Te koop
Geplaatst op: oktober 9, 2026
De lezers van mijn Vrijmiblo’s weten dat afgelopen februari mijn vader overleed. Hij woonde sinds 2007 in Groningen. Samen met mijn moeder verhuisde hij in dat jaar vanuit Hoogezand-Sappemeer naar een patiobungalow in Paddepoel-Zuid. Een straat, een soort hofje, met leuke buren en alles gelijkvloers. Na het overlijden van mijn moeder in december 2023 woonde mijn vader er alleen. Sinds zijn overlijden is het huis dus van mijn zus Annelie en van mij. We hebben even getwijfeld wat we er mee zouden doen. Zou Annelie er willen wonen? Nee, want niet geschikt voor een huishouden met een thuiswonende puber. Zouden Judith en ik er willen wonen? Nee, nu nog niet. Was mijn vader 10 jaar later overleden hadden we er serieus over nagedacht. Nu kwam het verhuizen naar Groningen en naar een “seniorenbungalow” toch echt te vroeg. We besloten dus het huis te verkopen. Na een kennismakingsgesprek met de makelaar en een haar verstrekte opdracht stond er fluks een ‘te koop’-bord in de tuin.
De makelaar bleek een jonge vrouw te zijn die een eigen makelaarskantoor in de stad had. Ik moet eerlijk zeggen dat ik, nadat ik de eerste keer deur voor haar opende, een heel andere verwachting had van “onze” makelaar. Dat komt wellicht omdat ik zelf nog maar één keer een makelaar heb ingeschakeld, in 1998 toen we ons huis in Emmen kochten. Ik verwachtte een meneer of mevrouw van een zekere leeftijd in een (mantel)pak(je). Onze makelaar bleek een vlotte dertiger (ze leek me op het eerste gezicht veel te jong) die in het geheel niet voldeed aan mijn waarschijnlijk ouderwetse verwachtingen. Toch maakte ze direct een professionele indruk op mij. Ze wist waar ze het over had, had al vrij snel een plan van aanpak en communiceerde helder over haar werkzaamheden en haar kosten. In het verkoopproces hield ze rekening met de doelgroep voor de woning (plat gezegd, ouderen), nam ze ruim te tijd voor de bezichtigingen en werd er zelf een verkoopfolder gedrukt. “Boomers willen alles liever op papier”, aldus de makelaar. Inmiddels is het huis verkocht voor een prijs die ondanks de overspannen markt nog ver boven de onze verwachting lag en zijn we erg tevreden over hoe open en transparant de makelaar dat proces heeft vormgegeven.
Hoe anders het ook kan gaan blijkt uit een recent artikel dat ik las op de site van de NOS. Vanwege de vele klachten over makelaars gaat de minister een makelaarsregister introduceren en een klachtenloket openen. De brancheverenigingen zeggen eerlijk dat het hen trots het optuigen van intern toezicht en gedragscodes niet is gelukt om malafide makelaars uit de markt te krijgen. Ook in de letselschadebranche klinkt al langer de roep om overheidsregulering. Ook in de lestelschadebranche lukt het de branche zelf niet om, ondanks keurmerken, gedragscodes en klachtenloketten de cowboys uit de markt te weren en/of hen te bewegen zich te laten scholen, zich onder toezicht te stellen en zich te houden aan gedragscodes en afspraken. Niettegenstaande een zeer gedegen rapport van het WODC (Wetenschappelijk Onderzoek en Data Centrum) uit 2024 waarin werd opgeroepen tot regulering van de letselschadebranche door de overheid blijft ingrijpen door de overheid uit.
Eerder schreef ik er al over in mijn Vrijmiblo “Malafide”. Daarin maakte ik al onderscheid tussen letselschadeadvocaten en letselschadespecialisten. Je zult van mij niet horen dat advocaten beter zijn dan specialisten. Wat wel zo is, is dat advocaat een beschermd beroep is. Dat betekent dat deze beroepsgroep zich heeft geconformeerd aan beroepsregels en dat ze onder toezicht staan van een tuchtrechter. “Vrije” letselschadespecialisten, die zich nergens bij hebben aangesloten hoeven zich aan geen enkele regel te houden en staan onder geen enkel toezicht.
In die zin is de vergelijking met “vrije” makelaars snel gemaakt. Die hebben net als de echte vrije jongens (F. Jacobse en Tedje van Es) maar één regel: “Geen gezeik, iedereen rijk!”.