niet letterlijk, nee, hij werkt nu voor een kantoor dat verzekeraars bijstaat in de afwikkeling van letselschadezaken. Heeft dat wat gedaan met onze relatie? Nee, helemaal niet. Nog steeds sparren we over zaken en bespreken we mogelijke oplossingen in moeilijke gevallen. Het maakt daarbij niet uit aan welke kant we staan. Ik gun iedere beginnende onder- of werknemer een Eric!
De honderdste!!
Geplaatst op: september 19, 2025
Vandaag publiceer ik mijn honderdste Vrijmiblo. Voor mij een mijlpaal. Dat had ik oprecht niet bedacht toen ik de titel van mijn eerste Vrijmiblo (“Worteltjestaart”) typte; dat er wel honderd zouden volgen. Ook niet dat de Vrijmiblo’s zo enthousiast onthaald zouden worden. Het schrijven van de Vrijmiblo heeft echt iets met mij gedaan. Ik merk bij mezelf dat ik het oprecht leuk vind om iedere veertien dagen weer iets te verzinnen waarvan ik hoop dat het de lezers interesseert. Omdat ik altijd wel actueel probeer te zijn houdt het mij ook scherp op wat er om me heen – niet alleen op mijn vakgebied- gebeurt. Daarbij realiseer ik mij dat mijn interesse voor taal, wat taal kan doen met de lezer (en de schrijver) en mijn plezier in het schrijven zelf is toegenomen. Voor iemand die vaak lange en saaie processtukken en pleitaantekeningen moet schrijven is dat een mooie bijkomstigheid.
Als schrijver van de Vrijmiblo beleefde ik afgelopen april mijn (voorlopig) hoogtepunt door het bundelen en uitgeven van veertig van mijn (minst beroerde) Vrijmiblo’s in boekvorm. Het maken van de bijpassende foto’s (door Peter Timmer) en de droge en af en toe kritische kanttekeningen van Ton Munneke zorgden voor veel plezier bij het samenstellen van het boekje. Maar nu ik het boekje weggeef en de reacties van de ontvangers ronduit positief zijn, vervult mij dat ook wel met een trots gevoel. Afgelopen week nog ontving ik foto’s van een lezer die op vakantie in Indonesië mijn boekje las. Ik zeg bij het weggeven van het boekje altijd dat het mijn visitekaartje is. “Als je dit leest weet je wie ik ben en wat mij bezighoudt’ vertel ik de ontvangers altijd. En zo is het ook.
Uiteraard kent het schrijven van de Vrijmiblo’s nog altijd een achterliggende commerciële bedoeling. Niet dat je voor het volgende bundeltje naar de boekhandel moet en ervoor moet gaan betalen, maar wel dat het schrijven en publiceren van de Vrijmiblo’s mij moet helpen aan nieuwe opdrachten. Ik hoop dat de lezers van de Vrijmiblo’s mijn naam onthouden en als ze ooit eens hulp nodig hebben aan mij denken. Of dat nou gaat om ondernemers of letselschade slachtoffers door het schrijven van de Vrijmiblo’s hoop ik dat mijn naam ergens in hun achterhoofd blijft hangen. Om die reden houd ik ook altijd bij hoeveel duimpjes ik scoor op LinkedIn en welke Vrijmiblo’s het goed en welke het minder goed doen.
Ik begreep van Ton dat de wijze waarop ik op LinkedIn publiceer niet echt bevorderlijk is voor de hoeveelheid impressies (daaraan meet ik het succes af). Ton vertelde mij omdat ik alleen de link naar de website plaats, LinkedIn niet echt haar best voor mij doet om zo veel mogelijk lezers te bereiken. Want het klikken op de link betekent immers dat je van LinkedIn afgaat. Ik zou er dus beter aan doen de hele Vrijmiblo te plaatsen als bericht en niet enkel de link. Maar ik plaats de link nu juist omdat ik meer mensen naar mijn website wil laten gaan. Daar worden ze immers geconfronteerd met die vervelende pop-ups die de argeloze lezer moet verleiden informatie aan te vragen en contact te leggen. Een welhaast duivels dilemma dus.
Ik denk dat Ton overigens wel gelijk heeft. De post met de meeste reacties en impressies was de post van de foto waarop ik het eerste exemplaar van het boekje officieel overhandig aan mijn vader. Die post had geen link en werd het meest gezien en geliket. Om die reden heb ik voor deze honderdste Vrijmiblo een list verzonnen. In de tekst op LinkedIn die naar de link verwijst heb ik een prijsvraag opgenomen ter ere van deze Honderdste Vrijmiblo. Hopelijk levert dat niet alleen enthousiaste prijswinnaars op maar ook meer impressies omdat er toch iets meer op LinkedIn staat dan alleen de link. Voor de lezers op de website die zich afvragen waar dit allemaal over gaat. De prijsvraag luidt: ”Wat is de titel van de Vrijmiblo waarin ik schrijf dat Judith en ik in een arrest van de Hoge Raad zitten?” Onder de goede inzenders verloot ik 5 keer een flesje niet te beroerde wijn.