DD-Reizen

Geplaatst op: mei 13, 2022

Deze week viel mijn oog op een klein artikeltje in de krant. Het ging over de langdurige strijd tussen de curatoren in het faillissement van D-reizen en de voormalige eigenaren van dit failliete reisbureau. De kopt luidde: “Oud-eigenaren D-reizen krijgen 450.000 euro voor merknaam”.

Onwillekeurig moest ik terugdenken aan een zaak uit 2007 waarbij een toenmalige klant van ons kantoor werd gedagvaard door datzelfde D-reizen. In dat jaar had D-reizen een reclamecampagne gestart bestaande uit (eerlijk gezegd) nogal flauwe woordgrappen. D-reizen maakte reclame met teksten als “Curagauw” en “Meteenarife”. Een Noordelijk bekende textielketen vond dit zo’n flauwe reclame dat zij als parodie T-shirts liet bedrukken met op de voorkant “DD-reizen” en op de achterkant, “Costa del Snol”. Deze gele T-shirts werden in haar winkels aangeboden en verkocht.

Nadat een medewerker van D-reizen deze T-shirts had ontdekt en daarop de directie was ingelicht duurde het niet lang of er viel een boze brief op de mat van onze klant. De T-shirts waren volgens D-reizen een inbreuk op hun merkrecht en tevens een inbreuk op hun eer en goede naam. Met deze brief kwam de klant bij ons op kantoor. De klant zelf vond het in eerste instantie een geweldige stunt en zag niet in dat deze grap kon leiden tot enige inbreuk van het merk van D-reizen, laat staan dat het het reisbureau schade zou berokkenen. Hoewel we namens de klant probeerden de boel nog wat te sussen en probeerden D-reizen ervan te overtuigen dat het vooral als ludieke actie was bedoeld zag D-reizen de grap er niet van in en kondigde een kort geding aan.

Ons advies aan de klant was dat een procedure zeer risicovol was en dat de kans op verlies en de daarmee gepaard gaande kosten groot was. De klant besloot het er echter toch op aan te laten komen.

Ondertussen was de pers op de hoogte (gebracht?) van het conflict tussen beide partijen en werd er in de aanloop naar de procedure al veelvuldig over de zaak geschreven in de plaatselijke en landelijke pers. Dat mijn klant daarin met naam en toenaam werd genoemd legde haar overigens geen windeieren. De T-shirts vlogen de winkel uit en de sympathie voor deze klant met humor -als ware zij een soort David tegen de Goliath van de reiswereld-  groeide in aanloop naar de zitting.

Tijdens de zitting was het overigens al snel duidelijk welke kant het op zou gaan. Het verweer dat de klant het recht had een parodie te maken op de reclame van D-reizen, dat staat in artikel 18b van de Auteurswet, werd door de rechter -wellicht gespeend van enig gevoel voor humor- resoluut terzijde geschoven. Partijen werden de gang op gestuurd met het voorlopig oordeel van de rechter dat onze klant met het gebruik van de term DD-reizen inbreuk had gemaakt op het merkrecht van D-reizen en de eer en goede naam had aangetast.

Tijdens de onderhandelingen werd een schikking tussen partijen bereikt. Onze klant beloofde alle T-shirts uit de winkel te halen en te vernietigen. Ook kwamen partijen overeen dat onze klant een boete zou betalen in de vorm van een donatie aan een door D-reizen aan te wijzen goed doel.

Een duidelijke nederlaag voor mijn klant zou je denken?
Nee. Integendeel. Mijn klant kreeg door dit kort geding landelijke (positieve) aandacht en haalde naar ik me meen te herinneren zelfs het achtuurjournaal. 

En de T-shirts? Die werden uit de handel gehaald en de al eerder verkochte exemplaren werden op Marktplaats aangeboden voor astronomische hoge bedragen. Het DD-reizen T-shirt was in één klap een collectors-item geworden.