Hemelpoort

Geplaatst op: april 21, 2023

Over advocaten worden vaak en veel grappen gemaakt. Meestal zijn dat grappen met een dubbele boodschap over het (slechte) imago van de advocatuur en over advocatenkantoren als zijnde gewetenloze urenfabriek. Want dat is in de kern is dat wat advocatenkantoren doen; uren produceren. Daar waar mijn kinderen vroeger op de vraag; “Wat doet jullie vader voor werk?” nog antwoordden: “Nadenken en uit het raam kijken.” weten zij nu ook dat ik de tijd die ik daar aan besteed op uurbasis in rekening breng bij mijn klanten.

Hoewel ‘no cure no pay’ in sommige uitzonderlijke gevallen wel is toegestaan voor advocaten, werken de meeste advocaten toch ‘gewoon’ op uurtarief. Ik ook. Ik schreef daar al vaker over en ook over de tarieven die daarbij gangbaar zijn.  Over die tarieven wil ik het dit keer niet hebben. Ik wil het hebben over een recent gepubliceerd onderzoek waaruit blijkt dat advocatenkantoren de term urenfabrieken wel erg letterlijk blijken te nemen. Fabrieken met ploegendiensten, zo lijkt het haast.

Het gaat om dit onderzoek, gedaan door BNR. BNR heeft een enquête onder advocaten doen laten uitgaan met daarin vragen over hun werktijden. Gevraagd werd hoeveel uur advocaten werkzaam op veelal de grotere kantoren per week werkzaam waren. De uitkomsten waren zelfs voor mij schrikbarend. Desgevraagd antwoordden 75% van de advocaten dat zij meer uren maakten dat volgend de arbeidstijdenwet was toegestaan. Uiteraard was dat niet hun exacte antwoord maar de gewerkte uren die zij opgaven bleek meer dan 60 uur in de  week te zijn. Let wel; de Arbeidstijdenwet staat een werkweek van meer dan 60 uur niet toe. Door je medewerkers structureel meer te laten werken overtreed je dus de wet.

Driekwart van de ondervraagde advocaten werkt dus meer dan 60 uur in de  week. Eén op de vijf tikte de 80 uur aan en sommige noteerden zelf dat zij in uitzonderlijke weken wel eens 100 uur werken. Nogmaals; meer dan 60 uur in de week werken is verboden en structureel meer dan 48 uur in de  week ook. Daarbij moet de aantekening gemaakt worden dat deze normen niet gelden voor de maten/aandeelhouders en advocaten die in loondienst meer dan drie keer modaal verdienen, dat is meer dan € 6200,- bruto per maand. Die advocaten worden door de arbeidstijdenwet niet beschermd maar die zijn ook niet meegenomen in dit onderzoek.

De ondervraagde advocaten geven (anoniem) aan dat ze de werkdruk als heel hoog ervaren en dat het een soort cultuur is waarin het stoer en normaal is veel te werken en waarbij de sociale druk gevoeld wordt om veel (over) te werken. Ik ken verhalen waarin medewerkers die om 18.30 uur naar huis wilden werd gevraagd of er wellicht iemand ziek was omdat ze “eerder” naar huis gingen.

Als er dus kantoren zijn waar de medewerkers werkweken maken van tussen de 60 en 80 uur is het enerzijds niet vreemd dat advocatenkantoren worden gezien als urenfabrieken. Anderzijds moet je als beroepsgroep dan ook niet vreemd opkijken als er cynische grappen over je worden gemaakt. Toen ik het onderzoek las moest ik aan deze advocatengrap denken.    

Een advocaat komt aan bij de hemelpoort (wat ‘an sich’ al een prestatie is) en staat oog in oog met Petrus. Geleerd om niets zo maar voor lief aan te nemen onderwerpt hij Petrus aan een stevig kruisverhoor waarin de advocaat vraagt waarom onze lieve Heer hem al op 45-jarige leeftijd tot zich heeft geroepen. Hij was toch nog veel te jong om te sterven, aldus zijn slotargument. Petrus kijkt hem aan en zegt: ”Oh, we zijn uitgegaan van je tot nu toe gedeclareerde uren en aan de hand daarvan berekenden we dat je minstens 103 zou zijn.”

Ik ben eigen baas en heb niet meegedaan aan de enquête. Had ik wel meegedaan had ik tot de 1.5% van de advocaten gehoord die gemiddeld minder dan 40 uur in de week werken. Mijn “declarabele leeftijd” zal mijn kalenderleeftijd dan ook niet overstijgen.