DD-Reizen
Geplaatst op: mei 13, 2022
Deze week viel mijn oog op een klein artikeltje in de krant. Het ging over de langdurige strijd tussen de curatoren in het faillissement van D-reizen en de voormalige eigenaren van dit failliete reisbureau. De kopt luidde: “Oud-eigenaren D-reizen krijgen 450.000 euro voor merknaam”.
Onwillekeurig moest ik terugdenken aan een zaak uit 2007 waarbij een toenmalige klant van ons kantoor werd gedagvaard door datzelfde D-reizen. In dat jaar had D-reizen een reclamecampagne gestart bestaande uit (eerlijk gezegd) nogal flauwe woordgrappen. D-reizen maakte reclame met teksten als “Curagauw” en “Meteenarife”. Een Noordelijk bekende textielketen vond dit zo’n flauwe reclame dat zij als parodie T-shirts liet bedrukken met op de voorkant “DD-reizen” en op de achterkant, “Costa del Snol”. Deze gele T-shirts werden in haar winkels aangeboden en verkocht.
Nadat een medewerker van D-reizen deze T-shirts had ontdekt en daarop de directie was ingelicht duurde het niet lang of er viel een boze brief op de mat van onze klant. De T-shirts waren volgens D-reizen een inbreuk op hun merkrecht en tevens een inbreuk op hun eer en goede naam. Met deze brief kwam de klant bij ons op kantoor. De klant zelf vond het in eerste instantie een geweldige stunt en zag niet in dat deze grap kon leiden tot enige inbreuk van het merk van D-reizen, laat staan dat het het reisbureau schade zou berokkenen. Hoewel we namens de klant probeerden de boel nog wat te sussen en probeerden D-reizen ervan te overtuigen dat het vooral als ludieke actie was bedoeld zag D-reizen de grap er niet van in en kondigde een kort geding aan.
Ons advies aan de klant was dat een procedure zeer risicovol was en dat de kans op verlies en de daarmee gepaard gaande kosten groot was. De klant besloot het er echter toch op aan te laten komen.
Ondertussen was de pers op de hoogte (gebracht?) van het conflict tussen beide partijen en werd er in de aanloop naar de procedure al veelvuldig over de zaak geschreven in de plaatselijke en landelijke pers. Dat mijn klant daarin met naam en toenaam werd genoemd legde haar overigens geen windeieren. De T-shirts vlogen de winkel uit en de sympathie voor deze klant met humor -als ware zij een soort David tegen de Goliath van de reiswereld- groeide in aanloop naar de zitting.
Tijdens de zitting was het overigens al snel duidelijk welke kant het op zou gaan. Het verweer dat de klant het recht had een parodie te maken op de reclame van D-reizen, dat staat in artikel 18b van de Auteurswet, werd door de rechter -wellicht gespeend van enig gevoel voor humor- resoluut terzijde geschoven. Partijen werden de gang op gestuurd met het voorlopig oordeel van de rechter dat onze klant met het gebruik van de term DD-reizen inbreuk had gemaakt op het merkrecht van D-reizen en de eer en goede naam had aangetast.
Tijdens de onderhandelingen werd een schikking tussen partijen bereikt. Onze klant beloofde alle T-shirts uit de winkel te halen en te vernietigen. Ook kwamen partijen overeen dat onze klant een boete zou betalen in de vorm van een donatie aan een door D-reizen aan te wijzen goed doel.
Een duidelijke nederlaag voor mijn klant zou je denken?
Nee. Integendeel. Mijn klant kreeg door dit kort geding landelijke (positieve) aandacht en haalde naar ik me meen te herinneren zelfs het achtuurjournaal.
En de T-shirts? Die werden uit de handel gehaald en de al eerder verkochte exemplaren werden op Marktplaats aangeboden voor astronomische hoge bedragen. Het DD-reizen T-shirt was in één klap een collectors-item geworden.
Objection!
Geplaatst op: april 29, 2022
Als ik op verjaardagfeestjes mensen vertel wat voor werk ik doe is de reactie al snel. “Oh, advocaat. Dat lijkt me zo leuk. Getuigen ondervragen tot ze zichzelf verraden en iedere keer “Objection, Your Honor!” roepen”. Ik vertel ze dan dat het er in de Nederlandse rechtbanken – en zeker in mijn soort zaken- een stuk saaier aan toe gaat.
Het klassieke pleiten voor een jury zoals zo vaak gebeurt in series op bijvoorbeeld Netflix en waarbij een (strafrecht)advocaat pleitend uit zijn hoofd een hele jury bekeert, komt in Nederland niet voor. Sterker; het echte pleiten, dus een zitting waarin advocaten eigenlijk alleen maar hun standpunten toelichten en de rechter inactief luistert, komt bijna nooit meer voor.
Tegenwoordig worden zaken al snel behandeld op een comparitie na antwoord waarin de rechter vaak alles behalve inactief is. Ook het pleiten wordt sterk aan banden gelegd en zelfs ontmoedigd. Soms wordt het je toegestaan ‘spreekaantekeningen” voor te lezen maar die mogen dan vooral niet te lang zijn. Stiekem denk ik dat rechters het maar lastig vinden dat ze bij een comparitie de advocaten van partijen eerst het woord moeten geven. De ene rechter laat dat overigens duidelijker blijken dan de andere.
Recent had ik een weer eens een comparitie. Niet na antwoord maar na dupliek, na het laatste schriftelijke stuk. Corona had een eerdere zitting verhinderd. Uit het tussenvonnis bleek mij wie de rechter was die de zaak behandelde en uit ervaring wist ik dat deze het lastig vindt om te luisteren naar wat de advocaten te zeggen hebben. Ik had mijn klant daar ook op voorbereid. Ik zond hem mijn spreekaantekening op voorhand en vertelde hem ook nog voor de zitting dat mijn ervaring was dat deze rechter partijen wel eens ruw wilde onderbreken tijdens hun spreektijd.
Ook nu gebeurde dat weer.
In een zaak waarin ik vond dat de eisende partij te laat een eiswijziging had doorgevoerd – na dupliek en voorafgaand aan de zitting- wilde ik daar eerst iets over zeggen. Ik wilde mij daartegen verzetten met een beroep op de goede procesorde. Uiteraard had ik mijn huiswerk gedaan en had ik citaten opgeschreven uit uitspraken waarin andere rechters – onder volgens mij gelijke omstandigheden- ook de mening waren toegedaan dat het wijzigen van de eis zo laat in de procedure in strijd was met de goede procesorde. Ik had mijn klant (gelukkig) wel verteld dat de kans dat de eiswijziging niet zou worden toegestaan heel klein was.
Ik was nog niet begonnen met mijn verhaal of werd wreed onderbroken door de rechter die interrumpeerde: “Sinds wanneer mag een partij haar eis niet wijzigen? Dat mag volgens artikel 130 Rv totdat er eindvonnis is gewezen!” Ik vertelde de rechter dat het te doen gebruikelijk is dat advocaten eerst de gelegenheid krijgen hun standpunten toe te lichten en dat de rechter vervolgens een uitspraak daarover doet. De rechter liet duidelijk non verbaal merken dat hij niet overtuigd wilde worden. Door mij direct te interrumperen en dus als het ware “objection” te roepen had hij zijn standpunt eigenlijk al duidelijk gemaakt.
Nadat de eerst de rest van de zaak werd besproken tussen partijen en de rechter en een schikking op de gang op niets uitliep, bood de rechter mij zijn excuses aan. Hij had me moeten laten uitspreken, zei hij. Kijk, dat is uiteraard wel leuk – zo’n excuus- maar is wel een beetje mosterd na de maaltijd. Als ik mijn klant niet van te voren had gewaarschuwd voor de grillen van deze rechter en hem niet had verteld dat ons verweer tegen de eiswijziging niet veel kans zou maken had mijn klant – direct na de onderbreking door de rechter- misschien gedacht dat ik mijn vak niet verstond. Nu dacht hij dat wellicht van de rechter.
Familietoernooi
Geplaatst op: april 8, 2022
Tijdens mijn studententijd in Groningen was ik lid van studentenvolleybalvereniging Donitas. Mede vanwege de toenmalige studieomstandigheden; een basisbeurs, geen verplicht studieadvies en de lange duur van mijn studie, koester ik warme herinneringen aan die tijd. Niet in de laatste plaats omdat ik daar mijn huidige vrouw ontmoette.
Omdat het bloed kruipt waar het niet gaan kan is mijn dochter ook gaan volleyballen. Eerst in Emmen maar toen ze ging studeren in Groningen bij (uiteraard) Donitas. Liefkozend wordt ze binnen de club Doni-baby genoemd. Eerst dacht ik dat het een studentikoze benaming was voor een eerstejaars maar het bleek de naam te zijn voor leden van wie beide ouders gevolleybald hebben bij Donitas. Naast mijn dochter lopen er dus meerdere Doni-baby’s rond, zo vertelde ze.
Uiteraard mochten we dus ook niet ontbreken op het Donitas familietoernooi.
Met onze basketballende zoon in onze gelederen en niet ingeschreven op het hoogste niveau zou het toch mogelijk moeten zijn om wat andere families te verslaan. Niets bleek minder waar, waarbij ik dan vooral de hand in eigen boezem moet steken. Nu had ik vanaf 1998 al niet meer echt gevolleybald maar ik had tot een paar jaar terug nog wel volleybaltraining geven en af en toe eens mee gedaan. Ik zou het toch nog wel moeten kunnen. Wederom was niets minder waar. Hoewel in mijn hoofd mijn techniek en mijn motoriek nog puntgaaf leken bleek al snel uit de door de kinderen gemaakte filmpjes dat het er niet uitzag. Een oude motorisch gestoorde man die dacht dat hij het nog wel kon. De pijn van het verliezen stond overigens in geen verhouding tot de pijn in alle gewrichten en ledematen in de week erna maar dat terzijde.
Toen ik de maandag erop op kantoor een letselschadedossier opensloeg maakten mijn pijnlijke knieën overigens al snel plaats voor plaatsvervangende schaamte. Wat liep ik nou te mokken dat ik het niet meer kon.
Het betrof een dossier van een slachtoffer van een verkeersongeval dat daarbij een dwarslaesie opliep. Van het ene op het andere moment zag hij zijn leven als jonge vader veranderen in dat van een zwaar gehandicapte en hulpbehoevende vader. De man was door een appende vrachtwagenchauffeur van achteren aangereden. Na jarenlange revalidatie was mijn klant vooral door een ontiegelijk groot doorzettingsvermogen en mede door voorschotten van de verzekeraar van de vrachtwagen erin geslaagd weer iets van een ‘normaal’ bestaan op te bouwen. Zijn zaak loopt nu al meer dan vier jaar. In die periode is zijn hele huis aangepast, heeft hij zijn werk in aangepaste vorm weer voor een deel kunnen hervatten en staat hij ogenschijnlijk positief in het leven en kijkt hij uit naar hetgeen de toekomst hem brengt.
Terwijl ik zijn dossier weer doorlees en mij zet aan een mail naar de verzekeraar waarin ik nieuwe bevoorschotting verzoek realiseer ik me hoeveel veerkracht letselschadeslachtoffers vaak laten zien. Slachtoffers blijken in staat zich al snel te verhouden tot de nieuwe werkelijkheid. Vaak zitten ze niet bij de pakken neer en pakken ze zo goed en zo kwaad ze kunnen de draad weer op. Het blijft mooi om daarbij te kunnen helpen. Door het vorderen van financiële ondersteuning maar door ook het regelen van hulp in natura of door derden in te schakelen die letterlijk hulp verlenen. Een schaderegelaar vroeg eens aan een klant van mij: “Ben je weer de oude?”. Hij antwoordde: “Nee, ik ben de nieuwe”. Dat vond ik prachtig verwoord.
Als ik dus weer een familietoernooi heb zal ik mezelf dan ook voorhouden dat niet oude tijden herleven maar nieuwe tijden aanbreken. Tijden waarin ik de rest van de familie vanaf de kant ga aanmoedigen.
HV doet wat ie belooft!
Geplaatst op: maart 18, 2022
Het voorjaar; de tijd van het jaar waar we met zijn allen naar uitkijken, toch?
In deze bijna post-Coronatijd van oorlog en desinformatie zal ik in ieder geval proberen elke zonnestraal met een glimlach te absorberen.
Het voorjaar betekent voor menig huis- en tuinbezitter een tijd van verplichte tuinwerkzaamheden. Ook ik ontkom daar niet aan. Ik woon in het oude centrum van Emmen aan de rand van het vroegere Noorderdierenpark en ben gezegend met eeuwenoude eiken achter onze tuin. Maar deze door mij getelde zegeningen hebben ook een keerzijde. In de herfst kliko’s vol bladeren en eikels en in het voorjaar een groene waas op de stoepen en het terras. Ieder jaar moet ik thuis weer beloven dat ik het straatwerk ontdoe van deze groene waas. Zo ook dit jaar.
Gelukkig zag ik vorige week een buurvrouw thuiskomen met grote plastic flessen van het bekende huishoudmerk met twee hoofdletters. Ze had groene-aanslagreiniger gekocht. Het merk zou doen wat het beloofde, zo luidde althans de reclameslogan. Op de fles stond een foto van een terras waarvan de ene kant een groene kleur had, net zoals mijn terras, en aan de andere kant stond een terras zonder die groene waas en met helderdere rode bakstenen. Op de achterzijde stond:
“Na het aanbrengen van het product is de algengroei binnen 36 uur geheel verdwenen.”
Onmiddellijk toog ik naar de bouwmarkt en sloeg voor de zekerheid een groot aantal flessen in. Vervolgens had ik binnen het uur alle terrassen, de oprit en de stoepjes bespoten met dit wonderspul. Zo makkelijk was ik er nog nooit van afgekomen.
De aanprijzing van dit product loog er niet om. Ik was dan ook vol vertrouwen. Toch werd dat vertrouwen geschaad. Na 36 uur werd het beloofde verschil zoals op de foto op de fles bij lange na niet gehaald. Hoezo; doet wat het belooft?
Als je als consument een product hebt gekocht en meent dat de reclame daarvoor iets beweert wat niet juist is, kun je een klacht indienen bij de Reclame Code Commissie (RCC). Uiteraard heb ik gezocht maar ik kon daar geen uitspraak vinden over de groene-aanslagreiniger. Wel een uitspraak over datzelfde merk maar dan over haar Strijkboutreiniger. Uit de uitspraak blijkt:
“Op de verpakking staat, in verschillende talen, de tekst “strijkboutreiniger”, met hiernaast een afbeelding van de onderkant een strijkbout waarvan een gedeelte zichtbaar gereinigd is met behulp van het bewuste product.”
Een ontevreden strijkbouteigenaar die na het gebruik van de reiniger zijn strijkbout nog net zo vuil zag zijn als ik mijn terras, had bij de RCC geklaagd. De uitspraak van de RCC stelde mij echter teleur. Die luidde:
“Door deze afbeelding en tekst op de voor en achterzijde van de verpakking wordt de verwachting gewekt dat het product een reinigende werking heeft, maar niet dat iedere te bedenken vervuiling door het product wordt verwijderd. Op de verpakking hoeft dan ook niet met zoveel woorden te worden vermeld dat de reiniger slechts bedoeld is voor normale vervuiling, zodat de klacht in zoverre niet slaagt.”
Klagen lijkt dus zinloos. Mij kennende zal de conclusie wel zijn dat mijn stoep meer dan normaal vervuild was.
Ik heb de hogedrukspuit er dus maar weer bij gepakt.
Omdat ik wel doe wat ik beloof!
Isolatie
Geplaatst op: maart 4, 2022
Terwijl het C-monster mij ook te pakken kreeg- twee jaar wist ik op een dagelijkse mix van vele soorten vitaminepillen voortvluchtig te blijven- en ik een paar dagen goed van de kaart was, realiseerde ik me dat deze pandemie toch wel een vreemd fenomeen met zich meebrengt; de isolatie.
Naast het feit dat je dit virus, althans de besmetting ermee, met heel veel mensen deelt, heeft het anders dan bij griep dus een vervelende bijkomstigheid, je moet immers in isolatie. In mijn geval betekende dat dat ik (minimaal) een week op de slaapkamer moest verblijven. Op zich lijkt dat niet erg en de eerste dagen waarin corona mij keelpijn en een gevoel van algehele malaise toebedeelde, was ik blij dat ik met de gordijnen stijf dicht niemand om me heen hoefde te dulden. Maar naarmate de invloed van het virus op mijn gestel afnam merkte ik dat isolatie wel erg vervelend is, waarschijnlijk vooral omdat ik het gewoon niet gewend ben. Wie wel overigens? Toen het steeds beter met me ging kwamen de slaapkamermuren wel erg op me af, bleek olympisch kunstrijden op de schaats -wel knap van die Nederlandse- ook niet alles en had ik Netflix ondertussen al bijna helemaal uit.
Ook op het werk heb ik uiteraard afspraken moeten afzeggen en verplaatsen. Gelukkig geen zittingen. Zittingen verplaatsen is momenteel niet te doen. Het verplaatsen wel maar het binnen afzienbare tijd opnieuw een datum krijgen lukt niet goed. Recent werd een in maart geplande zitting wegens een verhindering verplaatst naar september dit jaar.
Uit een recent artikel in het Advocatenblad blijkt dat de wachttijden bij de hoven en rechtbanken echt veel te lang zijn. Dat is ook mijn ervaring. Het is overigens niet alleen aan de rechterlijke macht te wijten en al zeker niet aan het arbeidsethos van die beroepsgroep, dat het allemaal zo lang duurt.
Ook de andere partijen betrokken bij procedures (en dan steek ik even de hand in eigen boezem) zorgen voor vertraging. Normaliter vindt in elke handelszaak (de zaken die ik doe) na de dagvaarding en de reactie van de tegenpartij er een zitting plaats, een mondelinge behandeling. Partijen worden daarvoor gevraagd hun verhinderdata aan te leveren. Verhinderdata zouden eigenlijk alleen die data moeten zijn waarop een partij en/of zijn/haar advocaat echt niet kunnen. Ik zie soms opgaven van verhinderdata waarvan ik denk – en ja, ook wel bij mezelf- is er überhaupt de komende drie maanden wel een datum die voor alle partijen uitkomt? Maar de werkdruk binnen de rechterlijke macht en de uitgebreide mogelijkheid al je verhinderingen op te geven als partij hebben tot gevolg dat wachttijden van een half jaar voor een zitting niet meer uitzonderlijk zijn.
Volgens mij nemen de rechtbanken ondertussen zelf ook actie. Ik krijg steeds vaker bericht van de rechtbank dat er een mondelinge behandeling gepland is op datum x en dat partijen als ze echt niet kunnen die dag een verplaatsing kunnen aanvragen. Wellicht is dat maar beter. Een makkelijk opnieuw te plannen afspraak zou anders op de lijst van verhinderingen staan en kan nu met een beroep op een gepande zitting verplaatst worden.
Laatst zei iemand tegen me – ik weet niet meer wie maar het zou mijn zus geweest kunnen zijn die zelf rechter is- dat de rechtbank gewoon drie data zou moeten prikken en partijen moeten dan zelf maar uitvechten welke van de drie het wordt. Wellicht is dat de oplossing.
Tot die tijd blijft het zaak mijn klanten erop te blijven wijzen dat hun procedure wel eens heel lang kan duren.
Samen
Geplaatst op: februari 11, 2022
Uiteraard schrijf ik zelf mijn Vrijmiblo’s. U had niet anders verwacht. Toch is de blog zoals u die uiteindelijk leest nooit alleen van mij. Ik heb een team van ghostwriters/redacteurs om me heen verzameld. Iedere blog die ik schrijf gaat in concept naar hen toe. Vervolgens komt de blog retour met allerlei correcties, aanpassingen, suggesties en tips. Het uiteindelijke gepubliceerde product is altijd het resultaat van een innige samenwerking.
Zo werkt het ook in mijn praktijk. Deze maand werk ik al weer 15 jaar samen met Dio Medas. Formeel mijn assistent, maar eigenlijk ook ghostwriter, redacteur, administrateur, receptionist, planner en ga zo maar door. Zonder Dio zou Punt Advocatuur geen Punt Advocatuur zijn. Zonder Dio zouden we niet het mooie cijfer van 9,5 op Advocaatscore hebben.
Op de keper beschouwd is overigens de klant ook vaak redacteur/ghostwriter. Het is in elke zaak immers van groot belang dat wat ik schrijf, zeg of produceer overeenkomt met hetgeen de klant voor ogen heeft. Toch laat een recente tuchtrechtelijke uitspraak goed zien dat het ghostwriterschap in de advocatuur zijn grenzen kent. In deze uitspraak van ons tuchtcollege ging het om het volgende:
Een letselschadeadvocaat stond een slachtoffer bij om zijn schade te verhalen na een ongeval. Nadat zijn klant een tweede ongeval kreeg, waarvoor dezelfde advocaat de schade diende te verhalen, vertelde de klant in een gesprek waarbij de advocaat en een vertegenwoordiger van de verzekeraar aanwezig waren dat hij na dat eerste ongeval geen schade had geleden en geen schadeclaim had ingediend. Dat was een leugen en de advocaat wist dat. De advocaat liet de leugen in stand, waarschijnlijk -maar dat blijkt niet uit de uitspraak- met een beroep op zijn geheimhoudingsplicht.
De Raad van Discipline oordeelde, nadat de leugen aan het licht kwam en de verzekeraar een klacht tegen de advocaat indiende, dat zij begrijpt dat een advocaat niet in een gesprek waarin zijn klant een leugen vertelt (met het oog op de geheimhoudingsplicht) direct zijn klant corrigeert. Maar, zo vervolgde de Raad, de advocaat had zijn klant moeten vertellen dat hij de zaak niet verder zou kunnen doen als de klant niet alsnog de waarheid zou vertellen. Door niets te doen handelde de advocaat in strijd met gedragsregel 8:
“De advocaat dient zich zowel in als buiten rechte te onthouden van het verstrekken van feitelijke informatie waarvan hij weet, althans behoort te weten, dat die onjuist is.”
Ik heb zelf ook eens een liegende klant bijgestaan. Ik werd in die zaak geconfronteerd met video-opnamen van de klant (schilder van beroep) die stelde dat hij volledig arbeidsongeschikt was na een aanrijding. Hij had mij gevraagd zijn inkomensschade te verhalen maar de verzekeraar vertrouwde de zaak niet. Hij was gevolgd door een door de verzekeraar ingeschakelde detective en wat bleek: hij schilderde er nog vrolijk op los. Hij was dagenlang gevolgd en iedere dag stond hij bij klanten te schilderen. Voormelde uitspraak leert me dat als ik die klant zelf had “betrapt” ik de zaak zou moeten neerleggen. Mijn geheimhoudingsplicht verbiedt me immers de opgedane wetenschap te delen met de tegenpartij maar mijn gedragsregels verbieden mij mee te werken aan de leugenachtige poging van dit “slachtoffer” om zijn schade te verhalen. Geloof me, ik heb de zaak van de liegende schilder direct uit mezelf neergelegd, op basis van mijn eigen morele kompas. Daar had ik geen gedragsregels voor nodig.
Klanten vertellen
Geplaatst op: januari 28, 2022
In mijn vorige blog deed ik eigenlijk een soort van oproep. Ik vroeg de lezers van mijn blog om mij te mailen/bellen met commentaar, tips, inzichten over de toekomst van de advocatuur in het algemeen en de verwachtingen ten opzichte van mijn kantoor in het bijzonder. Ik vroeg om feedback over mijn werk (voor u) als advocaat.
Behoudens een enkele aanmoediging om vooral door te gaan met de vrijmiblo, dank je Henk en Jaap, bleven mijn mailbox en voicemail angstvallig leeg/stil. Tuurlijk was het wishful thinking om te denken dat ik van het ene op het andere moment allemaal feedback zou ontvangen. Rome en Aken zijn ook niet in 1 dag gebouwd. Als ik meer wederkerigheid wil met mijn relaties dan is er meer nodig. Dan zal ik langs meerdere lijnen aan de slag moeten, testen doen, experimenten aangaan en daarvan leren en … uiteraard luisteren. En dat brengt me bij het volgende.
Ik heb mij inmiddels aangesloten bij Advocaatscore een site die reviews verzamelt. Ondertussen heb ik meerdere klanten uitgenodigd om mij een beoordeling te geven. Dat is uiteraard best spannend. We deden als kantoor wel aan klanttevredenheidsonderzoek maar enkel door na afloop van de zaak de klant een mailtje te sturen met een soort standaard enquête. We gebruikten het formulier uit het modellenboek van de orde van advocaten. Geloof mij, dat was zo uitgebreid dat de respons bijkans nihil was.
Advocaatscore is onderdeel van “klanten vertellen”. En uiteindelijk gaat het daar om. Wat vertellen klanten (anderen) over jou/jouw kantoor. Daarbij is het uiteraard van belang dat alle klanten ook iets kunnen vertellen. Onze beoordelingen staan sinds deze week online. De scores zijn tot op heden erg goed. Dat komt uiteraard ook omdat ik, op advies van Advocaatscore, eerst klanten actief heb benaderd om een review te schrijven. Ik heb dus eerst een tiental klanten gevraagd waarvan ik in elk geval de indruk had dat ze tevreden zijn over de dienstverlening van Dio en mij. Gelukkig bleek die indruk juist.
Nu de reviews gekoppeld zijn aan mijn site is en dus “live staan” ben ik benieuwd hoeveel klanten de moeite nemen een review achter te laten. Bezoekers van mijn site krijgen dus vanaf nu, net zoals bij Booking.com, te lezen wat bestaande klanten van ons vinden in de vorm van een cijfer en dat is goed. Want volgens mij is de beste reclame toch nog steeds mond-op-mond reclame. De echte verhalen van echte klanten. Tegenwoordig gaat dat steeds meer in digitale vorm.
Ook daarvoor wil ik eigenlijk meer ruimte gaan reserveren op mijn site. Onder het kopje “Cliënt aan het woord”, lijkt het me waardevol dat klanten een platform krijgen om iets over onze samenwerking te schrijven en ook iets te vertellen over hun eigen onderneming. Dus een aparte pagina waarin bedrijven zich kunnen voorstellen. Zo snijdt het mes aan twee kanten. Mijn klanten nemen kennis van de ervaringen van andere klanten met mijn kantoor maar kunnen wellicht ook onderling met elkaar in contact komen via deze nieuwe pagina op de site.
Uiteraard heeft een dergelijke rubriek wel wat haken en ogen. Al was het alleen al omdat mijn beroepsgroep een geheimhoudingsplicht heeft. Het is mij niet toegestaan aan u te vertellen wie mijn klanten zijn. Het beroepsgeheim gaat zo ver dat als een klant mij belt omdat er een geschil is met een andere klant is, ik formeel niet eens mag vertellen dat de beoogde tegenpartij klant van mij is.
Maar als het de klant zelf is die het leuk vindt te vertellen dat en waarom hij klant van mijn kantoor is en het leuk vindt om ook iets over zijn eigen bedrijf te vertellen?
Wie ben ik om dat geheim te houden!
Vlieland.
Geplaatst op: januari 14, 2022
Het wordt al bijna een traditie binnen ons gezin. Oud en nieuw vieren op Vlieland. Althans, mijn vrouw en ik vieren oud en nieuw op Vlieland, de kids op het vaste land met vrienden en sluiten nadien aan voor een (mid)weekje vakantie. Niets (denk ik) is lekkerder om het nieuwe jaar te beginnen. Dit jaar heb ik me zelfs gewaagd aan een (ongeorganiseerde, dus wilde) Nieuwjaarsduik.
Elke keer als ik in Harlingen weer op de boot stap naar Vlieland denk ik bij mezelf, “waarom verveelt dit eiland nooit?”. Wat is het dat we elk jaar (meerdere keren per jaar) naar dit ogenschijnlijk saaie eilandje afreizen. Waarom (als we toch in Harlingen zijn) niet eens naar Terschelling. Of, doe eens gek, Texel? Tijdens de anderhalf uur die de overvaart duurt denk ik dat vaak. Wat is het dat we zoeken naar het vertrouwde, het zekere, het bekende?
Doe ik dat in mijn praktijk eigenlijk ook niet? Hoewel mijn kantoor -als je vanaf de buitenkant kijkt- de laatste jaren erg is veranderd, van 4 vestigingen naar 1, van meerdere advocaten naar 1, is mijn eigen praktijk nauwelijks veranderd. Mijn werkgebieden ook niet. Ondernemerszaken en letselschadezaken.
Wat nieuw is en best spannend (in het begin) is het schrijven van de Vrijmiblo’s. Het is leuk te zien wie er reageert, hoe vaak het gelezen wordt en of er wellicht mensen reageren die niet tot mijn ‘connecties’ behoren. Maar wat vinden mijn klanten eigenlijk van mijn blogs? Lezen ze die? Vinden ze het interessant om te lezen wat ik naast mijn werk (voor hen) doe? Of zien ze liever meer inhoudelijke blogs zoals veel (meer) van mijn beroepsgenoten doen.
Terug naar de inleiding. Mijn praktijk is een soort Vlieland; vertrouwd, onveranderd, ik weet wat ik heb en echte keuzes hoef ik niet te maken. Volgens mij sta ik in dat licht wellicht symbool voor de advocatuur. Die is ook al jaren onveranderd. Hoewel al jaren wordt geschreven over het failliet van het ‘uurtje-factuurtje”, hoewel er steeds nieuwe kantoren bijkomen, sommigen noemen zich zelfs ‘boetieks’, hoewel advocaten innovatie prediken; feitelijk is de beroepsgroep de laatste decennia nauwelijks veranderd. In elk geval niet in Zuid Oost Drenthe.
Het nieuwe toverwoord in de berichten over innovatie is legal tech. Softwarematige ondersteuning binnen de advocatuur. Computerprogramma’s die het mogelijk maken juridische documenten eenvoudiger op te stellen en zelfs te laten beoordelen. Efficiënter met je uren omgaan, betere facturatieprogramma’s en dus effectiever werken. In een artikel van Kluwer over toekomstige clientverwachtingen las ik dat legal tech een grote(re) rol gaat spelen. Ik weet het niet. Wellicht op grote kantoren, in urenfabrieken waar veel uitzoekwerk wordt gedaan door stagiaires. Of het voor de éénpitters (kantoren met 1 advocaat) ook zo’n vaart zal lopen? Ik denk het niet.
In dat zelfde artikel las ik overigens dat de verwachting is dat advocaten van het adviseren van klanten meer naar het sparren met klanten gaan. Kijk, dat spreekt me al veel meer aan. Ik doe dat overigens al jaren met mijn klanten die een juridisch abonnement bij mij hebben.
Uiteraard kan ik bij Kluwer te rade gaan in mijn zoektocht naar wat de veranderingen in de advocatuur zullen zijn de komende 10 jaar. Liever stel ik u – de lezers van deze blog- deze vraag. Waar heeft u behoefte aan? Wat verwacht u van uw advocaat? Wat kan, nee moet, beter? Hoe ziet u mijn dienstverlening het liefst (veranderen)? Schroom niet mij daarover te mailen of daarover met mij te sparren.
Dat kan op 06 50236304 of via h.venema@puntadvocatuur.nl.
Writersblog
Geplaatst op: december 31, 2021
‘Elk voordeel heb zijn nadeel’ aldus een bekende, Amsterdamse filosoof. Het nadeel van de vrijmiblo, die het best wel leuk doet op sociale media, is dat ik mezelf daarmee in het schrijverskeurslijf pers: productie!
Anderzijds leveren de reacties en de leescijfers op LinkedIn ook een goed gevoel op en is het een kans om ‘mijn’ vak en hoe ik dat vak beleef onder de aandacht te brengen. En ik moet bekennen dat het ook wel iets verslavends heeft, het schrijven van deze blogs.
Ook deze week begon ik weer met een leeg word document. Ik heb me voorgenomen over mijn praktijk te schrijven en af en toe bij de actualiteit aan te haken. Toch merk ik dat ik ten aanzien van die actualiteit erg voorzichtig ben. Ik heb een brede praktijk met heel veel verschillende klanten en het in deze blog ventileren van een uitgesproken persoonlijke mening over bijvoorbeeld corona, dit (nieuwe) kabinet, de Formule 1 of noem maar een ander onderwerp op waar iedereen wel een (eigen) mening over heeft, lijkt me niet handig of doet wellicht stof opwaaien en daar is al genoeg van.
Als een advocaat in zijn werk zijn eigen mening ventileert gaat het trouwens ook vaak fout. Vooral omdat advocaten geacht worden letterlijk voor hun klant te spreken. Zo kan het gebeuren dat als een advocaat namens zijn klant met een schikking akkoord gaat en deze klant (later) zegt dat hij helemaal niet akkoord wilde gaan, de tegenpartij hem/haar toch kan houden aan het akkoord van de advocaat. Dat heeft al meerdere rechtszaken opgeleverd, niet alleen tussen klant en advocaat in het kader van een beroepsfout maar ook tussen klant en de tegenpartij die stelt dat zij mocht vertrouwen op het woord/akkoord van de advocaat. De laatste zaken worden meestal door die tegenpartij gewonnen overigens.
Je moet dus als advocaat altijd voorzichtig zijn met wat je zegt.
Dat er een advocatenkantoor is dat daar klaarblijkelijk geen moeite mee heeft was het advocatenkantoor dat een tijdje geleden op eigen titel een kort geding startte tegen de Staat. Die zaak en het feit dat die zaak door een advocatenkantoor zelf als eiser aanhangig werd gemaakt zegt natuurlijk iets over de sterke persoonlijke opvatting van (de advocaten van) dat kantoor. Gevorderd werd het onmiddellijk stopzetten van het systeem van de coronatoegangsbewijzen. Dat zie je toch niet vaak. Advocaten verwoorden in de rechtbank de stellingen van hun cliënten en niet hun eigen stellingen. De zaak werd overigens verloren maar dat ter zijde. Wel een lezenswaardig vonnis overigens, zie https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:10863
Ik ben erg benieuwd wat het voor dat kantoor heeft opgeleverd. Ik had het zelf niet gedurfd, eerlijk gezegd.
Maar als ik geen blogs wil schrijven waarin ik mijn persoonlijke opvattingen over actualiteiten wil ventileren, want zo kwamen we daarop, waarover dan wel?
Ik voel de druk toenemen. Dat is overigens alleen maar goed. In mijn praktijk merk ik ook dat druk alles vloeibaar maakt. Als ik te ver voor de zitting mijn pleidooi schrijf ben ik eigenlijk nooit tevreden over de inhoud en herschrijf ik die vaak daags voor de zitting. Druk maakt me scherp en geeft gewicht aan wat ik doe. Gezonde druk welteverstaan.
Maar de druk om wekelijks een blog te schrijven? Is dat gezonde druk?
Ach, ik blog niet elke week maar vaak om de week en voordat ik een writersblock krijg moet er denk ik heel wat gebeuren. Ik leun achterover en aanschouw hetgeen ik hierboven schreef.
Ik constateer tevreden een writersblog.
Verstappen of struikelen?
Geplaatst op: december 10, 2021
Hoewel ik van auto’s houd, oude auto’s wel te verstaan maar ook best wel van snelle auto’s, was ik nooit echt fan van autoracen. Dat laatst kun je tegenwoordig bijna niet meer hardop zeggen. Sinds Max Verstappen (ik ben nog van de generatie die vaak per ongeluk Jos Verstappen zegt) mee-racet kun je niet meer om de Formule 1 heen.
Ik ben ook overstag gegaan en kijk ondertussen ook de Formule 1 op Ziggo. Ik houd er overigens wel een aparte kijktechniek op na. Ik kijk naar de start en zet vervolgens de tv na één of twee rondjes op pauze. Vervolgens ga ik wat anders doen, vaak iets sociaals wat meestal van me verwacht wordt op zondagmiddag. Na de race (en zonder op sociale media te kijken) speel ik de race verder, op één of twee keer de normale snelheid, af. Omdat linksboven de stand staat kun je, zolang die niet (aan de bovenkant) wijzigt, de hele wedstrijd versneld terugkijken. Alleen als er iets aantoonbaars in de stand gebeurt kijk ik even op normale snelheid. Soms is dat alleen bij de pitstops, soms meerdere en langere periodes achtereen. De laatste tijd door alle incidenten steeds langer.
Wat me intrigeert aan de races zijn de discussies tijdens en na afloop van vrijwel elk gevecht tussen Verstappen en Hamilton. Het gaat dan om de vraag of en zo ja welke regels de wedstrijdleiding er nu weer bij heeft gepakt om straffen uit te delen, rijders plaatsen terug te zetten en/of bij de volgende race achteraan te laten starten. ‘De regels maken de sport kapot’, hoor ik dan. En ‘laat ze toch gewoon racen, laat die regels toch zitten’.
Die discussie lijkt soms op de vaak voorkomende strijd tussen twee aandeelhouders in een Besloten Vennootschap. Ook daar hoor ik vaak ‘Hoezo regels? Laat ons toch lekker ondernemen’.
Ondernemers met een gelijke visie en dito doel willen wel eens samen een BV oprichten. Vaak zie je dan dat beide ondernemers 50% van de aandelen houden en beiden bevoegd bestuurder zijn. Ze hebben er zin in en omdat alles op basis van gelijkwaardigheid is, is het logisch dat ze evenveel aandelen houden en evenveel recht hebben zich directeur te noemen. Samen uit, samen thuis. Alles in goed overleg beslissen en samen gelijk delen in de winst. De regels waaraan ze zich moeten houden staan dan in de statuten van hun BV en in de wet. Ik vergelijk het vaak met een huwelijk zonder huwelijkse voorwaarden. Je doet het samen totdat het faillissement ons scheidt.
De meeste gezamenlijke aandeelhouders zijn enthousiast over de inhoud, de vorm is niet zo belangrijk. Aandeelhouders die zonder dat er regels zijn hun gevecht om de koppositie aangaan crashen vaak. Meestal is dat omdat ze bij de start niet hebben nagedacht over het opstellen van een spelregelboek. Toch is dat – net als huwelijkse voorwaarden- wel erg verstandig. Ondanks alle goede bedoelingen en enthousiasme is het verstandig direct al na te denken over een echte ruzie of scheiding en daarover direct al afspraken te maken. Dat kan bijvoorbeeld door het opstellen van een aandeelhoudersovereenkomst. Dat hoeft geen boekwerk te zijn zo dik als het racereglement van de Formule 1. Een aantal praktische afspraken over bijvoorbeeld een geschillenregeling, de winstbestemming, de mate waarin aandeelhouders worden geacht hun arbeid in te brengen etc is al voldoende. Het aanstellen van een scheidsrechter bij het staken van de stemmen is best wel een enge afspraak maar geloof me, het volledig stuurloos raken van het bedrijf (want dat gebeurt als er niemand de baas blijkt) is vele malen enger. Een goede balans tussen vrij ondernemen en duidelijke afspraken bij een meningsverschil is essentieel voor een duurzame samenwerking tussen gelijkwaardige aandeelhouders.
Een bedrijf zonder uitgebalanceerde afspraken is al een Formule 1 race zonder wedstrijdleiding en reglementen. Het wordt uiteindelijk een chaos en crashes zijn onvermijdelijk.