Ervaringsdeskundig
Geplaatst op: juli 3, 2026
Soms zie je advertenties voorbijkomen waarin een dienstverlener in de letselschadepraktijk er prat op gaat dat hij of zij ervaringsdeskundige is. Ik moet dan altijd denken aan de stofzuigerverkoper die ter aanprijzing van een bepaald model zegt: “Die heb ik thuis ook!”. Nader onderzoek naar wat een ervaringsdeskundige nou eigenlijk is, leert mij dat het woord pas in 1999 werd opgenomen in de grote Van Dale. Volgens Onze Taal luidt de omschrijving: “persoon wiens autoriteit op een bepaald gebied niet stoelt op beroepsmatig verworven kennis, maar op de eigen ervaring”.
Ik weet niet of dat in de letselschade nou ook direct een pré is. Helaas ben ik zelf ook ervaringsdeskundig op het gebied van letselschade. In 2013 maakte ik onvrijwillig contact met een stadsbus waar ik vervolgens als verliezer uit naar voren kwam. Maar in mijn commerciële uitingen vertel ik potentiële klanten liever dat ik over beroepsmatig verworven kennis beschik en heb ik het eigenlijk nooit over die ervaring. Of de belangenbehartiger in de rechtszaak waarover ik een tijdje geleden las, ook uitvent dat zij ervaringsdeskundige is laat ik eerst maar in het midden. Wat is er gebeurd?
De belangenbehartiger, tevens het slachtoffer, hierna ervaringsdeskundige genoemd, met een eigen letselschadebedrijfje had zelf ook meerdere ongevallen meegemaakt. Vijf ongevallen in vier jaar wel te verstaan. De ervaringsdeskundige behandelde haar eigen letselschadezaken. De eerste zaak was tegen ASR. Dat ongeval vond plaats in 2016 en werd begin 2019 afgewikkeld met een vaststellingsovereenkomst met daarin opgenomen een schadevergoeding gebaseerd op blijvende klachten, althans voor klachten die ten tijde van de afwikkeling nog aanwezig waren. Medio 2019 kreeg ze weer een ongeval en dit keer sprak ze Nationale Nederlanden (NN) aan, de SVI-verzekeraar (SVI staat voor schadeverzekering inzittenden). Tijdens de behandeling van die zaak repte de ervaringsdeskundige met geen enkel woord over het eerdere ongeval, dat zij ten gevolge van dat ongeval klachten had en dat ze daar al een schadevergoeding voor had ontvangen. Tijdens de behandeling van de zaak door NN komt NN echter (hoe blijkt niet uit het vonnis) in het bezit van stukken uit het letselschadedossier van ASR. Daarmee geconfronteerd verdedigde de ervaringsdeskundige zich door te stellen dat NN niet expliciet had gevraagd naar een eerder ongeval en dat ze na dat eerste ongeval bijna volledig was hersteld. NN nam daar geen genoegen mee, staakte alle betalingen en eindigde alle verzekeringen van de ervaringsdeskundige. Daarbovenop nam NN haar op in het frauderegister. Als je daarin staat kun je feitelijk geen verzekeringen meer afsluiten maar als je daar als letselschadebehandelaar in staat willen verzekeraars geen zaken meer met je doen.
Dat laatste was denk ik voor de ervaringsdeskundige reden om NN te (laten) dagvaarden. Ze eiste dat NN haar uit die registers zou schrappen. De rechtbank was echter snel klaar met haar vorderingen. De rechtbank oordeelde:
“Omdat [eiseres] opzettelijk heeft misleid om een hogere uitkering te krijgen moet haar vordering die ertoe strekt dat haar gegevens worden verwijderd uit de registers, worden afgewezen. Opname in de registers was onder de gegeven omstandigheden gerechtvaardigd en niet buitenproportioneel”
Het verzwijgen van eerdere ongevallen en het feit dat daarvoor al schade werd vergoed werd deze ervaringsdeskundige dus zwaar aangerekend. Ze bleef geregistreerd staan als fraudeur. Mijns inziens is dat volledig terecht.